Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ouwehand over het beschermen van dieren tegen hitte
Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het beschermen van dieren tegen hitte (ingezonden 29 mei 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 30 juni 2026) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 2325
Vraag 1
Heeft u gemerkt dat het heet is in ons land, met temperaturen tot boven de 30 graden?
Antwoord 1
Het is de afgelopen weken inderdaad warm geweest in Nederland.
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat dit voor grote aantallen dieren in de veehouderij gevaarlijk
warm is, aangezien veel dieren (zoals kippen, varkens en runderen) rond de 25 graden
al last kunnen hebben van (ernstige) hittestress?
Antwoord 2
Als het warm weer is, wordt het risico op hittestress bij dieren groter. Het risico
op het ontstaan van hittestress verschilt per situatie. De diersoort, de luchtvochtigheid,
de temperatuur en getroffen managementmaatregelen spelen een rol.
De European Food and Safety Authority (EFSA) geeft aan dat bepaalde diersoorten en -categorieën, waaronder bepaalde categorieën
varkens en runderen, een Upper Criticial Temperature (UCT, de temperatuur waarboven het dier significant meer gebruik moet maken van fysiologische
processen om te voorkomen dat de lichaamstemperatuur stijgt tot boven de normaalwaarde)
van 25 graden Celsius hebben. Hiermee is niet gezegd dat deze dieren boven deze temperatuur
ook daadwerkelijk hittestress ervaren, maar wel dat het risico op het ervaren van
hittestress vanaf die temperatuur toeneemt. Daarbij zijn ook bovengenoemde factoren
die dit risico beïnvloeden van belang.
Vraag 3
Onderschrijft u het belang van het voorkomen van hittestress bij dieren en het nemen
van maatregelen om dieren beter te beschermen op hete dagen?
Antwoord 3
Dit belang onderschrijf ik inderdaad. Ik vind dat wij dieren goed moeten beschermen,
ook tijdens warme dagen.
Vraag 4
Bent u ermee bekend dat uit de wet volgt dat dieren in weilanden beschermd moeten
worden tegen slechte weersomstandigheden, waaronder hitte, en dat Kamer heeft verzocht
om beschuttingsmogelijkheden voor weidedieren landelijk te verplichten (Kamerstuk
28 286, nr. 1310)?
Antwoord 4
Ja, ik ben bekend met de motie en de nu reeds geldende verplichting in het Besluit
houders van dieren (BhvD), waarin staat dat een dier, indien het niet in een gebouw
wordt gehouden, bescherming moet worden geboden tegen onder meer slechte weersomstandigheden
(artikel 1.6, derde lid, BhvD).
Vraag 5
Hoe verklaart u dat veel dieren nog altijd geen beschutting hebben tegen hitte, ondanks
allerlei (vrijblijvende) projecten en programma’s die zijn opgesteld om dit te stimuleren?
Antwoord 5
In de praktijk zien we dat veel houders de beschutting voor hun dieren op orde hebben,
maar dat er ook een groep houders is die nog stappen moet zetten. Er zijn verschillende
redenen waarom een deel van de houders hun dieren nog niet voldoende beschermt tegen
de hitte. Sommige houders ervaren bijvoorbeeld beperkingen in het lokale ruimtelijke
beleid. Ook kan het vinden van een praktisch werkbare schuilmogelijkheid complex zijn.
Daarom zet ik samen met mede-overheden, toezichthouders en partijen uit het veld verschillende
instrumenten in om de naleving verder te bevorderen. Dit is een combinatie van ondersteunende
instrumenten, toezicht en handhaving. Vanaf dit jaar is er bijvoorbeeld stappenplan
voor dierhouders en een wegwijzer voor gemeenten en provincies over beschutting in
de weide beschikbaar. Daarnaast kunnen veehouders subsidie krijgen voor beschutting
via de productieve investeringsregeling.
Vraag 6
Bent u bereid om beschuttingsmogelijkheden voor weidedieren expliciet wettelijk te
verplichten, conform de aangenomen motie? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Zoals mijn voorganger heeft aangegeven in de verzamelbrief dierenwelzijn van 26 oktober
2023 (Kamerstuk 28 286, nr. 1315), ondersteunt de aangenomen motie het huidige beleid, waarbij in het Bhvd al is geregeld
dat een dier, indien het niet in een gebouw wordt gehouden, bescherming wordt geboden
tegen slechte weersomstandigheden. Deze norm is met een werkinstructie ingevuld via
een open normen traject en de toezichthouders richten aan de hand hiervan het toezicht
en de handhaving in.
Vraag 7
Kunt u uitsluiten dat zich aankomende periode weer schrijnende situaties voordoen
waarin varkens naar adem happen, kippen dicht op elkaar gepropt in oververhitte wagens
zitten en transportwagens dagenlang stilstaan bij een slachthuis of rondjes moeten
blijven rijden, totdat de dieren worden uitgeladen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Ik verwacht van de sector dat zij ervoor zorgt dat dergelijke situaties zich niet
voordoen. Maar, hoe graag ik dit ook zou willen, het volledig uitsluiten van dergelijke
situaties kan ik niet. Er kan altijd sprake zijn van onvoorziene omstandigheden, overmacht
of noodsituaties waarbij dergelijke zaken kunnen ontstaan. Uiteraard treedt de NVWA
handhavend op waar vastgesteld wordt dat er sprake is van een overtreding.
Wat ik ook kan doen, is maatregelen nemen waardoor het risico op dergelijke situaties
zoveel mogelijk verkleind wordt. Daarom voer ik de beleidsregel 30 graden in, die
per 1 april 2027 van kracht zal zijn.
Vraag 8
Klopt het dat u van de veehouderijsectoren verwacht dat zij maatregelen treffen om
dieren tegen hitte te beschermen?
Antwoord 8
Dat klopt, dit verwacht ik inderdaad van de veehouderijsectoren.
Vraag 9
Bent u ermee bekend dat toenmalig Staatssecretaris Van Dam er in 2017 al tegenaan
liep dat de pluimveesector niet wilde meewerken met het beter beschermen van dieren
tegen hitte (Kamerstuk 28 286, nr. 922)?
Antwoord 9
De pluimveesector heeft zich tot op heden nog niet willen aansluiten bij het Nationaal
Plan voor veetransport bij extreme temperaturen. In dit plan geven overheid en bedrijfsleven
aan wat ze doen om dierenwelzijn bij transport en slacht zo goed mogelijk te borgen
bij extreme temperaturen. De pluimveesector heeft wel een eigen protocol waarin zij
beschrijven hoe zij de dieren willen beschermen tegen extreme temperaturen.
Vraag 10
Bent u ermee bekend dat de belangenbehartiger van de pluimveesector, Nepluvi, zich
tevens jarenlang heeft verzet tegen vele maatregelen om dieren beter te beschermen
tegen de hitte, zoals de verlaging van de maximumtemperatuur voor diertransporten
naar 30 graden, maar ook de eerdere invoering van de maximumtemperatuur van 35 graden,
omdat ze kippen ook boven een temperatuur van 35 graden Celsius op transport wilden
blijven zetten?1
Antwoord 10
Sectorpartijen – waaronder ook Nepluvi – hebben inderdaad kenbaar gemaakt een verlaging
van de maximumtransporttemperatuur naar 30 graden niet wenselijk te vinden vanwege
uiteenlopende zorgen (Kamerstuk 28 286, nr. 1434, inclusief bijlagen). Ik vind echter dat we dieren beter moeten beschermen, ook tijdens
warme dagen. Daarom heb ik besloten om de verlaging middels de beleidsregel 30 graden
wel door te voeren, maar de inwerkingtreding tot 1 april 2027 uit te stellen om sectorpartijen
de tijd te geven om voorbereidingen te treffen om de zorgen die ze hebben geuit, te
kunnen borgen.
Vraag 11
Kunt u bevestigen dat in 2019 bleek dat de afspraak om dieren bij 35 graden of warmer
niet meer te vervoeren niet door iedereen werd nagekomen, omdat bijvoorbeeld de pluimveesector,
die verreweg het grootste aantal dieren per jaar fokt en afvoert naar de slacht, gewoon
door was blijven rijden bij temperaturen boven de 35 graden, hetgeen de aanleiding
was voor de toenmalige Minister van Landbouw om de grens van 35 graden wettelijk te
laten vastleggen?2
Antwoord 11
In 2019 zijn er een aantal transporten geweest waarbij er gereden werd met dieren
boven de afgesproken maximumbuitentemperatuur van 35 graden Celsius. Daarna is de
grens van 35 graden Celsius maximumbuitentemperatuur vastgelegd in een beleidsregel.
Vraag 12
Kunt u bevestigen dat de noodzaak van het invoeren van de beleidsregel maximumtemperatuur
diertransport, die in 2023 in consultatie werd gebracht, volgde uit het feit dat de
vrijwillige aanpak via het Nationaal Plan voor veetransport bij extreme temperaturen
«niet afdoende» heeft gewerkt, niet alle sectoren zich wilden aansluiten en het daarom
«niet in de lijn der verwachting» ligt dat «vrijwillige afspraken dit keer wel werken»?3
Antwoord 12
Het wijzigen van de huidige beleidsregel, waarbij de maximumbuitentemperatuur voor
diertransport wordt verlaagd van 35 naar 30 graden Celsius, komt voort uit voortschrijdend
en wetenschappelijk inzicht (o.a. aan de hand van de rapporten van EFSA over dierenwelzijn
tijdens transport van september 2022). Omdat een beleidsregel een effectieve methode
is geweest om de temperatuur van 35 graden als maximale buitentemperatuur te laten
gelden voor diertransport, is bij de verlaging van die temperatuur naar 30 graden
opnieuw voor hetzelfde instrument gekozen.
Vraag 13
Begrijpt u dat dit alles weinig vertrouwen schept dat bepaalde sectoren binnen de
veehouderij zich dit keer wel tijdig zullen voorbereiden, zowel op hitte in de aankomende
zomer, als op het verlagen van de maximumtemperatuur vóór de zomer van volgend jaar?
Antwoord 13
Verschillende sectoren hebben bezwaren geuit tegen het verlagen van de maximumtemperatuur
voor diertransport naar 30 graden Celsius. Ik begrijp de zorgen die deze sectoren
hebben voor praktische en logistieke problemen. Dat is precies de reden dat ik de
beleidsregel volgend jaar in laat gaan, zodat de sectoren aankomende zomer zich voor
kunnen bereiden. Hierover is regelmatig en goed contact met de verschillende sectorpartijen.
Vraag 14
Heeft Nepluvi inmiddels concreet laten weten hoe zij de pluimveesector gaat voorbereiden
op de verlaging van de maximumtemperatuur voor diertransporten? Zo ja, wat hebben
zij toegezegd?
Antwoord 14
Mijn departement is hierover in gesprek met de verschillende sectorpartijen, waaronder
Nepluvi.
Vraag 15
Hebben de verschillende veehouderijsectoren, waaronder de pluimveesector, inmiddels
concreet laten weten welke maatregelen zij gaan treffen om dieren deze zomer te beschermen
tegen hitte?
Antwoord 15
Zie mijn antwoord op vraag 14. Verder nemen de verschillende veehouderijsectoren,
conform hun sectorprotocollen, elke zomer maatregelen om hittestress bij dieren te
voorkomen.
Vraag 16
Kunt u bevestigen dat u, conform hetgeen u schreef in een Kamerbrief (Kamerstuk 28 286, nr. 1433), van de sector verwacht dat ze zich tijdig voorbereiden op het verlagen van de maximumtemperatuur
voor diertransporten door bijvoorbeeld hun planningen voor de fok van nieuwe dieren
tijdig aan te passen, zodat er meer ruimte is in de stallen in de zomer en zo kan
worden voorkomen dat stallen overvol raken als dieren langere tijd niet afgevoerd
kunnen worden naar het slachthuis?
Antwoord 16
Dit kan ik bevestigen. Het aanpassen van de planning voor de fok van nieuwe dieren
is één van de mogelijke maatregelen die genomen kunnen worden. Daarnaast zijn er nog
andere maatregelen mogelijk en ik verwacht van de sector dat zij zich middels een
pakket aan dergelijke maatregelen voorbereiden op de verlaging van de maximumbuitentemperatuur
voor diertransport. Tegelijkertijd kijk ik met de NVWA naar het verruimen van de mogelijkheden
om vervroegd te slachten. Het is met de combinatie van maatregelen vanuit zowel de
overheid als de sector dat wij ervoor gaan zorgen dat de verlaging van de maximum-temperatuur
voor diertransport in goede banen wordt geleid.
Vraag 17
Indien u dit nog niet gedaan hebt, bent u bereid om deze verwachting expliciet aan
de veehouderijsectoren mede te delen, zodat later niet kan worden gesuggereerd dat
zij onvoldoende tijd of mogelijkheden hebben gehad om zich aan te passen op de verlaging
van de maximumtemperatuur voor diertransporten?
Antwoord 17
Daar ben ik zeker toe bereid en dit heb ik ook reeds gedaan. Ik zal deze verwachting
ook blijven herhalen waar ik kan.
Vraag 18
Kunt u aangeven hoe het, ondanks alle sectorprotocollen, kan dat dieren op hete dagen
nog altijd langdurig in bloedhete vrachtwagens moeten wachten voor slachthuizen of
rondjes moeten blijven rijden totdat ze worden «gelost»?
Antwoord 18
Het uitgangpunt moet zijn dat bedrijven op warme dagen de bedrijfsvoering en planning
zo aanpassen, zodat dieren niet lang hoeven te wachten alvorens ze gelost worden.
Ik verwacht dit van de sector en bij een flink aantal bedrijven gaat dit ook goed.
Er zijn ook bedrijven die maatregelen nemen zoals overkappingen op de parkeerplaats
en koeling in de losruimte. Helaas heeft niet ieder bedrijf deze mogelijkheid, bijvoorbeeld
vanwege ruimtegebrek of stilstaande vergunningverlening. Daarnaast kan er altijd sprake
zijn van onvoorziene omstandigheden of noodsituaties waarbij dergelijke situaties
kunnen ontstaan. In die situaties waar het nog steeds fout gaat, treedt de NVWA handhavend
op als een overtreding wordt geconstateerd. en neem ik zelf maatregelen door de maximumtemperatuur
voor diertransport te verlagen.
Vraag 19
Deelt u de conclusie dat ook hier blijkt dat een vrijwillige aanpak niet afdoende
heeft gewerkt? Zo ja, bent u bereid om met niet-vrijblijvende maatregelen te komen
om dieren deze hittestress te besparen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 19
Zoals mijn antwoord op vraag 18 laat zien, werkt de vrijwillige aanpak op sommige
plekken wel, maar niet overal. Daarom heb ik besloten om de maximumtemperatuur voor
diertransport te verlagen, om zo dieren beter te beschermen tegen hittestress.
Vraag 20
Kunt u bevestigen dat dieren in het wild hitte proberen te vermijden door bijvoorbeeld
afkoeling te zoeken, zoals varkens doen met modderbaden?
Antwoord 20
Ja, dat kan ik bevestigen. Zowel wilde als gedomesticeerde dieren hebben verschillende
gedragingen om afkoeling te zoeken, zoals bijvoorbeeld zoeken naar schaduw, hijgen,
zweten, ingraven en het nemen van waterbaden.
Vraag 21
Deelt u de mening dat ook dieren in de veehouderij de mogelijkheid moeten hebben om
hitte te vermijden en af te koelen, door bijvoorbeeld naar buiten te kunnen, met mogelijkheden
tot modderbaden of stofbaden en beschutting en verkoeling onder bomen? Zo ja, wat
gaat u hieraan doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 21
Zoals ik op vraag 5 heb geantwoord, in het Besluit houders van dieren is al de verplichting
opgenomen dat dieren die niet in een gebouw worden gehouden beschermd dienen te worden
tegen slechte weersomstandigheden (artikel 1.6 lid 3 van het Besluit houders van dieren),
en dient de luchtcirculatie, de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid in de
omgeving van het dier niet schadelijk te zijn voor het dier (artikel 2.5, lid 4 van
het Besluit houders van dieren). Aanvullend daarop is het voorkomen van hitte- en
koudestress onderdeel van de concept-AMvB dierwaardige veehouderij.
Vraag 22
Hoeveel capaciteit is er op dit moment beschikbaar bij de Nederlandse Voedsel- en
Warenautoriteit (NVWA) om (extra) controles uit te voeren op warme dagen en de dierenwelzijnsregels
te handhaven?
Antwoord 22
De NVWA maakt onderscheid in capaciteit voor inspecties op het transport van dieren
en capaciteit voor inspecties op de primaire bedrijven.
Voor het transport van dieren heeft de NVWA op hittedagen (>27°) minimaal 6 inspecteurs
beschikbaar voor het inspecteren van het transport van dieren. Dit aantal loopt op
met het stijgen van de temperatuur. Bij een temperatuur van >35° zijn er tenminste
12 inspecteurs beschikbaar.
Voor het uitvoeren van hitte inspecties op primaire bedrijven heeft de NVWA – op basis
van het huidige draaiboek Hitte – tijdens kantoortijden op hittedagen (>27°) minimaal
6 inspecteurs beschikbaar. Buiten kantoortijden zijn er maximaal 6 inspecteurs, 1
dierenarts en 2 deskundige piket medewerkers beschikbaar ten behoeve van de verwerking/weging
van de hittemeldingen en het uitvoeren van inspecties.
Vraag 23
Kunt u toezeggen dat er strikt zal worden gehandhaafd indien in deze hete periodes
dieren onvoldoende beschuttingsmogelijkheden hebben, ze niet kunnen afkoelen in weilanden
of stallen, op hete dagen op transport worden gezet of bij slachthuizen langdurig
in bloedhete vrachtwagens moeten wachten?
Antwoord 23
De NVWA voert risicogericht toezicht uit, onder meer naar aanleiding van meldingen,
uit in de diverse schakels in de keten. Hierbij wordt ook beoordeeld of dieren voldoende
bescherming wordt geboden op hete dagen. Indien overtredingen worden vastgesteld,
wordt op basis van het interventiebeleid handhavend opgetreden. De NVWA gebruikt hierbij
ook innovatieve inspectiemethoden zoals drones. Dit past binnen mijn visie op toezicht
die ik op 18 juni 2026 met de Kamer hebt gedeeld middels de brief Modern toezicht
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Kamerstuk 2026Z13726).
Vraag 24
Kunt u deze vragen op korte termijn beantwoorden?
Antwoord 24
Ja.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.