Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Jagtenberg en El Boujdaini over het bericht dat Oekraine een AI-hub opzet om EOV-bestendige drones te ontwikkelen en Russische bewegingen te voorspellen
Vragen van de leden Jagtenberg en El Boujdaini (beiden D66) aan de Minister en de Staatssecretaris van Defensie en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over het bericht dat Oekraïne een AI-hub opzet om EOV-bestendige drones te ontwikkelen en Russische bewegingen te voorspellen (ingezonden 22 april 2026).
Antwoord van Minister Yeşilgöz-Zegerius (Defensie), de Staatssecretaris van Defensie
en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 19 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Ukraine Creates UK-Backed «A1» AI Hub to Develop EW-Resistant
Drones and Predict Russian Moves»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Naar aanleiding van uw bezoek aan Oekraïne in maart 2026 werd bekend dat Nederland
intensief gaat meekijken bij de Oekraïense inzet van drones op het slagveld, om meer
te leren over de mogelijkheden voor Nederlandse productie en innovatie van onbemenste
systemen; sluit dit aan op het initiatief in de berichtgeving?
Antwoord 2
Nee, dit staat los van het in de berichtgeving genoemde initiatief. Nederland is bekend
met het Oekraïense AI-centrum A1, ook wel het Center of Innovations and Defence Technologies
Development. Vanuit Defensie wordt contact gezocht met de initiatiefnemers van dit
centrum, onder meer in het kader van lessons learned en mogelijke samenwerking.
Vraag 3
Heeft de Nederlandse industrie toegang tot de beschikbare informatie en zo ja, hoe
waarborgt u dat deze informatie eerlijk toegankelijk is voor alle geïnteresseerde
marktpartijen?
Antwoord 3
Defensie heeft op dit moment zelf geen directe toegang tot deze specifieke informatie,
omdat Nederland niet betrokken is bij dit initiatief. Daardoor beschikt Defensie ook
niet over een informatiepositie die met de Nederlandse defensie-industrie kan worden
gedeeld of waarvoor Defensie de toegang kan reguleren. Nederlandse bedrijven die zelf
actief zijn in Oekraïne kunnen uiteraard via hun eigen contacten met Oekraïense eindgebruikers
operationele feedback of gefilterde informatie ontvangen. Dat betreft echter geen
door Defensie beheerde of via Defensie beschikbaar gestelde informatiepositie. Tegelijkertijd
wordt verkend op welke wijze Nederland in de toekomst kan aansluiten bij initiatieven
gericht op kennis- en informatie-uitwisseling, mede om lessen uit Oekraïense innovaties
breder toegankelijk te maken voor relevante Nederlandse stakeholders.
Vraag 4
Is Nederland ook voornemens om zelf een soevereine database aan te vullen voor het
trainen van AI-modellen (al dan niet met Europese partners)? Wordt de Nederlandse
industrie aangesloten bij een mogelijk initiatief?
Antwoord 4
Geschikte data voor het trainen van AI-modellen voor militaire doeleinden is schaars.
Daarom erkent Defensie het belang van een database met dergelijke data. Defensie verkent
verschillende mogelijkheden voor het verkrijgen van data van hoogwaardige kwaliteit,
waarmee robuuste militaire AI kan worden ontwikkeld. Denk hierbij ook aan alternatieven
zoals synthetische data. Industriepartners worden actief betrokken.
Vraag 5
Ziet u ook een kans om als Nederland koploper in Europa te worden in het ontwikkelen
van verantwoorde AI? Wat gaat u op korte termijn initiëren om dit te bewerkstelligen?
Antwoord 5
Nederland zet zich al geruime tijd in voor de verantwoorde ontwikkeling, verwerving
en inzet van militaire AI. Met de eerste Responsible AI in the Military Domain (REAIM)
Summit in het voorjaar van 2023 heeft Nederland het thema verantwoorde AI in het militaire
domein voor het eerst op de internationale agenda gezet. Nederland was bij alle REAIM
summits co-host, in 2023, 2024 en 2025. Daarnaast speelt Nederland een actieve rol
in de Governmental Group of Experts on Lethal Autonomous Weapon Systems (GGE LAWS).
Van 2024 tot en met 2026 zit Nederland deze groep voor. Het doel is om consensus te
bereiken over elementen van toekomstige afspraken over autonome wapensystemen. Tijdens
de GGE LAWS bijeenkomsten gaat het ook over de huidige en toekomstige rol van AI in
LAWS. Nederland blijft nauw betrokken bij het mogelijke vervolg van REAIM en de GGE
LAWS. Daarnaast is Defensie nadrukkelijk bezig met het proces van verantwoorde verwerving
van AI. Tot slot wordt onderzocht hoe Defensie militaire AI kan verifiëren en valideren
voor veilig gebruik en inzet.
Vraag 6
Hoe weegt u het risico van het niet zelf hebben van een soevereine database voor het
trainen van AI-modellen en van welke landen verwacht u afhankelijk te zijn?
Antwoord 6
De data waarop de AI-modellen worden getraind is grotendeels afkomstig en in beheer
van Defensie. Daarnaast zullen er technische maatregelen worden getroffen om de daadwerkelijke
uitkomsten van de AI-modellen te kunnen valideren, voordat deze daadwerkelijk (operationeel)
worden ingezet. Bijvoorbeeld door eerst in een simulatieomgeving te werken. Op dit
moment onderzoekt Defensie op Europees niveau met welke aanbieders en partnerlanden
hiervoor een samenwerking kan worden gestart.
Vraag 7
Sluit u aan bij de gedachten dat we de standaarden voor militair gebruik van AI niet
aan externe machten overlaten, maar dat we die zelf bepalen?
Antwoord 7
Het internationaal recht, waaronder het humanitair oorlogsrecht, is onverkort van
toepassing op het militair gebruik van AI. Het gebruik van AI in het militaire domein
mag niet leiden tot schendingen van dit recht. Dit zijn bestaande afspraken. Daarnaast
onderschrijft Nederland bijvoorbeeld de NAVO-principes voor het verantwoord gebruik
van AI. Voor de effectiviteit van nieuwe internationale afspraken, specifiek ten aanzien
van AI in het militaire domein, is het van belang dat staten die actief zijn op het
gebied van de ontwikkeling van state-of-the-art AI hieraan meedoen. Nederland zet
zich op verschillende manieren actief in om nieuwe afspraken te maken, bijvoorbeeld
in het kader van REAIM en van de GGE LAWS.
Vraag 8
Ziet u mogelijkheden om aan te haken op het samenwerkingsverband tussen Duitsland
en Oekraïne, die hun defensiesamenwerking verder hebben geïntensiveerd door een memorandum
te tekenen op het gebied van delen van data van het slagveld, waarbij Duitsland ook
toegang krijgt tot real-time DELTA battlefield management system?
Antwoord 8
Ja, Defensie ziet deze mogelijkheden. Defensie kijkt expliciet naar en werkt samen
met Oekraïne om lessen van het slagveld te vertalen o.a. door het delen van relevante
informatie. In het deel van de organisatie belast met de militaire steun aan Oekraïne
wordt actief gekeken naar innovatie en zo genoemde Lessons Learned en de disseminatie daarvan. Daarnaast werkt Defensie aan het verbinden van Nederlandse
en voor Defensie relevante kennisinstellingen met Oekraïense kennis en innovatie instituten
Vraag 9
Ziet u het belang van in Europees verband initiatieven organiseren voor een strategisch
autonome battlefield management architectuur die interoperabiliteit tussen de (gefragmenteerde)
Europese systemen waarborgt?
Antwoord 9
Ja. Defensie onderschrijft het belang van samenwerking in Europees verband gericht
op een meer strategisch autonome battlefield management architectuur. Interoperabiliteit
tussen nationale systemen is essentieel voor het effectief gezamenlijk optreden van
Europese krijgsmachten, onder meer binnen NAVO- en EU-verband.
Vraag 10
Onderneemt Defensie andere initiatieven om een strategisch autonome battlefield management
architectuur te maken? Zo niet, kunt u een risicoafweging van afhankelijkheden geven?
Zo ja, bent u bereid een plan van aanpak te maken en te delen?
Antwoord 10
Defensie heeft reeds een aantal battlefield management architecturen in gebruik, zowel
aangekocht als zelf ontwikkeld. De insteek is dat primaire componenten van toekomstige
battlefield management architecturen in de basis door Defensie zelf ontwikkeld worden.
Vraag 11
Kunt u de bovenstaande vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie -
Mede ondertekenaar
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie -
Mede ondertekenaar
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.