Brief regering : Appreciatie gewijzigde amendementen ingediend bij de begrotingsbehandeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het jaar 2026 (Kamerstuk 36800-B-19, 36800-VII-91, 36800-VII-92 en 36800-VII-93)
36 800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026
Nr. 94
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 maart 2026
Er zijn vier gewijzigde amendementen ingediend op de ontwerpbegrotingen 2026 van het
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met deze brief apprecieer
ik mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties deze
gewijzigde amendementen zodat uw Kamer dit kan betrekken bij de stemmingen op dinsdag
24 maart 2026.
Amendementen van de leden Clemminck (JA21) en Van den Brink (CDA)
De leden Clemminck en Van den Brink hebben gewijzigde amendementen ingediend: amendement
met Kamerstuk 36 800 B, nr. 19 ter vervanging van het amendement met Kamerstuk 36 800 B, nr. 16 en het amendement met Kamerstuk 36 800 VII, nr. 91 ter vervanging van het amendement met Kamerstuk 36 800 VII, nr. 33. Met de gewijzigde amendementen wordt beoogd een bedrag van circa € 5,5 mln. in 2026
middels een decentralisatie-uitkering vanuit het gemeentefonds beschikbaar te stellen
aan decentrale politieke partijen zodat die vooruitlopend op de inwerkingtreding van
de Wet op de politieke partijen (Wpp) over deze middelen kunnen beschikken.
In het debat over de ontwerpbegrotingen 2026 van BZK en per brief heeft mijn ambtsvoorganger
reeds gemeld dat een decentralisatie-uitkering geen garantie biedt dat de middelen
daadwerkelijk aan het beoogde doel, in dit geval decentrale politieke partijen, worden
uitgekeerd. Middelen die via een decentralisatie-uitkering worden uitgekeerd aan gemeenten
zijn immers vrij besteedbaar en zijn daarmee onderdeel van de lokale politieke besluitvorming.
Het wetsvoorstel Wpp ligt bij uw Kamer. De beraadslaging hierover moet nog plaatsvinden
en uw Kamer moet zich dus ook nog uitspreken over de verantwoordings- en transparantieregels
zoals die in het wetsvoorstel zijn opgenomen. Zonder afronding van het wetstraject
bestaat er voor mij geen wettelijke grondslag waarmee ik – in lijn met de inhoud van
de gewijzigde amendementen – uniforme eisen kan stellen aan verantwoordings- en transparantieregels
in lijn met de Wpp.
Tot slot, heeft het voorstel zoals opgenomen in de gewijzigde amendementen tot gevolg
dat gemeenten eigen regelingen en procedures tot stand moeten brengen, terwijl deze
slechts van tijdelijke aard zullen zijn. Dat maakt ook dat de administratieve last
voor gemeenten in verhouding tot het uit te keren bedrag ook aanzienlijk is. Dit acht
ik onwenselijk.
Gelet op het voorgaande ontraad ik de bovengenoemde gewijzigde amendementen. Daarbij
wijs ik bovendien op de recent met uw Kamer gedeelde brief1 waarin uiteen wordt gezet op welke wijze de beschikbare middelen (€ 8,15 mln.) doelmatig
en doeltreffend worden besteed ter verdere versterking van de lokale democratie.
Amendement van het lid Meulenkamp (VVD)
Het lid Meulenkamp heeft een gewijzigd amendement ingediend: amendement met Kamerstuk
36 800 VII, nr. 92 is ter vervanging van het amendement met Kamerstuk 36 800 VII, nr. 34. Met het gewijzigde amendement wordt beoogd een bedrag van € 1 mln. beschikbaar te
maken voor een pilot voor het gebruik van AI in de afhandeling van Woo-verzoeken.
De indiener wil dekking voor dit amendement halen uit de middelen voor de Wpp. Zoals
aangegeven in de eerder genoemde Kamerbrief, zijn deze middelen bedoeld voor een maatregelenpakket
ter versterking van de lokale democratie. De voorgestelde pilot is minder passend
bij dit beleidsdoel. U bent daarnaast reeds geïnformeerd over de inzet van AI en andere
technologische middelen om de uitvoering van de Wet open overheid te verbeteren2. Ik vind het van belang om deze lopende initiatieven verder door te ontwikkelen en
waar mogelijk succesvolle initiatieven op te schalen. Gelet op het bovenstaande ontraad
ik dit gewijzigde amendement.
Amendement van de leden Sneller (D66) en Meulenkamp (VVD)
De leden Sneller en Meulenkamp hebben een gewijzigd amendement ingediend: amendement
met Kamerstuk 36 800 VII, nr. 93 is ter vervanging van het amendement met Kamerstuk 36 800 VII, nr. 36. Met het gewijzigde amendement wordt beoogd een bedrag van € 1,5 mln. beschikbaar
te maken voor ProDemos.
Ik onderschrijf het belang van burgerschapsonderwijs en deel met de indieners van
het gewijzigde amendement de noodzaak om de kennis van democratie en rechtsstaat te
vergroten. De betrokkenheid van Nederlandse jongeren via ProDemos is in dit kader
effectief gebleken. Aanvullende middelen hebben in het verleden geholpen bij het bereiken
van meer jongeren in het mbo en het voortgezet onderwijs. Het is daarbij van belang
dat niet alleen jongeren in de regio Den Haag worden bereikt, maar dat alle jongeren
in Nederland worden betrokken bij de democratische rechtsstaat. Met aanvullende middelen
kan ProDemos hier concreet invulling aan geven en met inachtneming hiervan laat ik
het oordeel van dit amendement aan uw Kamer.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
Indieners
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties