Brief regering : Rapport Autoriteit Persoonsgegevens over TOOI
29 628 Politie
32 761
Verwerking en bescherming persoonsgegevens
Nr. 1317
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 maart 2026
Op 6 maart jl. heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) uw Kamer per brief
geïnformeerd over de bevindingen uit het onderzoek dat is uitgevoerd naar de verwerking
van persoonsgegevens door het Team Openbare Orde Inlichtingen (hierna: TOOI). Het
TOOI is een onderdeel van de politie dat onder gezag van de burgemeester informatie
vergaart met het oog op handhaving van de openbare orde. De focus ligt hierbij op
groepen die betrokken zijn bij ernstige openbare-ordeverstoringen.
De AP heeft het onderzoek uitgevoerd naar aanleiding van een verzoek van uw Kamer
van 17 april 2024 naar aanleiding van de motie van de leden Omtzigt (NSC) en Mutluer
(GroenLinks-PvdA).1 Ik waardeer dat de AP onderzoek heeft gedaan naar de manier waarop de politie informatie
vergaart en verwerkt ten behoeve van het handhaven van de openbare orde. De bescherming
van grondrechten, zoals de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, is van essentieel
belang in een democratische rechtsstaat. Ik neem de bevindingen van de AP dan ook
serieus.
In lijn met de zienswijze van de politie heeft de AP besloten het rapport niet openbaar
te maken, maar om het vertrouwelijk te delen met uw Kamer. De AP heeft het rapport
in samenspraak met de politie ook met mij gedeeld onder de voorwaarde van vertrouwelijkheid.
Omdat het rapport van bevindingen alleen vertrouwelijk met mij is gedeeld, kan ik
niet inhoudelijk reageren op dit rapport. In deze brief geef ik u een eerste reactie
op de openbare brief van de AP en schets ik het vervolgproces.2
Alvorens dit te doen hecht ik eraan kort in te gaan op wat het TOOI is en doet.3 Iedere regionale politie-eenheid heeft een TOOI. Dit is een team dat door te praten
met informanten, onder gezag van de burgemeester, informatie verzamelt over mogelijke
ernstige verstoringen van de openbare orde. Deze informanten spreken op vrijwillige
basis met de politie. De juridische basis van het TOOI is artikel 3 Politiewet 2012.
Dit betekent dat het TOOI met haar werk niet een meer dan geringe inbreuk mag maken
op de persoonlijke levenssfeer. Mede dankzij informatie van het TOOI kan de politie
het gezag informeren en adviseren over noodzakelijke maatregelen en keuzes maken over
in te zetten politiecapaciteit. Het gezag heeft bij mij dan ook het belang van TOOI-informatie
benadrukt voor de uiteindelijke informatiepositie ten behoeve van de openbare-ordehandhaving.
Dit hebben de Regioburgemeesters ook met uw Kamer gedeeld in reactie op de openbare
brief van de AP.4
Bevindingen van de AP met betrekking tot TOOI
De AP stelt in haar brief dat het wettelijk kader dat bestaat voor het heimelijk verzamelen
en verwerken van persoonsgegevens door het TOOI ontoereikend is. Dit heeft betrekking
op:
a. Het min of meer compleet beeld van aspecten van het leven van de informant en/of betrokkene
dat kan ontstaan door de informatie die de informant verstrekt aan het TOOI, waardoor
volgens de AP de grens van artikel 3 Politiewet 2012 wordt overschreden;
b. Het verwerken van gegevens van potentiële informanten;
c. Het is sommige gevallen verwerken van bijzondere persoonsgegevens.
Daarnaast stelt de AP dat een betekenisvolle invulling van het gezag op TOOI ontbreekt,
er een politieke weging nodig is omtrent de werkzaamheden van het TOOI in de huidige
vorm en een inbreuk op grondrechten duidelijke en nauwkeurige wetgeving vereist.
Reactie op het onderzoek van de AP met betrekking tot TOOI
In de wijze waarop ik, samen met uw Kamer, om ga met de bevindingen van de AP, vind
ik het van groot belang om een zorgvuldige balans te vinden tussen enerzijds de belangrijke
werkzaamheden van het TOOI ten behoeve van de veiligheid en de anderzijds eerbiediging
van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. De informatie van informanten
vormt een aandeel in de informatiepositie van de politie op het gebied van ernstige
openbare-ordeverstoringen. Het werk van TOOI is daarmee belangrijk voor de informatiepositie
die nodig is ten behoeve van openbare-ordehandhaving en draagt hierdoor bij aan de
veiligheid van burgers en agenten. Ik vind het belangrijk dat deze informatiepositie
behouden blijft.
Ik ga de bevindingen uit het rapport nader bestuderen. Binnenkort spreek ik samen
met de politie met de AP voor een nadere toelichting op het rapport. Ik ga daarnaast
in gesprek met de korpsleiding en burgemeesters over de bevindingen van de AP en hun
zienswijze hierop. Parallel daaraan vergt het rapport van de AP een nadere juridische
analyse, die zal ik uitvoeren. Hierbij kijk ik expliciet naar de implicaties van de
analyse op het werk van TOOI. Verder zal ik samen met de Korpschef en het gezag een
juridische verkenning doen naar de mogelijke handelingsopties van de politie. Hierbij
zal worden bekeken op welke wijze de werkprocessen van TOOI moeten worden aangepast
zodat de informatievergaring en -verwerking binnen de wettelijke kaders plaatsvindt.
Dit kan bijvoorbeeld door in interne procedures of handelingskaders nieuwe/nadere
afspraken vast te leggen wat voor soort gegevens mogen worden verzameld, op welke
wijze deze gegevens worden vastgelegd en welke waarborgen hierop van toepassing zijn.
Hierbij zijn dataminimalisatie en proportionaliteit belangrijke uitgangspunten en
dient de vraag centraal te staan welke informatie nu écht verwerkt moet worden om
tot een informatiepositie te komen die minimaal noodzakelijk is voor het handhaven
van de openbare orde. Het kan zijn dat door het aanpassen en/of strikter naleven van
de werkwijze van het TOOI binnen het huidige wettelijke kader van artikel 3 Pw kan
worden gewerkt. Omdat ook kan blijken dat bepaalde werkzaamheden van TOOI geen doorgang
meer kunnen vinden die toch noodzakelijk zijn ten behoeve van de handhaving van de
openbare orde, wordt tegelijkertijd verkend welke stappen er in dat geval noodzakelijk
zijn. Ik zal tevens een toets op de juridische analyse en handelingsopties laten uitvoeren
door de Landsadvocaat.
Ik vind het van groot belang de vervolgstappen zorgvuldig en in gezamenlijkheid met
politie en het gezag te zetten. Ik zal uw Kamer voor de zomer nader informeren over
het proces dat wordt gevolgd om de werkwijze van het TOOI verder vorm te geven.
Tot slot, naast de briefing die de Korpschef aan uw Vaste Kamercommissie heeft aangeboden,
zijn de politie, de burgemeesters en ikzelf graag bereid om het gesprek met uw Kamer
over het onderzoek van de AP in een daartoe geëigende setting voort te zetten.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. Van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid