Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Jagtenberg, Belhirch en El Boujdaini over recente berichtgeving over Palantir
Vragen van de leden Jagtenberg, Belhirch en El Boujdaini (allen D66) aan de Staatssecretarissen van Economische Zaken en Klimaat en van Defensie en de Minister van Justitie en Veiligheid over recente berichtgeving over Palantir (ingezonden 29 april 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) mede namens de Staatssecretaris
van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Asiel en Migratie en de Staatssecretaris
van Defensie, (ontvangen 5 juni 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel van Follow the Money waarin wordt gesteld dat
de Kamer niet volledig is geïnformeerd over een contract met Palantir?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Erkent u dat het antwoord dat in augustus 2025 is gegeven door de Minister van Justitie
en Veiligheid op de vraag of er buiten de bekende voorbeelden binnen Justitie en Veiligheid
gebruik is of wordt gemaakt van software van Palantir onjuist of op zijn minst onvolledig
was? En erkent u dat de Kamer onjuist en/of onvolledig is geïnformeerd?
Kunt u precies uiteenzetten wanneer het contract tussen de Koninklijke Marechaussee
(KMar) en Palantir is afgesloten, welke onderdelen van Defensie hierbij betrokken
zijn en waarom de Kamer hier niet (volledig) vooraf over is geïnformeerd?
Antwoord 2 en 3
De Kamervragen zijn destijds gesteld aan en beantwoord door de Minister van Justitie
en Veiligheid (JenV), op basis van de toen geldende portefeuilleverdeling binnen het
kabinet. Daarnaast werden er Kamervragen over het mogelijke gebruik van Palantir gesteld
aan meerdere bewindspersonen van andere departementen (Defensie, VWS, IenW, FIN, BZK).
Grenstoezicht door de KMar, waarvoor Palantir-software in het verleden is ingezet,
viel onder verantwoordelijkheid van de Minister van AenM. Daarom is deze toepassing
van Palantir niet meegenomen ten tijde van de beantwoording van de Kamervragen in
augustus 2025.
Inmiddels is het Ministerie van Asiel en Migratie opgegaan in het Ministerie van Justitie
en Veiligheid. Daardoor is in navolging van een Woo-verzoek van JenV recent een contract
verstrekt. Het Programma Vernieuwing Grensmanagement, onderdeel van de Programmadirectie
Identiteitsmanagement en Immigratie (IDMI), had contracten afgesloten voor het gebruik
van Palantir voor het API systeem dat gebruikt werd door de KMar voor het grenstoezicht.
IDMI was onderdeel van het Directoraat Generaal Vreemdelingenzaken (DGVZ), thans DGM.
Zoals hierboven uitgelegd, viel dit betreffende beleidsonderdeel ten tijde van de
beantwoording van de Kamervragen in augustus 2025 niet onder de politieke verantwoordelijkheid
van de Minister van JenV.
De stukken die hierover inmiddels naar aanleiding van het Woo-besluit van JenV zijn
gedeeld en de inzet van Palantir-softwarelicenties, zullen nader worden betrokken
bij de afhandeling van het Woo-verzoek dat aan de Minister van Asiel en Migratie is
gestuurd.
Vraag 4
Heeft u kennisgenomen van het 22-punten manifesto van Palantir dat zij op hun sociale
media hebben gezet?2 Hoe beoordeelt u dat manifesto? Deelt u de mening dat dit manifesto direct ingaat
tegen de normen en waarden van de Nederlandse overheid en dat er mede op basis daarvan
geen samenwerking kan plaatsvinden tussen Palantir en de Nederlandse overheid?
Antwoord 4
Ja, daarvan is kennisgenomen.
Het kabinet stelt de bescherming van mensenrechten en de democratische rechtsstaat
voorop en zet zich daarvoor in, ook bij de inzet van technologie. Het is niet aan
het kabinet om opvattingen van het bestuur van een bedrijf van een oordeel te voorzien.
In relatie tot de huidige toepassing van Palantir bij de politie en Defensie hecht
ik er, met de Staatssecretaris van Defensie, aan te benadrukken dat dit gebruik van
veel waarborgen is voorzien. Tegelijkertijd worden mogelijke alternatieven verkend
om de toekomstbestendigheid en flexibiliteit te vergroten, zoals ook aan uw Kamer
toegelicht door de Staatssecretaris van Defensie tijdens uw Vragenuur van 2 juni jl.
Voor een reactie op de vraag of de Nederlandse overheid zaken kan blijven doen met
het bedrijf in kwestie wordt u verwezen naar de Kamerbrief3 van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de uitvoering
aangenomen ontraden moties over ICT-onderwerpen ingediend tijdens het Notaoverleg
over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie d.d. 29 september 2025. Hierin is ingegaan
op de uitvoering van de aangenomen motie4 van het lid Six Dijkstra c.s. over het onafhankelijk maken van de Nederlandse overheid
van Palantir.
Vraag 5
Kunt u een totaaloverzicht geven van alle samenwerkingen die er hebben plaatsgevonden
of plaatsvinden tussen de Nederlandse overheid en Palantir sinds de oprichting in
2003? Mochten er nog lopende samenwerkingen zijn, liggen er exitstrategieën om als
Defensie zo snel mogelijk te stoppen met het gebruik van de betreffende software?
Antwoord 5
Er is geen Rijksbrede overeenkomst met Palantir. Een overzicht van alle lopende, aanstaande
en verlopen contracten is niet voorhanden. Aanbestede diensten zijn zelf verantwoordelijk
voor de aanbestedingsprocedures en het contracteren van leveranciers, er is geen centraal
overzicht dat door mijn ministerie kan worden aangeboden.
Wat betreft uw vraag inzake eventuele exitstrategieën van Defensie het volgende. Binnen
de Nederlandse krijgsmacht wordt bij een aantal (operationele) defensieonderdelen
gebruik gemaakt van de Palantir-software. Dit gebeurt onder strikte maatregelen en
in volledige afgesloten omgevingen. Ook wordt in het kader van interoperabiliteit
tussen NAVO-partners onderzocht in hoeverre deze technologie hieraan kan bijdragen.
Het afbouwen van afhankelijkheden is een middel om operationele continuïteit te kunnen
waarborgen, maar dat kan bijvoorbeeld ook door in de samenwerking met (niet-Europese)
technologiebedrijven verschillende contractuele, organisatorische en technische maatregelen
te treffen. Tegelijkertijd onderzoekt Defensie de mogelijkheden om, al dan niet samen
met bondgenoten, Europese alternatieven te (helpen) ontwikkelen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Mede namens
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie -
Mede namens
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.