Brief regering : Voortgangsrapportage EUFOR Althea
29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies
Nr. 521
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 mei 2026
In overeenstemming met artikel 100 van de Grondwet, en met verwijzing naar de eerdere
artikel 100-brief inzake de Nederlandse bijdrage aan EUFOR Althea (Kamerstuk 29 521, nr. 494 d.d. 25 april 2025), ontvangt u hierbij de voortgangsrapportage over de Nederlandse
bijdrage aan EUFOR Althea in Bosnië en Herzegovina van 1 mei 2025 tot en met 30 april
2026.
Essentie
Met deze voortgangsrapportage beoogt het kabinet inzicht te geven in de voortgang
van de Nederlandse bijdrage aan EUFOR Althea in de genoemde periode. Bij aanvang van
de rapportageperiode droeg Nederland bij aan de operatie met een Field HUMINT-team
(FHT) en staffunctionarissen. Middels een artikel 100-brief (Kamerstuk 29 521, nr. 494) is uw Kamer geïnformeerd over de verlenging van deze bijdrage tot en met 31 december
2027, alsmede de inzet van een infanteriecompagnie van oktober 2025 tot en met 1 oktober
2026.
De voortgangsrapportage geeft inzicht in de wijze van monitoring van de Nederlandse
bijdrage en blikt terug op de politieke en veiligheidsontwikkelingen waarbinnen de
inzet in het afgelopen jaar plaatsvond, de strategie van de Nederlandse geïntegreerde
inzet, de gronden voor deelname, en reflectie op de voortgang van EUFOR Althea en
de Nederlandse bijdrage aan de operatie.
Monitoring
De Ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie trekken gezamenlijk op in de continue
en periodieke monitoring van de Nederlandse bijdrage, om zowel op het operationele
als beleidsvlak lessen te trekken en het organisatieleren van de Nederlandse bijdrage
te vergroten. Zo worden er doorlopend (operationele) aanpassingen gedaan op basis
van ervaringen en terugkoppeling van Nederlandse militairen in de operatie en medewerkers
van de ambassade in Sarajevo.
Naast continue monitoring heeft begin maart 2026 een monitoringsbezoek aan EUFOR Althea
plaatsgevonden door vertegenwoordigers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en
het Ministerie van Defensie. Dit bezoek had als doel om te bezien hoe de Nederlandse
bijdrage aansluit bij en bijdraagt aan de operatiedoelstellingen van EUFOR Althea
en hoe deze inzet past in de bredere politieke en veiligheidscontext. Daarbij gaf
dit bezoek inzicht in de uitdagingen en aandachtspunten. De bevindingen hiervan zijn
verwerkt in deze rapportage, en werden waar nodig tussentijds opgepakt.
Een voorbeeld hiervan is het advies om de Bosnische autoriteiten en Brussel op te
roepen middelen vrij te maken voor infrastructurele investeringen in de huidige Temporary Staging Areas (TSA’s), die verspreid door het land door EUFOR Althea gebruikt worden als uitvalsbasis.
Nederland heeft reeds in het Politiek en Veiligheidscomité van de EU (PSC) een oproep
gedaan aan de EU om mogelijkheden te verkennen voor het gebruik van European Peace Facility middelen.
Politieke ontwikkelingen in Bosnië en Herzegovina
De periode waarop deze brief betrekking heeft kenmerkt zich door grote politieke spanningen
en een ongekende constitutionele crisis, met name door ontwikkelingen in en acties
van de autoriteiten van Republika Srpska (RS). Zoals eerder aan uw Kamer gecommuniceerd1 werd Milorad Dodik, de toenmalige president van RS, begin 2025 veroordeeld door het
Staatshof voor het ondermijnen van het gezag van de Hoge Vertegenwoordiger. Als reactie
op de veroordeling escaleerden de politici uit RS door ongrondwettelijke wetgeving
aan te nemen gericht tegen het gezag van de staat. Vanwege de toegenomen binnenlandse
onrust activeerde EUFOR Althea in maart 2025 twee reservecompagnieën, en heeft hiermee
effectief een escalatie in het veiligheidsdomein weten te voorkomen.
Gedurende de huidige rapportageperiode kregen deze ontwikkelingen een vervolg. Dodik
kreeg een nationaal arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd in een strafrechtelijk
onderzoek voor de aanval op de constitutionele orde van BiH en was voortvluchtig.
In juli 2025 werd het arrestatiebevel tegen Dodik ingetrokken nadat hij zich vrijwillig
meldde voor verhoor. In augustus werd het vonnis tegen Dodik in hoger beroep bevestigd,
waarna de kiescommissie hem definitief uit zijn ambt als RS-president heeft gezet.
Ondanks initieel weigeren besloot Dodik terug te treden als president van RS. Tijdens
de vervroegde RS-presidentsverkiezingen op 23 november jl., die gedeeltelijk overgedaan
moesten worden vanwege fraude, wist een Dodik-loyalist en partijgenoot Siniša Karan
met een nipte meerderheid te winnen.
Op 31 oktober jl. heeft de VN-Veiligheidsraad unaniem ingestemd met een verlenging
van het mandaat van EUFOR Althea met twaalf maanden. De Verenigde Staten, Rusland
en China benadrukten allen het belang van het vasthouden aan het Dayton vredesakkoord.
Dit duidt erop dat zij geen openlijke politieke steun verlenen aan een afscheiding
van RS, noch aan benodigde hervormingen van de Grondwet van BiH om voortgang te maken
op het EU-toetredingspad.
Op het gebied van EU-toetreding is er weinig tot geen voortgang. Het EU-uitbreidingsrapport
van november 2025 is ongekend kritisch op de situatie in BiH, en het kabinet kan zich
vrijwel geheel vinden in de conclusies. De hervormingsdynamiek in BiH is tot stilstand
gekomen als gevolg van de politieke crisis.
Veiligheidsontwikkelingen in Bosnië en Herzegovina
Tijdens de constitutionele crisis in 2025 hebben de Bosnische autoriteiten EUFOR Althea
verzocht tot ondersteuning van de Staatspolitie (State Investigation and Protection
Agency, SIPA) bij de uitvoering van het arrestatieverzoek tegen Dodik. Daarbij werd
gewezen op het risico van een gewapende confrontatie met de politie van RS en de persoonlijke
beveiliging van Dodik. Hoewel er een risico bestond op een aantasting van de Safe and Secure Environment (SASE), en EUFOR Althea in dat geval juridisch gezien had mogen interveniëren, is
de operatie niet op dit verzoek ingegaan om de neutrale positie van EUFOR Althea te
waarborgen.
Tegelijkertijd liet de politieke crisis zien dat de nationalistische retoriek van
politici weinig weerklank vindt onder de bevolking. Grootschalige protesten bleven
uit en slechts een zeer beperkt aantal personen gaf gehoor aan de oproep van Dodik
aan Bosnisch-Servische medewerkers van de staatspolitie en de staatsrechtbank om ontslag
te nemen en in dienst te treden bij de politie van RS.
De veiligheidssituatie in BiH laat zich omschrijven als «stabiel maar fragiel». De
commandant van EUFOR Althea oordeelde eind september 2025 dat de veiligheidsrisico’s
dermate waren verminderd dat de in maart van dat jaar ingebrachte reservecompagnieën
konden worden gedeactiveerd. De politieke en constitutionele crisis in 2025 laat tegelijkertijd
zien dat mogelijke escalaties geen denkbeeldig scenario zijn.
Dodik behoudt achter de schermen een aanzienlijke invloed op de politieke- en veiligheidssituatie
in BiH. Naar verwachting zal hij blijven streven naar grotere RS-autonomie en het
verder uithollen van de Bosnische nationale instituties. Hoewel er momenteel geen
signalen zijn dat wordt beoogd deze politieke doelen op korte termijn middels geweld
af te dwingen, blijft de sluimerende spanning een bedreiging vormen voor de stabiliteit
in BiH en in de regio.
Strategie Nederlandse geïntegreerde inzet in Bosnië en Herzegovina
Strategische doelstelling
Nederland streeft ernaar samen met partners bij te dragen aan de bevordering van politieke
en sociale stabiliteit en vreedzame co-existentie in BiH en breder in de Westelijke
Balkan, waardoor de kans op een nieuw (gewapend) conflict kan worden verminderd en
– idealiter – geminimaliseerd. Deze strategische doelstelling is nog onverminderd
van kracht.
Dergelijke stabiliteit geldt tevens als een noodzakelijke randvoorwaarde voor de aanpak
van georganiseerde criminaliteit en asiel en migratie uit de Westelijke Balkan.
Stabiliteit en vreedzame co-existentie blijft noodzakelijk voor het EU-perspectief
van BiH. Het kabinet ondersteunt het EU-perspectief van BiH en andere landen op de
Westelijke Balkan. Door middel van onder meer het Programma Maatschappelijke Transformatie
(MATRA) en strategische detacheringen zet het kabinet zich in om hervormingen op het
gebied van rechtsstatelijkheid in de regio te bevorderen.
Voortgang van de operatie
Ontwikkelingen in de operatie
De opzet van EUFOR Althea staat beschreven in de artikel 100-brief (Kamerstuk 29 521, nr. 494 d.d. 25 april 2025). Vanwege het verlaagde dreigingsniveau heeft de operatie in september
jl. de twee aanwezige reserve-compagnieën kunnen afschalen die sinds 13 maart 2025
waren geactiveerd. In totaal bestaat de operatie daarmee momenteel uit circa 1.500
militairen. Sinds januari 2026 is de Italiaanse generaal-majoor Fronda de nieuwe Force Commander van EUFOR Althea. De nieuwe commandant heeft onder andere als prioriteit de zichtbaarheid
op straat van EUFOR Althea verder te vergroten.
Reflectie op operatiedoelstellingen
De primaire doelstellingen van de operatie zijn het behoud van een Safe and Secure Environment (SASE) en het afschrikken van actoren die de vrede in gevaar kunnen brengen. Hierin
treedt de operatie gezamenlijk op met de internationale gemeenschap. EUFOR Althea
heeft in de rapportageperiode deze doelstellingen kunnen realiseren.
Aan het behoud van de SASE geeft de operatie invulling door het uitvoeren van sociale
patrouilles en het continu monitoren van de veiligheidssituatie. EUFOR Althea treedt
in geheel BiH op en de patrouilles van de verschillende compagnieën worden op elkaar
afgestemd zodat de operatie in het hele land zichtbaar is.
Vanuit zowel de Bosnische autoriteiten als de internationale gemeenschap is brede
erkenning uitgesproken voor de rol die EUFOR Althea heeft gespeeld bij het voorkomen
dat de constitutionele crisis van vorig jaar spillover-effecten zou hebben in het veiligheidsdomein. Tevens heeft de de-escalerende werking
van de aanwezigheid van EUFOR Althea ertoe geleid dat Bosnische staatsinstituties
onder druk van de VS en Europa de tijd hadden om een uitweg te vinden uit de politieke
crisis.
De operatie kon effectief de-escaleren door na het arrestatiebevel snel te besluiten
om reserve-eenheden te activeren en in te zetten op verhoogde presence, profile and posture van patrouilles door het hele land. De daadkrachtige houding van de operatie heeft
de bevolking gerustgesteld, en destabiliserende actoren ervan weerhouden op te roepen
tot geweld.
Van verschillende zijden is daarbij erkenning uitgesproken voor de rol van de vorige
artikel 100-inzet van de Nederlandse compagnie (oktober 2023 – oktober 2024), die
heeft bijgedragen aan operatiebrede standaarden ten aanzien van patrouilles, sociale
interactie met de bevolking, ervaring met Crowd and Riot Control, en beschikbaarheid van gepantserde voertuigen in geval van verhoogde risico situaties.
De huidige compagnie zet deze hoge standaard voort.
Aandachtspunten
Het kabinet is alert op de beschikbaarheid en vulling van de reserve-eenheden van
EUFOR Althea in geval van escalatie. Deze beschikbaarheid en vulling blijft een continu
aandachtspunt, omdat een deel van deze eenheden gedeeld worden met de Kosovo Force
(KFOR). Er zijn op dit moment geen signalen voor een gelijktijdige escalatie in Kosovo
en BiH.
Met de komst van de Italiaanse commandant is de helikoptercapaciteit (twee Italiaanse
Chinooks) binnen EUFOR Althea toegenomen, waardoor een snellere verplaatsing van kleine
lichtbewapende eenheden mogelijk is. Desondanks blijft het een uitdaging om snel te
ontplooien in het bergachtige landschap indien de veiligheidssituatie hierom vraagt.
Door het achterstallig onderhoud aan de TSA’s wordt de operatie gehinderd in de mogelijkheid
om langdurige patrouilles op deze buitenlocaties uit te voeren. In de afgelopen winterperiode
heeft de operatie om deze reden en vanwege slecht begaanbare wegen niet kunnen patrouilleren
in de verder van Sarajevo gelegen regio’s. Dit gaat ten koste van de zichtbaarheid
en mogelijk tevens van het geruststellende en afschrikwekkende vermogen van de operatie.
Terugblik op de Nederlandse bijdrage
Staffunctionarissen
In de rapportageperiode heeft Nederland zeven staffuncties vervuld binnen het hoofdkwartier
van EUFOR Althea. Nederland levert tot 1 juli 2026 onder meer de plaatsvervangend
Chef Staf Ondersteuning (DCOS Support). Het voordeel van deze DCOS functie is dat
Nederland hiermee een directe gesprekspartner is binnen de «Command Group» die de operatie aanstuurt. Hoewel Nederland naar verhouding voorziet in een klein
aantal staffunctionarissen staat het kwalitatief goed aangeschreven. Het is voor de
nabije toekomst wenselijk te bezien op welke wijze Nederland meer strategische functies
binnen het hoofdkwartier kan vervullen om zo meer invloed op de operatie te kunnen
uitvoeren.
Field HUMINT-team
Het FHT richt zich op het vergaren van voor de operatie relevante situational awareness voor, en in opdracht van, de commandant EUFOR Althea. Door het inbrengen van het
Nederlandse FHT is de kwaliteit van de informatiepositie binnen EUFOR Althea verbeterd.
Zo droeg het FHT bij aan een verbeterd besef van het multidimensionale karakter van
veiligheidsaspecten bij de commandant. Voor de eenheid die de functionarissen levert
is dit tevens een manier om relevante kennis en ervaring op te doen in de praktijk.
Infanteriecompagnie
Vanaf oktober 2025 levert Nederland net als in 2023–2024 wederom één van de infanteriecompagnieën
binnen het Multinationale Bataljon. Door zowel haar niveau van training, uitrusting
als wijze van optreden wordt het als een van de beste eenheden van EUFOR Althea gezien.
De wijze van uitvoering van patrouilles wordt door de commandant van EUFOR Althea
zelfs als voorbeeld gesteld. De infanteriecompagnie is goed getraind, waarbij twee
van de drie pelotons ook kunnen worden ingezet voor Crowd & Riot Control. Ook is de compagnie o.a. uitgerust met gepantserde voertuigen die alleen worden
ingezet bij escalatie. Communicatie & Engagement-team van vier personen en diverse
tolken bevorderden de interactie met de lokale bevolking zodat de «sociale patrouilles»
effectief kunnen plaatsvinden. Dit is een verbetering ten opzichte van de inzet van
een soortgelijke infanteriecompagnie twee jaar geleden.
Hoewel officieel geen formele taak voor de inzet van de compagnie is een aandachtspunt
dat de mogelijkheden voor de eenheid om te trainen voor de verdediging van het NAVO-grondgebied
beperkt zijn. Dit heeft te maken met de beperkte beschikbaarheid van trainingslocaties.
Voor het optreden in verstedelijkt gebied heeft de eenheid met eigen middelen trainingslocaties
ingericht. De eenheid maakt verder vooral dankbaar gebruik van de trainingsmogelijkheden
die de twee Italiaanse Chinook helikopters bieden.
Financiën
De additionele kosten in 2025 voor EUFOR Althea bedroegen € 6,7 miljoen en werden
bekostigd vanuit het Budget Internationale Veiligheid (BIV).2
Concluderend
Middels de infanteriecompagnie, staffunctionarissen en het Field HUMINT-team, stelt
de Nederlandse bijdrage EUFOR Althea mede in staat om de Safe and Secure Environment in Bosnië en Herzegovina te bewaken. Tijdens de politieke en constitutionele crisis
van afgelopen jaar heeft de operatie effectief kunnen de-escaleren door na het arrestatiebevel
tegen Dodik snel te besluiten om reserve-eenheden te activeren en in te zetten op
verhoogde presence, profile and posture van patrouilles door het hele land. De daadkrachtige houding van de operatie heeft
de bevolking gerustgesteld, en destabiliserende actoren ervan weerhouden op te roepen
tot geweld. Van verschillende zijden is daarbij erkenning uitgesproken voor de rol
van de vorige artikel 100-inzet van de Nederlandse compagnie (2023–24), die heeft
bijgedragen aan operatiebrede standaarden ten aanzien van patrouilles, sociale interactie
met de bevolking, ervaring met Crowd and Riot Control, en beschikbaarheid van gepantserde voertuigen in geval van verhoogde risico situaties.
De huidige compagnie zet dit voort.
De grondoorzaken van instabiliteit, waaronder voortdurende etno-nationalistische retoriek
in het politieke domein, maken dat de veiligheidssituatie nog altijd «stabiel maar
fragiel» is. De inzet van EUFOR Althea zal mede daarom voorlopig nog noodzakelijk
blijven.
Voor de toekomst blijven onder meer de toekomstige bijdragen van landen, de vulling
van reserve-eenheden (samen met KFOR) en de interoperabiliteit tussen de deelnemende
landen binnen EUFOR Althea en de staat van Temporary Staging Areas relevante aandachtspunten.
Specifiek voor de Nederlandse bijdrage binnen EUFOR Althea is aandacht nodig voor
de strategische positionering van stafofficieren op het hoofdkwartier.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
De Minister van Defensie,
D. Yeşilgöz-Zegerius
Indieners
-
Indiener
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Medeindiener
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie