Brief regering : Rapporten 'Herhaalmeting Woonwagenstandplaatsen in Nederland' en 'Haalbaarheidsonderzoek Woningdelen'
32 847 Integrale visie op de woningmarkt
Nr. 1449
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 april 2026
Woonwagenbewoners zijn een van de aandachtsgroepen met een specifieke woonbehoefte
waarvoor gemeenten passende huisvesting moeten regelen. Net als bij andere woonvormen
is de vraag naar woonwagens en standplaatsen veel groter dan het aanbod. Bij de aanpak
van dit tekort is het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid
van groot belang. Dit beleidskader heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
in 2018, mede als reactie op uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de
Mens en het College voor de Rechten van de Mens, naar uw Kamer gestuurd. Dit beleidskader
reikt gemeenten de kaders aan waarmee zij het lokale woonwagenbeleid binnen het mensenrechtelijke
kader kunnen ontwikkelen.
Ik vind het van belang dat gemeenten en woningcorporaties zich voor alle aandachtsgroepen,
waaronder woonwagenbewoners, inzetten. In het Wetsvoorstel versterking regie op de
volkshuisvesting staat daarom een verplichting opgenomen voor medeoverheden de behoefte
voor alle aandachtsgroepen in beeld te brengen en aan te geven hoe hierin wordt voorzien.
Naast hun inzet op een vergroting van de reguliere woningvoorraad, verwacht ik van
gemeenten en corporaties dat zij zich ook inzetten op de realisatie van voldoende
woonwagenstandplaatsen.
Hierbij bied ik u de derde Herhaalmeting Woonwagenstandplaatsen in Nederland aan.
Naast een overzicht van de veranderingen in het aantal standplaatsen, geeft deze herhaalmeting
ook inzicht in de ontwikkeling van het gemeentelijk beleid. In deze brief ga in op
het aantal standplaatsen, het gemeentelijk beleid, het Rijksbeleid en de vervolgstappen.
Daarnaast informeer ik u over twee andere zaken die betrekking hebben op woonwagenbeleid,
namelijk de aanpassing van de NHG grens en het voorstel het wonen in een toercaravan
voor woonwagenbewoners toe te staan.
Ik maak ook graag van de gelegenheid gebruik om u via deze brief het Haalbaarheidsonderzoek
woningdelen van NiJa Advies en Chaptr2 aan te bieden. Dit onderzoek werd uitgevoerd
in opdracht van verschillende woningcorporaties waaronder Woonin, gemeente Utrecht
en mijn voorganger. Voor de zomer zal ik u informeren over mijn inzet op woningdelen
binnen de landelijke aanpak op het Beter Benutten van de bestaande gebouwen en de
bijbehorende omgeving.
Aantal standplaatsen en knelpunten realisatie
Het belangrijkste doel van de herhaalmeting is zicht te hebben op de ontwikkeling
van het aantal woonwagenstandplaatsen. Net als bij de vorige herhaalmetingen is daarvoor
gebruik gemaakt van gegevens van het Kadaster en van een enquête onder alle gemeenten
en woningcorporaties. Uit het rapport blijkt dat er in Nederland in 2025 in totaal
8.875 woonwagenstandplaatsen waren.1 De onderzoekers concluderen dat het aantal woonwagenstandplaatsen ten opzichte van
de vorige meting in 2022 met 99 is toegenomen. Dat is, net als bij de vorige herhaalmeting
het geval was, een beperkte groei en daarmee blijft, net als voor veel andere aandachtsgroepen,
het verschil tussen vraag en aanbod groot.2 Uit de vorige herhaalmeting kwam de verwachting naar voren dat het aantal standplaatsen
in de onderzochte periode sterker zou groeien, dat blijkt helaas niet het geval te
zijn.3
Uit de enquête waarop de herhaalmeting is gebaseerd, valt niet te verklaren waarom
de verwachte groei en de realisatie zo verschillen. Vanuit het ministerie is een navraag
gedaan bij een aantal gemeenten en betrokkenen om de redenen te achterhalen. Op basis
van deze navraag, en wat de afgelopen jaren met het ministerie is gewisseld, concludeer
ik dat er verschillende factoren zijn. En dat net als bij reguliere woningen het vaak
een combinatie van factoren is waardoor er niet één duidelijke reden valt aan te wijzen.
De bouw van woningen en aanleg van standplaatsen loopt regelmatig vertraging op door
een samenspel van juridische, bestuurlijke en praktische factoren. Het gaat daarbij
onder meer om bezwaar- en beroepsprocedures, milieuregels, netcongestie, personeelstekorten
en financiële en economische onzekerheden. Bij woonwagens en standplaatsen spelen
daarnaast specifieke knelpunten. Het betreft een bijzondere woonvorm die extra kennis
en expertise vraagt. Bovendien lijkt de financiële haalbaarheid hier vaker een probleem
te zijn dan bij reguliere woningbouw. Gemeenten geven aan dat de realisatie van woonwagenstandplaatsen
vaak gepaard gaat met een relatief hoge onrendabele top, onder andere door de relatief
grote kavelgrootte en de hoge aanschafkosten van woonwagens. Daarbij zijn zeker in
dichtbevolkte gemeenten mogelijke locaties zeer schaars. Daarnaast wijzen sommige
gemeenten op de beperkte betrokkenheid van woningcorporaties. Zij ervaren terughoudendheid
bij corporaties om de ontwikkeling of het beheer van woonwagenstandplaatsen op zich
te nemen. Hierdoor blijven gemeenten soms zelf verantwoordelijk voor ontwikkeling,
beheer en exploitatie, wat tot extra lasten en vertraging leidt. Verder spelen factoren
zoals weerstand vanuit de omgeving en aanvullende onderzoeksverplichtingen een rol.
Tot slot speelt ook mee dat woonwagenbewoners een relatief kleine doelgroep vormen,
waardoor het beleid rond woonwagens en standplaatsen niet altijd politieke prioriteit
krijgt. Het rapport is aan een aantal verenigingen van woonwagenbewoners voorgelegd
met de vraag hierop te reflecteren. Zij geven aan teleurgesteld te zijn in de uitkomsten.
Gemeentelijk beleid en uitbreidingsplannen
De geringe groei en de genoemde knelpunten nemen niet weg dat gemeenten wel uitbreidingsplannen
hebben. Uit de herhaalmeting blijkt dat van de 285 deelnemende gemeenten 113 gemeenten
plannen hebben om het aantal standplaatsen te vergroten, dat is ongeveer 40% van de
gemeenten. In totaal komt de gezamenlijke ambitie van deze gemeenten uit op 1.430
nieuwe standplaatsen. Niet alle plannen bevinden zich echter in dezelfde fase van
ontwikkeling. Gemeenten geven aan dat voor 348 standplaatsen sprake is van harde plancapaciteit.
Dit betreft bouwprojecten waarvoor alle benodigde procedures zijn afgerond en het
bestemmingsplan is aangepast, waardoor de bouw direct kan starten. Daarnaast is gevraagd
naar het aantal standplaatsen dat naar verwachting uiterlijk in 2027 gerealiseerd
kan worden. Gemeenten verwachten gezamenlijk de komende twee jaar 340 nieuwe standplaatsen
te kunnen realiseren. Daarbij teken ik wel aan dat uit eerdere herhaalmetingen bleek
dat de uiteindelijke realisatie vaak achterblijft bij de verwachtingen. Dat zie ik
dan ook als grootste opgave voor gemeenten: het daadwerkelijk realiseren van de plannen.
Rijksbeleid
Vanuit het Rijk worden gemeenten op verschillende wijzen ondersteund. Dit is de afgelopen
jaren vooral gebeurd via financiële ondersteuning en via kennisoverdracht. Mijn verwachting
is dat het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting een verdere impuls zal
geven aan zowel de groei van het aantal standplaatsen als aan de ontwikkeling van
gemeentelijk beleid.
Financiële ondersteuning
Via de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA) zijn gemeenten de afgelopen jaren
financieel ondersteund bij de realisatie van woningbouwprojecten voor aandachtsgroepen.
Gemeenten konden voor de ontwikkeling van woonwagenstandplaatsen gebruikmaken van
deze regeling en per standplaats een bijdrage ontvangen. In 2025 is voor 216 standplaatsen
subsidie toegekend. Hiermee is, net als in eerdere jaren, voor een groot deel van
de gemeentelijke uitbreidingsplannen een beroep gedaan op de regeling. Vanaf 2026
kunnen gemeenten gebruikmaken van de realisatiestimulans, die eveneens toepasbaar
is op woonwagens.
Kennisprogramma
Platform31 heeft, net als in voorgaande jaren, in 2024 en 2025 in opdracht van het
Ministerie van BZK het kennisprogramma «Op weg naar extra standplaatsen» uitgevoerd.
Door middel van praktijkvoorbeelden en advies bood dit programma gemeenten en corporaties
concrete handvatten om extra standplaatsen te realiseren. Daarnaast fungeerde het
programma als vraagbaak voor gemeenten en corporaties die met het thema bezig waren
of wilden starten. De producten die dit kennisprogramma heeft opgeleverd, waaronder
een aantal handboeken, zijn nog steeds via de website van Platform31 te verkrijgen.
Het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting
Het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting zal naar verwachting een belangrijke
impuls geven aan de realisatie van woonwagenstandplaatsen. Met dit wetsvoorstel worden
gemeenten namelijk verplicht in regionaal verband afspraken te maken over de huisvesting
van aandachtsgroepen, waaronder woonwagenbewoners, en vast te leggen welk aandeel
zij hierin voor hun rekening nemen. Van gemeenten wordt bovendien verwacht dat zij
in het gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma beschrijven op welke wijze het beleid
voor de woningbouwopgave en de ontwikkeling van de bestaande voorraad inspeelt op
de woonbehoeften van deze doelgroepen. Gemeenten moeten daarin uiteenzetten hoe zij
voorzien in de behoefte van aandachtsgroepen. Het Rijk en provincies zullen hier toezicht
op houden. Ik verwacht dat hierdoor woonwagenstandplaatsenbeleid een meer solide plek
krijgt in de gemeentelijke belangenafweging en de stijging van het aantal standplaatsen
zal worden versneld.
Het is van belang dat provincies de opgave woonwagenstandplaatsen opnemen in hun volkshuisvestingsprogramma
en erop toezien dat deze ook in de gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma’s worden
opgenomen. Daarnaast is het van belang dat provincies toezien op de realisatie van
de gemeentelijke plannen. Ik zal dit benadrukken in de overleggen die ik met provincies
heb over de opgave die volgt uit de Wet versterking regie Volkshuisvesting.
Overige ontwikkelingen
NHG grens voor woonwagens en woonwagenstandplaatsen
De inzet van het Rijk richt zich niet alleen op de toename van het aantal woonwagenstandplaatsen.
Ook op andere manieren wordt vanuit het Rijk ingezet om het wonen in een woonwagen
beter mogelijk te maken. De afgelopen jaren heeft het Rijk deelgenomen aan een traject
met de NHG en de VNG over de NHG grens voor woonwagens en woonwagenstandplaatsen.
Zoals ik uw Kamer eerder schreef, hanteert de NHG per 2026 één NHG-grens voor alle
type woningen.4 De specifieke grens voor een woonwagens (€ 172.000 in 2025) en woonwagenstandplaatsen
(€ 61.000 in 2025) is daardoor per 2026 vervallen. Door deze wijziging is de NHG-grens
van € 470.000 het bedrag voor de woonwagen en standplaats tezamen zijn. Hierdoor verwacht
ik dat het voor meer woonwagenbewoners mogelijk zal worden om een NHG-hypotheek te
verkrijgen.
Wonen in een toercaravan
Vanuit de woonwagengemeenschap kwam de behoefte naar voren over het wonen in een toercaravan
of een authentieke woonwagen. In juli 2025 heb ik u geschreven dat ik onderzocht welke
wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) nodig is om dit mogelijk te
maken.5 Ik ben tot de conclusie gekomen dat het instellen van de specifieke zorgplicht in
het Bbl het meest passend en werkbaar is. Dit houdt in dat de eigenaar er zelf voor
verantwoordelijk is dat het bouwwerk veilig, gezond en voldoende bruikbaar is. Het
bevoegd gezag kan dit van geval tot geval beoordelen en daar waar nodig (gemotiveerd)
handhaven. In het tweede kwartaal van dit jaar gaat de internetconsultatie voor dit
voorstel van start.
Tot slot
De realisatie van woonwagenstandplaatsen is en blijft een complexe opgave en de stijging
van het aantal woonwagenstandplaatsen is de afgelopen jaren achtergebleven bij de
verwachting. Ik heb er vertrouwen in dat de Wet versterking regie volkshuisvesting
ervoor zal zorgen dat gemeenten en woningcorporaties meer woonwagenstandplaatsen zullen
gaan realiseren.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O'Sullivan
Indieners
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening