Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden over het Jaarverslag van de Koning 2025 (Kamerstuk 36945-I-1)
36 945 I Jaarverslag en slotwet van de Koning 2025
Nr. 6
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een aantal
vragen voorgelegd aan de Minister-President over de brief van 20 mei 2026 over het
Jaarverslag van de Koning 2025 (Kamerstuk 36 945 I, nr. 1).
De Minister-President heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026. Vragen
en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Kisteman
De griffier van de commissie, Honsbeek
Vraag 1
Kunt u toelichten waarom in het jaarverslag zelf een totaal van 60,7 miljoen euro
aan gerealiseerde uitgaven wordt gepresenteerd, terwijl in de extracomptabele bijlagen
aanvullende uitgaven op andere begrotingen worden verantwoord? Hoe verhouden deze
bedragen zich tot elkaar?
Antwoord op vraag 1
Het bedrag van € 60,7 miljoen betreft de gerealiseerde uitgaven behorende tot de begroting
hoofdstuk I (De Koning). Dit zijn de uitgaven voor de grondwettelijke uitkeringen
voor de leden van het Koninklijk Huis, de functionele uitgaven die samenhangen met
het koningschap en de doorbelaste uitgaven van andere begrotingen die ten laste zijn
gebracht van hoofdstuk I (communicatie Koninklijk Huis, het Kabinet van de Koning
en het Militair Huis). De extracomptabele bijlage bevat de uitgaven die verband houden
met de uitvoering van het koningschap, maar op de begroting van andere ministeries
staan en verantwoord worden. Deze zijn opgenomen in de extracomptabele bijlage ten
behoeve van de inzichtelijkheid van de totale kosten voor het Koninklijk Huis.
Vraag 2
Kunt u aangeven wat het totaalbedrag is van alle uitgaven die in 2025 direct of indirect
samenhangen met het koningschap, inclusief de uitgaven voor huisvesting, staatsbezoeken,
beveiliging, de Groene Draeck en Kroondomein Het Loo?
Antwoord op vraag 2
Alle gerealiseerde uitgaven zijn opgenomen in het jaarverslag van de Koning, inclusief
de uitgaven die verantwoord zijn op andere begrotingen en vermeld zijn in de extracomptabele
bijlage. Vanwege veiligheidsrisico’s worden de uitgaven voor beveiliging niet nader
toegerekend.
Vraag 3
Kunt u uiteenzetten welke criteria worden gehanteerd om te bepalen of uitgaven «functioneel
samenhangen met het koningschap»?
Antwoord op vraag 3
In het jaarverslag van de Koning worden de functionele uitgaven die samenhangen met
het koningschap verantwoord in artikel 2. Het betreft hier de uitgaven van de Dienst
Koninklijk Huis (DKH). Deze uitgaven worden namens de Koning door DKH gedeclareerd
bij de Minister-President. De declaratie wordt voorzien van een verklaring van een
externe accountant en gecontroleerd door de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer.
Vanwege het recht van de Koning om zijn eigen huis in te richten (artikel 41 van de
Grondwet) is de declaratie niet openbaar en wordt geen nadere informatie verstrekt
over de inhoud ervan.
De personele uitgaven hebben betrekking op de personeelsinzet van 240 fte. De materiële
uitgaven hebben betrekking op onder andere de kosten voor het wagenpark, de bedrijfsvoering,
de ICT, het faunabeheer en de inzet van luchtvaartuigen.
Vraag 4
Kunt u aangeven of er uitgaven zijn die verband houden met het koningschap, maar niet
zijn opgenomen in de begroting van de Koning of de extracomptabele bijlagen? Zo ja,
om welke uitgaven gaat het?
Antwoord op vraag 4
Alleen de kosten voor beveiliging zijn, gelet op de veiligheidsrisico’s, niet opgenomen.
Deze kosten worden, zonder nadere specificatie, verantwoord op de begroting van het
Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Vraag 5
Kunt u toelichten welke concrete uitgaven worden bekostigd uit de B-component van
de grondwettelijke uitkering aan de Koning, nu deze component in 2025 6,104 miljoen
euro bedroeg?
Antwoord op vraag 5
De B-component heeft betrekking op personele en materiele uitgaven. Zoals aangegeven
in het jaarverslag, hebben de personele uitgaven met name betrekking op de hofhouding
en een aantal andere personeelsleden die rechtstreeks werkzaam zijn voor de uitkeringsgerechtigde
leden van het Koninklijk Huis. Tot de hofhouding behoren het management van de Dienst
van het Koninklijk Huis en adviseurs. De materiële uitgaven hebben betrekking op activiteiten
met een hoog representatief karakter die samenhangen met de functie van de Kroondrager.
De B-component van het inkomen van de Koning is nader toegelicht in een adviesrapport
van de Raad van State van 5 juli 2023 met kenmerk W01.22.00147/1.
Vraag 6
Kunt u nader specificeren welke materiële uitgaven onder de B-component vallen en
hoe deze zich onderscheiden van de functionele uitgaven op artikel 2?
Antwoord op vraag 6
De materiële uitgaven van de B-component hebben betrekking op activiteiten met een
hoog representatief karakter die samenhangen met de functie van de Kroondrager. De
B-component van het inkomen van de Koning is nader toegelicht in een adviesrapport
van de Raad van State van 5 juli 2023 met kenmerk W01.22.00147/1. De materiële kosten
die vallen binnen de functionele uitgaven van artikel 2 hebben betrekking op de kosten
van de Dienst Koninklijk Huis. Deze kosten betreffen onder meer de kosten voor het
wagenpark, de bedrijfsvoering, de ICT, het faunabeheer en de inzet van luchtvaartuigen.
Vraag 7
Kunt u aangeven welke langetermijninvesteringen worden bekostigd uit de bestemmingsreserves
van de Dienst van het Koninklijk Huis?
Antwoord op vraag 7
De Dienst van het Koninklijk Huis heeft bestemmingsreserves voor lange termijninvesteringen.
Door te reserveren kan de Dienst een planmatig financieel beleid voeren en worden
incidentele hoge uitgaven bij langetermijninvesteringen voorkomen. Op de onderliggende
plannen wordt toezicht uitgeoefend door achtereenvolgens de Thesaurier van Z.M. de Koning,
de externe accountant, de directeur Financieel Economische Zaken van het Ministerie
van Algemene Zaken, de Accountantsdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer. Vanwege het
recht van de Koning om zijn eigen huis in te richten (artikel 41 Grondwet) wordt geen
nadere informatie verstrekt over de inhoud van de investeringsplannen.
Vraag 8
Kunt u de onttrekkingen van 3,419 miljoen euro en dotaties van 3,550 miljoen euro
aan de bestemmingsreserves in 2025 nader specificeren per investering of project?
Antwoord op vraag 8
De Dienst van het Koninklijk Huis heeft bestemmingsreserves voor lange termijninvesteringen.
Door te reserveren kan de Dienst een planmatig financieel beleid voeren en worden
incidentele hoge uitgaven bij langetermijninvesteringen voorkomen. Op de onderliggende
plannen wordt toezicht uitgeoefend door achtereenvolgens de Thesaurier van Z.M. de Koning,
de externe accountant, de directeur Financieel Economische Zaken van het Ministerie
van Algemene Zaken, de Accountantsdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer. Vanwege het
recht van de Koning om zijn eigen huis in te richten (artikel 41 Grondwet) wordt geen
nadere informatie verstrekt over de inhoud van de investeringsplannen.
Vraag 9
Kunt u nader specificeren waaruit de uitgaven voor luchtvaartuigen van 710.000 euro
in 2025 bestaan, uitgesplitst naar gebruik van de PH-GOV, de Gulfstream van de Koninklijke
Luchtmacht, civiele helikopters en civiele luchtvaartuigen?
Antwoord op vraag 9
PH-Gov
€ 190.000
Gulfstream
€ –
civiele helikopters en civiele luchtvaartuigen
€ 520.000
€ 710.000
Vraag 10
Kunt u aangeven hoeveel vluchten in 2025 zijn gemaakt door uitkeringsgerechtigde leden
van het Koninklijk Huis met het regeringsvliegtuig en andere luchtvaartuigen?
Antwoord op vraag 10
Elk kwartaal worden de vluchtgegevens van het regeringsvliegtuig over de afgelopen
drie maanden gepubliceerd, met gegevens over vluchtdata, bestemmingen, gevlogen uren,
passagiersaantallen en de aanvrager. De vluchtgegevens van het gebruik van het regeringsvliegtuig
door het Koninklijk Huis worden niet gedeeld. Dit wordt aangegeven middels een witregel.
Voor nadere informatie kan de volgende site worden geraadpleegd:
Vluchtgegevens regeringsvliegtuig PH-GOV | Publicatie | Rijksoverheid.nl
De vluchtgegevens van het bij Defensie (de Gulfstream) in gebruik zijnde luchtvaartuig
worden, voorzover het Koninklijk Huis betreft, om veiligheidsredenen niet bekend gemaakt.
Dit geldt ook voor vluchten met civiele luchtvaartuigen.
Vraag 11
Kunt u aangeven waarom de onderhoudskosten voor de Groene Draeck in de periode 2021
tot en met 2025 met 434.999 euro vrijwel exact het maximumbedrag van € 435.000 hebben
bereikt?
Antwoord op vraag 11
De in het jaarverslag aangegeven kosten zijn de kosten die voor rekening zijn gekomen
van het rijk. De meerkosten in de planperiode boven de € 435.000 voor het onderhoud
aan de Groene Draeck komen voor rekening van de eigenaresse.
Vraag 12
Kunt u aangeven welke nieuwe verplichting in 2025 is aangegaan voor het onderhoud
van de Groene Draeck voor de periode 2026 tot en met 2031?
Antwoord op vraag 12
Toen de Nederlandse bevolking De Groene Draeck in 1957 aan toenmalig Kroonprinses
Beatrix schonk, gaf de Staat daarbij ook het onderhoud van de Groene Draeck als geschenk.
De kosten voor het reguliere onderhoud aan de Groene Draeck worden verantwoord bij
het Ministerie van Defensie zolang Prinses Beatrix gebruikmaakt van het schip. Het
betreft een museaal schip met historische waarde. Het onderhoud is specialistisch
en de kosten zijn voor zo’n klassiek schip marktconform. Het onderhoud wordt (via
de Dienst van het Koninklijk Huis) uitbesteed aan een specialistische werf met inzet
van meerdere gespecialiseerde partijen.
Tussen het Ministerie van Algemene Zaken en het Ministerie van Defensie zijn afspraken
gemaakt over het onderhoud aan de Groene Draeck. In de planperiode 2026 t/m 2030 is
maximaal € 435.000 (5 maal € 87.000) beschikbaar voor onderhoud, waarbij de daadwerkelijke
uitgaven kunnen fluctueren over de jaren heen. Er wordt gestuurd op het niet overschrijden
van het totaalbedrag van € 435.000 per vijfjaarsperiode. De meerkosten in de planperiode
boven de € 435.000 voor het onderhoud aan de Groene Draeck komen voor rekening van
de eigenaresse.
Deze kosten worden in verband met inzichtelijkheid genoemd in de extracomptabele bijlage
maar worden verantwoord op de begroting van het Ministerie van Defensie.
Vraag 13
Kunt u aangeven welke controle plaatsvindt op de besteding van de subsidie van 745.000
euro voor Kroondomein Het Loo in 2025?
Antwoord op vraag 13
De subsidie wordt verstrekt op basis van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies. De voorwaarden
komen inhoudelijk overeen met de voorwaarden van de provincie Gelderland en volgen
de voorwaarden zoals deze eerder op 8 september 2021 aan uw Kamer zijn verstuurd door
de Minister van LNV (Kamerstukken II 2020–2021, 35 570 I, nr. 16).
Alle gecertificeerde natuurbeheerders in Nederland kunnen subsidie aanvragen voor
het beheer en behoud van natuurgebied. Natuursubsidies zijn een bijdrage in de kosten
voor het beheer, zij dekken niet alle kosten. Dit is per 2022 maximaal 84% van de
gemiddelde (landelijke norm) kosten. Volgens de voorwaarden die het Ministerie van
LNV voor verstrekking heeft gesteld, gelden voor het Kroondomein dezelfde voorwaarden
als voor elk ander natuurgebied in Nederland.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. Kisteman, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
G.C. Honsbeek, griffier