Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Moinat en Schilder over het besluit om de no-flyzone rond Schiphol te verkleinen
Vragen van de leden Moinat en Schilder (beiden PVV) aan de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat en van Justitie en Veiligheid over het besluit om de no-flyzone rond Schiphol te verkleinen (ingezonden 9 december 2025).
Antwoord van Minister Tieman (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de Minister
van Justitie en Veiligheid (ontvangen 4 februari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 828.
Vraag 1
Bent u zich bewust van recente incidenten rond Schiphol door (vermeende) drones, bijvoorbeeld
meldingen in de buurt van de Polderbaan, waardoor banen tijdelijk werden gesloten?1,
2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe weegt u dergelijke incidenten mee bij uw besluit tot versoepeling van de dronezone,
mede met het oog op veiligheid van passagiers, bemanning en vitale luchthavenprocessen?3
Antwoord 2
Op dit moment mag in een straal van ongeveer vijftien kilometer rondom civiele luchthavens
(het zogenoemde gecontroleerde luchtruim) niet worden gevlogen zonder toestemming
van de luchtverkeersdienstverlening. Toch wordt er in deze gebieden gevlogen met onbemande
luchtvaartuigen (drones). De meeste vluchten vinden plaats op lagere hoogte en ver
van de luchthaven vandaan, waarbij zij geen risico vormen voor de luchtvaartveiligheid.
Het doel van dit voorstel is om gerichtere handhaving in te zetten daar waar daadwerkelijk
risico’s zijn voor de luchtvaartveiligheid. Om dit te onderbouwen heeft het Ministerie
van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) op verzoek van zowel de Luchtverkeersleiding
Nederland (LVNL) en de (professionele) dronesector een veiligheidsonderzoek4 laten uitvoeren naar het effect van dronevluchten op de (luchtvaart)veiligheid. Hiervoor
is ook een vergelijking gemaakt met andere Europese luchthavens. De conclusie van
dit onderzoek is dat dronevluchten die5 onder de minimale vlieghoogte van het reguliere luchtverkeer,6 tussen gebouwen of7 op grote afstand van de luchthaven worden uitgevoerd geen direct gevaar opleveren
voor de luchtvaartveiligheid.
Daarom heeft IenW vier zones ontworpen waarbij op grotere afstand de luchthaven minder
strenge eisen gelden voor dronevluchten. Bij het ontwerp is nadrukkelijk rekening
gehouden met de vertrek- en naderingsroutes van bemand luchtverkeer waar drones altijd
verboden zijn. Met deze zones worden duidelijke grenswaardes gecreëerd wanneer een
situatie als veilig of onveilig wordt aangemerkt en passende interventie nodig is.
Dit maakt het voor de handhaving eenvoudiger en effectiever.
Vraag 3
Is er vóór het besluit om de no-flyzone rond Schiphol te verkleinen een onafhankelijke
veiligheidsanalyse is uitgevoerd? Zo ja, wat was de uitkomst? Zo nee, waarom wordt
er versoepeld zonder gedegen veiligheidsbeoordeling, helemaal omdat experts waaronder
piloten, politie en Openbaar Ministerie (OM) daar grote zorgen uitspreken met betrekking
tot de luchtvaartveiligheid?
Antwoord 3
Ja, zie ook antwoord 2. De geuite zorgen voor de luchtvaartveiligheid zijn in dit
ontwerp opgenomen en bieden een gemotiveerde basis om veilige zones voor drones rondom
de luchthaven aan te wijzen.
Vraag 4
Hoe garandeert u dat handhaving en toezicht toereikend zijn als de no-flyzone wordt
teruggebracht van circa 15 km naar circa 5 km? Is het niet zo dat deze versoepeling
leidt tot een wildgroei van dronevluchten (al dan niet legaal), wat de werklast bij
politie, OM en luchtverkeersleiding fors vergroot, zoals ook door betrokken diensten
wordt gevreesd?
Antwoord 4
IenW constateert dat er binnen het gecontroleerd luchtruim zones zijn waar de veiligheid
niet in het gedrang is. Er zijn veel ongeautoriseerde vluchten die binnen het gecontroleerd
luchtruim vliegen die geen risico opleveren voor de luchtvaartveiligheid. Als voorbeeld:
een drone die op veertien kilometer afstand op 2 meter hoogte vliegt, vormt geen risico,
maar valt nu wel onder de huidige beperkingen. Ook constateert IenW dat het voor de
handhaving onwerkbaar is om in een groot gebied een dronepiloot te vervolgen die regels
overtreedt.
Wel heeft elke dronepiloot zich te houden aan deze regels. Om dit te stimuleren zet
IenW actief in op publieksvoorlichting via social media en verschaft de retail extra
informatie over de vliegregels bij de aankoop van een nieuwe drone. Met de introductie
van de veilige zones creëert IenW gezamenlijk met de handhavende instanties grenswaardes
wanneer de handhaving moet optreden. Deze zones zijn kleiner, logischer en beschermen
de luchtvaartveiligheid en vitale luchthavenprocessen. IenW verwacht hiermee ook dat
dronepiloten de regels beter gaan naleven en zal het gedrag ook actief gaan monitoren.
Tenslotte is dit voorstel schriftelijk getoetst bij de politie. De politie onderschrijft
de inschatting dat de zones waarin handhavend moet worden opgetreden op deze wijze
kleiner worden en dat de beschikbare capaciteit – ook bij de politie – gerichter kan
worden ingezet.
Vraag 5
Zijn er met het OM afspraken gemaakt over prioritering en vervolging van overtredingen
van droneregels rondom Schiphol, nu handhavingsinstanties een toename in werkdruk
vrezen? Zo ja, wat houden deze afspraken in?
Antwoord 5
Het OM besteedt in toenemende mate aandacht aan mogelijke strafbare feiten in de onbemande
luchtvaart. Zeker als het gaat om mogelijke overtredingen van droneregels rondom civiele
luchtverkeersleidingsgebieden (bijvoorbeeld Schiphol) en militaire luchtverkeersleidingsgebieden.
Tussen verschillende organisaties in de keten vindt continu overleg plaats over de
aanpak van mogelijke overtredingen van droneregels waarbij de frequentie in het licht
van de meldingen rondom luchthavens is opgevoerd.
Vraag 6
Is het uw bedoeling om na invoering van het nieuwe droneregime een evaluatiemoment
in te bouwen, waarin onder meer gekeken wordt naar naleving, ongevallen of bijna-ongevallen,
handhavingsdruk en effect op luchtvaartveiligheid? Zo ja, kunt u aangeven wanneer
dit evaluatiemoment plaatsvindt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Ja, na de inwerkingtreding van de zonering zal IenW de wijziging actief monitoren.
Minimaal een half jaar na de inwerkingtreding zal een onderzoek worden gestart om
trends te ontdekken in het vlieggedrag van de dronepiloten. Het onderzoek wordt aangeboden
aan de Tweede Kamer.
Vraag 7
Bent u bereid te onderzoeken hoe andere Europese landen omgaan met dronebeperkingen
rondom grote luchthavens en daarbij in kaart te brengen welke veiligheidsnormen en
handhavingsinstructies worden toegepast?
Antwoord 7
Zie ook antwoord 2. In het veiligheidsonderzoek heeft IenW een benchmark onder de
Europese landen gehouden. De zonering in Nederland is conservatief ten opzichte van
Europese landen waar drones dichterbij de luchthaven zijn toegestaan zonder in contact
te staan met de luchtverkeersdienstverlener. Dit geeft IenW het vertrouwen dat het
voorstel de doelstellingen voor de luchtvaartveiligheid en de vitale luchthavenprocessen
behartigt.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.