Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Zwinkels over het artikel 'Snelgroeiende autonome AI-assistent is een 'disaster waiting to happen''
Vragen van het lid Zwinkels (CDA) aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het artikel «Snelgroeiende autonome AI-assistent is een «disaster waiting to happen»» (ingezonden 6 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aerdts (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 29 april
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Snelgroeiende autonome AI-assistent is een «disaster
waiting to happen»»?1
Antwoord 1
Ja, ik heb kennisgenomen van dit artikel.
Vraag 2
Deelt u de zorgen van experts dat steeds autonomer opererende AI-assistenten risico’s
vormen voor veiligheid, privacy, menselijke controle en mentale gezondheid? En kunt
u daarbij aangeven welke risico’s u het meest urgent acht?
Antwoord 2
Ja, die zorgen deel ik. In de Verzamelbrief van 18 december 20252 heeft de voormalig Staatssecretaris Digitalisering en Koninkrijksrelaties uw Kamer
geïnformeerd over de resultaten van de forecast «Zicht op de Digitale Toekomst», welke
TNO heeft ontwikkeld op zijn verzoek. TNO heeft daarin ook gekeken naar de impact
van autonomer opererende AI-assistenten («Agentic AI») op publieke waarden zoals privacy,
autonomie en democratie. Een risico is bijvoorbeeld dat gebruikers de controle verliezen
op wat AI-assistenten doen. Daarnaast verzamelt en verwerkt het veel persoonlijke
gegevens van gebruikers. Omdat deze AI-assistenten zelfstandig werken is het voor
gebruikers moeilijk te overzien welke data waar terechtkomt en wat er met die data
gebeurt. Een ander risico is dat het niet meer scherp wordt wie verantwoordelijk is
voor de handelingen van de AI-assistent. Ook op het gebied van privacy en (cyber)veiligheid
zijn er risico’s. Dat geldt met name voor de meer experimentele vormen van AI-assistenten
waar in het artikel naar verwezen wordt, en waar ook de Autoriteit Persoonsgegevens
recent voor heeft gewaarschuwd.3 Op het moment dat autonome AI-assistenten breed toegang krijgen tot talrijke apps
en informatiebronnen, dan kan het misgaan doordat bijvoorbeeld accounts worden overgenomen,
hacks worden gezet, of toegang worden verkregen tot privacy gevoelige gegevens (datalekken).
Vraag 3 en 4
Acht u het wenselijk dat AI-systemen zelfstandig handelingen, zoals het doen van aankopen
en het aangaan van contracten, kunnen verrichten namens gebruikers?
Zo ja, kunt u aangeven welke toepassingen het kabinet maatschappelijk gezien wenselijk
en/of acceptabel vindt, en welke niet?
Antwoord 3 en 4
De wenselijkheid van dit soort autonomere AI-toepassingen hangt samen met de wijze
waarop en het domein waarin deze worden ingezet. Bij iedere toepassing is het daarbij
in beginsel de vraag in hoeverre de inzet rechtmatig en proportioneel is en in lijn
met bestaande wet- en regelgeving. Ook is van belang dat duidelijk is wie verantwoordelijk
is voor de handelingen die een AI-systeem namens een gebruiker verricht en dat er
voldoende waarborgen bestaan op het gebied van bijvoorbeeld transparantie, controleerbaarheid
en de bescherming van (andere) publieke waarden. Uiteraard vind ik het daarbij van
belang om de ontwikkelingen op het gebied van AI, zoals agentic AI en autonomere AI-systemen,
nauwgezet te volgen en hierin ook in Europees verband op te trekken, bijvoorbeeld
via de Europese AI Board en andere relevante EU-gremia.
Vraag 5
In hoeverre is het huidige Nederlandse en Europese toezichtkader (waaronder de AI
Act) toereikend om risico’s van autonome AI-systemen die zelfstandig taken uitvoeren
te ondervangen?
Antwoord 5
De AI-verordening reguleert autonome AI-systemen zoals AI-assistenten op verschillende
manieren. Ten eerste zullen alle AI-assistenten die in gevoelige hoog risico toepassingsgebieden
of producten worden ingezet aan de strenge eisen uit de AI-verordening moeten voldoen.
De AI-verordening noemt expliciet welke gebieden of producten dit zijn. Dit gaat bijvoorbeeld
om een AI-assistent die leerlingen in het onderwijs beoordeelt of een AI-assistent
die gebruikt wordt als een medisch hulpmiddel. Eén van de eisen aan deze hoog risico
AI-systemen is dat risico’s beoordeeld en gemitigeerd moeten worden. Als dat niet
kan, mag het AI-systeem niet voor die risicovolle toepassing ingezet worden. Hiermee
worden de gezondheid, veiligheid en grondrechten van mensen beschermd.
Ten tweede worden er eisen gesteld aan autonome AI-systemen die worden ontworpen om
directe interacties met mensen te hebben, bijvoorbeeld als ze zelfstandig e-mails
uit kunnen sturen of reacties kunnen plaatsen op het internet. De aanbieder van een
dergelijk AI-systeem moet ervoor zorgen dat het duidelijk is dat men contact met een
AI-systeem heeft, en niet met een mens.
Ten slotte worden er onder de AI-verordening ook eisen gesteld aan de modellen voor
algemene doeleinden die de basis vormen van deze autonome AI-systemen. Als deze modellen
capaciteiten met een grote impact hebben, bijvoorbeeld door negatieve effecten op
publieke gezondheid, veiligheid, fundamentele rechten of de maatschappij als geheel,
dan moeten de aanbieders van deze modellen systeemrisico’s in kaart brengen en mitigeren.
Capaciteiten zoals vergaande autonomie en het kunnen interacteren met andere hardware
en software kunnen mogelijk voor systeemrisico’s zorgen.
Naast de AI-verordening, is ook de digitaledienstenverordening (DSA) mogelijk relevant.
De digitaledienstenverordening verplicht zeer grote online platforms- en zoekmachines
om de zogenaamde systeemrisico’s die voortvloeien uit het ontwerp of uit de werking
van hun dienst en de daaraan verbonden systemen, te beoordelen en te beperken. Dergelijke
risico’s omvatten onder meer de verspreiding van illegale inhoud en werkelijke of
voorzienbare negatieve effecten op grondrechten, de burgerdialoog en verkiezingsprocessen,
minderjarigen of het lichamelijke en geestelijke welzijn van personen. Zulke risico's
kunnen bijvoorbeeld ontstaan door het niet-authentieke gebruik van de dienst, zoals
het aanmaken van nepaccounts, het gebruik van bots en andere geautomatiseerde of gedeeltelijk
geautomatiseerde gedragingen. Dit kan leiden tot een snelle en wijdverbreide verspreiding
onder het publiek van informatie die illegale inhoud bevat of onverenigbaar is met
de algemene voorwaarden van een onlineplatform of onlinezoekmachine, en die bijdraagt
aan desinformatiecampagnes. Het is mogelijk dat de risico’s van de inzet van autonome
AI-systemen binnen zeer grote onlineplatforms langs deze weg moeten worden aangepakt.
Vraag 6
Welke definitie van verantwoorde AI (innovaties) hanteert het kabinet? En in hoeverre
passen AI-assistenten daarin?
Antwoord 6
AI-innovaties zijn verantwoord als ze voldoen aan geldende wet- en regelgeving (zoals
de AI-verordening, de digitaledienstenverordening en andere wettelijke kaders die
van toepassing kunnen zijn) en zijn ontwikkeld op een manier waardoor ze geen voorzienbare
negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid, veiligheid en grondrechten van mensen.
AI-assistenten kunnen ook op een manier ontwikkeld en gebruikt worden dat ze betrouwbaar
en mensgericht zijn. Het is van belang dat zowel ontwikkelaars als gebruikers van
AI-assistenten zich bewust zijn van de mogelijke risico’s van de technologie in verschillende
contexten en hier robuuste maatregelen voor nemen. Aan de ene kant gaat dit om maatregelen
om voorzienbare risico’s bij de ontwikkeling van het AI-systeem zo veel mogelijk by design te ontwikkelen, maar ook om maatregelen om een systeem stop te zetten of aan te passen
zodra onvoorziene risico’s zich voordoen. Wetgeving zoals de AI-verordening biedt
hier kaders voor, onder andere door te bepalen welke toepassingen van AI-assistenten
gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid, veiligheid en grondrechten van mensen.
Toezichthouders, zoals de AP4 en RDI, monitoren risico’s van ontwikkelingen op het gebied van AI en delen best practices voor de aanbieders van deze technologie om hun systemen op een verantwoorde manier
te ontwikkelen.
Vraag 7
Kunt u aangeven of het naar uw inzicht wenselijk is dat er vanuit de overheid gebruik
gemaakt wordt van autonome AI-assistenten? En op welke vlakken gebeurt dit al? Onder
welke voorwaarden wordt dit toegestaan en hoe wordt hierop toegezien in de praktijk?
Antwoord 7
De wenselijkheid van autonome AI-assistenten is afhankelijk van de context waarbinnen
de AI-systemen worden ingezet. Het is vanzelfsprekend dat de inzet ervan gebeurt in
lijn met bestaande regelgeving, zoals de AI-verordening, de AVG in het geval er persoonsgegevens
worden verwerkt, en andere relevante (sectorale) wetgeving. Op al deze wettelijke
kaders is of wordt toezicht ingericht. Voor overheden geldt daarbij sinds april 2025
het overheidsbrede standpunt generatieve AI, wat ook van toepassing is op autonomere
vormen van AI, zoals AI-agenten.5 Vooraf dienen overheden daarbij altijd een impactassessment (zoals bijvoorbeeld een
gegevensbeschermingseffectbeoordeling of een Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes
(IAMA)) te hebben uitgevoerd en dient duidelijk te zijn welk maatschappelijk doel
precies wordt gediend met de inzet. De in 2025 – in opdracht van BZK – uitgevoerde
overheidsbrede monitor generatieve AI laat een duidelijke toename van het aantal generatieve
AI-toepassingen zien, maar daarin zijn nog geen tekenen van (veelvuldig) gebruik van
autonomere AI-assistenten.6 Als onderdeel van de AI-prioriteit binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
(NDS) wordt er voor de Nederlandse overheid gewerkt aan een visie op taalmodellen
en aan een herijking van het overheidsbrede standpunt generatieve AI en bijbehorende
handreiking.7 Hierbij worden ook de ontwikkelingen op het gebied van autonome (of agentic) AI nadrukkelijk
meegenomen. Deze zullen nog dit jaar met uw Kamer worden gedeeld.
Vraag 8
Hoe wordt op dit moment geborgd dat er in kritieke infrastructuur, in sectoren als
defensie, de zorg en de overheid zelf, altijd sprake blijft van «meaningful human
control» (ofwel «human in the loop») bij het gebruik van autonome AI-assistenten?
Antwoord 8
In algemene zin hangt de mate van menselijke tussenkomst sterk af van het risico en
de mogelijke impact van de toepassing van AI. Onder de AI-verordening worden er eisen
gesteld aan onder andere hoog risico AI-systemen die als veiligheidscomponent in de
kritieke infrastructuur worden gebruikt, hoog risico AI als medisch product of veiligheidscomponent
daarvan en hoog risico AI in gevoelige overheidsgebieden, zoals het toekennen van
toeslagen of in de rechtshandhaving. Voor alle hoog risico AI-systemen moet er menselijk
toezicht («human in the loop») uitgeoefend kunnen worden. Dit houdt onder andere in dat men de capaciteiten van
het systeem moet begrijpen en de werking ervan moet kunnen monitoren. Ook moet het
systeem stopgezet kunnen worden. De mate van deze menselijke controle is contextafhankelijk:
des te groter het risico, des te steviger het menselijk toezicht moet zijn.
Als het specifiek gaat om dergelijke AI-systemen in het Defensiedomein is menselijke
controle noodzakelijk om het oordeelsvermogen van de mens voor AI-systemen te behouden,
zodat deze conform het (internationaal) recht kunnen worden gebruikt. In Nederland
worden nieuwe middelen en strijdmethoden door de Adviescommissie Internationaal Recht
en Conventioneel Wapengebruik (AIRCW) getoetst aan het internationaal recht. De Minister
van Defensie besluit op basis van het advies al dan niet goedkeuring te verlenen voor
gebruik door de krijgsmacht.
Als het specifiek om de zorg gaat rust vanuit de Wet kwaliteit, klachten en geschillen
zorg (Wkkgz) de plicht op zorgaanbieders om medische hulpmiddelen, inclusief AI, te
gebruiken die veilig en kwalitatief goed zijn. Individuele zorgverleners zijn vanuit
de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) verplicht om bij hun werkzaamheden
de zorg van een goed hulpverlener in acht te nemen. Dit betekent onder meer dat de
zorgverlener altijd eindverantwoordelijk blijft voor medische beslissingen en niet
blindelings op AI-systemen mag vertrouwen. Bij het gebruik van autonome AI-systemen
zal het systeem dus ook ontworpen moeten worden met deze waarborgen als randvoorwaarden.
De Minister van VWS is in de brief over innovatie in de beroepsuitoefening8 van 9 december jl. uitgebreid ingegaan op de acties die worden ondernomen bij het
gebruik van AI in de beroepsuitoefening in de zorg.
Wanneer autonome AI-assistenten bijvoorbeeld door overheden worden ingezet in het
kader van (algoritmische) besluitvorming, dient daarbij altijd sprake te zijn van
betekenisvolle menselijke tussenkomst. Daarbij geldt voor de overheid in het geval
van een besluit ook de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb). Deze bevat de algemene regels
waaraan de overheid moet voldoen bij het nemen van besluiten, onder meer met het oog
op transparantie, kenbaarheid en uitlegbaarheid van besluiten. De regels zijn techniekonafhankelijk
opgesteld en normeren ook algoritmische besluitvorming en daarmee ook de inzet van
AI.
Daarnaast werkt de overheid aan de ontwikkeling van een integraal wegingskader voor
de verantwoorde inzet van AI, waarin expliciet aandacht wordt besteed aan het waarborgen
van autonomie van AI-systemen, het bevorderen van mensgerichte toepassingen, het inrichten
van robuuste terugvalopties ten behoeve van continuïteit, en de zorgvuldige afweging
of en in welke gevallen AI -bijvoorbeeld in de vorm van AI-assistenten – passend is.
Daarbij geldt in het bijzonder dat binnen de publieke dienstverlening het behoud van
betekenisvol menselijk contact met burgers en bedrijven leidend is, en dat steeds
nauwgezet wordt beoordeeld welke (repetitieve) taken verantwoord door AI kunnen worden
ondersteund of overgenomen. Dit integraal wegingskader wordt ontwikkeld in het kader
van de NDS, en de conceptversie is voorzien voor dit jaar (na enkele pilots ermee).
Vraag 9
Welke andere waarborgen (vangrails) zijn naar uw verwachting nog nodig om hier goed
mee om te gaan, voor zowel overheid als samenleving, en is bijsturing mogelijk?
Antwoord 9
Het is bij nieuwe technologische ontwikkelingen, waaronder autonomie AI-assistenten,
belangrijk om goed te kijken naar de waarborgen die nodig zijn om hier goed mee om
te gaan. Bijvoorbeeld door het principe van ethics-by-design toe te passen zodat publieke waarden zoals privacy, transparantie, autonomie en non-discriminatie
al vanaf het begin worden meegenomen. Ik zet mij ervoor in om te zorgen dat publieke
waarden gewaarborgd worden, ook bij nieuwe technologische ontwikkelingen zoals quantum
en autonome AI-assistenten. Verder merk ik graag op dat binnen de NDS overheden gezamenlijk
aan verantwoord en succesvol ontwikkelen van AI-toepassingen werken. Bijkomend doel
is om AI breder inzetbaar te maken waardoor de impact en succes van AI groter wordt.
Gelet op die bredere inzetbaarheid en de verwachte impact wordt binnen de AI-opschalingsfaciliteit
voor overheden een afwegingskader voor het opschalen van AI ontwikkeld, zodat zorgvuldig
kan worden gekeken naar de inzet van AI in relatie tot wet- en regelgeving en ethisch
verantwoord gebruik. Dit afwegingskader wordt later in 2026 gepubliceerd. Tot slot
zou ik ook voorzichtigheid willen bepleiten. Bij experimentele vormen van autonome
AI-assistenten zoals OpenClaw is het belangrijk om nu vooral zeer terughoudend te
zijn en deze niet te gebruiken op systemen met privacygevoelige of vertrouwelijke
gegevens, zoals ook de Autoriteit Persoonsgegevens heeft opgeroepen.9
Ondertekenaars
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.