Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jansen over Publicatie van de Handelsmonitor 2025
Vragen van het lid Frederik Jansen (FVD) aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat over de publicatie van de Handelsmonitor 2025 (ingezonden 25 maart 2026).
Antwoord van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking),
mede namens de Staatssecretaris van Financiën (ontvangen 26 mei 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1659.
Vraag 1
Bent u bekend met de publicatie van de Handelsmonitor 2025, opgesteld door de Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland (RVO) waaruit blijkt dat 45% van de Nederlandse ondernemers
een (sterk) negatieve impact ervaart als gevolg van het handelsbeleid van de VS?
Antwoord 1
Ja, deze handelsmonitor wordt jaarlijks in opdracht van BZ door RVO uitgevoerd. Ondernemers
ervaren in het algemeen negatieve impact door geopolitieke verschuivingen en handelsstromen,
zo ook in de VS. Tegelijkertijd zijn Nederlandse ondernemers innovatief en veerkrachtig:
79% spreekt zijn vertrouwen uit in toekomstige exportgroei.
Vraag 2
Deelt u de zorgen van deze ondernemers? Zo ja, welke concrete stappen bent u voornemens
te zetten om hen te ondersteunen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
De zorgen begrijp ik goed. Ik heb regelmatig contact met bedrijven en spreek hen om
hun ervaringen, knelpunten en behoeften mee te nemen in ons beleid. Met de diverse
bestaande handelsinstrumenten ondersteunen we de ondernemers met hun internationale
activiteiten. In de VS en elders, ook bij het betreden van andere markten indien de
geopolitieke situatie daarom vraagt. Met RVO en VNO-NCW zorgen we ervoor dat bedrijven
beschikken over relevante informatie en worden regelmatig informatiesessies georganiseerd
over diverse relevante onderwerpen. Het kabinet zet zich in om in landen zelf deuren
te openen voor Nederlandse ondernemers.
Vraag 3
Bent u bereid een lastenverlichting voor internationaal opererende Nederlandse ondernemers
te onderzoeken, bijvoorbeeld in de vorm van verlaging van de vennootschapsbelasting
of door het opzetten van exportgerelateerde aftrekposten, teneinde hun concurrentiepositie
te versterken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Het kabinet hecht een groot belang aan het ondernemingsklimaat. Het kabinet zet daarom
in op stabiel beleid en stabiele belastingen voor alle ondernemers, inclusief de internationaal
opererende ondernemers. Het is binnen de vennootschapsbelasting niet mogelijk om specifiek
voor internationaal opererende Nederlandse ondernemers de lasten te verlichten. Het
zou het gelijk speelveld verstoren met ondernemers die (nog) enkel nationaal actief
zijn.
Vraag 4
Bent u bereid exportbevorderende maatregelen te intensiveren, bijvoorbeeld door uitbreiding
van het budget voor handelsmissies en RVO-subsidieregelingen gericht op markttoegang?
Antwoord 4
Het bestaande handelsinstrumentarium en het ambassadenetwerk van Nederland biedt voldoende
mogelijkheden om de ondernemer te ondersteunen, maar het budget voor het handelsinstrumentarium
daalt wel in reële termen door inflatie en kostenstijgingen wereldwijd. Aanvullende
maatregelen zijn vooralsnog niet aan de orde en niet nodig.
Vraag 5
In hoeverre acht u de huidige garantieregelingen van RVO, zoals de Exportkredietverzekering
en Borgstelling MKB-kredieten (BMKB), toereikend voor ondernemers die als gevolg van
de veranderende geopolitieke verhoudingen moeilijker toegang hebben tot financiering?
Bent u bereid deze regelingen te verruimen?
Antwoord 5
De exportkredietverzekering (ekv) is geen garantiestelling aangeboden door RVO. De
ekv is een instrument dat namens de Staat wordt uitgevoerd door Atradius Dutch State
Business (ADSB). Met de ekv worden betalingsrisico’s verzekerd die zijn verbonden
aan Nederlandse export en investeringen in het buitenland. Hierdoor wordt ook export
mogelijk voor transacties waar ondernemers normaliter moeilijker toegang zouden hebben
voor financiering. De ekv heeft daarvoor voldoende ruimte en is juist nu van toegevoegde
waarde voor ondernemers die lastig aan financiering komen. De ekv-uitvoerder zal de
mogelijkheden van de ekv actief en breder onder de aandacht van het Nederlandse bedrijfsleven
brengen. De BMKB wordt wel door RVO uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van
Economische Zaken en Klimaat. Zoals aangekondigd in het pakket met maatregelen voor
de stijgende energiekosten wordt de BMKB-regeling tijdelijk verruimd, om ondernemers
tegemoet te komen.1
Vraag 6
Bent u bereid te onderzoeken of de innovatieboxregeling en de Wet Bevordering Speur-
en Ontwikkelingswerk (WBSO) uitgebreid kunnen worden voor bedrijven die actief investeren
in het diversifiëren van hun afzetmarkten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
De WBSO2 is gericht op het bevorderen van R&D-uitgaven in Nederland, door een afgebakend deel
hiervan – speur- en ontwikkelingswerk – fiscaal te stimuleren. Bedrijven kunnen een
percentage van de loon- en andere kosten die ze maken voor speur- en ontwikkelingswerk
in mindering brengen op de loonheffing die ze verschuldigd zijn in Nederland. De regeling
focust dus specifiek op het aantrekkelijk houden van het verrichten van R&D-werkzaamheden
in Nederland. Zodra de producten, processen of programmatuur in kwestie op de markt
gebracht kunnen worden, is de WBSO ook niet meer van toepassing. Een link met de afzetmarkt
van gebruikers is er dus niet binnen de regeling. Een dergelijke aanpassing is daarom
niet voor de hand liggend en past niet bij de doelstelling van de WBSO, waardoor dit
niet verkend zal worden.
De innovatiebox heeft een hieraan gerelateerde doelstelling. Deze regeling biedt innovatieve
bedrijven een korting op hun vennootschapsbelasting om het vestigingsklimaat van Nederland
voor deze bedrijven aantrekkelijk te houden. Om aanspraak te maken op de innovatiebox
is een verklaring vanuit de WBSO en/of een octrooi nodig. De combinatie van de twee
regelingen doelt er dus op om innovatieve activiteiten, banen, infrastructuur en de
bijbehorende opbrengsten in Nederland te stimuleren en te houden. Een aanpassing om
buitenlandse handel te diversifiëren is ook in dit geval dus niet voor de hand liggend
en passend binnen de doelstelling, waardoor ook dit niet verkend zal worden.
Vraag 7
Bent u bereid te onderzoeken of een aanvullende fiscale aftrek mogelijk is voor mkb-bedrijven
die kosten maken voor het verkennen en betreden van nieuwe exportmarkten? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 7
Kosten die ondernemers maken voor het verkennen en betreden van nieuwe exportmarkten
zijn kosten die ondernemers maken in hun normale bedrijfsuitoefening. Deze kosten
zullen daarom in de regel aftrekbaar zijn voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede namens
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.