Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 886 Wijziging van de Woningwet in verband met het vervangen van de actuele waarde door de beleidswaarde
Nr. 5
VERSLAG
Vastgesteld 26 februari 2026
De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van
haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen
afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit
wetsvoorstel voldoende voorbereid.
Inhoudsopgave
1.
Algemeen
1
2.
Hoofdlijnen van het voorstel
2
3.
Gevolgen
3
4.
Advies en consultatie
3
1. Algemeen
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en zij zien
op dit moment af van het stellen van vragen.
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben
nog enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de wijziging van de Woningwet
in verband met het vervangen van de actuele waarde door de beleidswaarde en hebben
nog vragen.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben
nog vragen.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het
voorstel tot Wijziging van de Woningwet in verband met het vervangen van de actuele
waarde door de beleidswaarde en hebben geen verdere vragen.
2. Hoofdlijnen van het voorstel
Beleidswaarde als grondslag voor de jaarrekening
De leden van de VVD-fractie merken op dat de berekening van de marktwaarde wordt vervangen
door een nieuwe centrale marktwaarderingsmethodiek. Deze leden vragen daarom welke
garanties kunnen worden gegeven dat deze centrale methodiek niet alsnog leidt tot
nieuwe informatieverplichtingen. Daarnaast vragen zij of er een harde garantie is
dat corporaties per saldo minder gegevens hoeven aan te leveren. Ook vragen zij of
er een onafhankelijke nulmeting en evaluatie wordt ingepast om de werkelijke besparing
te toetsen.
De beleidswaarde heeft de verwachting in zich dat het beter aansluit bij de beleidskeuzes
van woningcorporaties. De leden van de VVD-fractie vragen welke garanties kunnen worden
gegeven dat dit niet zorgt voor meer ruimte voor strategisch begrotingsgedrag. Daarbij
vragen deze leden of dit niet leidt tot mogelijk extra toezicht en daarmee weer nieuwe
regeldruk en extra kosten.
De voorgenomen besparingen zouden woningcorporaties meer ruimte moeten geven. De leden
van de VVD-fractie vragen welke afspraken worden gemaakt over de besteding van middelen
volgend uit deze voorgenomen besparingen. Hoeveel extra betaalbare woningen zouden
er concreet kunnen worden gerealiseerd? Deze leden vragen of het kabinet bereid is
om hierover prestatieafspraken vast te leggen, zodat lastenverlichting daadwerkelijk
leidt tot extra bouwproductie.
De leden van de CDA-fractie hebben enkele vragen over de vergelijkbaarheid en prikkelwerking
van de beleidswaarde als nieuwe waarderingsgrondslag. Deze leden vragen hoe de regering
waarborgt dat de beleidswaarde, die mede afhankelijk is van beleidskeuzes van individuele
woningcorporaties ten aanzien van onder meer onderhoud, huurbeleid en doorexploitatie,
sectorbreed voldoende consistent en vergelijkbaar blijft om een betrouwbaar beeld
te geven van de financiële positie van woningcorporaties. Zij vragen tevens hoe wordt
voorkomen dat via de beleidswaarde onbedoelde prikkels ontstaan om beleidskeuzes zodanig
vorm te geven dat deze de vermogenspositie in de jaarrekening beïnvloeden.
De leden van de CDA-fractie hebben daarnaast vragen over de afhankelijkheid van een
centrale marktwaarderingsmethodiek buiten het wettelijk kader. Deze leden vragen welke
concrete waarborgen bestaan dat de centrale marktwaarderingsmethodiek tijdig gereed
en operationeel is bij de beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2027 en wat het scenario
is indien de methodiek op dat moment nog niet volledig functioneert.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe de governance van deze centrale methodiek is
ingericht, nu deze niet wettelijk wordt verankerd, en hoe transparantie en democratische
controle worden geborgd ten aanzien van de gehanteerde aannames, modellen en eventuele
aanpassingen daarvan. Deze leden vragen voorts hoe woningcorporaties en accountants
worden betrokken bij de ontwikkeling en implementatie van de centrale marktwaardering
en of de regering een nadere inschatting kan geven van de verwachte gegevensuitvraag
en eventuele regeldruk die hieruit voortvloeit.
3. Gevolgen
Verwerking van de stelselwijziging
De leden van de CDA-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat verschillen in aannames,
met name rond onderhoudsbegrotingen en disconteringsvoeten, leiden tot aanzienlijke
spreiding in uitkomsten, waardoor sectorvergelijking en toezichtinformatie minder
bruikbaar worden.
4. Advies en consultatie
Advies van de Aw
De leden van de CDA-fractie vragen welke rol de Autoriteit woningcorporaties (Aw)
concreet krijgt bij het opstellen, actualiseren en handhaven van richtlijnen rond
de beleidswaarde en op welke wijze wordt gemonitord of nadere aanscherping van het
handboek of aanvullende uniformering nodig is.
De leden van de BBB-fractie lezen in de memorie van toelichting dat de Aw «praktische
oplossingen» zal inrichten voor de kleine groep corporaties die niet is aangesloten
bij het WSW en dus geen gebruik kan maken van de centrale marktwaardeberekening. Kan
de regering concreet maken wat deze oplossingen inhouden? Hoe wordt voorkomen dat
deze vaak lokale corporaties juist met hogere kosten of een zwaardere administratieve
last worden geconfronteerd?
De leden van de BBB-fractie lezen dat de methodiek voor de beleidswaarde van bedrijfsmatig,
maatschappelijk en zorgvastgoed op dit moment nog wordt onderzocht door de Aw. Wanneer
is het onderzoek afgerond? Wat gebeurt er met de solvabiliteit- en continuïteitsoordelen
van corporaties als de beleidswaarde substantieel lager uitvalt dan de huidige marktwaarde?
Welke effecten heeft dit op hun leenruimte? Kan de regering inzichtelijk maken wat
de impact is op corporaties in krimpregio’s, waar de marktwaarde vaak al lager ligt?
Kan de regering specificeren hoe de geraamde lastenverlichting van € 29 miljoen is
berekend, en welke aannames daaraan ten grondslag liggen? Wie is uiteindelijk eindverantwoordelijk
wanneer de financiële continuïteit van een corporatie in gevaar komt onder het nieuwe
toezichtkader, en hoe wordt voorkomen dat verantwoordelijkheden tussen de Aw en het
WSW diffuus worden?
De fungerend voorzitter van de commissie, Beckerman
De griffier van de commissie, De Vos
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.M. Beckerman, voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede ondertekenaar
A.C.W. de Vos, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.