Schriftelijke vragen : Het nodeloos vertragen van de openbaarmaking van emissiegegevens van veehouderijen.
Vragen van het lid Kostić (PvdD) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het nodeloos vertragen van de openbaarmaking van emissiegegevens van veehouderijen (ingezonden 13 februari 2026).
Vraag 1
Hoe reflecteert u op het feit dat het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding
(ACOI) zich genoodzaakt ziet om voor de tweede keer een zeer kritisch advies uit te
brengen omdat u vasthoudt aan een onnodige, kostbare en bureaucratische zienswijzeprocedure,
die in strijd is met het eerdere advies van het Adviescollege?1
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat het ACOI u expliciet heeft geadviseerd uw keuze voor individuele
aanschrijvingen voor zienswijzeverzoeken te herzien?
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat het ACOI u heeft geadviseerd om in te zetten op actieve openbaarmaking
die recht doet aan álle betrokken belangen, waaronder het publieke belang van transparantie?
Vraag 4
Erkent u dat u deze adviezen naast u neerlegt?
Vraag 5
Waarom weigert u nog altijd uitvoering te geven aan de Wet open overheid (Woo)-verzoeken
over emissiegegevens van veehouderijen in Nederland in 2023, 2024 en 2025?
Vraag 6
Wat bedoelt u precies met uw uitspraak dat emissiegegevens binnen de huidige wetgeving
«in principe» openbaar gemaakt zouden moeten worden (Kamerstuk 32 802, nr. 137)?
Vraag 7
Onderschrijft u de uitspraak van het ACOI dat de wet géén ruimte laat om de emissiegegevens
níet openbaar te maken en dat deze gegevens dus niet «in principe», maar onvoorwaardelijk
openbaar moeten worden gemaakt? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Waarom wekt u desondanks de indruk dat een zienswijzeprocedure nog invloed kan hebben
op de verplichting tot openbaarmaking van deze emissiegegevens?
Vraag 9
Bent u zich ervan bewust dat uw handelwijze feitelijk leidt tot een jarenlange vertraging
van de toegang tot emissiegegevens voor journalisten, maatschappelijke organisaties
en burgers? Wat vindt u hiervan?
Vraag 10
Bent u zich ervan bewust dat uw handelwijze leidt tot grootschalige verspilling van
schaarse publieke middelen? Wat vindt u hiervan?
Vraag 11
Hoe rechtvaardigt u dat mogelijk tot 60 miljoen euro, circa 20 procent van het totale
budget van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), wordt besteed aan een
onnodige, vertragende en juridisch ondeugdelijke zienswijzeprocedure?
Vraag 12
Kunt u concreet aangeven welke taken van de RVO hierdoor onder druk komen te staan
of niet meer kunnen worden uitgevoerd?
Vraag 13
Heeft u hierover overleg gevoerd met de RVO? Zo ja, wat is hun oordeel over deze gang
van zaken?
Vraag 14
Waarom blijft u doorgaan met het ten onrechte gebruiken van uw bevoegdheid om openbaarmakingsbesluiten
in te trekken, zoals de Raad van State oordeelde op 24 september 2025 in haar uitspraak
over de openbaarmaking van emissiegegevens?2
Vraag 15
Neemt u het oordeel van de Raad van State over dat stelt dat de zienswijzeprocedure
die heeft plaatsgevonden al in overeenstemming was met artikel 4:8 van de Algemene
wet bestuursrecht (Awb)?3
Vraag 16
Neemt u het oordeel van de Raad van State over dat stelt dat u niet bevoegd was om
de openbaarmakingsbesluiten op bezwaar in te trekken?4
Vraag 17
Deelt u de conclusie van het ACOI dat uw handelwijze ertoe leidt dat de samenleving
uw beleid om de uitstoot van schadelijke stoffen terug te dringen onvoldoende kan
controleren? Zo nee, waarom niet?5
Vraag 18
Bent u bereid om uw besluit te herzien, de aanbevelingen van het ACOI alsnog op te
volgen en per direct in te zetten op actieve openbaarmaking? Zo nee, waarom niet?
Vraag 19
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Ines Kostić, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.