Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Vellinga-Beemsterboer en Podt over het bericht ‘Hoe de sloten in Nederland verdwijnen’
Vragen van de leden Vellinga-Beemsterboer en Podt (beiden D66) aan de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat en van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht «Hoe de sloten in Nederland verdwijnen» (ingezonden 10 maart 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de Minister
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (ontvangen 6 mei 2026). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1447.
Vraag 1
Hoe beoordeelt u het feit dat de regels voor bufferstroken, bedoeld voor een betere
waterkwaliteit, in de praktijk een prikkel vormen voor agrariërs om sloten te dempen
zodat zij deze stroken niet hoeven aan te leggen?1
Antwoord 1
Dit is niet de bedoeling geweest van de regels voor bufferstroken. Sloten zijn onderdeel
van een watersysteem en hebben daarin vaak meerdere functies. Denk aan afvoer van
water, waterkwaliteit en ecologie.Wie een sloot wil dempen, heeft hiervoor veelal
toestemming nodig. Dit kan van het waterschap zijn, maar ook van de gemeente. Zowel
waterschappen als gemeenten hebben hiervoor regels.
In algemene zin is het zo dat voor grotere watergangen altijd een vergunning van het
waterschap nodig voor het dempen. Voor kleinere sloten kan het soms volstaan om een
melding te maken en gelden algemene regels voor dempingen van het waterschap. Het
is dan ook van belang dat agrariërs altijd eerst in overleg treden met het desbetreffende
waterschap of toestemming nodig is voor het dempen van een specifieke sloot, omdat
een demping een verandering in de waterhuishouding tot gevolg heeft en over het algemeen
de voorwaarde geldt dat de hoeveelheid oppervlaktewater behouden moet blijven.
De individuele waterschappen verstrekken veel informatie over de betreffende regelgeving
op hun websites. Gemeenten kunnen ook een taak hebben bij de toetsing of dempingen
kunnen worden toegestaan in het kader van omgevingsplannen (voorheen bestemmingsplannen).
Bij gemeenten staat in dat geval de evenwichtige toedeling van functies aan locaties
(voorheen het belang van ruimtelijke ordening) voorop. Via het Omgevingsloket kan
worden bekeken of een vergunning in een specifiek geval nodig is.
Vraag 2
Hoe rijmt u de landelijke ambities om juist meer ruimte te geven aan water en natuur,
bijvoorbeeld in het kader van agrarische natuurbeheer, met de in dit artikel beschreven
ontwikkelingen, waarbij tienduizenden sloten in rap tempo verdwijnen?
Antwoord 2
Sloten vormen verbindingen in het landschap en dragen bij aan leefgebieden voor soorten
zoals vogels, amfibieën en bestuivers. Zeker wanneer dit wordt gecombineerd met agrarisch
natuurbeheer. Het Rijk en regionale partijen zetten daarom in op het aanleggen, beheren,
herstellen en behouden van blauwe landschapselementen, zoals opgenomen in het Aanvalsplan
Landschap.
Sloten vervullen ook een belangrijke rol in het weerbaarder maken tegen piekbuien.
Zowel de bodem van percelen als de sloten tussen percelen kunnen als wateropvang fungeren.
Sloten en greppels dragen in dat geval bij aan het goed beheer van landbouwpercelen,
omdat deze voorkomen dat grote plassen op het land blijven staan.
Tegelijkertijd hebben sloten een drainerende werking, wat ook negatieve effecten kan
hebben. Na de Tweede Wereldoorlog zijn met name op de hoge zandgronden veel extra
sloten gegraven om water snel af te voeren en om van nature drassige gronden geschikt
te maken voor landbouw. Dat heeft geleid tot structurele daling van de grondwaterstanden
en verdroging van natuurgebieden. Het verminderen van de ontwatering door het ondieper
maken of dempen van sloten kan dus ook een goede manier om de sponswerking van de
bodem te verbeteren, de grondwaterstand te verhogen en om te zorgen voor hydrologisch
herstel van natuurgebieden. Het hangt dus af van de specifieke locatie of het dempen
van sloten problematisch is in een gebied of niet.
Vraag 3
In hoeverre dragen sloten bij aan het opslaan van stikstof en nitraten, en in het
verlengde daarvan aan een betere waterkwaliteit en minder stikstofdruk op natuurgebieden?
Antwoord 3
In sloten spelen zich processen af, waarbij stikstof en nitraten onder meer worden
opgenomen door waterplanten. Dat betekent dat zij, tot op zekere hoogte, als filter
kunnen fungeren en de druk op de waterkwaliteit in natuurgebieden kunnen beperken.
Natuurlijke oevers hebben een filterende werking en bufferen water. De blauwe dooradering
kan bijdragen aan het behalen van de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water. Aan
de andere kan het beperken van de ontwatering door het verondiepen of dempen van sloten
ook bijdragen aan hydrologisch herstel van natuurgebieden.
Vraag 4
Op welke wijze houdt de overheid op dit moment overzicht van de bestaande sloten in
Nederland, en hoe wordt gecontroleerd of de tienduizenden verdwenen sloten legaal
of illegaal zijn gedempt?
Antwoord 4
De overheid houdt zicht op bestaande sloten en waterlopen via de Basisregistratie
Grootschalige Topografie (BGT). De verantwoordelijkheid voor het bijhouden van deze
informatie ligt bij de bronhouders van de BGT. De bronhouders die verantwoordelijk
zijn voor een overzicht van sloten in de BGT zijn voornamelijk de waterschappen, gemeenten,
provincies en voor een klein percentage het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur (LVVN). Daarnaast volgt de Monitor Landschap2 sinds 2019 de veranderingen in het Nederlandse landschap. Elke twee jaar wordt de
staat en ontwikkeling van het landschap in beeld gebracht.
De Monitor Landschap geeft overheden, onderzoekers, ontwerpers en beleidsmakers objectief
inzicht in hoe het landschap verandert, door de tijd heen en op verschillende schaalniveaus.
Deze informatie is ook gebruikt bij het schrijven van het Volkskrantartikel. De Monitor
Landschap is gerealiseerd in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijkrelaties, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie
van LVVN. Op verzoek van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
brengt het Planbureau voor de Leefomgeving regelmatig de rapportage «Het landschap
geduid» uit, met duiding van de indicatoren van de Monitor Landschap en de Kustpactmonitor.
Voor waterschappen geldt dat zij sloten registreren in zogenoemde leggers (profielenlegger
en onderhoudslegger). Niet alle sloten staan (altijd) geregistreerd in de leggers
van het waterschap. Sommige sloten zijn namelijk van te geringe afmeting en behoren
tot de haarvaten van het regionaal watersysteem, of ze hebben nauwelijks effect op
het watersysteem. Welke sloten wel en welke sloten niet in de legger staan, is niet
bij elk waterschap hetzelfde. Dit hangt samen met gebiedsspecifieke kenmerken van
het betreffende beheergebied.
Bij reguliere controles, de jaarlijkse schouw en het herzien van peilbesluiten worden
veranderingen in het watersysteem waargenomen en wordt met perceeleigenaren gesproken
over het eventueel terugdraaien, compenseren of legaliseren van het dempen van sloten.
Gemeenten registreren sloten meestal via beheerplannen, voor sloten die voor hen functioneel
of juridisch relevant zijn. De keuze welke sloten worden opgenomen hangt, net als
bij waterschappen, af van gebiedsspecifieke kenmerken en gemeentelijke beleidskeuzes.
Over het algemeen geldt dan dat deze sloten in eigendom zijn van de gemeente, ze functioneel
belangrijk zijn voor afwatering en/of onderdeel zijn van groen- of bermbeheer. In
zulke plannen worden sloten vaak genoemd als onderdeel van het areaal, maar worden
deze niet altijd individueel geregistreerd.
Vraag 5
Hoe verklaart u dat veel gemeenten aangeven «geen prioriteit» te geven aan het handhaven
van hun eigen bestemmingsplannen voor watergangen, terwijl dit de nationale doelen
voor water en natuur direct raakt?
Antwoord 5
Ik kan geen antwoord geven namens de gemeenten (en waterschappen). Wel zal ik in het
Bestuurlijk Overleg Water dat periodiek gehouden wordt met onder andere decentrale
overheden, aandacht vragen voor het belang van watergangen voor de nationale doelen.
Zie ook het antwoord op vraag 12.
Vraag 6
Welk effect heeft het niet consequent handhaven van regels rondom waterbeheer en landschapsinrichting
volgens u op de algemene waterkwaliteit, de natuurwaarden in de regio en betrouwbare
overheid?
Antwoord 6
De kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater wordt periodiek gemonitord via
verschillende meetsystemen, waaronder het Landelijk Meetnet Effecten Mestbeleid van
het Ministerie van LVVN. Het verdwijnen van sloten gaat ten koste van de biodiversiteit
die de sloten herbergen. In de sloten komen, naast algemene soorten, ook beschermde
dier- en plantensoorten voor van populaties die al jaren aanwezig zijn. Met het dempen
van de sloten verdwijnen de habitats, en daarmee deze soorten in het gebied. Deze
populaties staan in verbinding met andere sloten. Door het verdwijnen van sloten wordt
ook deze verbinding onderbroken. Aan de andere kant kan het dempen van sloten tot
verhoging van de grondwaterstand leiden, wat bij kan dragen aan hydrologisch herstel
van natuurgebieden, wat weer gunstig is voor de biodiversiteit. Het hangt van de specifieke
locatie af of het dempen van sloten op het totaal gezien positief of negatief is voor
de waterkwaliteit en natuurwaarden in het gebied.
Vraag 7 en 8
Wat vindt u van het feit dat omwonenden die melding maken van illegale demping vaak
in de kou worden gezet door de overheid en soms zelfs te maken krijgen met intimidatie
en dreigementen?
Hoe gaat u, in samenwerking met uw collega-Minister van Justitie en Veiligheid, de
positie en de fysieke veiligheid van deze kritische burgers en lokale toezichthouders
beschermen, nu uit het artikel blijkt dat zij zich soms ernstig bedreigd voelen?
Antwoord 7 en 8
Omwonenden die melding maken van illegale dempingen, kunnen hiervoor terecht bij de
betreffende gemeente of het waterschap. Vaak kan dit ook anoniem. Signalen van mogelijke
fraude binnen de LVVN-domeinen kunnen worden gemeld bij de Inlichtingen- en opsporingsdienst
(IOD) van de NVWA. Anoniem melden van fraude is ook mogelijk via het Team Criminele
Inlichtingen (TCI). De overheid is in het kader van haar beginselplicht tot handhaving
gehouden om klachten of meldingen te onderzoeken en de melders op de hoogte te stellen
van de afhandeling van hun klacht of melding. Dit betekent niet dat ook altijd opvolging
wordt gegeven aan een melding van een illegale demping. Dit hangt namelijk af van
het type sloot en de relevantie voor het watersysteem (zie het antwoord op vraag 4).
Intimidatie en dreigementen keur ik in alle gevallen ten zeerste af en ik raad omwonenden
en lokale toezichthouders die hiermee te maken krijgen aan om hiervan melding of aangifte
te doen bij de politie. Waterschappen en gemeenten hebben vaak ook protocollen over
hoe wordt omgegaan met agressie tegen en bedreigingen van medewerkers.
Vraag 9
Bent u bekend met het risico dat door het dempen van sloten en het ophogen van landbouwpercelen
de lokale waterhuishouding ontregeld raakt, waardoor de waterdruk op omliggende funderingen
van woningen gevaarlijk toeneemt?
Antwoord 9
Het dempen van sloten kan effect hebben op de waterhuishouding en daarmee ook op de
omgeving. Het risico dat dit met zich meebrengt is locatiespecifiek. Er is een gedegen
water- en bodemsysteemanalyse nodig van de specifieke situatie om inzichtelijk te
kunnen maken welke gevolgen er zijn voor de omgeving, waaronder ook voor de woningen.
Vraag 10
Bent u bereid om een landelijk onderzoek in te stellen naar de directe relatie tussen
illegale slootdemping, perceelophoging en de toename van funderingsschade bij burgers
in het buitengebied?
Antwoord 10
De relatie tussen slootdemping, perceelophoging en de staat van woningen is zeer locatiespecifiek.
Er is een gedegen water- en bodemsysteemanalyse nodig van de specifieke situatie om
inzichtelijk te kunnen maken welke gevolgen er zijn voor de omgeving, waaronder ook
voor de woningen. Het is noodzakelijk dat een dergelijke analyse lokaal wordt uitgevoerd.
Het instellen van een landelijk onderzoek acht ik daarmee niet zinvol.
Vraag 11
Erkent u dat illegale slootdemping de nationale woningbouwopgave bemoeilijkt, omdat
de benodigde waterberging verdwijnt en de kans op wateroverlast op andere (bouw)locaties
in de regio toeneemt?
Antwoord 11
Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, dient er, ongeacht eerder gedempte
sloten, binnen de betreffende ontwikkeling voldoende waterberging en -afvoer gerealiseerd
te worden naar de normen voor de betreffende ontwikkeling.3
Vraag 12
Hoe gaat u ervoor zorgen dat de biodiversiteit in en rond deze sloten beter beschermd
wordt, zodat planten en dieren niet langer «levend begraven» worden bij illegale werkzaamheden?
Antwoord 12
Gezien de rol van al deze regionale overheden ga ik vanuit mijn systeemverantwoordelijkheid
hierover in gesprek met hen. Het betreft diverse wateropgaven, waaronder waterkwaliteit,
waterkwantiteit, maar ook biodiversiteit, governance, regelgeving, en vergunningverlening,
toezicht en handhaving. Daarom heb ik dit, in aanwezigheid van het Ministerie van
LVVN, op 9 april jl. besproken in het brede Bestuurlijk Overleg Water. Ik zal de Kamer
informeren over de uitkomsten hiervan in aanloop naar het commissiedebat Water van
25 juni a.s.
Vraag 13
Op welke wijze gaat u het belang van sloten voor de hydrologie van de bodem en natuur
meenemen in de zonering rond Natura 2000-gebieden?
Antwoord 13
In het kader van de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof wordt gewerkt aan een zoneringsaanpak
rondom gevoelige Natura 2000-gebieden. Daarbij wordt gekeken naar alle relevante drukfactoren
op het betreffende gebied en de KRW-doelen, waaronder hydrologisch herstel. In een
samenhangende aanpak, met oog voor de bredere bijdrage van groene en blauwe dooradering
in het landelijk gebied voor natuur en hydrologie, wordt vervolgens bezien wat nodig
is om de weg naar systeemherstel in te zetten.
Vraag 14
Bent u bereid om met gemeenten in gesprek te gaan om te zorgen dat de handhaving zal
toenemen en daarmee de goeden niet lijden onder de kwaden?
Antwoord 14
Zie het antwoord op vraag 12.
Vraag 15
Kunt u toezeggen om voor het commissiedebat Water op 25 juni een terugkoppeling te
geven van de gesprekken, uw maatregelen en de ontwikkelingen omtrent het illegaal
dempen van sloten?
Antwoord 15
Zie het antwoord op vraag 12.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.