Brief regering : Voortgang ratificatie VN-Verdrag Handicap en Verdrag van Istanbul Caribisch Nederland
24 170 Gehandicaptenbeleid
28 345 Aanpak huiselijk geweld
31 015 Kindermishandeling
Nr. 383
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 februari 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van de ratificatie voor Caribisch
Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) van het op 13 december 2006 te New York
tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (hierna:
VN-Verdrag Handicap) voor Caribisch Nederland, zoals toegezegd in de Kamerbrief van
3 juli 20231 en tijdens het debat in de Tweede Kamer over de gelijkebehandelingswetten in Caribisch
Nederland op 11 februari 2025. Tevens informeer ik u, mede namens de Staatssecretaris
van Justitie en Veiligheid, over de voortgang van de ratificatie van het op 11 mei
2011 te Istanbul tot stand gekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkómen
en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld2 (hierna: Verdrag van Istanbul) voor Caribisch Nederland, zoals toegezegd in de Kamerbrief
van 11 april 2025.3 Ik ga in op de belangrijkste ontwikkelingen, de stappen die reeds zijn gezet en de
vervolgstappen die in voorbereiding zijn rondom beide Verdragen.
Inleiding
Het VN-Verdrag Handicap heeft tot doel heeft «het volledige genot door alle personen met een handicap of een chronische ziekte
van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid te bevorderen,
beschermen en waarborgen, en ook de eerbiediging van hun inherente waardigheid te
bevorderen».4
Het Verdrag van Istanbul stelt eisen aan de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk
geweld op velerlei vlakken, zoals voorlichting, preventie, signaleren, interveniëren,
hulpverlening, nazorg bieden en de strafrechtelijke aanpak van plegers.
Beide Verdragen zijn parlementair goedgekeurd voor het gehele Koninkrijk5 en vervolgens geratificeerd voor en in werking getreden in Europees Nederland. Ze
zijn echter nog niet geratificeerd voor – en dus ook niet in werking getreden – in
Caribisch Nederland. Om de Verdragen ook voor Caribisch Nederland te kunnen ratificeren
en in werking laten treden, wordt gewerkt aan (de uitvoering van) beleidsmaatregelen
en benodigde wetgeving. In de navolgende paragrafen wordt hier per Verdrag nader op
ingegaan.
VN-Verdrag Handicap
In 2007 is het VN-Verdrag Handicap ondertekend voor het hele Koninkrijk en in 2016
is het geratificeerd voor Europees Nederland. Het Verdrag is destijds niet geratificeerd
voor Caribisch Nederland, omdat Caribisch Nederland nog niet voldeed aan de uit het
Verdrag voortvloeiende verplichtingen. Het gaat om de burgerlijke en politieke rechten
die in het VN-Verdrag Handicap staan gedefinieerd, zoals bijvoorbeeld het recht op
gelijkheid en non-discriminatie.
Het VN-Comité inzake de rechten van personen met een handicap (hierna: VN-Comité)
heeft Nederland opgeroepen om de ratificatie en implementatie van het VN-Verdrag Handicap
in Caribisch Nederland te bespoedigen zodat personen met een beperking hun rechten
ten volle kunnen genieten.6 Daarnaast roept het VN-Comité het Koninkrijk op om daarvoor een proces op te zetten
voor nauw overleg en actieve betrokkenheid van personen met een beperking in Caribisch
Nederland via hun vertegenwoordigende organisaties, evenals een onafhankelijk monitoringmechanisme
voor het implementatieproces.
Net als in Europees Nederland, willen we dat mensen met een beperking gelijkwaardig
kunnen meedoen in de samenleving van Bonaire, St. Eustatius en Saba. Voor Europees
Nederland voorziet de Werkagenda VN-Verdrag Handicap I 2025–20307 in concrete stappen om het doel van een toegankelijk en inclusief Nederland in 2040
te bereiken. Aangezien de context en huidige situatie in Caribisch Nederland verschillend
is, is deze werkagenda niet van toepassing op Caribisch Nederland. Om opvolging te
geven aan de oproep van het VN-comité inventariseert het Ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (hierna: VWS) daarom met andere relevante ministeries wat nodig is
om het VN-Verdrag Handicap voor Caribisch Nederland te kunnen ratificeren en implementeren
om zo opvolging te geven aan de oproep van het VN-Comité.
Ratificatie van het VN-Verdrag Handicap
Om aan de verplichtingen van het Verdrag te voldoen zijn en worden stappen gezet om
de benodigde wetgeving in Caribisch Nederland in te voeren. Een belangrijke stap is
de inwerkingtreding van het Besluit maatschappelijke ondersteuning en bestrijding
huiselijk geweld en kindermishandeling BES (hierna: Besluit MO/HGKM) geweest op 1 januari
2025.8 Dit besluit maakt het mogelijk voor mensen met een beperking, chronische psychische
of psychosociale problemen om een beroep te doen op voorzieningen die hen ondersteunen
om zelfredzaam te zijn en te (blijven) participeren in de samenleving, zoals (sport)hulpmiddelen,
maaltijden of hulp in de huishouding. Ook de invoering van de gelijkebehandelingswetgeving
in Caribisch Nederland, waar de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische
ziekte (Wgbh/cz) onderdeel van is, is van groot belang. Deze wetgeving verbetert de
positie van mensen met een beperking in Caribisch Nederland zodat zij gelijkwaardig
mee kunnen doen. Deze wet is per 1 januari 2026 in werking getreden.9 Daarnaast wordt gewerkt aan andere wetgeving, zoals de modernisering van de Wet tot
regeling van het toezicht op psychiatrische patiënten BES door VWS. Hieraan wordt
gewerkt in Koningrijksverband met Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland
om zoveel mogelijk gezamenlijk op te trekken bij de totstandbrenging van actuele wet-
en regelgeving op het gebied van gedwongen gezondheidszorg en zoveel mogelijk gelijkluidende
wetgeving te kunnen voorbereiden.
Omdat wetgeving met betrekking tot de modernisering van de Wet tot regeling van het
toezicht op psychiatrische patiënten BES naar verwachting op zijn vroegst in werking
treedt in 2030 en andere wetten ook nog gewijzigd moeten worden, kan de ratificatie
van het VN-Verdrag Handicap voor Caribisch Nederland op zijn vroegst in 2031 verwacht
worden.
Implementatie van het VN-Verdrag Handicap
Naast de hiervoor genoemde uitvoeringswetgeving zijn er in de afgelopen jaren ook
beleidsmatig stappen gezet die de situatie voor mensen met een beperking in Caribisch
Nederland hebben verbeterd en verder zullen verbeteren. Daarbij is voor een aanpak
op maat gekozen voor de eilanden, passend bij de lokale context. Te denken valt aan
het Openbaar Lichaam Bonaire dat met financiële middelen van het Ministerie van VWS
paden rondom verschillende woningen rolstoeltoegankelijk heeft gemaakt.
Het aanbod van zorg is de laatste jaren door het Ministerie VWS verder uitgebreid
met 24-uurs zorg voor kinderen en ouderen. Daarnaast zal binnenkort respijtzorg ten
behoeve van mantelzorgers van mensen met een beperking beschikbaar zijn en is het
aanbod van maatschappelijke ondersteuning ingericht en uitgebreid. Om sporten voor
mensen met een beperking aandacht te geven en te bevorderen zijn in november 2023
en november 2025 de Special Olympics Kingdom Games georganiseerd. Dit is een sportevenement met meer dan 100 sporters met een verstandelijke
beperking uit Bonaire, Sint Eustatius, Saba, Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland.
Om de belangenbehartiging van mensen met een beperking op de eilanden verder te versterken
en te verduurzamen, is het voornemen om per 2026 te starten met een nieuw meerjarig
programma, uitgevoerd door Ieder(in).
Daarnaast is in 2022 het Kolegio Emmy Schermer geopend, een speciale onderwijsvoorziening op Bonaire in samenwerking met het Expertisecentrum
Onderwijszorg Bonaire en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna:
OCW). Hier gaan inmiddels ruim 30 kinderen naar school. Als leerlingen dat nodig hebben,
worden zij voor onder andere verzorging ondersteund vanuit de zorgorganisatie Fundashon Kuido pa Personanan Desabilitá.
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: SZW) heeft voor ouders
en verzorgers van kinderen van 3 tot en met 17 jaar met een intensieve zorgbehoefte
opnieuw een tegemoetkoming beschikbaar gesteld. Dit is vooruitlopend op de inwerkingtreding
van de structurele regeling Dubbele Kinderbijslag Intensieve Zorg (DKIZ), die is voorzien
per 1 juli 2026. SZW stelt per 2026 structureel 4 miljoen euro beschikbaar aan de
drie openbare lichamen voor ondersteuning naar werk voor mensen met een beperking
of bredere afstand tot de arbeidsmarkt.10
Naar aanleiding van de invoering van de gelijkebehandelingswetgeving door het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: BZK) functioneert vanaf 2026
op elk van de drie eilanden in 2026 een antidiscriminatievoorziening, ingebed in een
bredere voorziening voor gratis rechtshulp. Hiertoe is op 13 oktober 2025 de Stichting
voor rechtshulp en gelijke behandeling Bonaire, Sint Eustatius, Saba opgericht. Ook
krijgt het College voor de Rechten van de Mens een oordelende taak op Bonaire, Sint
Eustatius en Saba.
Toch is het voor mensen met een beperking in Caribisch Nederland nog niet altijd mogelijk
om gelijkwaardig mee te doen aan de samenleving. Hiervoor is een gezamenlijke aanpak
vereist. Daarom wil ik met de Ministeries van OCW, SZW en BZK en belangrijke stakeholders,
belangenorganisaties en mensen met een beperking zelf komen tot een Werkagenda 2026–2030
voor Caribisch Nederland. De werkagenda heeft het doel om gelijkwaardige deelname
voor mensen met een beperking mogelijk te maken en zoveel mogelijk regie over het
eigen leven te behouden. Hierin worden de bestaande initiatieven worden gebundeld
en aangevuld waar nodig. Naar verwachting is deze werkagenda gereed in de loop van
2026.
Verdrag van Istanbul
Het Verdrag van Istanbul trad op 1 maart 2016 voor Europees Nederland in werking,
maar nog niet voor Caribisch Nederland. De openbare lichamen en betrokken ministeries
werken toe naar de ratificatie van het Verdrag en geven daarmee invulling aan de motie
van het Kamerlid Ceder (ChristenUnie) van 6 juli 2021 waarin de regering wordt opgeroepen
om «alles in het werk te stellen om het Istanbulverdrag zo snel mogelijk te ratificeren
voor Caribisch Nederland».11
Terugblik: Voorgaande bestuursakkoorden en resultaten
Sinds 2017 werken verschillende ministeries samen met de openbare lichamen om de situatie
in Caribisch Nederland in overeenstemming te brengen met het Verdrag. Zo zijn in het
kader van het bestuursakkoord aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling BES 2017–2020
en 2021–2024, getekend door de openbare lichamen en het Ministerie van VWS, diverse
stappen gezet. Er zijn advies- en meldpunten op de eilanden ingericht, vrouwenopvanglocaties
opgezet, geïnvesteerd in het opzetten van diverse trainingen voor professionals, zoals
de training aandachtsfunctionaris, en zijn diverse bewustwordingscampagnes over huiselijk
geweld en kindermishandeling uitgevoerd door de openbare lichamen en de Ministeries
van JenV en VWS. Daarmee is een solide basis voor een volwaardige en duurzame aanpak
van huiselijk geweld en kindermishandeling op Bonaire, Sint Eustatius en Saba gelegd.
Daarnaast is onder coördinatie van het Ministerie van JenV samen met de betrokken
partijen een werkproces tijdelijk huisverbod in Caribisch Nederland vormgegeven (zie
het adviesrapport Het tijdelijk huisverbod in Caribisch Nederland en de bijbehorende infographic, als bijlagen bij deze brief) en is er op de drie
eilanden een zorg- en veiligheidsoverleg opgezet, waarin politie, justitieorganisaties
en zorg- en hulpverlening gezamenlijk beslissen over de aanpak van specifieke casuïstiek
(het Zorg- en Veiligheidshuis Bonaire, het Safety Network Saba en het MDO op Sint
Eustatius).
Besluit Maatschappelijke ondersteuning en bestrijding huiselijk geweld en kindermishandeling
Om te voldoen aan de wetgeving die samenhangt met artikelen van het Verdrag van Istanbul,
is het hiervoor genoemde Besluit MO/HGKM per 1 januari 2025 in werking getreden.12 In dit besluit zijn de begripsbepalingen van huiselijk geweld, kindermishandeling
en huiselijke kring (artikel 3), recht op opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld
(artikel 23) de juridische taken van de advies- en meldpunten huiselijk geweld en
kindermishandeling (artikel 26) en de verplichte beschermingscode13 (artikel 27) voor Caribisch Nederland vastgelegd. In de Verzamelwet gegevensverwerking
VWS I14, tevens in werking getreden per 1 januari 2025, is het meldrecht (artikel 28) en
de verwerking van bijzondere persoonsgegevens door de advies- en meldpunten vastgelegd
(artikel 26).
Implementatie beschermingscode
Op grond van voornoemd besluit zijn sinds 1 januari 2025 organisaties verplicht te
werken met een beschermingscode. De beschermingscode geldt voor circa 1200 professionals
in Caribisch Nederland. De verplichting geldt voor aanbieders van maatschappelijke
ondersteuning, zorgaanbieders, jeugdzorg, kinderopvang, onderwijs en justitie. Daarnaast
moeten de bestuurscolleges een beschermingscode vaststellen voor medewerkers in de
jeugdgezondheidszorg en voor de leerplichtambtenaren.
Om organisaties te ondersteunen bij de implementatie van de beschermingscode is in
2023–2024 door Regioplan, in opdracht van het Ministerie van VWS, een toolkit ontwikkeld
waarin documenten zijn opgenomen die organisaties kunnen gebruiken voor het opstellen
van intern beleid ten aanzien van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.
Daarnaast konden organisaties in 2025 gebruik maken van begeleiding bij de vertaling
van de beschermingscode naar hun eigen organisatie. Deze extra ondersteuning bleek
gewenst, veel organisaties gaven aan moeite te hebben met de vertaalslag van de wettelijke
kaders naar beleid en werkprocessen. Daarnaast is een training «Juridische handreiking»
ontwikkeld, waarin de bepalingen uit het Besluit in praktische taal worden vertaald
voor professionals.
Om zowel professionals als burgers te informeren over de beschermingscode, is in 2024
gewerkt aan de campagne Safe Together, Strong Together, die in vier talen beschikbaar is.15 Daarnaast is de deelcampagne We Are All Ears gestart om meer bekendheid te geven aan het advies- en meldpunt huiselijk geweld
en kindermishandeling (hierna: AMHK). Voor de uitvoering van deze campagnes wordt
nauw samengewerkt met de coördinatoren aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling
van de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba, met het openbaar lichaam Bonaire
en met Sentro Akseso Boneiru, onder andere door middel van evenementen, wijkactiviteiten en schoolbezoeken.
AMHK en vrouwenopvang in Caribisch Nederland
Het Besluit MO/HGKM heeft de wettelijke taken van het AMHK vastgelegd en bepaalt dat
de openbare lichamen een opvangvoorziening voor slachtoffers moeten bieden. Op Bonaire,
Sint Eustatius en Saba zijn deze voorzieningen inmiddels ingericht: respectievelijk
AMHK Guiami en opvang Tabitha op Bonaire, AMHK Statia Strong Support en Ingrid Whitfield Shelter op Sint Eustatius, en AMHK Domestic Safety Point en Phoenix Shelter op Saba.
Op Bonaire registreerde het AMHK Guiami in 2024 in totaal 201 meldingen en adviesverzoeken.
Opvallend was de toename van adviesvragen, van 19 in 2023 naar 75 in 2024, wat duidt
op een groeiend bewustzijn onder professionals en burgers en een betere bekendheid
van Guiami als centraal aanspreekpunt. De vrouwenopvang Tabitha faciliteerde in 2024 26 plaatsingen, waarbij 24 kinderen hun moeder vergezelden,
wat het belang van veilige opvang benadrukt. Op Sint Eustatius noteerde Statia Strong Support 26 meldingen en ontving het 55 adviesvragen van scholen, kinderopvang, familie en
slachtoffers. Het aantal meldingen en adviesvragen steeg ten opzichte van 2023, wat
wijst op een toenemend vertrouwen in het meldpunt. De opvanglocatie Ingrid Whitfield shelter biedt ruimte aan drie gezinnen en is in 2024 meerdere malen gebruikt, waarmee het
belang van een laagdrempelige en veilige opvang wordt bevestigd. Op Saba ging het
AMHK Domestic Safety Point in 2024 officieel open voor burgers; daarvoor was het vooral toegankelijk voor professionals.
Het AMHK registreerde dat jaar 19 meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling.
De vrouwenopvang Phoenix Shelter op Saba biedt ruimte voor drie vrouwen met kinderen, waar in 2024 ook gebruik van
is gemaakt.
De openbare lichamen van Saba en Sint Eustatius hebben in samenwerking met Stichting
Kadera werkprocessen ontwikkeld waarmee de kwaliteitskaders van zowel de AMHK’s als
de opvanglocaties worden versterkt en expertise en veiligheid worden geborgd. Ook
Stichting Krusada, die uitvoering geeft aan vrouwenopvang Tabitha op Bonaire, werkt samen met Stichting Kadera. In het najaar van 2025 hebben medewerkers
stage gelopen bij Stichting Kadera om hun kennis en vaardigheden verder te ontwikkelen.
Dit draagt bij aan de kwaliteit en professionalisering van de opvang op Bonaire.
Onderzoek familierelaties, huiselijk geweld en kindermishandeling in Caribisch Nederland
Op 27 september 2024 heb ik uw Kamer geïnformeerd over het onderzoek naar familierelaties,
huiselijk geweld en kindermishandeling in Caribisch Nederland.16 Uit het onderzoek van de Universiteit Leiden, de Universiteit van Curaçao en UNICEF
blijkt dat gezinnen op de eilanden sterke onderlinge banden hebben, maar ook met serieuze
uitdagingen te maken krijgen. Families worden omschreven als hecht, liefdevol en ondersteunend
– een belangrijk sociaal vangnet binnen de gemeenschappen. Tegelijkertijd bestaan
zorgen over verbaal en fysiek geweld binnen gezinnen. Schreeuwen tegen partners of
kinderen wordt op alle eilanden als gebruikelijk ervaren, en het slaan van kinderen
wordt deels cultureel geaccepteerd, hoewel ernstig geweld wordt afgekeurd. De opvoedstijl
is vaak streng en gericht op gehoorzaamheid, maar er groeit bewustzijn over alternatieve,
geweldloze manieren van opvoeden. Bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik
vraagt blijvende aandacht: circa 20% van de deelnemers vindt dit niet vanzelfsprekend.
De bevindingen benadrukken het belang van preventie, educatie en langdurige ondersteuning
van gezinnen. De uitkomsten en aanbevelingen zijn verwerkt in de nieuwe bestuurlijke
afspraken. Zo wordt een vervolgonderzoek opgestart waarin seksueel geweld en seksueel
misbruik binnen familierelaties wordt onderzocht en worden bewustwordingscampagnes
opgezet rondom geweld tegen vrouwen.
No Mas No More
Binnen het samenwerkingsverband No Mas No More (hierna: NMNM) werken Curaçao, Aruba, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius, Saba
en de Ministeries van VWS en OCW samen aan de aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk
geweld en kindermishandeling. Deze samenwerking is in 2023 vastgelegd in een Memorandum
of Understanding (MoU) en richt zich op de gezamenlijke voorbereiding voor de ratificatie
van het Verdrag van Istanbul. Binnen NMNM is een werkgroep ingericht die de afstemming,
kennisdeling en voortgang van gezamenlijke acties coördineert. De CAS-landen zijn
zelf verantwoordelijk voor eventuele ratificatie, maar trekken gezamenlijk op in de
voorbereiding en uitvoering van beleid dat aansluit bij het Verdrag.
Tweejaarlijks vindt een NMNM-conferentie plaats om de samenwerking te verdiepen. De
conferentie van 2025 op Sint Maarten stond in het teken van het Verdrag van Istanbul.
Tijdens deze bijeenkomst zijn per (ei)land actieplannen opgesteld rond zes centrale
doelen uit het Verdrag, zoals het invoeren van een tijdelijk huisverbod, het ontwikkelen
van genderbeleid en het verbeteren van dataverzameling. De actieplannen van de BES-eilanden
vormen een belangrijke basis voor de verdere uitwerking van acties binnen nieuwe bestuurlijke
afspraken. Ook heeft een NMNM-delegatie, met een financiële bijdrage van BZK, deelgenomen
aan een internationale conferentie in Straatsburg, waar kleine (ei)landen ervaringen
deelden over implementatie van het Verdrag. De werkgroep onderzoekt hoe kennisuitwisseling
met deze landen kan worden voortgezet om te leren van vergelijkbare contexten en oplossingen.
Voorafgaand aan deze conferentie heeft de NMNM-delegatie werkbezoeken afgelegd aan
de diverse instituties in Straatsburg en een werkgroepbijeenkomst georganiseerd op
de residentie van de Permanent Vertegenwoordiger van het Koninkrijk in Straatsburg.
De Raad voor de rechtshandhaving
De Raad voor de rechtshandhaving heeft op 5 december 2024 het inspectierapport «Justitiële
aanpak van relationeel geweld in Caribisch Nederland» uitgebracht, dat op 9 december
2024 naar de Tweede Kamer is gestuurd.17 Het rapport is het resultaat van een vervolgonderzoek naar aanleiding van eerder
inspectieonderzoek van de Raad voor de Rechtshandhaving in 2020.18 De Minister en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hebben op 28 maart
2025 een beleidsreactie op dit rapport naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin zij beschrijven
hoe de strafrechtelijke aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in Caribisch
Nederland zal worden verbeterd.19 Het Openbaar Ministerie BES heeft een contactfunctionaris aangesteld voor coördinatie
van beleid inzake de strafrechtelijke aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.
Tevens wordt in opdracht van het Openbaar Ministerie BES een nieuwe werkwijze ontwikkeld
voor een goede en snelle afdoeningsbeslissing («Hustisia rápido», het equivalent van de Europees Nederlandse ZSM-werkwijze). Ook zal het Ministerie
van Justitie en Veiligheid jaarlijks met de strafrechtketenpartners de voortgang van
de aanpak bespreken aan de hand van de samenwerkingsafspraken tussen het Openbaar
Ministerie BES, het Korps Politie Caribisch Nederland (KPCN) en Stichting Reclassering
Caribisch Nederland (SRCN). Daarnaast wordt momenteel – met de middelen die zijn vrijgekomen
op basis van het amendement-Mutluer c.s. voor het voorkomen van femicide20 – een tijdelijke versterking van het KPCN voorbereid, met het doel om de deskundigheid
over huiselijk geweld en kindermishandeling en de werkwijze van het KPCN op dit vlak
te verbeteren (en ook voor de langere termijn op peil te houden). Ook zal er met de
strafrechtketen worden gewerkt aan het gebruik van eenduidige definitie(s) van huiselijk
geweld en kindermishandeling, als basis voor een verbetering van de monitoring van
de (strafrechtelijke) aanpak hiervan in Caribisch Nederland, zodat de aard en omvang
van (de aanpak van) deze problematiek in de toekomst beter in kaart kan worden gebracht.
Een aantal van deze acties maakt ook onderdeel uit van het hieronder nader toegelichte
Bestuursakkoord Voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld
en kindermishandeling in Caribisch Nederland 2026–2029.
Gezamenlijke Toekomstvisie en nieuw bestuursakkoord
Om verder te bouwen aan een effectieve aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk
geweld en kindermishandeling in Caribisch Nederland is nauwe samenwerking tussen alle
betrokken partijen van belang. Op basis van de eerdere bestuursakkoorden geef ik,
samen met de openbare lichamen en de Ministeries van JenV, OCW, SZW en BZK, richting
aan een gecoördineerde en strategische aanpak. In dat kader hebben partijen een gezamenlijke
Toekomstvisie Aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling
in Caribisch Nederland
(hierna; Toekomstvisie) ontwikkeld, die de basis vormt voor een langdurige en gezamenlijke
aanpak. Op basis van deze Toekomstvisie is op 9 december 2025 door de partijen een
nieuw bestuursakkoord ondertekend.
De gezamenlijke Toekomstvisie die in het bestuursakkoord is vastgelegd luidt:
Geweld tegen vrouwen (inclusief seksueel grensoverschrijdend gedrag), huiselijk geweld
en kindermishandeling in al zijn vormen, met en zonder fatale afloop, dienen te worden
voorkomen en te worden bestreden. Dit bereiken we door het bevorderen van gendergelijkheid,
het tegengaan van schadelijke gendernormen, het werken aan gezonde relaties en wederzijds
respect, het geweldloos oplossen van conflicten en bestrijden van pleeggedrag, het
stimuleren van vroegsignalering, het beter beschikbaar maken van adequate zorg- en
hulpverlening voor zowel slachtoffers, plegers als andere betrokkenen, het bevorderen
van de inzet van de juiste civielrechtelijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke
interventies en door de verdere versterking van multidisciplinaire samenwerking. Het
voorkomen van geweld, het waarborgen van de veiligheid van slachtoffers, een adequate
aanpak van plegers en maatschappelijke en bestuurlijke betrokkenheid staan hierbij
centraal.
Deze gezamenlijke richting is belangrijk om duurzame inzet te realiseren en de verschillende
acties en maatregelen goed op elkaar af te stemmen, en staat in het teken van de verplichtingen
en uitgangspunten van het Verdrag van Istanbul.
Op basis van deze Toekomstvisie zijn hoofddoelen geformuleerd en in het bestuursakkoord
vastgelegd die richting geven aan de versterking van de aanpak van geweld tegen vrouwen,
huiselijk geweld en kindermishandeling in Caribisch Nederland. Deze doelen beslaan
de hele keten, van preventie en vroegsignalering tot slachtofferondersteuning en plegersaanpak.
De zes hoofddoelen van de Toekomstvisie zijn:
1. Wegnemen van grondoorzaken van geweld door het bevorderen van gendergelijkheid en
versterken van veerkracht van (toekomstige) ouders (primaire preventie)
2. Het versterken van zelfbeschikking en financiële onafhankelijkheid
3. Vergroten van kennis en bewustwording inzicht in de samenleving
4. Beter herkennen van signalen en opvolgen door professionals
5. De juiste zorg, hulpverlening en interventies door betere veiligheids- en risicotaxatie,
samenwerking en professionalisering
6. Meer wetenschappelijk en statistisch inzicht in problemen en aanpak
Deze zes hoofddoelen van de Toekomstvisie zijn vertaald naar concrete acties die zijn
opgenomen in het Bestuursakkoord Voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld
en kindermishandeling in Caribisch Nederland 2026–2029. De komende vier jaar wordt hier door de openbare lichamen en de betrokken ministeries,
samen met de betrokken uitvoeringsorganisaties, uitvoering aan gegeven. Daarbij staat
samenwerking centraal: zowel de ministeries als de openbare lichamen dragen ieder
hun eigen verantwoordelijkheid, maar werken in nauwe afstemming samen om de gezamenlijke
doelen te realiseren. Om de voortgang op de doelen en acties van het bestuursakkoord
te monitoren, wordt er een werkgroep met de drie openbare lichamen en de vijf betrokken
ministeries opgezet, onder coördinatie van het Ministerie van VWS. Deze werkgroep
zal de voortgang van de doelen en acties periodiek bespreken en waar nodig bijsturen.
De werkgroep zorgt tevens voor een gedeeld overzicht van de lopende activiteiten en
resultaten in het kader van het implementatieproces van het Verdrag van Istanbul.
U treft het getekende bestuursakkoord en het onderliggende beleidsdocument Toekomstvisie
als bijlage bij deze brief.
Samenhang inzet Caribisch Nederland en Europees Nederland
Vanuit het principe van comply or explain is bekeken of (elementen van) het beleid in Europees Nederland ten aanzien van de
aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling ook ingezet kan worden in Caribisch
Nederland. Uit eerder genoemd onderzoek van Universiteit Leiden en Unicef blijkt dat
seksueel misbruik en seksueel grensoverschrijdend gedrag ook een urgent probleem zijn
in Caribisch Nederland. Daarom wordt in de Toekomstvisie en het bestuursakkoord aansluiting
gezocht bij bredere nationale beleidsontwikkelingen die lopen in Europees Nederland,
zoals het Nationaal Actieplan seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld
(NAP) en het plan van aanpak «Stop femicide!».21 Beleid over seksueel grensoverschrijdend gedrag staat nog in de kinderschoenen op
Caribisch Nederland. Maatregelen die daarom overgenomen zijn uit het NAP gaan daarom
vooral over informatie en bewustwording, zoals het herkennen en bespreekbaar maken
van (on) gewenste omgangsvormen, in de maatschappij, op de werkvloer en door omstanders.
Een aantal activiteiten uit het plan van aanpak «Stop femicide!» ziet ook op Caribisch
Nederland, zoals de verbetering van de veiligheids- en risicobeoordeling en het voornemen
om femicidezaken te monitoren en nader te onderzoeken. Daarnaast zal ook bij de voorbereiding
van het toegezegde wetsvoorstel tot afzonderlijke strafbaarstelling van psychisch
geweld worden bekeken of en hoe deze strafbepaling ook in Caribisch Nederland kan
worden ingevoerd.
Niet alleen de samenhang met het Europees Nederlandse beleid is gezocht. Ook worden
de afspraken die in de NMNM-werkgroep zijn gemaakt betrokken in de Toekomstvisie en
het bestuursakkoord. Op deze manier sluiten de inspanningen in Caribisch Nederland
aan bij de bredere beleidskaders binnen het Koninkrijk. De doelen die hieruit voortvloeien
zijn opgenomen in het nieuwe bestuursakkoord en vormen onderdeel van de gezamenlijke
inzet om geweld in afhankelijkheidsrelaties structureel terug te dringen.
Ratificatie en implementatie Verdrag van Istanbul voor Caribisch Nederland
Ter voorbereiding van de ratificatie van het Verdrag van Istanbul voor Caribisch Nederland
en voor de vertaling van de Wet seksuele misdrijven in de Caribische wetgeving heeft
het Ministerie van Justitie en Veiligheid in kaart gebracht welke nieuwe wetgeving
en wetswijziging nodig zijn. Om uitvoering te geven aan de verdragsverplichtingen
zijn onder meer wijzigingen nodig in de wetgeving met betrekking tot seksuele misdrijven
in het Wetboek van Strafrecht BES. Zo moet het opzettelijk verrichten van seksuele
handelingen zonder wederzijds goedvinden strafbaar worden gesteld. Daarnaast moeten
sancties kunnen worden verbonden aan seksuele intimidatie. Voor Caribisch Nederland
is ook bestuursrechtelijke en civielrechtelijke wetgeving nodig voor de inzet van
het tijdelijk huisverbod en contactverbod in geval van (dreigend) huiselijk geweld
en kindermishandeling. Momenteel onderzoekt het Ministerie van JenV wat de impact
daarvan zal zijn op de werkwijze van de betrokken uitvoeringsorganisaties. Deze impactanalyse
is naar verwachting afgerond in de eerste helft van 2026. Op basis hiervan kan ook
een inschatting worden gemaakt van de benodigde middelen.
Vooruitblik
De werkagenda en het nieuwe bestuursakkoord bieden een goede gezamenlijke basis om
stapsgewijs toe te werken naar de ratificatie van het VN-Verdrag Handicap en het Verdrag
van Istanbul voor Caribisch Nederland. Hierbij houdt het kabinet oog voor de specifieke
uitdagingen die voortkomen uit de kleinschalige en hechte samenlevingen op de eilanden,
zoals directe sociale verbondenheid soms een rol kan spelen bij de toegankelijkheid
van hulp. In de komende periode worden de noodzakelijke stappen gezet om de uitvoering
van de Verdragen goed voor te bereiden, inclusief eventuele aanpassingen in wet- en
regelgeving. Uw Kamer wordt in het najaar van 2027 geïnformeerd over de voortgang,
zodat u zicht houdt op de gezamenlijke inspanningen voor de rechten voor personen
met een beperking en de effectieve aanpak van alle vormen van geweld tegen vrouwen,
huiselijk geweld en kindermishandeling.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen
Indieners
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport