Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over het bericht ‘Varkenshouder baalt van vele Woo-verzoeken
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht «Varkenshouder baalt van vele Woo-verzoeken» (ingezonden 18 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur),
mede namens de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
(ontvangen 22 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1501
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Varkenshouder baalt van vele Woo-verzoeken»?1
Antwoord 1
Ik heb kennisgenomen van het bericht.
Vraag 2
Herkent u de zorgen van de sector waar het bedrijfsadres van boeren en agrarische
bedrijven zoals transporteurs en verzamelcentra ook vaak het woonadres is? Zo ja,
wat vindt u hiervan?
Antwoord 2
Ik begrijp de zorgen van betrokken agrarisch ondernemers. Ik begrijp dat openbaarmaking
van gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken veel impact kan hebben op ondernemers
en hun gezinnen. Daarom werk ik ook met het Ministerie van Justitie en Veiligheid
aan een onderzoek naar de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers. Hiernaast
staat dit jaar een wetsevaluatie van de Wet Open Overheid (Woo) op de planning. Het
streven is om de Woo beter toepasbaar te maken. In deze wetsevaluatie wordt ook expliciet
gekeken naar de openbaarmaking van emissiegegevens (zoals bijvoorbeeld bedrijfsadressen
van agrarische ondernemers die tevens een woonadres zijn) in relatie tot de uitzonderingsgronden,
de zienswijzeprocedure en relevante EU-richtlijnen.
Tegelijkertijd is openbaarmaking van overheidsinformatie een groot goed. Het is belangrijk
dat burgers, journalisten en wetenschappers toegang hebben tot overheidsinformatie,
zodat zij goed geïnformeerd zijn en van daaruit de overheid kritisch kunnen volgen,
kunnen participeren en onderzoek kunnen uitvoeren. Daarnaast kan de toegang tot overheidsinformatie,
bijvoorbeeld als het gaat om milieu-informatie en emissiegegevens, van belang zijn
om kennis te nemen over de gezondheid van de eigen leefomgeving. Bij de openbaarmaking
van informatie kan echter ook sprake zijn van andere belangen, zoals publicatie van
informatie die raakt aan de persoonlijke levenssfeer. Zoals ik ook in mijn brief van
15 april 2026 (Kamerstuk 32 802, nr. 140) aangaf, vindt het kabinet het daarom van belangrijk om op zoek te gaan naar een
goede balans tussen de verschillende belangen.
Vraag 3
Klopt het dat er binnen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) geen interne
protocollen, richtlijnen of handreikingen (formeel of informeel) zijn die toezien
op de beoordeling van Wet open overheid (Woo)-verzoeken bij binnenkomst, de afweging
om al dan niet gebruik te maken van de verdagingsmogelijkheid van artikel 4.4 Woo
of beoordelingscriteria of afwegingskaders die door de RVO worden gehanteerd om te
bepalen of een Woo-verzoek «omvangrijk» of «complex» is? Zo nee, op welke gronden
vindt de beoordeling van Woo-verzoeken dan plaats?
Antwoord 3
Binnen de rijksoverheid, en dus ook bij de RVO, wordt gewerkt met een Rijksbrede Woo-instructie
voor de behandeling van Woo-verzoeken. Deze instructie bevat een uniforme werkwijze
en praktische handvatten voor de procedurele en inhoudelijke beoordeling van verzoeken.
Daarnaast wordt binnen organisaties gewerkt met interne werkprocessen en uitvoeringspraktijken
die aansluiten bij deze Rijksbrede instructie.
De beoordeling van Woo-verzoeken vindt plaats op basis van:
– de Woo,
– de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb),
– de Rijksbrede Woo-instructie, en
– relevante jurisprudentie.
Of gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot verdaging als bedoeld in artikel
4.4 van de Woo, wordt per verzoek beoordeeld. Dit hangt af van de specifieke omstandigheden
van het verzoek, in het bijzonder de omvang van het aantal te beoordelen documenten
en de gecompliceerdheid van de gevraagde informatie.
Van een vast afwegingskader met limitatieve criteria voor wanneer een verzoek als
«omvangrijk» of «complex» wordt aangemerkt, is geen sprake. Dit volgt uit de aard
van de wet en jurisprudentie, die vereist dat per individueel verzoek een zorgvuldige
beoordeling plaatsvindt.
Vraag 4
Kunt u aangeven of deze interne protocollen, richtlijnen en of handreikingen (formeel
of informeel) wel aanwezig zijn binnen het Ministerie van LVVN en/of de Nederlandse
Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor de beoordeling van Woo-verzoeken die aan deze
organisaties zijn gericht?
Antwoord 4
Ja. De Rijksbrede Woo-instructie is opgesteld voor de gehele rijksoverheid en wordt
toegepast door ministeries, uitvoeringsorganisaties en toezichthouders, waaronder
het Ministerie van LVVN, de RVO en de NVWA.
Vraag 5
Kunt u aangeven hoe de beoordeling van Woo-verzoeken plaatsvindt indien er geen interne
protocollen, richtlijnen of handreikingen (formeel of informeel) zijn?
Antwoord 5
De beoordeling van Woo-verzoeken vindt plaats op basis van wettelijke kaders. Dit
betekent dat per verzoek wordt beoordeeld of sprake is van een Woo-verzoek, welke
documenten onder het verzoek vallen en of uitzonderingsgronden van toepassing zijn.
Daarbij wordt gebruikgemaakt van de Woo, de Awb, de Rijksbrede Woo-instructie en relevante
jurisprudentie.
Vraag 6
Bent u zich bewust van het feit dat het ontbreken van interne protocollen, richtlijnen,
handreikingen of instructies (formeel of informeel) de schijn van willekeur kan ontstaan?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
De behandeling van Woo-verzoeken is gebonden aan wettelijke regels, de Rijksbrede
Woo-instructie en jurisprudentie. Dit waarborgt een consistente en zorgvuldige behandeling.
Dat per verzoek maatwerk wordt toegepast, volgt uit de aard van de wet en betekent
niet dat sprake is van willekeur.
Vraag 7
Kunt u aangeven of en hoe vaak termijnen worden overschreden omdat de beoordeling
van Woo-verzoeken te lang op zich laat wachten en kunt u dit inzichtelijk maken voor
het Ministerie van LVVN, de RVO en de NVWA?
Antwoord 7
Het kerndepartement heeft in 2025 156 Woo-verzoeken ontvangen. Van de in de 2025 ontvangen
en afgehandelde Woo-verzoeken heeft het kerndepartement 16% binnen de (verdaagde)
wettelijke termijn afgehandeld.
De NVWA heeft in 2025 309 Woo-verzoeken ontvangen. Van de in de 2025 ontvangen en
afgehandelde Woo-verzoeken heeft de NVWA 38% binnen de (verdaagde) wettelijke termijn
afgehandeld.
De RVO heeft in 2025 290 Woo-verzoeken op beleidsterrein van LVVN ontvangen. Van de
in 2025 afgehandelde Woo-verzoeken heeft RVO 64% binnen de (verdaagde) wettelijke
termijn afgehandeld.
Vraag 8
Kunt u aangeven hoeveel kosten er in de afgelopen vijf jaar (per jaar en per organisatie)
zijn gemaakt omdat de behandeling van het Woo-verzoek te lang op zich liet wachten?
Antwoord 8
Bij de RVO zijn in de afgelopen vijf jaar de volgende bedragen aan dwangsommen betaald
in verband met het niet tijdig beslissen op Woo-verzoeken. Dit betreft alle dwangsommen
die zijn betaald door RVO, in de systemen kan geen uitsplitsing gemaakt worden specifiek
voor LVVN.
• 2022: € 15.300
• 2023: € 34.300
• 2024: € 71.350
• 2025: € 290.500
• 2026 (t/m maart): € 74.000 (reeds uitbetaalde dwangsommen)
Bij de NVWA zijn in de afgelopen vijf jaar de volgende bedragen aan dwangsommen betaald
in verband met het niet tijdig beslissen op Woo-verzoeken:
• 2022: € 179.800
• 2023: € 192.200
• 2024: € 35.200
• 2025: € 55.900
• 2026 (t/m maart): € 2.400 (reeds uitbetaalde dwangsommen)
Bij het kerndepartement zijn de afgelopen jaren de volgende bedragen aan dwangsommen
betaald in verband met het niet tijdig beslissen op Woo-verzoeken2:
• 2023: € 86.500
• 2024: € 124.350
• 2025: € 33.600
• 2026 (t/m maart): € 5.100 (reeds uitbetaalde dwangsommen)
Deze bedragen zien op gevallen waarin een dwangsom is verbeurd wegens het overschrijden
van de wettelijke beslistermijn na een ingebrekestelling. Niet elke termijnoverschrijding
leidt tot een dwangsom.
Vraag 9
Kunt u alle documenten, interne protocollen, richtlijnen, handreikingen of instructies
per organisatie (het Ministerie van LVVN, de RVO en de NVWA) per ommegaande met de
Kamer delen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
U treft bijgaand aan de Rijksbrede Woo-instructie. Eventuele doorvertalingen op handelingsniveau
zijn in lijn hiermee.
Vraag 10
Bent u bereid deze vragen voor het commissiedebat Dieren in de Veehouderij en NVWA
op 23 april 2026 te beantwoorden?
Antwoord 10
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede namens
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.