Amendement : Amendement van het lid Dobbe over middelen voor de uitvoering van de Nationale Strategie Vrouwengezondheid
36 915 XVI Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 6 AMENDEMENT VAN HET LID DOBBE
Ontvangen 29 mei 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 2 Curatieve zorg worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 1.000 (x € 1.000).
II
In artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 1.000 (x € 1.000).
Toelichting
Vrouwen krijgen nog altijd te maken met ongelijkheid als het gaat om gezondheid en
de zorg. De gezondheidszorg is namelijk jarenlang gebaseerd op het mannenlichaam:
onderzoek en behandelingen zijn daardoor minder goed afgestemd op vrouwen. Vrouwen
worden daardoor bijvoorbeeld minder vaak doorverwezen dan mannen, de diagnosetijd
voor (vrouwspecifieke) aandoeningen is langer en er wordt minder vaak een oorzaak
voor de klachten gevonden. Betere diagnoses en behandeling voor vrouwengezondheid
van alleen al vier van de meest voorkomende aandoeningen bij vrouwen kan de samenleving
minimaal 7,6 miljard euro per jaar opleveren.1 Naast de maatschappelijke kosten zorgen deze aandoeningen er ook voor dat de beschikbare
capaciteit niet optimaal wordt benut. Momenteel zijn de tekorten aan personeel in
essentiële beroepen zoals zorg en onderwijs een van de belangrijkste problemen voor
onze maatschappij met verstrekkende economische gevolgen. Door meer aandacht te besteden
aan vrouwengezondheid zal in belangrijke mate onnodig ziekteverzuim afnemen, maar
ook zullen de carrièrekansen van vrouwen verbeteren en de sociaaleconomische man-vrouwverschillen
afnemen.
De Tweede Kamer heeft om deze redenen vorig jaar de motie Dobbe c.s.2 aangenomen, waarmee de regering werd verzocht «om een nationale strategie vrouwengezondheid
op te stellen en daarbij ook aandacht te besteden aan de interactie met andere vormen
van ongelijkheid, zoals sociaaleconomische gezondheidsverschillen, en deze voor het
zomerreces van 2025 met de Kamer te delen». Inmiddels heeft het kabinet de Nationale
Strategie Vrouwengezondheid naar de Tweede Kamer gestuurd.3 Dit was een essentiële en goede stap, maar helaas werd hierbij geen extra geld vrijgemaakt.
Hierdoor is de uitvoering van de strategie beperkt tot lopende initiatieven en acties
die geen geld kosten. Artsen en vrouwenrechtenorganisaties luidden daarom onlangs
ook de noodklok vanwege het gebrek aan geld.4 Om echter daadwerkelijk ambitieus aan de slag te kunnen gaan om invulling te geven
aan deze strategie zijn echter ook stappen nodig die wel geld kosten, zoals onderzoek
doen naar waar de grootste noden liggen en met welke interventies de meeste impact
kan worden bereikt.
Daarom regelt dit amendement dat er voor dit jaar alvast € 1 miljoen extra wordt vrijgemaakt
voor de uitvoering van de Nationale Strategie Vrouwengezondheid. De invulling van
dit bedrag dient te worden vastgesteld in samenspraak met het zorgverleners, vrouwenrechtenorganisaties,
onderzoekers en natuurlijk vrouwen zelf. Hiervoor kan bijvoorbeeld worden gedacht
aan financiering van onderzoek naar vrouwspecifieke en -sensitieve aandoeningen, optimalisatie
van zorgpaden om vrouwen sneller de juiste diagnose te kunnen geven of het aanstellen
van een aanjager voor vrouwengezondheid. De dekking hiervoor wordt gevonden in de
vrij besteedbare middelen op artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning.
Dobbe
Ondertekenaars
Sarah Dobbe, Tweede Kamerlid