Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Stultiens over het niet verruimen van de hypotheekrenteaftrek
Vragen van het lid Stultiens (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Financiën over het niet verruimen van de hypotheekrenteaftrek (ingezonden 26 mei 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Eerenberg (Financiën) (ontvangen 23 juni 2026).
Vraag 1
Klopt het dat het maximale aftrektarief voor de hypotheekrenteaftrek in het huidige
jaar 37,56 procent bedraagt? Klopt het dat dit kabinet voornemens was om de hypotheekrenteaftrek
te verruimen naar 38,19 procent (2027) en 38,23 procent (structureel), een verruiming
van € 281 miljoen?
Antwoord 1
Als logisch gevolg van de wettelijke systematiek voor het bepalen van het maximale
aftrektarief voor grondslagverminderende posten, waaronder de hypotheekrenteaftrek,
beweegt het maximale aftrektarief automatisch mee met het tarief in de tweede schijf.
Het maximale aftrekpercentage voor grondslagverminderende posten is wettelijk gekoppeld
aan de hoogte van het tarief van de tweede schijf. Dat is geregeld in het tweede lid
van de artikelen 2.10 en 2.10a Wet inkomstenbelasting 2001. Het maximale aftrekpercentage
is vormgegeven als een tariefcorrectie. Deze tariefcorrectie komt er inderdaad in
2026 op neer dat het maximale aftrektarief 37,56% (de hoogte van het tarief van de
tweede schijf) bedraagt.
Voor de komende jaren zal het kabinet de afspraken van het coalitieakkoord verwerken
in de belastingwetgeving. Voor wat betreft de belastingtarieven kan dit tot gevolg
hebben- vanwege de compenserende lastenverzwaring voor de lagere zorgpremies – dat
het tarief in de eerste en tweede schijf stijgt. Dit is de standaardsystematiek voor
de compensatie van de zorgpremies. Deze systematiek is bijvoorbeeld toegepast door
het voorgaande kabinet voor de maatregelen op de zorg bij het hoofdlijnenakkoord,
en gedurende de kabinetsperiode voor de besluitvorming over de zorguitgaven (onder
andere in de Voorjaarsnota 2025). Ook in het kabinet daarvoor is deze systematiek
gevolgd (zie bijvoorbeeld Miljoenennota 2023). Hierdoor komt de lastenverzwaring terecht
bij een brede doelgroep die ook profiteert van de lagere zorgpremies, waardoor er
een zo evenwichtig mogelijk koopkrachtbeeld ontstaat. Als gevolg van de wettelijke
systematiek beweegt het maximale aftrektarief automatisch mee met het tarief in de
tweede schijf. Het maximale aftrektarief is wettelijk gekoppeld aan het tarief in
de één na hoogste belastingschijf. Momenteel is dat de tweede schijf. Deze systematiek
van een tariefscorrectie op de hoogste schijf, geldt sinds de afbouw is gestart in
2014. Tijdens de afbouwfase werd er telkens met een steeds groter percentage gecorrigeerd
op het hoogste belastingtarief (eerst was dit met 0,5%, later werd de afbouw versneld).
Vanaf het moment dat de afbouw voltooid was, is de tariefscorrectie het verschil tussen
het tarief van de derde en de tweede schijf van de inkomstenbelasting.
De hoogte van de belastingtarieven voor volgend jaar loopt mee in de augustusbesluitvorming.
Als de compensatie zorgpremies via het tarief in de eerste en tweede schijf in de
IB zou lopen, zou naar de huidige verwachtingen, het tarief in de tweede schijf, en
daarmee ook het maximale aftrektarief, 38,19% bedragen in 2027 en 38,23% structureel
vanaf 2030. Deze tarieven zouden in dat geval een verhoging van 0,60%-punt in 2027
en 0,79%-punt in 2030 bevatten ten opzichte van het basispad als gevolg van de compensatie
zorgpremies uit het coalitieakkoord.1
In het geval dat het maximale aftrektarief met 0,60%-punt stijgt, neemt het budgettair
belang van de aftrekposten in de IB met € 235 miljoen toe in 2027. Voor specifiek
de hypotheekrenteaftrek gaat het om € 183 miljoen in 2027. In 2030 is de tariefsverhoging
0,79%-punt en neemt het budgettair belang van de hypotheekrenteaftrek met € 281 miljoen
toe.
Vraag 2
Kunt u aangeven wat de hoogte was van de hypotheekrenteaftrek in de afgelopen tien
jaar en per jaar aangeven of dit tarief wel/niet gelijk was aan het tarief tweede
schijf?
Antwoord 2
In de hierna weergegeven tabel zijn de maximale aftrekpercentages en het tarief van
de tweede schijf voor de laatste tien jaren opgenomen. In de periode 2020 t/m 2024
was er sprake van een gemeenschappelijk basistarief naast het toptarief.2 Tot 2020 bestonden er vier schijven in de inkomstenbelasting. Ik heb daarom voor
de volledigheid ook het tarief van de schijf die qua hoogte meer overeenkomt met het
huidige tarief in de tweede schijf in de tabel opgenomen.
Vanaf 2014 is deze wettelijke systematiek geïntroduceerd en vanaf 2023 is als gevolg
van de wettelijke koppeling het maximale aftrekpercentage gelijk aan de hoogte van
de tweede belastingschijf. In de jaren daarvoor is het maximale aftrekpercentage hoger
dan het tarief in de 2e schijf. Dit komt doordat in eerdere jaren het maximale aftrektarief stapsgewijs werd
afgebouwd van het toptarief naar het tarief in de één na hoogste schijf.
Jaar
Maximale aftrektarief
Percentage tweede schijf
2026
37,56
37,56
2025
37,48
37,48
2024
36,97
36,97
2023
36,93
36,93
2022
40
37,07
2021
43
37,10
2020
46
9,70
37,35
2019
49
10,45
38,10
2018
49,5
13,20
40,85
2017
50
13,15
40,80
Vraag 3
Klopt het dat de hoogte van de hypotheekrenteaftrek niet per definitie gelijk hoeft
te zijn aan het tarief van de tweede schijf en dat het dus een politieke keuze is
wat de hoogte is van de hypotheekrenteaftrek?
Antwoord 3
De hoogte van het maximale aftrektarief is wettelijk gekoppeld aan de hoogte van het
tarief in de tweede schijf. Deze koppeling geldt voor alle zogenoemde grondslagverminderende
posten, waaronder de hypotheekrenteaftrek, de MKB-winstvrijstelling en de giftenaftrek.
Op dit moment is dit zo vormgegeven in zowel de wet als de ICT-systemen van de Belastingdienst.
Dat betekent dat dit – omwille van uitvoerbaarheid – niet op ieder moment gewijzigd
kan worden (zie ook het antwoord op vraag 4).
Vraag 4
Klopt het dat het beleidsmatig verlagen van het maximale aftrekpercentage mogelijk
is per 1 januari 2028? Klopt het dat het aanpassen van het eigenwoningforfait mogelijk
is per 1 januari 2027?
Antwoord 4
Het aanpassen van het eigenwoningforfait is voor de uitvoering een parameterwijziging
en zou uitvoeringstechnisch mogelijk zijn per 1 januari 2027.
Het maximale aftrektarief is op dit moment vormgegeven als een tariefscorrectie. Dit
was ook zo ten tijde van de afbouw van de hypotheekrenteaftrek vanaf 2014 en vanaf
2020 de andere grondslagverminderende posten. Volgens deze systematiek was het altijd
de bedoeling dat de beperking niet verder ging dan het verschil tussen de hoogste
en de op een na hoogste schijf. Zoals ook te zien is in de hiervoor opgenomen tabel,
gold dit ook tijdens het afbouwpad tot 2023. Naar aanleiding van de motie van de leden
Grinwis en Stultiens3 heeft de Belastingdienst een quickscan opgesteld (zie de bijlage). De motie verzoekt
het kabinet inzichtelijk te maken wanneer het mogelijk is het tarief voor de aftrekposten
in box 1 als zelfstandige tariefknop te implementeren in de ICT-systemen van de Belastingdienst.
Uit de quickscan blijkt dat het voorstel een grote IV-impact heeft, en op zijn vroegst
uitvoerbaar is per belastingjaar 2029.
Vraag 5
Erkent u dan ook dat de aangenomen motie Stultiens (Kamerstuk 36 915, nr. 4) wel degelijk uitvoerbaar is, dat de motie geen geld kost maar geld oplevert en dat
er dus geen enkele valide reden is om de motie niet uit te voeren?
Antwoord 5
Zoals in de antwoorden op de vragen 3 en 4 aangegeven, is het minder eenvoudig om
een wijziging door te voeren dan wellicht op het eerste oog gedacht kan worden. In
de brief van 12 mei jl.4 staat dat in het coalitieakkoord is afgesproken dat de fiscale behandeling van de
eigen woning ongewijzigd blijft, om het eigen huis betaalbaar te houden en rust op
de woningmarkt te bewaren. Het kabinet zal met Prinsjesdag komen met een reactie op
de motie Stultiens.
Vraag 6
Hebt u meegekregen dat Minister Heinen aangeeft dat hij deze motie «niet kan uitvoeren»5? Kunt u nogmaals bevestigen dat deze motie wel degelijk uitvoerbaar is, dat het een
politieke keuze is wat het tarief van de hypotheekrenteaftrek de komende jaren zal
zijn en dat een Kamermeerderheid heeft aangegeven het huidige tarief (37,56 procent)
van de hypotheekrenteaftrek niet te willen verruimen?
Antwoord 6
Vanuit uitvoeringsperspectief zijn er verschillende aspecten aan de motie. Het maximale
aftrektarief loskoppelen van het tarief tweede schijf heeft een grote IV-impact, waardoor
dit gewogen moet worden ten opzichte van andere beleidswensen. Andere uitwerkingen
hebben geen IV-impact doordat ze aansluiten bij bestaande parameters.
Het kabinet heeft in augustus besluitvorming over de lastenkant, wat impact heeft
op de belastingtarieven. Ook weegt het kabinet opties om het wetsvoorstel Wet werkelijk
rendement box 3 te verbeteren, wat ook impact heeft op het ICT-portfolio van de Belastingdienst.
De uitkomst zal het kabinet met Prinsjesdag delen met uw Kamer.
Vraag 7
Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden voorafgaand aan het commissiedebat fiscaliteit
van 24 juni 2026 en daarbij klip en klaar bevestigen dat u de aangenomen motie Stultiens
(Kamerstuk 36 915, nr. 4) gewoon zal gaan uitvoeren?
Antwoord 7
Ja, de vragen zijn één voor één beantwoord. Het kabinet zal met Prinsjesdag komen
met een reactie op de motie Stultiens.
Ondertekenaars
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.