Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van den Berg over het artikel 'Privacy-adviseur Binnenlandse Zaken: overname van DigiD bedreigt veiligheid van Nederland'
Vragen van het lid Van den Berg (JA21) aan de Staatssecretarissen van Economische Zaken en Klimaat en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het artikel «Privacy-adviseur Binnenlandse Zaken: overname van DigiD bedreigt veiligheid van Nederland» (ingezonden 17 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van der Burg (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
(ontvangen 24 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Privacy-adviseur Binnenlandse Zaken: overname van DigiD
bedreigt veiligheid van Nederland»?1?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe kwalificeert u het naar buiten treden van de Centrale Privacy Officer (CPO) van
Logius in deze casus als het buiten de eigen rol treden door via media en procedures
politieke druk uit te oefenen?
Antwoord 2
De berichtgeving in verschillende media is op persoonlijke titel gedaan en de mediaoptredens
en de inhoud daarvan zijn niet afgestemd met het departement. Ik kan geen uitspraken
doen over zaken betreffende individuele medewerkers en individuele casuïstiek.
Ten aanzien van de inhoud kan ik melden dat, zoals eerder is toegelicht aan uw Kamer,
het niet mogelijk is om voor augustus 2026 over te stappen naar een andere partij
zonder dat hierbij de continuïteit en veiligheid van de dienstverlening van Logius
in gevaar komt. Een dergelijk traject is langdurig en vraagt een overdracht en een
zorgvuldige voorbereiding en uitvoering. Derhalve heb ik op 27 maart 2026 het besluit
genomen dat Logius haar contract met Solvinity mag verlengen met twee jaar. De ondertekening
van deze verlenging zal begin mei 2026 plaatsvinden. Op dit moment wordt uitgewerkt
onder welke voorwaarden Logius haar IT-fundament zo snel mogelijk opnieuw kan gaan
aanbesteden. De Landsadvocaat is nauw bij dit proces betrokken. In juni zullen wij
uw Kamer in meer detail informeren.
Vraag 3
Welke formele interne escalatiekanalen stonden voor deze functionaris open, welke
van deze kanalen zijn feitelijk benut en klopt de bewering dat toegang tot de bewindspersoon
of de politieke leiding is geweigerd?
Antwoord 3
In het algemeen geldt dat voor het afgeven van een signaal of het doen van een melding
over een vermoeden van een integriteitsschending of misstand de meldregeling van het
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties drie mogelijkheden beschrijft.
In beginsel worden signalen of meldingen gedaan bij de direct leidinggevende van een
medewerker. Een medewerker kan er ook voor kiezen een melding te doen bij het Meldpunt
Integriteit. Tot slot kan een medewerker – desgewenst anoniem – een melding doen bij
een vertrouwenspersoon. Meldingen worden vertrouwelijk in ontvangst genomen en behandeld.
Ik kan daarom geen uitspraken doen over het benutten van de genoemde kanalen of mogelijke
acties die in individuele casuïstiek zijn genomen.
Vraag 4
Is in deze casus formeel een melding gedaan op grond van de Wet bescherming klokkenluiders
en, zo ja, onder welke kwalificatie of categorie is die melding gedaan?
Antwoord 4
Ik kan geen uitspraken doen over zaken betreffende individuele medewerkers en individuele
casuïstiek.
Vraag 5
Kunt u aangeven of in deze casus onderzoek wordt gedaan naar mogelijke ongeoorloofde
openbaarmaking van interne informatie en, zo nee, waarom niet? Indien daarvan wel
sprake is, op basis van welke normen, procedures en mogelijke disciplinaire of strafrechtelijke
kaders vindt dat onderzoek plaats?
Antwoord 5
Op dit moment wordt geen onderzoek gedaan. Het stuk waaruit geciteerd lijkt, is breder
binnen het departement beschikbaar is. Het is niet duidelijk hoe de informatie openbaar
is geworden. Er wordt aangifte gedaan van het vermoeden van een schending van de geheimhoudingsplicht.
In artikel 9 van de Ambtenarenwet 2017 is vastgelegd dat ambtenaren verplicht zijn
tot geheimhouding van vertrouwelijke informatie, waarvan zij het geheime karakter
kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden. Een schending van deze verplichting kan
leiden tot strafrechtelijke vervolging. De aangifte is niet gericht tegen specifieke
personen.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u, mede in het licht van de voor ambtenaren geldende regels over contacten
met de media, het in het artikel opgenomen citaat van een bron met jarenlange ervaring
in de top van ministeries die volgens het artikel niet officieel met de media mocht
spreken?2
Antwoord 6
Ik kan geen uitspraken doen over zaken betreffende individuele medewerkers en individuele
casuïstiek. Onder andere de Gedragscode Integriteit Rijk geeft concrete kaders voor
externe contacten en meningsuitingen. In algemene zin geldt dat van ambtenaren wordt
verwacht dat zij zich in contacten met derden, zoals de media, horen te gedragen zoals
een goed ambtenaar betaamt. In de Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren
is hierover bepaald dat een ambtenaar in functionele contacten met derden, zich er
rekenschap van moet geven dat hij als zodanig optreedt namens of ten behoeve van de
Minister. Ambtenaren handelen of spreken niet voor zichzelf, maar met het oog op het
door de Minister of ministerraad vastgesteld beleid. Een ambtenaar heeft overigens
wel het recht op vrijheid van meningsuiting tenzij de goede vervulling van zijn functie
of de het goede functioneren van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat
met zijn functievervulling, niet in redelijkheid is verzekerd (artikel 10 Ambtenarenwet
2017). Wanneer daar sprake van is, is afhankelijk van de concrete omstandigheden van
het geval.
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat politiek wordt bedreven in de Tweede Kamer der Staten-Generaal
en in het kabinet, en niet vanuit de ambtelijke organisatie via mediaoptredens en
rechtszaken tegen de Staat?
Antwoord 7
In onze democratische rechtsstaat hebben ambtenaren een adviserende rol en besluit
uiteindelijk de politiek. Zie ook het antwoord op vraag 10.
Vraag 8
Welke disciplinaire, integriteitsrechtelijke of rechtspositionele kaders gelden wanneer
een ambtenaar vertrouwelijke of interne informatie gebruikt om lopende politieke besluitvorming
publiekelijk te beïnvloeden?
Antwoord 8
Onder andere Titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Ambtenarenwet 2017,
de Cao Rijk en de Gedragscode Integriteit Rijk bieden onder meer integriteitsrechtelijke,
rechtspositionele en disciplinaire kaders voor ambtenaren. Welke kaders van toepassing
zijn en hoe deze worden ingezet, is afhankelijk van de omstandigheden in een specifieke
zaak.
Vraag 9
Acht u het, gelet op deze casus, verdedigbaar dat het kabinet de regie in dit dossier
heeft, wanneer ambtenaren op deze wijze naar buiten treden, de Staat aanklagen en
zich daarover ook openlijk uitlaten op sociale media?3
Antwoord 9
Verwezen wordt naar de antwoorden op vraag 6, 7, 8 en 10.
Vraag 10
Is het kabinet bereid onomwonden uit te spreken dat ambtenaren mogen waarschuwen,
adviseren en, waar de wet dat toestaat, melden, maar dat zij geen parallel politiek
strijdtoneel via media en procedures mogen organiseren tegen het eigen kabinetsbeleid?
Antwoord 10
Rijksbreed wordt een werkklimaat bevorderd waarbij medewerkers op de werkvloer hun
vragen en dilemma’s- bij collega’s en leidinggevenden kunnen uitspreken en samen met
hen kunnen onderzoeken hoe hier het beste mee om te gaan. Het bieden van ruimte voor
reflectie en dialoog op de werkvloer behoort volgens het kabinet niet alleen tot goed
werkgeverschap, maar is juist ook noodzakelijk om als rijksdienst effectief te kunnen
functioneren en de neutraliteit te behouden.
Na het ambtelijk advies besluit uiteindelijk de bewindspersoon. De politieke weging
kan tot een ander besluit leiden dan ambtelijk werd geadviseerd. De bewindspersoon
legt daarover verantwoording af aan het parlement. Vervolgens voeren ambtenaren uit
wat politiek is besloten, ook als de politieke weging tot een ander besluit heeft
geleid dan werd geadviseerd. Als de uitvoering van een politiek besluit onbedoelde
gevolgen heeft, is het de taak van ambtenaren om die signalen terug te leggen bij
de verantwoordelijk bewindspersoon zodat die het besluit kan heroverwegen. Ook dan
besluit uiteindelijk de politiek.
Verder wordt verwezen naar het antwoord bij vraag 6.
Vraag 11
Zou u de vragen afzonderlijk van elkaar willen beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.