Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Boswijk, Zwinkels en Paternotte over mogelijke plaatsing van Chinese laadpalen bij gebouwen van de Rijksoverheid
Vragen van de leden Boswijk, Zwinkels (beiden CDA) en Paternotte (D66) aan de Ministers van Economische Zaken, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Buitenlandse Zaken over mogelijke plaatsing van Chinese laadpalen bij gebouwen van de rijksoverheid (ingezonden 9 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van der Burg (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
(ontvangen 13 maart 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat het Rijksvastgoedbedrijf mogelijk honderden laadpalen
van een Chinees bedrijf wil laten plaatsen bij gebouwen van de rijksoverheid, ondanks
groeiende zorgen over strategische afhankelijkheid en veiligheid?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het bericht. Het bericht gaat over een raamovereenkomst die
het Rijksvastgoedbedrijf op 7 oktober 2025 heeft gegund. Deze overeenkomst gaat over
het beheer van bestaande laadinfrastructuur en, als dat nodig is, de levering en plaatsing
van nieuwe laadpalen bij Rijksvastgoed.
Een raamovereenkomst heeft geen afnameverplichting. Dat betekent dat er niet automatisch
een vast aantal laadpalen wordt geplaatst. Per locatie wordt beoordeeld of plaatsing
nodig is en hoe dit past binnen de geldende technische en beveiligingskaders.
Het kabinet vindt het belangrijk om veiligheid goed mee te wegen. Daarom worden bij
dit soort aanbestedingen vooraf eisen gesteld voor functie, techniek en beveiliging.
Voor locaties met een hoger risico kunnen extra eisen gelden.
Vraag 2
Klopt het dat bij aanbestedingen voor laadinfrastructuur voor overheidsgebouwen het
uitgangspunt is dat waar mogelijk gebruik wordt gemaakt van Europese of Nederlandse
bedrijven en technologieën? Zo ja, hoe verhoudt de mogelijke keuze voor Chinese leveranciers
zich tot dit uitgangspunt?
Antwoord 2
Aanbestedingen moeten passen binnen de geldende regels op nationaal, Europees en internationaal
niveau. Die regels gaan uit van gelijke behandeling en non-discriminatie. Daarnaast
is er aandacht voor beveiligingseisen en het beperken van risico’s voor de nationale
veiligheid.
Binnen die regels worden aanbestedingen ingericht met duidelijke, objectieve en wettelijke
eisen. Het gaat dan om functionele eisen, technische eisen en beveiligingseisen. Inschrijvingen
worden op basis van die eisen beoordeeld. Dat geldt ook voor deze raamovereenkomst.
Het kabinetsstandpunt over een Europees voorkeursprincipe in publieke aanbestedingen
is met uw Kamer gedeeld.2
Vraag 3
Op welke wijze zijn bij deze aanbesteding nationale veiligheidsrisico’s, waaronder
cyberveiligheid, databeveiliging en mogelijke ongewenste toegang tot systemen van
overheidsgebouwen, meegewogen?
Antwoord 3
Bij deze aanbesteding zijn vooraf eisen vastgesteld voor functie, techniek en beveiliging.
Deze eisen gaan onder meer over informatiebeveiliging en gegevensbescherming. Ook
gaan ze over een veilige aansluiting op bestaande energie- en netwerkinfrastructuur.
Daarbij wordt aangesloten op de Rijksbrede kaders voor informatiebeveiliging en op
de geldende wet- en regelgeving. Het denken staat op dit punt niet stil: als het nodig
is scherpen we geldende wet- en regelgeving aan.
Vraag 4
In hoeverre acht u het risico reëel dat slimme laadpalen – die verbonden zijn met
digitale netwerken en energie-infrastructuur – kunnen worden misbruikt voor spionage,
sabotage of verstoring van vitale infrastructuur?
Antwoord 4
Slimme en verbonden apparatuur kan cyberrisico’s met zich meebrengen. Dit geldt ook
voor slimme laadpalen. Het gaat daarbij niet alleen om de aansluiting op het energienet,
maar ook om gegevensverwerking en de systemen waarmee laadpalen worden beheerd en
gemonitord.
In de aanbesteding van het Rijksvastgoedbedrijf zijn daarom beveiligingseisen opgenomen
voor digitale veiligheid en voor een veilige aansluiting op het energienetwerk. Deze
eisen sluiten aan op de Rijksbrede beveiligingskaders. Per locatie wordt bekeken of
aanvullende maatregelen nodig zijn, passend bij het risicoprofiel.
Vraag 5
Wordt bij de beoordeling van dergelijke technologieën rekening gehouden met het feit
dat Chinese bedrijven onder Chinese wetgeving verplicht kunnen worden om informatie
te delen met de Chinese overheid? Zo ja, hoe is dit risico beoordeeld?
Antwoord 5
Bij de beoordeling van technologie en leveranciers wordt gekeken naar de manier waarop
gegevens worden verwerkt en beschermd. Ook wordt gekeken naar afspraken in contracten
en naar naleving van Nederlandse en Europese regelgeving. Verder wordt gekeken naar
de inrichting van systemen, gegevensstromen en maatregelen om risico’s te beheersen.
Systemen die bij Rijksvastgoed worden toegepast moeten voldoen aan de nationale en
Europese regels voor gegevensbescherming en informatiebeveiliging. De beoordeling
richt zich daarom op concrete risico’s en maatregelen.
Vraag 6
In hoeverre bestaat het risico dat door de inzet van Chinese technologie bij laadinfrastructuur
een structurele economische afhankelijkheid ontstaat, bijvoorbeeld door onderhoud,
software-updates of vervangingsonderdelen, en hoe wordt dit risico gewogen?
Antwoord 6
Bij de inrichting van laadinfrastructuur wordt ook gekeken naar uitwisselbaarheid
en beheerbaarheid. Denk aan interoperabiliteit, onderhoud, ondersteuning en vervangbaarheid.
Zo wordt de continuïteit geborgd. In de raamovereenkomst is als eis opgenomen dat
de software moet zijn gebaseerd op open standaarden.
Vraag 7
Hoe verhoudt deze mogelijke keuze zich tot het bredere kabinetsbeleid om strategische
afhankelijkheden van China te verminderen en technologische en economische veiligheid
te versterken?
Antwoord 7
Het kabinet voert actief beleid om de afhankelijkheid van derde landen te verminderen
en zo onze veiligheid te vergroten3. Dit beleid wordt uitgevoerd binnen de geldende Europese en nationale wet- en regelgeving.
In dat kader gelden aanvullende beveiligingseisen voor overheidsopdrachten met veiligheidsrisico’s.
Sinds 1 januari 2026 geldt Rijksbreed het kader Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten
(ABRO) voor opdrachten met risico’s voor de nationale veiligheid.
Bij aanbestedingen wordt altijd een zorgvuldige afweging gemaakt tussen marktwerking,
aanbestedingsregels en veiligheidsbelangen. Waar nodig worden extra eisen gesteld,
passend bij het risicoprofiel van de opdracht.
Vraag 8
Bent u bereid te onderzoeken of voor vitale of gevoelige overheidslocaties een «Europees,
tenzij»-benadering kan worden toegepast bij de inkoop van energie- en laadinfrastructuur,
en de Kamer hierover te informeren?
Antwoord 8
Het kabinet beziet voortdurend hoe open strategische autonomie en veiligheid kunnen
worden versterkt binnen de geldende Europese en nationale kaders. Daarbij wordt ook
gekeken naar de samenhang tussen aanbestedingsregels en bredere veiligheids- en afhankelijkheidsvraagstukken.
Eventuele beleidswijzigingen moeten passen binnen het Europese aanbestedingsrecht
en internationale verplichtingen. Bij aanbestedingen kunnen partijen alleen worden
uitgesloten op wettelijke gronden, bijvoorbeeld bij sancties. Daarnaast gelden internationale
afspraken over toegang tot overheidsopdrachten, zoals de WTO-overeenkomst inzake overheidsopdrachten
(GPA) en EU-handelsovereenkomsten. Daardoor kunnen partijen niet zomaar worden uitgesloten
alleen vanwege herkomst.
De Europese aanbestedingsregels worden op dit moment herzien. Binnen het kabinet coördineert
het Ministerie van Economische Zaken de Nederlandse inbreng. In dat verband wordt
in Europees verband ook gesproken over een mogelijk EU-voorkeursprincipe. Het kabinetsstandpunt
over een Europees voorkeursprincipe in publieke aanbestedingen is met uw Kamer gedeeld.4
Uw Kamer wordt over de voortgang en eventuele keuzes geïnformeerd via Kamerbrieven
en voortgangsbrieven over economische veiligheid, open strategische autonomie en aanbestedingsbeleid.
Ondertekenaars
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.