Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag : Nota naar aanleiding van het verslag
36 889 Wijziging van de Archiefwet 1995 ter verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats berusten en die persoonsgegevens bevatten, ter raadpleging en gebruik beschikbaar te stellen
Nr. 6
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG
Ontvangen 24 maart 2026
Ik dank de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de schriftelijke
inbreng bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Archiefwet 1995 ter verruiming van
de mogelijkheden om archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats berusten en die
persoonsgegevens bevatten, ter raadpleging en gebruik beschikbaar te stellen (hierna:
het wetsvoorstel).
Met dit wetsvoorstel wordt het mogelijk dat belangrijke oorlogsarchieven zoals het
Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (hierna: CABR) online toegankelijk worden
voor iedereen. De regering hecht hier zeer aan omdat op deze wijze veel meer informatie
kan worden achterhaald over het lot van bijvoorbeeld slachtoffers van de Holocaust.
Dit is voor nabestaanden en voor onderzoekers, maar ook voor makers van tentoonstellingen
voor musea en educatieprojecten van groot belang.
De regering heeft met veel belangstelling kennisgenomen van de vragen en opmerkingen
van de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en het CDA. Hieronder volgt de beantwoording
van de gestelde vragen. Daarbij is zoveel mogelijk de volgorde en indeling van het
verslag gevolgd. Deze nota naar aanleiding van het verslag gaat vergezeld van een
nota van wijziging die een tweetal reparaties aanbrengt in het wetsvoorstel. Voor
de toelichting op deze wijzigingen wordt gaarne verwezen naar de toelichting bij de
nota van wijziging.
I. Algemeen
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn zich bewust van de spanning tussen het
belang van openbaarheid en respect voor de persoonlijke levenssfeer en hechten dan
ook aan goed toezicht op gebruik van data door overheid en bescherming van privacy.
Bestaande toezichthouders, zoals de Autoriteit Persoonsgegevens, verdienen meer bevoegdheden,
expertise en middelen om algoritmen en systemen te controleren op transparantie, uitlegbaarheid,
proportionaliteit en discriminatie. Bij misstanden dient de overheid op te treden
of te handhaven. Op overheidsorganisaties rust in dit kader een plicht tot een impactanalyse
op rechtsgelijkheid en grondrechten bij inzet van nieuwe technologie of data. Tegelijkertijd
hechten deze leden aan een transparante overheid en aan inzage van burgers in dossiers
die overheden over hen hebben opgebouwd. Deelt de regering deze uitgangspunten?
De regering is het met de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie eens dat goed toezicht
op het gebruik van data en bescherming van privacy van groot belang zijn. Het is daarom
belangrijk dat een toezichthouder zoals de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP),
over adequate bevoegdheden, expertise en middelen beschikt om haar taken te kunnen
uitoefenen en om te kunnen handhaven bij misstanden. De regering is het ook met deze
leden eens dat overheidsorganisaties bij inzet van nieuwe technologie zorgvuldig moeten
afwegen wat de impact daarvan is voor burgers. Daarnaast hecht de regering net als
deze leden sterk aan een transparante overheid en het recht op informatie en de mogelijkheid
voor burgers om dossiers die overheden over hen hebben opgebouwd, in te zien.
De leden van de CDA-fractie merken op dat de Autoriteit Persoonsgegevens en de Afdeling
van de Raad van State naar voren hebben gebracht dat de afweging van belangen tussen
de betrokken grondrechten een bevoegdheid van de overheid is. Deze leden vinden de
vraag legitiem of de gekozen vorm, het maken van die afwegingen, te beleggen bij lagere
regelgeving voldoende is. Kan de regering hier uitgebreid op reflecteren, zo vragen
deze leden.
Met dit wetsvoorstel wordt een mogelijkheid geïntroduceerd om beperkt openbare archieven
– ook als zij nog bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens bevatten – in uitzonderlijke
gevallen voor eenieder via internet beschikbaar te stellen. De regering is zich er
terdege van bewust dat dit in een ingrijpende bevoegdheid is, waarbij verschillende
belangen en grondrechten moeten worden gewogen. De regering heeft met dit wetsvoorstel
getracht hier een goede balans in te vinden, en heeft de bevoegdheid van beschikbaarstelling
via internet van een zorgvuldige en strikte inkadering voorzien. De regering nam met
waardering kennis van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State,
waarin de Afdeling opmerkte dat de regering een evenwichtige en zorgvuldige afweging
heeft gemaakt.1
De hierboven genoemde scherpe inkadering in het wetsvoorstel heeft tot gevolg dat
de afweging, in welke gevallen een beperkt openbaar archief via internet beschikbaar
kan worden gesteld, maar beperkt afhankelijk is van lagere regelgeving. Naar aanleiding
van het advies van de Afdeling advisering heeft de regering ervoor gekozen om op het
niveau van de wet vast te leggen dat beschikbaarstelling van beperkt openbare archieven
voor eenieder via internet alleen aan de orde kan zijn bij archieven – in aansluiting
op overweging 158 bij de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG)2 – over een beperkt aantal, zeer ingrijpende gebeurtenissen (oorlog, oorlogsmisdaden,
genocide, het politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes, of misdaden tegen
de menselijkheid). Bovendien zijn daarbij op wetsniveau verschillende passende maatregelen
vastgelegd die bij beschikbaarstelling via internet in ieder geval moeten worden genomen,
waarbij ook in het wetsvoorstel is uitgewerkt met welke belangen de Minister van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap (hierna: de Minister) in ieder geval rekening moet houden. Daarnaast
is voorzien in een verplichte internetconsultatie over een voorgenomen besluit tot
aanwijzing van een archief. Ten slotte is van belang dat de Minister over een voorgenomen
besluit tot aanwijzing van online te publiceren beperkt openbare archiefbescheiden
ook telkens de AP zal raadplegen.3
De regering vindt het enerzijds van groot belang dat de aanwijzing van een concreet
archief op zorgvuldige wijze plaatsvindt, maar wil anderzijds voorkomen dat de (procedurele)
drempels voor de aanwijzing van een archief zo hoog worden, dat dit in de praktijk
niet zal plaatsvinden. De bevoegdheid van de Minister om archieven voor online-beschikbaarstelling
aan te wijzen is op deze wijze op wetsniveau strikt ingekaderd. Daarom acht de regering
het onwenselijk om de aanwijzing van concrete archieven uitsluitend mogelijk te maken
bij wet of bij algemene maatregel van bestuur.
In dit verband wijst de regering voorts op de zorgvuldige voorbereiding, door het
consortium Oorlog voor de Rechter, van de onlinebeschikbaarstelling die aanvankelijk
voorzien was in 2025. In 2023–2024 is uitgebreid gesproken over de onlinebeschikbaarstelling
met het Centraal Overleg Vervolgings- en Verzetsslachtoffers (hierna: COVVS), de Stichting
Werkgroep Herkenning (hierna: SWH),4 het Centraal Joods Overleg (hierna: CJO) en Joods Maatschappelijk Werk (hierna: JMW).
De door deze partijen geadviseerde mitigerende maatregelen zijn geïmplementeerd in
de tijdelijke voorziening die nu beschikbaar is bij het Nationaal Archief, de Regionaal
Historische Centra en het NIOD instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies
(hierna: NIOD).
Het gaat bij deze mitigerende maatregelen onder meer om het enkel beschikbaar stellen
van dossiers van mensen die zijn overleden, het op verzoek offline halen van persoonsgegevens
van eventueel toch nog in de dossiers voorkomende levende personen, het zorgdragen
voor een informatiepunt (het Klantcontactcentrum) waar mensen terecht kunnen met technische,
feitelijke en emotionele vragen en van waaruit kan worden doorverwezen naar tweedelijnsondersteuning
en een procedure voor schrijnende gevallen betreffende de persoonlijke levenssfeer
van nabestaanden. Ook heeft het consortium Oorlog voor de Rechter in 2024 veertien
voorlichtings- en dialoogbijeenkomsten georganiseerd in samenwerking met de Regionaal
Historische Centra en ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum. Daarnaast is vanuit het
consortium ook in 2025 en dit jaar doorlopend overleg gevoerd met COVVS, SWH en het
CJO, waarin de (voor het overgrote deel positieve) ervaringen met de tijdelijke voorziening
besproken worden en waar in voorkomend geval ook aanpassingen en aanvullingen van
de werkwijze of van het portaal oorlogvoorderechter.nl uit voortkomen.
1. Inleiding
De leden van de CDA-fractie merken op dat hoewel de aanleiding van het wetsvoorstel
het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) is, het wetsvoorstel een bredere
reikwijdte heeft. De voorgestelde grondslag voor publicatie via internet van archiefbescheiden
hoeft niet uitsluitend voor het CABR te worden toegepast. Deze leden willen weten
waarom de regering ervoor kiest om een bredere reikwijdte in deze wet op te nemen.
Is dit niet eerder, bijvoorbeeld bij de herziening van de Archiefwet, overwogen? Zo
ja, waarom is dat toen niet geregeld, zo vragen zij?
De leden van de CDA-fractie merken terecht op dat het wetsvoorstel een bredere reikwijdte
heeft dan alleen het CABR. Hoewel het CABR de concrete aanleiding is voor dit wetsvoorstel,
vindt de regering het voorstelbaar dat in de toekomst ook voor andere beperkt openbare
archieven het belang van laagdrempelige toegang tot dat archief zo zwaarwegend is
dat dat archief via internet beschikbaar moet kunnen worden gesteld. De regering heeft
daarom bewust gekozen voor een bredere reikwijdte van het wetsvoorstel, maar heeft
de mogelijkheid van de beschikbaarstelling van beperkt openbaar archief via internet
tegelijkertijd van een scherpe inkadering in het wetsvoorstel voorzien (zie hierover
tevens het antwoord op de vraag van de fractieleden van GroenLinks-PvdA onder «I.
Algemeen»).
Bij de totstandkoming van de Archiefwet 20.. is een grondslag voor de onlinebeschikbaarstelling
van beperkt openbaar archief niet overwogen. In de waarschuwingsbrief van 26 november
2024 aan mijn ambtsvoorganger wees de AP terecht op de noodzaak van deze grondslag,5 hetgeen de aanleiding was voor het opstellen van het onderhavige wetsvoorstel.
2. Hoofdlijnen van het voorstel
De leden van de CDA-fractie wijzen erop dat de Afdeling adviseert de reikwijdte in
de wet te beperken tot de voorbeelden die ook in de Algemene verordening gegevensbescherming
worden genoemd en waarnaar de regering expliciet verwijst, hetgeen door de regering
is overgenomen. Kan de regering nader uiteenzetten waarom hiervoor gekozen is? Kan
de regering hier enkele voorbeelden van geven zodat deze leden een goed beeld krijgen
van welke archieven hieronder zouden kunnen vallen?
In het oorspronkelijke wetsvoorstel zoals dat ter advisering aan de Afdeling advisering
van de Raad van State is voorgelegd, was geen beperking van de reikwijdte opgenomen.
In plaats daarvan bevatte het wetsvoorstel destijds een grondslag voor nadere regels
bij algemene maatregel van bestuur, waarbij de categorieën beperkt openbare archiefbescheiden
waarvoor onlinepublicatie aan de orde zou kunnen zijn, zouden worden aangewezen. In
de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel werd toen toegelicht dat voor het
aanwijzen van deze categorieën archiefbescheiden aansluiting zou kunnen worden gezocht
bij de zogeheten «hotspotcriteria», en dat de regering voornemens was om in ieder
geval de Tweede Wereldoorlog als categorie aan te wijzen.6
De Afdeling advisering van de Raad van State wees in haar advies evenwel op de discrepantie
tussen het opschrift van het wetsvoorstel, dat verwees naar overweging 158 van de
AVG, en de ruimere reikwijdte die het gevolg zou zijn van het aansluiten bij de hotspotcriteria.
De Raad van State adviseerde hierbij als volgt:
«De Afdeling merkt op
dat het van belang is dat helderheid wordt geboden over de precieze reikwijdte van
het wetsvoorstel en dat de genoemde discrepantie wordt weggenomen. In dat verband
ligt het in de rede om in het wetsvoorstel de criteria op te nemen voor de categorieën
archieven die in aanmerking komen voor dit wettelijke regime. Volgens de regering
kan aanwijzing van categorieën alleen bij archieven over specifieke, ingrijpende gebeurtenissen
aan de orde zijn, zoals bij het CABR het geval is.7
Het moet bovendien gaan om «uitzonderlijke gevallen».8
De genoemde voorbeelden in de AVG wijzen daar ook op.9
Gelet hierop, en gezien het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
dat met deze beperkt openbare archieven is gemoeid, ligt het in de rede om de reikwijdte
in de wettekst te beperken tot de in de AVG genoemde gebeurtenissen.»10
De regering heeft dit advies overgenomen, en heeft de reikwijdte in het wetsvoorstel
beperkt tot de categorieën archieven die in overweging 158 van de AVG worden genoemd,
met toevoeging van «oorlog» als algemene categorie.11 Op deze wijze biedt de regering helderheid over de reikwijdte, zodat voor betrokkenen
voorzienbaar is op welke categorieën archieven het voorstel betrekking heeft.
Naast het CABR is het oorlogsarchief van het Nederlandse Rode Kruis een voorbeeld
van een archief dat onder de reikwijdte zou kunnen vallen. Een ander voorbeeld is
het archief van het Nederlands Beheersinstituut.12 Deze archieven zijn beide van belang zijn voor nabestaanden, onderzoekers en maatschappelijke
organisaties voor educatie en museale presentaties.
2.1 Aanleiding
Deze leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe breed de regering het begrip
«overheidsarchief» opvat. Vallen hier bijvoorbeeld ook archieven van scholen voor
regulier bekostigd onderwijs onder?
De Archiefwet 1995 is van toepassing op zogeheten «archiefbescheiden». Archiefbescheiden
zijn in de eerste plaats «bescheiden, ongeacht hun vorm, door de overheidsorganen ontvangen of opgemaakt en
naar hun aard bestemd daaronder te berusten».13 De term overheidsorganen heeft – in aansluiting op artikel 1:1, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht – betrekking op organen van rechtspersonen die krachtens
publiekrecht zijn ingesteld, alsmede op andere personen of colleges, met enig openbaar
gezag bekleed.
Gelet op deze definities is de Archiefwet 1995 (evenals het wetsvoorstel voor de Archiefwet
20..) ook van toepassing op de archieven van scholen voor bekostigd onderwijs, maar
voor de precieze reikwijdte is van belang of de school in stand wordt gehouden door
een publiekrechtelijke rechtspersoon, of door een privaatrechtelijke rechtspersoon
(bij scholen in veel gevallen een stichting). De archieven van een school die in stand
wordt gehouden door een publiekrechtelijke rechtspersoon, vallen geheel onder de reikwijdte
van de Archiefwet. De archieven van een onderwijsinstelling die in stand wordt gehouden
door een privaatrechtelijke rechtspersoon, vallen uitsluitend onder de Archiefwet
voor zover de onderwijsinstelling openbaar gezag uitoefent, bijvoorbeeld bij de afgifte
van een diploma.14 In de praktijk wordt het overgrote deel van de scholen voor bekostigd funderend onderwijs
in stand gehouden door een privaatrechtelijke rechtspersoon.
De wijzigingen die dit wetsvoorstel aanbrengt in de Archiefwet 1995 volgen de systematiek
en de reikwijdte van die wet. Van belang is wel dat de wijzigingen die dit wetsvoorstel
in de Archiefwet 1995 aanbrengt, alleen een rol kunnen spelen bij archiefbescheiden
die voor blijvende bewaring in een archiefbewaarplaats berusten. Daarbij is de reikwijdte
van dit wetsvoorstel wat betreft het online beschikbaar stellen van overgebracht beperkt
openbaar archief beperkt tot de categorieën archieven die in overweging 158 van de
AVG worden genoemd, met toevoeging van «oorlog» als algemene categorie.
2.2 Noodzaak
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de regering stelt dat de uitzonderingen
voor wetenschappelijk, historisch en statisch onderzoek in de Uitvoeringswet AVG te
beperkt zijn voor het verlenen van toegang tot archieven. Kan de regering nader toelichten
op grond van welke overwegingen zij niet heeft besloten om dit probleem te verhelpen
met een aanpassing van deze uitvoeringswet, maar liever met een wijziging van de Archiefwet,
zo vragen deze leden.
Dit wetsvoorstel richt zich bewust uitsluitend op de archiefbewaarplaatsen in de zin
van de Archiefwet.15 Een aanpassing van de Uitvoeringswet AVG (hierna: UAVG) zou een veel bredere werking
hebben en zou een veel bredere kring aan organisaties omvatten. Zo’n ruime reikwijdte
zou het wetsvoorstel daarom veel complexer maken, hetgeen ten koste zou gaan van het
streven om op korte termijn de onlinebeschikbaarstelling van het CABR mogelijk te
maken, zodat mensen zo snel mogelijk laagdrempelig toegang krijgen tot dit archief.
2.3. Doel
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de regering met de verruiming
van toegang tot overheidsarchieven met persoonsgegevens het belang wil dienen van
toegang tot overheidsinformatie en cultureel erfgoed. Deze leden vragen hoe breed
de regering het belang van toegang tot cultureel erfgoed hierbij opvat. Kan de regering
ook toelichten of zij bijvoorbeeld onderzoeken voor een persoonlijk belang, zoals
een genealogisch onderzoek, tevens rekent tot cultureel erfgoed?
Zoals is vastgelegd in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, wordt onder cultureel erfgoed
verstaan: «uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd
tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving,
die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling
en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en
tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden». Ook overheidsarchieven kunnen als onderdeel van het cultureel erfgoed worden aangemerkt,
en toegang tot overheidsinformatie die in archieven is vastgelegd (bijvoorbeeld voor
genealogisch onderzoek) kan daarom ook worden gezien als een vorm van toegang tot
cultureel erfgoed.
De leden van de CDA-fractie vragen of bij de plenaire behandeling van onderhavig wetsvoorstel
de AMvB’s en het Besluit klaar zijn, en of de AMvB’s ook betrokken worden bij de plenaire
behandeling?
Op grond van dit wetsvoorstel worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels
gesteld over de belangenafweging en de te stellen voorwaarden bij het geven van inzage
in beperkt openbaar archief aan een (individuele) verzoeker.16 Het gaat hier om nadere regels die door middel van een wijzigingsbesluit in het Archiefbesluit
1995 zouden worden opgenomen.17 Deze nadere regels hebben dus geen betrekking op de mogelijkheid die dit wetsvoorstel
introduceert om beperkt openbare archieven voor eenieder via internet beschikbaar
te stellen, en staan dus los van het voornemen om het CABR daartoe aan te wijzen.
Vanwege het spoedkarakter van dit wetsvoorstel is prioriteit gegeven aan de uitwerking
van het wetsvoorstel. Het conceptwijzigingsbesluit is daarom nog niet gereed.
Vanwege dezelfde reden is ook het ministeriële besluit tot aanwijzing van het CABR
nog niet gereed. Hierbij is echter ook van belang dat voor de voorbereiding van dit
besluit de procedurele regels uit het wetsvoorstel en de AVG moeten worden gevolgd.
Dit betekent dat over het concept voor het ministeriële besluit de AP moet worden
geraadpleegd, en dat dit besluit ook ter internetconsultatie moet worden aangeboden.
De regering vindt het van belang om deze procedure zorgvuldig te doorlopen.
Zoals de regering tevens heeft geantwoord op de vraag van de fractieleden van GroenLinks-PvdA
onder «I. Algemeen», is in het wetsvoorstel getracht een goede balans te vinden tussen
het recht op informatie en het recht op bescherming van persoonsgegevens. In het wetsvoorstel
zelf is de bevoegdheid van beschikbaarstelling via internet daarbij van een zorgvuldige
en strikte inkadering voorzien zowel met betrekking tot de reikwijdte als met betrekking
tot de passende maatregelen.
2.4. Inhoud
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de regering kan toelichten wat dit
wetsvoorstel gaat betekenen voor gegevens over de persoonlijke levenssfeer van slachtoffers
en verdachten, die uiteindelijk niet schuldig werden bevonden?
Het wetsvoorstel biedt een grondslag om beperkt openbare archiefbescheiden uit een
archief dat betrekking heeft op oorlog of oorlogsmisdaden, politiek gedrag onder voormalige
totalitaire regimes, genocide of misdaden tegen de menselijkheid, onder voorwaarden
voor eenieder via internet beschikbaar te stellen, ook als deze archiefbescheiden
mogelijk nog (bijzondere of strafrechtelijke) persoonsgegevens bevatten. Wat betreft
onlinebeschikbaarstelling maakt het wetsvoorstel geen onderscheid tussen archiefbescheiden
met betrekking tot personen die in een strafzaak schuldig zijn bevonden en archiefbescheiden
met betrekking tot personen die uiteindelijk niet schuldig zijn bevonden. Hierbij
moet worden bedacht dat de mogelijkheid van onlinepublicatie die het wetsvoorstel
introduceert, niet alleen betrekking kan hebben op de onlinepublicatie van een archief
als het CABR (dat op strafrechtelijk onderzoek en strafrechtelijke vervolging betrekking
heeft), maar ook op andersoortige archieven.
Specifiek voor de voorgenomen onlinebeschikbaarstelling van het CABR is van belang
dat een belangrijk doel is om het voor slachtoffers of nabestaanden van slachtoffers
mogelijk te maken om informatie te vinden over wat er met hun familieleden gebeurd
is. Dat is op het moment, vanwege de manier waarop het archief is geordend, niet goed
mogelijk. Ook dossiers van mensen die uiteindelijk niet zijn vervolgd of niet schuldig
zijn bevonden, kunnen voor nabestaanden zeer waardevolle informatie bevatten. Wanneer
een beheerder documenten voor eenieder ter raadpleging of gebruik via internet beschikbaar
stelt, vereist het wetsvoorstel dat de archivaris passende maatregelen neemt om te
waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig wordt geschaad.
De regering steunt het project «Oorlog voor de Rechter». Dit project van het consortium
van het Nationaal Archief, WO2Net, het Huygens Instituut en het NIOD beoogt onder
meer om de gedigitaliseerde archiefbescheiden leesbaar te maken voor eenieder maar
vooral ook om de archiefbescheiden van voldoende context en uitleg te voorzien. Uit
deze context wordt ook duidelijk dat in de periode na de Tweede Wereldoorlog veel
mensen onterecht zijn aangegeven en daarna onderzocht om diverse redenen. Juist de
beschikbaarheid van dit soort informatie maakt dat met meer nuance naar deze naoorlogse
periode kan worden gekeken.
2.4.1. Toepassingsbereik
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat instellingen zoals het Internationaal
Instituut voor Sociale Geschiedenis en de Black Archives geen gebruik kunnen maken
van de verruimingen die dit wetsvoorstel introduceert en gebruik moeten maken van
de uitzonderingen in de Uitvoeringswet AVG. Hoe staat de regering ertegenover om straks,
op basis van de ervaringen met het onderhavige wetsvoorstel, ook de wetgeving voor
particuliere archieven te verruimen, zo vragen deze leden.
De prioriteit van de regering ligt nu bij dit wetsvoorstel en bij het realiseren van
de onlinebeschikbaarstelling van het CABR. Aan de hand van de opgedane ervaring met
dit wetsvoorstel kan onderzocht worden wat de mogelijkheden zijn voor het toegankelijk
maken van archieven die bij andere archiefinstellingen beheerd worden, rekening houdend
met het feit dat de juridische context bij deze instellingen anders is. Hierbij zal
in elk geval rekening moeten worden gehouden met het vastleggen van passende waarborgen
en maatregelen om de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen te beschermen, maar
ook met het vastleggen van criteria waar zo’n archiefinstelling rekening mee moet
houden bij een verzoek om archiefbescheiden beschikbaar te stellen.
2.4.2. Verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden met bijzondere en strafrechtelijke
persoonsgegevens ter inzage te geven
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de Afdeling adviseerde om de
belangenafweging bij verzoekers met een persoonlijk belang op wetsniveau uit te werken,
maar de regering daarvan heeft afgezien en ervoor gekozen de regels uit te werken
in het Archiefbesluit 20.., dat op dit moment ter advisering bij de Raad van State
ligt. Deze leden vragen of dit advies openbaar wordt, alvorens de verdere wetsbehandeling
plaatsvindt.
Het Archiefbesluit 20.. is op 15 oktober 2025 aan de Afdeling advisering van de Raad
van State voorgelegd ter advisering. De Afdeling advisering heeft op 25 februari jl.
haar advies vastgesteld.18 Op dit moment wordt gewerkt aan de verwerking van het advies en het opstellen van
het nader rapport.
Hierbij is evenwel van belang dat het Archiefbesluit 20.. in hoofdstuk 6 weliswaar
reeds verschillende bepalingen bevat over het geven van toegang tot beperkt openbare
documenten aan een verzoeker, maar dat het Archiefbesluit 20.. nog niet is afgestemd
op de wijzigingen uit dit wetsvoorstel. Voor deze aanpassingen van het Archiefbesluit
20.. wordt door de regering een afzonderlijk wijzigingsbesluit opgesteld.19 Vanwege het spoedkarakter van dit wetsvoorstel is prioriteit gegeven aan de uitwerking
van het wetsvoorstel. Het concept-wijzigingsbesluit is daarom nog niet gereed.
Zoals tevens is geantwoord op de vraag van leden van de CDA-fractie in paragraaf 2.3,
hebben de nadere regels die met dit concept-wijzigingsbesluit in het Archiefbesluit
20.. zullen worden opgenomen betrekking op de belangenafweging en de te stellen voorwaarden
bij het geven van inzage in beperkt openbaar archief aan een (individuele) verzoeker.20 Deze nadere regels hebben dus geen betrekking op de mogelijkheid die dit wetsvoorstel
introduceert om beperkt openbare archieven voor eenieder via internet beschikbaar
te stellen, en staan dus los van het voornemen om het CABR daartoe aan te wijzen.
De leden van de CDA-fractie stellen vast dat om via het internet van (openbare of
beperkt openbare) archiefbescheiden beschikbaar te stellen de regering het advies
van de Afdeling heeft opgevolgd door passende maatregelen op wetsniveau vast te leggen,
maar dat het advies van de Afdeling om een koppeling met het overlijdensregister op
te nemen niet is overgenomen. Kan de regering uitgebreid uiteenzetten waarom hier
niet voor gekozen is?
De regering heeft ervan afgezien om een koppeling met het overlijdensregister als
passende waarborg op wetsniveau vast te leggen, omdat het afhankelijk is van de aard
en ordening van een archief of zo’n waarborg mogelijk en passend is.21 Een koppeling met het overlijdensregister kan door de Minister wel als aanvullend
te nemen passende maatregel worden opgenomen in het ministeriële besluit, waarin de
online te publiceren archiefbescheiden worden aangewezen. Over zo’n besluit zal de
Minister ook telkens de AP raadplegen.22 Het voornemen is om deze maatregel voor onderzochte personen met een dossier in het
CABR op te nemen in het besluit tot aanwijzing van het CABR. Bij de tijdelijke voorziening
voor beschikbaarstelling van het gedigitaliseerde deel van het CABR op locatie wordt
deze koppeling ook reeds toegepast.23
2.4.3. Grondslag voor beschikbaarstelling beperkt openbare archiefbescheiden via internet
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat bij het via internet beschikbaar
stellen van openbare archieven de Afdeling erop heeft gewezen dat dit een wezenlijk
andere dimensie geeft aan de openbaarheid, vanwege de mogelijkheid tot grotere verspreiding.
Het treffen van passende waarborgen wordt hierbij geheel overgelaten aan de archivaris.
Passende waarborgen worden niet ook in het wetsvoorstel geregeld. Kan de regering
nader toelichten wat zich ertegen verzet om – mede aan de hand van het voorbeeld van
het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging – waarborgen vast te leggen op het niveau
van een algemene maatregel van bestuur, zo vragen zij?
De regering heeft naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de
Raad van State de in ieder geval te treffen passende maatregelen bij het via internet
beschikbaar stellen van zowel openbare als beperkt openbare archiefbescheiden op wetsniveau
vastgelegd.
Op wetsniveau ligt vast dat de beheerder in ieder geval maatregelen treft (i) om zoveel
mogelijk ongeoorloofde indexering, tekst- en datamining of grootschalig kopiëren van
de archiefbescheiden voorkomen; (ii) om het voor betrokkenen mogelijk te maken om
er melding van te doen dat archiefbescheiden die via internet beschikbaar zijn gesteld,
nog persoonsgegevens bevatten; en (iii) om de personen die de archiefbescheiden via
internet wensen te raadplegen, ervan bewust te maken dat in de archiefbescheiden nog
persoonsgegevens kunnen voorkomen en dat deze personen gehouden zijn om in dat geval
de wet- en regelgeving met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens na te
leven. Het wetsvoorstel biedt daarnaast ruimte om bij de onlinebeschikbaarstelling
van een concreet archief aanvullende maatregelen te nemen indien dat nodig is. Voor
de aanvullende maatregelen geldt dat deze maatregelen bij openbaar archief door de
beheerder worden genomen.
De leden van de CDA-fractie merken op dat met dit wetsvoorstel een bevoegdheid wordt
geïntroduceerd zodat archiefbescheiden die deel uitmaken van een archief dat betrekking
heeft op oorlog of oorlogsmisdaden, politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes,
genocide of misdaden tegen de menselijkheid ook openbaar kunnen worden gemaakt via
het internet. Kan de regering toelichten op hoeveel archieven dit wetsvoorstel na
aanneming dan betrekking heeft, zo vragen zij?
De regering beschikt niet over informatie over de hoeveelheid archieven binnen Nederland
die betrekking hebben op oorlog of oorlogsmisdaden, politiek gedrag onder voormalige
totalitaire regimes, genocide of misdaden tegen de menselijkheid. Voorbeelden van
andere dergelijke archieven zijn het oorlogsarchief van het Nederlandse Rode Kruis
en het archief van het Nederlands Beheersinstituut. Van belang is dat het wetsvoorstel
niet uitsluitend op de archieven van de rijksoverheid betrekking heeft, maar ook op
de archieven van provincies, gemeenten en waterschappen. Het wetsvoorstel regelt echter
dat dergelijke archieven alleen bij zwaarwegend algemeen belang via internet beschikbaar
kunnen worden gesteld, en dat een dergelijk archief daarbij eerst door de Minister
bij ministerieel besluit moet worden aangewezen.
Deze leden vraag voorts, welke archieven de regering voornemens is om via het internet
beschikbaar te stellen, gezien de reikwijdte van de wet?
De regering heeft thans alleen een concreet voornemen om het CABR aan te wijzen als
beperkt openbaar archief dat via internet aan eenieder beschikbaar kan worden gesteld.
Het is niet de verwachting dat op korte termijn op rijksniveau andere archieven zullen
worden aangewezen. Dit vraagt allereerst dat deze worden gedigitaliseerd en daar zijn
momenteel geen middelen voor.
De leden van de CDA-fractie kunnen zich voorstellen dat het concretiseren van het
omslagpunt wanneer een algemeen belang een zwaarwegend algemeen belang wordt, lastig
in de memorie van toelichting is aan te geven. Maar de leden kunnen zich ook voorstellen
dat na aanneming van deze wet beide belangen in het geding zijn. Kortom het algemeen
belang en het zwaarwegend belang zijn met elkaar in conflict. Kan de regering nader
uiteenzetten hoe de Minister dit vervolgens wil wegen?
Op grond van artikel 17a, tweede lid, van het wetsvoorstel24 kan de Minister beperkt openbare archiefbescheiden uitsluitend voor onlinepublicatie
aanwijzen, indien met de onlinepublicatie een zwaarwegend algemeen belang is gediend
dat zwaarder weegt dan de belangen die nopen tot bescherming van persoonsgegevens
of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het wetsvoorstel houdt er aldus
expliciet rekening mee dat sprake is van conflicterende belangen die door de Minister
tegen elkaar moeten worden afgewogen. In artikel 17a, derde lid, van het wetsvoorstel25 zijn verschillende elementen opgenomen die de Minister in ieder geval bij deze belangenafweging
moet betrekken.
2.4.4. Het alsnog stellen van openbaarheidsbeperkingen
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de regering de mogelijkheid
noemt dat per vergissing bij de overbrenging geen openbaarheidsbeperking wordt gesteld.
Wat kan een individuele benadeelde wiens privésfeer wordt geschaad in zo’n geval ondernemen,
zo vragen deze leden.
Indien een betrokkene opmerkt dat ten onrechte geen openbaarheidsbeperking is gesteld,
dan kan de betrokkene de zorgdrager hierop wijzen zodat de zorgdrager dit kan herstellen.
Met dit wetsvoorstel wordt voor zorgdragers een verplichting geïntroduceerd om alsnog
een openbaarheidsbeperking stellen, indien aan het licht komt dat archiefbescheiden
nog bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens bevatten26 (zie hierover tevens de nota van wijziging bij deze nota naar aanleiding van het
verslag, waarin de reikwijdte van deze verplichting wordt afgestemd op de toepassingssfeer
van de AVG).27 Indien een betrokkene schade zou lijden doordat ten onrechte geen openbaarheidsbeperking
is gesteld, dan kan de betrokkene om schadevergoeding vragen. De regering merkt hierbij
op dat het feit dat ten onrechte geen openbaarheidsbeperking is gesteld, niet hoeft
te betekenen dat de betrokkene daar ook nadeel of schade van ondervindt.
3. Verhouding tot hoger recht
3.1 Publicatie via internet van beperkt openbare archiefbescheiden die persoonsgegevens
bevatten
De leden van de CDA-fractie onderschrijven het uitgangspunt van de regering dat openbaarmaking
bijdraagt aan het blijven vertellen en duiden van het verhaal van de Holocaust en
daarmee aan kennis en historisch besef over het verleden. Het uitgangspunt is dat
geïnteresseerden, nabestaanden, professionals in het onderwijs én jongeren de informatie
kunnen vinden die zij zoeken, zonder daarin beperkt te worden door de fysieke plek
waar de informatie zich bevindt. Deelt de regering ook het uitgangspunt van deze leden
dat deze informatie wel van context moet worden voorzien?
De regering is het met de leden van de CDA-fractie eens dat het bieden van context
van groot belang is. Daarom steunt de regering specifiek voor het CABR het project
«Oorlog voor de Rechter». Er wordt nadere context gegeven via de website oorlogvoorderechter.nl.
Deze website geeft op dit moment toegang tot de tijdelijke voorziening voor offline
raadpleging van het gedigitaliseerde deel van het CABR en zal ook fungeren als portaal
bij de onlinebeschikbaarstelling van het CABR. Via dit portaal wordt de gebruiker
gewezen op haar of zijn verantwoordelijkheden onder de AVG en wordt ook op allerlei
manieren, audiovisueel en schriftelijk, context geboden.
Op de website wordt publieksvriendelijk en wetenschappelijk verantwoord uiteengezet
wat het CABR is, hoe het tot stand gekomen is en wat erin te vinden is. Ook wordt
uitgebreide informatie gegeven over de geschiedenis en de structuur van de bijzondere
rechtspleging. Een handleiding ondersteunt de gebruiker bij zijn of haar onderzoeken
en de site bevat verwijzingen naar onder andere de handreiking van het Koninklijk
Nederland Historisch Genootschap en longreads van het NIOD die de gebruiker verdere
aanknopingspunten geven om het gevonden materiaal te interpreteren. Op dossierniveau
van onderzochte personen worden de sleuteldocumenten uit de rechtsgang uitgelicht
om het voor gebruikers eenvoudiger te maken inzicht te krijgen in het juridische proces
dat een verdachte heeft doorlopen. Op iedere pagina worden organisaties en juridische
termen nader uitgelegd met teksten die zijn afgestemd met een rechtshistoricus en
historici gespecialiseerd in de Tweede Wereldoorlog.
Daarnaast is er een ingang voor de meest gestelde vragen waarbij de informatie per
vraag gemakkelijk toegankelijk is gemaakt. Ook wordt hier doorverwezen naar professionele
hulp van ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum en naar JMW en SWH.
Deze leden merken voorts op dat door online plaatsen zonder enige drempel ineens de
hele wereld oncontroleerbaar toegang heeft tot een archief. Het doel van het onderhavige
wetsvoorstel, de bescherming van grondrechten in hun onderlinge afweging, kan dan
met zekerheid niet meer worden gerealiseerd, tenzij aanvullende (handhaafbare technische)
maatregelen worden verplicht gesteld. Kan de regering uiteenzetten hoe zij hiermee
om wil gaan?
Het klopt dat de beschikbaarstelling van een beperkt openbaar archief voor eenieder
via internet, ten koste kan gaan van het recht op bescherming van persoonsgegevens,
en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. In het wetsvoorstel
is deze mogelijkheid daarom van een strikte inkadering voorzien. Zoals tevens is geantwoord
op de vraag van de fractieleden van het CDA op pagina 11, kan de Minister beperkt
openbare archiefbescheiden uitsluitend voor onlinepublicatie aanwijzen, indien met
de onlinepublicatie een zwaarwegend algemeen belang is gediend dat zwaarder weegt
dan de belangen die nopen tot bescherming van persoonsgegevens of de eerbiediging
van de persoonlijke levenssfeer.28
Als beperkt openbare archiefbescheiden via internet voor eenieder beschikbaar worden
gesteld, moeten bovendien passende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat
de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig wordt geschaad. Daarbij worden in ieder
geval de passende maatregelen getroffen die zijn opgenomen in artikel 17a, vijfde
lid, van het wetsvoorstel,29 maar bij het opstellen van het aanwijzingsbesluit moet de Minister ook bezien of
aanvullende passende maatregelen noodzakelijk zijn. De Minister raadpleegt de AP over
dit concept-aanwijzingsbesluit, en biedt het concept-aanwijzingsbesluit voor internetconsultatie
aan.
4. Verhouding tot nationaal recht
4.1 Wet hergebruik van overheidsinformatie
De leden van de CDA-fractie vragen aan de regering hoe zij de drie rollen van de Minister
ziet in het onderhavige wetsvoorstel ten aanzien van het CABR en andere gevoelige
archieven? Is er voldoende «tegenmacht» georganiseerd?
De regering kan zich voorstellen dat de leden van de CDA-fractie met deze vraag doelen
op de verschillende besluiten die op grond van dit wetsvoorstel kunnen worden genomen
en die nader zijn toegelicht in paragraaf 4.3, subparagraaf «Awb», van de memorie
van toelichting bij het wetsvoorstel. De regering merkt hierbij op dat slechts twee
van deze bevoegdheden door de Minister kunnen worden uitgeoefend.30 De regering meent dat bij deze bevoegdheden sprake is van voldoende tegenmacht. Zoals
is toegelicht in paragraaf 4.3 van het wetsvoorstel, moeten de besluiten ten eerste
aan de materiële en procedurele kwaliteitsvereisten uit de Awb voldoen (zoals een
zorgvuldige voorbereiding en deugdelijke motivering). Daarnaast staat bij deze besluiten
bestuursrechtelijke rechtsbescherming open voor belanghebbenden.
5. Consultatie en advies
5.1. Adviezen
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de regering het advies van de
Autoriteit Persoonsgegevens niet overneemt om mogelijk te maken dat verzoekers met
functiebeperkingen online kennis kunnen nemen van (bepaalde) belangrijke beperkt openbare
archiefbescheiden en in wetgeving de (groepen) belanghebbenden aan te wijzen die online
toegang moeten krijgen tot archiefbescheiden. Deze leden vragen hoe deze afwijzing
zich verhoudt tot de bepalingen in het Verdrag inzake de rechten van personen met
een handicap, waarbij Nederland zich in 2016 heeft aangesloten.
In haar advies over het wetsvoorstel was de AP kritisch over het voorstel om mogelijk
te maken dat beperkt openbare archiefbescheiden in bepaalde gevallen voor eenieder
via internet beschikbaar kunnen worden gesteld, en de AP achtte dit voorstel disproportioneel.
De AP gaf aan dat het in haar optiek wel denkbaar zou zijn dat in wetgeving (groepen)
belanghebbenden worden aangewezen die een goed afgepaste mate van toegang kunnen krijgen
tot de beperkt openbare archiefbescheiden. De AP noemde verzoekers met functiebeperkingen
als voorbeeld van een groep belanghebbenden waarvoor online toegang zou kunnen worden
geregeld.31
De regering heeft ervoor gekozen om dit advies niet over te nemen en met dit wetsvoorstel
mogelijk te maken dat in uitzonderlijke gevallen beperkt openbare archieven via internet
voor eenieder beschikbaar worden gesteld.32 De regering kiest er daarmee niet voor om slechts voor specifieke groepen online
toegang mogelijk te maken. In die zin wijst zij het advies van de AP af, maar dat
betekent juist niet dat mensen met een functiebeperking geen toegang zouden hebben.
Met hen heeft ieder ander nu toegang.
II. Artikelsgewijs
Artikel 2
De leden van de CDA-fractie vragen of de verwijzing in artikel 2a lid 2 onder b naar
lid 4 van artikel 17a niet lid 5 moet zijn.
Dat klopt. Deze foutieve verwijzing is hersteld in de nota van wijziging bij deze
nota naar aanleiding van het verslag.
Artikel 17a
De leden van de CDA-fractie hebben over artikel 17a een aantal vragen. Zij vragen
ten eerste waarom in artikel 17a lid 2 onder a het begrip «oorlog» wordt toegevoegd
en volstaat het wetsvoorstel niet met de onderwerpen genoemd in Overweging 158 AVG
(«specifieke informatie over het politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes,
over genocide, misdaden tegen de menselijkheid, met name de Holocaust, of over oorlogsmisdaden»).
Treedt het wetsvoorstel daarmee niet buiten de grenzen die de AVG aangeeft, zo vragen
zij?
Oorlog is als algemene categorie toegevoegd, omdat het niet uitvoerbaar is om archieven
met betrekking tot oorlogsmisdaden te scheiden van archieven over oorlog. Ook is noodzakelijk
om onderzoek in oorlogsarchieven in algemene zin te kunnen doen om te kunnen bepalen
wat mogelijk oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid zijn. Met het oog
op de uitvoerbaarheid en de bedoeling achter de in overweging 158 gegeven voorbeelden
is er daarom voor gekozen om uitvoering te geven aan deze overweging door ook de categorie
oorlogsarchieven aan te wijzen als categorie waarvoor onlinepublicatie mogelijk kan
zijn.
In overweging 158 van de AVG wordt het belang van toegankelijkheid van archieven expliciet
onderkend. De overweging biedt lidstaten ruimte om te bepalen dat persoonsgegevens
verder mogen worden verwerkt voor archiveringsdoeleinden. Hierbij wordt als voorbeeld
genoemd het verstrekken van informatie over politiek gedrag onder voormalige totalitaire
regimes, over genocide, misdaden tegen de menselijkheid, met name de Holocaust, of
over oorlogsmisdaden. Juist om te kunnen waarborgen dat op een gedegen en volledige
manier onderzoek kan worden gedaan naar de in de overweging genoemde onderwerpen,
zijn oorlogsarchieven in algemene zin toegevoegd aan het voorstel. Daarmee blijft
het wetsvoorstel binnen de grenzen van de AVG.
Ten tweede vragen deze leden waarom op meerdere plaatsen (artikel 17 lid 6; 17a lid
5) ten opzichte van de vorige versie van het wetsvoorstel de term «waarborgen» is
vervangen door «maatregelen». Is dat laatste niet een zwakker begrip?
In de versie van het wetsvoorstel zoals dat bij de Afdeling advisering van de Raad
van State voor advies werd aangeboden, werden de termen «waarborgen» en «maatregelen»
door elkaar gebruikt. Bij nader rapport is het gebruik van deze termen geüniformeerd,
waarbij in het wetsvoorstel telkens de term «maatregelen» is gehanteerd. Dit is een
technische wijziging waarmee geen inhoudelijke wijziging is beoogd. De regering vindt
de term «maatregelen» het meest passend, omdat daarmee het best tot uitdrukking wordt
gebracht dat het gaat om concrete ingrepen die moeten worden getroffen om de persoonlijke
levenssfeer of de rechten en vrijheden van betrokkenen te beschermen.
Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie waarom in 17a lid 6 «kan» staat (dus optioneel),
en in 17 lid 7 onder b «worden» (dus een plicht).
Artikel 17a, zesde lid, van het wetsvoorstel geeft de Minister van OCW de bevoegdheid
om bij de aanwijzing van een beperkt openbaar archief dat via internet beschikbaar
kan worden gesteld, aanvullende door de beheerder te treffen passende maatregelen
vast te stellen. Het gaat hierbij om passende maatregelen die moeten worden getroffen,
in aanvulling op de passende maatregelen die in artikel 17a, vijfde lid, van het wetsvoorstel
zijn vastgelegd. De eventueel aanvullend te treffen maatregelen zijn sterk afhankelijk
van de aard en ordening van het desbetreffende archief,33 waarbij tevens van belang is dat bij het bepalen van de aanvullende passende maatregelen
een afweging moet worden gemaakt tussen het belang van de bescherming van persoonsgegevens,
en het belang van de toegankelijkheid van het archief.34 Omdat ook denkbaar is dat bij de aanwijzing van een concreet archief geen aanvullende
passende maatregelen noodzakelijk zijn, is in artikel 17a, zesde lid, bewust als «kan-bepaling»
geformuleerd.
Artikel 17, zevende lid, onderdeel b, biedt een grondslag voor het stellen van nadere
regels bij algemene maatregel van bestuur, over de passende maatregelen die de beheerder
in ieder geval neemt als hij archiefbescheiden die persoonsgegevens bevatten ter raadpleging
of gebruik beschikbaar stelt. Het gaat hierbij niet om nadere regels over het via
internet beschikbaar stellen van archiefbescheiden, maar om nadere regels over het
geven van inzage in archiefbescheiden aan een verzoeker. Omdat noodzakelijk is dat
deze nadere regels worden gesteld, is deze delegatiebepaling dwingend geformuleerd.
De regering merkt hierbij terzijde op dat er bewust voor is gekozen om deze regels
te stellen op het niveau van een algemene maatregel van bestuur, omdat daarbij wordt
aangesloten bij de systematiek van de Archiefwet 20...35
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
Indieners
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap