Schriftelijke vragen : De berichten 'Ambtenaren bundelen de krachten om burgers de dwangsom af te nemen' en 'We dreigen de strijd tegen een disfunctionerende overheid te verliezen'
Vragen van de leden Abdi en Mohandis (beiden PRO) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de berichten «Ambtenaren bundelen de krachten om burgers de dwangsom af te nemen» en «We dreigen de strijd tegen een disfunctionerende overheid te verliezen» (ingezonden 21 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten «Ambtenaren bundelen de krachten om burgers de dwangsom
af te nemen» en «We dreigen de strijd tegen een disfunctionerende overheid te verliezen»?1 2
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat de wettelijke dwangsom regeling in 2009 in de wet is opgenomen
om burgers te beschermen tegen onbehoorlijk gedrag van de overheid, waarbij burgers
ervan uit moeten kunnen gaan dat de overheid zich houdt aan de gestelde wettelijke
termijnen?
Vraag 3
Deelt u de mening dat het nog steeds van groot belang is dat burgers worden beschermd
tegen onbehoorlijk gedrag van de overheid en dat de overheid zich nog steeds aan de
wettelijke beslistermijnen zou moeten houden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Hoe beoordeelt u in het licht van een goede rechtsbescherming van burgers tegen de
overheid het feit dat er kennelijk plannen worden voorbereid om van de wettelijke
dwangsom af te komen?
Vraag 5
Deelt u de mening dat recente gebeurtenissen, zoals het toeslagenschandaal, de afhandeling
van de schade door de gaswinning in Groningen, de grote problemen bij het UWV bij
WIA-keuringen, juist extra het belang onderschrijven van de bescherming van burgers
tegen onbehoorlijk gedrag van de overheid? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Hoe verhoudt het feit dat er nu kennelijk gewerkt wordt aan plannen om de wettelijke
dwangsom af te schaffen zich tot eerdere conclusies van parlementaire enquêtes en
kabinetsreacties hierop, rapporten van de Nationale ombudsman en andere signalen dat
burgers juist te weinig beschermd worden tegen onbehoorlijk overheidshandelen?
Vraag 7
Erkent u dat het beperken van rechtsbeschermingsmogelijkheden juist bij kunnen dragen
aan verder wantrouwen van burgers jegens de overheid? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Deelt u de mening dat het niet de verantwoordelijkheid van burgers is dat overheidsorganen
niet in staat zijn om tijdig te beslissen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Hoe beoordeelt u het feit dat burgers wel sancties opgelegd kunnen krijgen (bijvoorbeeld
een verhoging van een boete bij niet tijdig betalen) of nadeel ondervinden (het bijvoorbeeld
niet in behandeling nemen van een bezwaarschrift) wanneer zij zich niet aan termijnen
houden, maar overheidsorganen zonder gevolgen zich niet aan wettelijke termijnen kunnen
houden als de wettelijke dwangsom afgeschaft zou worden? Erkent u dat de rechtsbescherming
van burgers hiermee wordt verzwakt? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Erkent u dat de aangekondigde taakstelling op de ambtelijke organisatie het risico
met zich meebrengt dat overheidsorganen (die nu al kampen met personeelstekorten)
nog vaker wettelijke beslistermijnen niet zullen halen?
Vraag 11
Erkent u dat de rechtsbescherming van burgers nog vaker in het geding zal komen als
ook de wettelijke dwangsom wordt afgeschaft? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Kunt u nauwkeurig uitleggen wat de in de artikelen genoemde overheidsinstanties precies
voor plannen maken ten aanzien van het beperken of afschaffen van de wettelijke dwangsom?
Hebben deze overheidsinstanties hiervoor opdracht gekregen vanuit het kabinet?
Vraag 13
Kunt u de onderliggende ambtelijke en juridische adviezen over het beperken en/of
afschaffen van de wettelijke dwangsom op grond van Artikel 68 Grondwet met de Kamer
delen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 14
Deelt u de mening dat de gecoördineerde actie tegen de wettelijke dwangsom afleidt
van het werkelijke probleem, namelijk overheidsorganen die steevast hun wettelijke
beslistermijn niet halen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 15
Erkent u dat het afschaffen van de wettelijke dwangsom in het bestuursrecht ook de
democratische rechtsstaat aantast, omdat burgers en bijvoorbeeld journalisten dan
minder middelen hebben om openbaarheid via de Wet open overheid af te dwingen? Zo
nee, waarom niet?
Vraag 16
Hoe legt u aan burgers, die door overheden die zich niet aan de wettelijke beslistermijnen
houden in de knel komen, uit dat de overheid de wet maar aanpast zodat er geen gevolgen
meer zijn voor het niet houden aan de wet?
Vraag 17
Kunt u voorgaande vragen een voor een beantwoorden binnen de gestelde termijn?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Fatihya Abdi, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Mohammed Mohandis, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.