Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Nobel en De Beer over het bericht 'Nieuwe huizen nodig, maar geen timmerman of metselaar te vinden: 'Onvoldoende jongeren voor vacatures''
Vragen van de leden Nobel en De Beer (beiden VVD) aan de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Nieuwe huizen nodig, maar geen timmerman of metselaar te vinden: «Onvoldoende jongeren voor vacatures»» (ingezonden 1 april 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening),
mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 27 mei 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1702.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Nieuwe huizen nodig, maar geen timmerman of metselaar
te vinden: «Onvoldoende jongeren voor vacatures»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat 71% van de bouwbedrijven kampt met personeelstekorten,
wat aanzienlijk hoger is dan het landelijk gemiddelde (45%)?
Antwoord 2
De bouwsector heeft al langere tijd te maken met een krappe arbeidsmarkt. Dit kent
meerdere oorzaken. Ten eerste is sprake van een structureel tekort aan vakmensen,
mede als gevolg van vergrijzing en een beperkte instroom van jongeren in technische
en bouwgerelateerde opleidingen. Daarnaast is de vraag naar arbeid in de bouw de afgelopen
jaren sterk toegenomen door onder meer de woningbouwopgave, verduurzamingsopgaven
en renovatie- en onderhoudswerkzaamheden. De combinatie van een stijgende vraag en
een achterblijvend aanbod leidt tot een bovengemiddelde krapte in een toch al gespannen
arbeidsmarkt. Verder zien we dat de fysieke belasting van het werk invloed heeft op
de aantrekkelijkheid van de sector voor potentiële werknemers.
Vraag 3
In hoeverre vormen deze personeelstekorten volgens u een risico voor het realiseren
van de doelstelling om 100.000 woningen te bouwen?
Antwoord 3
Het tekort aan vakmensen heeft invloed op de uitvoeringscapaciteit van bouwbedrijven
en daarmee op de snelheid waarmee projecten kunnen worden gerealiseerd. Tegelijkertijd
is het belangrijk te benadrukken dat de woningbouwproductie door meerdere factoren
wordt bepaald. Naast beschikbaarheid van personeel spelen onder meer de beschikbaarheid
van bouwlocaties, vergunningprocedures, financieringscondities, stikstofruimte en
de capaciteit bij gemeenten en andere betrokken partijen een rol.
De huidige krapte op de arbeidsmarkt betekent dat bouwbedrijven in sommige gevallen
langer nodig hebben om personeel te vinden of dat projecten anders moeten worden georganiseerd.
We zien dan ook dat de sector inzet op oplossingen zoals het verbeteren van arbeidsproductiviteit
en het vergroten van de instroom via opleidingen en zij-instroom. Het is overigens
ook een prikkel om productiever te werken, waaronder het toepassen van innovatieve
en meer geïndustrialiseerde bouwmethoden.
Vraag 4
Kunt u aangeven hoeveel vertraging direct toe te schrijven is aan deze personeelstekorten
in de bouw?
Antwoord 4
Het is lastig om te beoordelen in hoeverre de personeelstekorten specifiek invloed
hebben op vertraging. Tekorten in de bouw kunnen ervoor zorgen dat projecten vertraging
oplopen of geen doorgang kunnen vinden. Dit is echter, zoals bij de voorgaande vraag
benoemd, mede afhankelijk van een aantal andere factoren.
Vraag 5
Hoe verklaart u het dat vacatures in de bouwsector vaak moeilijk te vervullen zijn?
Hoe verklaart u het dat sollicitanten vaak niet aan gevraagde eisen voldoen?
Antwoord 5
In het antwoord op vraag 2 is toegelicht dat er verschillende redenen zijn voor de
personeelstekorten in de bouw. Daarnaast speelt in de bouwsector een kwalitatieve
mismatch een belangrijke rol. Werkgevers geven aan dat sollicitanten regelmatig niet
beschikken over de specifieke vaardigheden, ervaring of certificeringen die voor bepaalde
functies vereist zijn. Dit heeft onder meer te maken met de snelle technologische
ontwikkelingen in de sector, zoals digitalisering, prefabricage en nieuwe bouwmethoden,
waarvoor aanvullende kennis en scholing nodig zijn. Deze innovaties zijn overigens
juist ook nodig om met minder mensen meer te kunnen doen. Ook zij-instromers, die
vanuit andere sectoren komen, hebben vaak tijd nodig om de benodigde vaardigheden
op te bouwen.
Vraag 6
Welke concrete doelen stelt het kabinet voor het terugdringen van het aantal openstaande
vacatures in de bouwsector richting 2027?
Antwoord 6
Het kabinet werkt aan een Talentstrategie om bewustere keuzes te maken over de inzet
van schaars talent. Op basis daarvan bepaalt het kabinet op welke prioritaire opgaven
meer inzet van talent nodig is. Dat kan namelijk niet op alle opgaven en sectoren
tegelijkertijd.
Als onderdeel van de Talentstrategie wordt ook ingezet op het verhogen van de productiviteit
van de Nederlandse economie. Voor alle sectoren is belangrijk om te zien hoe we meer
kunnen doen met minder mensen. We zijn hard op weg om productiviteit in de bouwsector
omhoog te krijgen. Dit willen we verwezenlijken door meer gebruik te maken van (technologische)
innovaties om zo het aantal benodigde vaklieden omlaag te kunnen brengen.
Daarnaast zet het kabinet in op zij-instroom en het verbeteren van de aansluiting
tussen onderwijs en arbeidsmarkt, zoals de afgelopen jaren ook is gebeurd (zie ook
antwoord op vraag 7). Daarin hebben werkgevers overigens ook zelf een grote rol, zoals
bij het aantrekkelijk maken van het werk en het bieden van goede instroomtrajecten
en opleiding.
Vraag 7
Welke concrete stappen gaat u zetten om de instroom in bouw- en techniekopleidingen
te vergroten?
Antwoord 7
Op dit moment zijn er al diverse acties gericht op het verhogen van instroom in technische
opleidingen, een groot deel ervan vindt u ook in het actieplan groene en digitale
banen. Deze acties komen veelal ook ten goede aan opleidingen die toeleveren aan bouw.
Zoals in het antwoord op vraag 6 vermeld, werkt het kabinet aan een Talentstrategie.
Op basis daarvan bepaalt het kabinet of en welke stappen het kabinet gaat zetten om
de instroom in bouw- en techniekopleidingen te vergroten.
Vraag 8
Hoe beoordeelt u initiatieven zoals BBL-opleidingen en financiële prikkels zoals diplomabonussen
en doorleerbonussen? Wat zijn de resultaten van deze initiatieven?
Antwoord 8
Wij beoordelen de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) als een belangrijk en effectief
instrument om de instroom in technische en bouwgerichte beroepen te vergroten. De
combinatie van werken en leren sluit goed aan bij de praktijk van de sector en vergroot
de kans op duurzame arbeidsmarktparticipatie. De afgelopen jaren is het aantal studenten
in bouw- en techniekopleidingen licht toegenomen, mede dankzij de inzet op BBL en
de beschikbaarheid van leerwerkplekken. Financiële prikkels zoals diplomabonussen
en doorleerbonussen voor BBL-studenten zijn waardevolle aanvullingen op het bestaande
instrumentarium. Eerste signalen uit de sector wijzen erop dat deze maatregelen een
positief effect hebben op het verminderen van voortijdige uitval en het bevorderen
van doorleren. Hoewel de genoemde initiatieven bijdragen aan een grotere instroom
en betere retentie, zijn de effecten op dit moment nog beperkt in omvang ten opzichte
van de totale personeelsvraag in de bouwsector. Het personeelstekort blijft groot
en vraagt om een bredere en langdurige inzet. Naast het versterken van de instroom
via het onderwijs en het stimuleren van diplomering, zet het kabinet daarom ook in
op onder andere het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt
en het bevorderen van zij-instroom.
Vraag 9
Welke rol ziet u voor zij-instroom vanuit andere sectoren, en welke belemmeringen
ervaren potentiële zij-instromers momenteel? Hoe bent u van plan deze belemmeringen
te voorkomen?
Antwoord 9
Zie het antwoord bij vraag 8.
Vraag 10
Hoe kan technologische innovatie, zoals de inzet van robots, bijdragen aan het verlichten
van personeelstekorten, en welke rol ziet u hierin voor de overheid? Hoe bent u van
plan dit te stimuleren?
Antwoord 10
Als onderdeel van de eerste productiviteitsagenda uit september 2025 presenteerde
het kabinet twee initiatieven voor de bouw. Het Ministerie van BZK werkt samen met
TKI Bouw, Techniek Nederland en TNO aan een productiviteitsagenda voor de bouw, waarin
zij productiviteitskansen en -knelpunten voor interventies nader in kaart brengen.
Op regionaal niveau wordt in succesvolle bouwecosystemen innovatieadoptie van AI en
robotisering door mkb versneld.
Daarnaast loopt sinds eind 2024, met steun van EZK, het beleidsexperiment Shaping the Future of Work. Dit experiment ondersteunt mkb-bedrijven bij het ontwikkelen en toepassen van arbeidsbesparende,
mensgerichte innovaties voor fysiek werk, zodat werk minder belastend, beter vol te
houden en productiever wordt. Het experiment wordt onder andere in de bouw uitgevoerd.
De Ministeries van EZK en van SZW werken aan een opschaling, mede vanuit het perspectief
van productiviteitsgroei en duurzame inzetbaarheid. Over de verdere invulling van
deze opschaling wordt uw Kamer nader geïnformeerd.
Vraag 11
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord 11
Ja, dat heb ik gedaan.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede namens
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.