Brief regering : Stand van zaken implementatie richtlijnen in het vierde kwartaal 2025
21 109 Uitvoering EU-Richtlijnen
Nr. 276
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 februari 2026
Hierbij bied ik u het periodieke overzicht aan van de stand van zaken bij de implementatie
van EU-richtlijnen in de Nederlandse wet- en regelgeving aan het einde van het vierde
kwartaal van 2025.
In deze brief wordt eerst ingegaan op de geïmplementeerde richtlijnen gevolgd door
de implementatieachterstand zoals die op 1 januari 2026 gold. Daarna worden de oorzaken
van deze achterstand behandeld en worden de richtlijnen die het volgende kwartaal
moeten worden geïmplementeerd genoemd. Vervolgens volgt een opsomming van de ingebrekestellingprocedures
die de Europese Commissie tegen Nederland is gestart als gevolg van niet-tijdige implementatie.
Mede op verzoek van uw Kamer zijn ook de lopende infracties wegens (vermeende) onjuiste
implementatie in het overzicht ingebrekestellingen per departement opgenomen.
Departement
Geïmplementeerde richtlijnen
Geïmplementeerde achterstallige richtlijnen
AenM
AZ
BuZa
BZK
Def
EZ
Fin
1
1
IenW
1
1
JenV
KGG
LVVN
1
OCW
SZW
VRO
VWS
1
Totaal
4
2
Huidige achterstand
De achterstand bij het begin van dit kwartaal bedroeg 25 richtlijnen t.o.v. 14 richtlijnen
in het vorige kwartaal. De 25 achterstallige richtlijnen zijn aan de volgende ministeries
toegedeeld: AenM (1), FIN (6), IenW (5), JenV (7), KGG (4), SZW (2).
De overschrijding van de implementatiedatum varieert sterk, van 1 tot 1.248 dagen.
Een exacte aanduiding van de overschrijding per richtlijn is te vinden in bijgevoegd
kwartaaloverzicht.
Achterstanden en hun oorzaken
Wat betreft de oorzaken voor de implementatieachterstand ultimo tweede kwartaal 2025
speelt een aantal factoren een rol. Deze factoren worden hieronder per ministerie
toegelicht.
AenM
RICHTLIJN (EU) 2021/1883 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 20 oktober 2021
betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen
met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG
van de Raad
Uiterste implementatiedatum: 18 november 2023
Richtlijn (EU) 2021/1883 vervangt Richtlijn 2009/50/EG en daarmee de regeling voor
de Europese blauwe kaart. Bij de implementatie is zoveel mogelijk aansluiting gezocht
bij de nationale kennismigrantenregeling die op een aantal onderdelen gunstiger voorwaarden
bood. De implementatietermijn is inmiddels verstreken.
Eerder hebben onder meer de sensitiviteit van het onderwerp in de politieke verhoudingen
en de demissionaire status van het kabinet geleid tot vertragingen. Ook de betrokkenheid
van verschillende ministeries heeft gezorgd voor vertraging bij de implementatie.
Het besluit ter implementatie is in werking getreden en gereed gemeld bij de Commissie.
Het wetsvoorstel is thans nog in behandeling bij de Eerste Kamer. De Eerste Kamer
heeft om een uitvoeringstoets gevraagd op de bij amendement van de Tweede Kamer aan
het wetsvoorstel toegevoegde verplichte arbeidsmarkttoets als voorwaarde voor toegang.
FIN
RICHTLIJN (EU) 2023/2864 [B] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 december
2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren
van het Europees centraal toegangspunt
Uiterste implementatiedatum: 10 juli 2025 en 10 januari 2026
Het Europees wetgevingspakket dat de oprichting van een Europees centraal toegangspunt
(het ESAP) regelt, bestaat uit richtlijn (EU) 2023/2864 (richtlijn ESAP), Verordening
(EU) 2023/2859 (verordening oprichting ESAP) en Verordening (EU) 2023/2869 (verordening
ESAP). Het ESAP biedt gecentraliseerde toegang tot openbare financiële en duurzaamheidsinformatie
over ondernemingen en beleggingsproducten in de EU. Het doel is om beleggers een makkelijkere
toegang te bieden tot informatie waardoor ze ondernemingen en beleggingsproducten
beter kunnen vergelijken.
ESAP moet zorgen voor betere toegang tot financiering voor Europese bedrijven en integratie
van de kapitaalmarkten.
De implementatie van artikel 3 van richtlijn ESAP (implementatiedeadline van 10 juli
2025) en de overige artikelen van richtlijn ESAP (implementatiedeadline 10 januari
2026) zijn opgenomen in het wetsvoorstel implementatie Europees centraal toegangspunt.
Het wetsvoorstel wijzigt de Wet op het financieel toezicht, de Wet toezicht accountantsorganisaties,
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de Handelsregisterwet 2007, de Pensioenwet en de
Wet verplichte beroepspensioenregeling. Daarnaast zal de volgende lagere regelgeving
dienen te worden aangepast: het Besluit openbare biedingen Wft, het Besluit gedragstoezicht
financiële ondernemingen, het Besluit prudentiële regels Wft, het Besluit EU-verordeningen
Wft, het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector, het Besluit elektronische
deponering handelsregister, het Implementatiebesluit richtlijn duurzaamheidsrapportering,
het Besluit rapportage betalingen aan overheden en de Regeling taakuitoefening toezichthouders
Wft.
De implementatie heeft helaas vertraging opgelopen. Het eerder genoemde wetsvoorstel
is op 24 december 2025 voor advies naar de Raad van State gestuurd. Afhankelijk van
de tijd die de Raad van State nodig heeft, volgt daarna de behandeling van het wetsvoorstel
in de Tweede Kamer en Eerste Kamer. Als de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeft aangenomen,
zal het ontwerpbesluit voor advies naar de Raad van State worden gestuurd. De ministeriële
regeling zal in de laatste fase van het implementatietraject worden vastgesteld en
gepubliceerd.
RICHTLIJN (EU) 2024/790 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 28 februari 2024 tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor
financiële instrumenten
Uiterste implementatiedatum: 29 september 2025
Richtlijn 2024/790 wijzigt de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014
(MiFID II). De wijzigingen hebben tot doel het vergroten van de transparantie van
de Europese kapitaalmarkt door het wegnemen van belemmeringen voor het ontstaan van
centrale databases voor handelsdata (consolidated tapes) en het verbieden van betalingen voor het doorgeven van orderstromen naar een bepaald
handelsplatform (payments for order flow). Teneinde de transparantie op de financiële markten te vergroten en de volatiliteit
op die markten te verminderen worden de transparantievoorschriften voor de handel
in grondstoffenderivaten en van emissierechten afgeleide instrumenten gewijzigd en
worden de mogelijkheden tot onderbreking of beperking van de handel in financiële
instrumenten uitgebreid.
De omzetting van de richtlijn vindt plaats door middel van een wijziging van de Wet
op het financieel toezicht en enige op die wet gebaseerde lagere regelgeving.
Over het wetsvoorstel Implementatiewet herziening richtlijn markten voor financiële
instrumenten 2014 loopt momenteel een openbare consultatie. Ook is het wetsvoorstel
ter advisering en toetsing voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk en
de Autoriteit Financiële Markten. Het streven is om het wetsvoorstel nog in 2025 voor
advies in te dienen bij de Raad van State.
RICHTLIJN (EU) 2023/2225 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 18 oktober 2023 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking
van Richtlijn 2008/48/EG
Uiterste implementatiedatum: 20 november 2025
Deze richtlijn (de Consumer Credit Directive II, «CCDII») heeft als doel een hoog niveau van consumentenbescherming bij consumentenkrediet
te waarborgen en de interne markt te versterken. Het toepassingsgebied van de CCDII
is verbreed ten opzichte van de voorgaande richtlijn (de CCDI): bepaalde vormen van
krediet in de vorm van uitgestelde betaling, zoals «Buy Now, Pay Later» (BNPL) en creditcards, vallen nu ook onder de kredietregels. Verder worden onder
meer informatieverplichtingen jegens de consument aangescherpt, wordt de kredietwaardigheidstoets
uitgebreid, wordt de privacy van de consument beter beschermd en wordt er meer geregeld
voor preventie van problematische schulden.
De implementatie van deze richtlijn heeft helaas vertraging opgelopen. De implementatiedeadline
van 20 november 2025 is inmiddels overschreden. Dit is mede het gevolg van de omvang
en complexiteit van het pakket, inclusief meer dan twintig lidstaatopties en de politieke
wens om gebruik van BNPL door jongeren te verbieden. Het kabinet zet zich ervoor in
dat de bepalingen uit de CCDII vanaf november 2026 wel daadwerkelijk van toepassing
zijn.
Op 11 december 2025 is voor het wetsvoorstel een adviesaanvraag ingediend bij de Raad
van State. Nadat dit advies is verkregen, zal het zo spoedig mogelijk worden verwerkt.
Het streven is om de wet in het eerste kwartaal van 2026 bij de Tweede Kamer in te
dienen. Naast wetgeving, wordt er ook een algemene maatregel van bestuur voorbereid
ter implementatie van de CCDII. Daarvoor is op 22 december 2025 de internetconsultatie
gestart. Ook voor deze algemene maatregel van bestuur zal – na afloop van de consultatie
– een adviesaanvraag worden ingediend bij de Raad van State. Tot slot zullen enkele
wijzigingen worden doorgevoerd op niveau van bestaande ministeriële regelingen.
RICHTLIJN (EU) 2023/2673 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 22 november 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/83/EU wat betreft op afstand
gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten, en tot intrekking van Richtlijn
2002/65/EG
Uiterste implementatiedatum: 19 december 2025
Richtlijn (EU) 2023/2673 wijzigt de richtlijn consumentenrechten en trekt de richtlijn
betreffende verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten in. De richtlijn
bevat regels die van toepassing zijn op overeenkomsten inzake financiële diensten
die op afstand gesloten zijn. Het doel van de richtlijn is om het wetgevingskader
te vereenvoudigen en te moderniseren. De richtlijn beoogt verder een vangnet te zijn
voor financiële diensten die niet onder sectorspecifieke Uniewetgeving vallen of zijn
uitgesloten van het toepassingsgebied van Uniewetgeving betreffende specifieke financiële
diensten (vangnetfunctie). Zo waarborgt de richtlijn dat op de hele interne markt
hetzelfde hoge niveau van consumentenbescherming geldt. De richtlijn bevat regels
omtrent de verstrekking van precontractuele informatie, het ontbindingsrecht en regels
ter bescherming van consumenten bij het online sluiten van overeenkomsten voor financiële
diensten. Voorts verplicht de richtlijn bij alle consumentenovereenkomsten – dus niet
enkel inzake financiële diensten – gesloten via een online-interface (website of app)
dat handelaren de consument gedurende de ontbindingstermijn van 14 dagen in staat
stellen de overeenkomst via een functie op deze online interface te kunnen ontbinden
(de «ontbindingsfunctie»). De richtlijn moest op 19 december 2025 zijn geïmplementeerd
in nationale wetgeving en moet vanaf 19 juni 2026 worden toegepast door handelaren
en financiële dienstverleners.
De implementatie van de richtlijn vindt plaats door middel van een wijziging van de
Wet op het financieel toezicht, Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Wet handhaving
consumentenbescherming (Whc) en enige op de Wet op het financieel toezicht gebaseerde
lagere regelgeving.
De implementatie heeft helaas vertraging opgelopen wegens de complexiteit. Het wetsvoorstel
Implementatiewet richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten
is op 24 november 2025 ingediend bij de Tweede Kamer. De openbare consultatie van
het ontwerpImplementatiebesluit richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten inzake
financiële diensten is op 15 januari jl. gesloten. Als de Tweede Kamer het eerdergenoemde
wetsvoorstel heeft aangenomen, zal het ontwerpbesluit voor advies naar de Raad van
State worden gestuurd. Het kabinet zet zich in voor een zo spoedig mogelijke afronding
van het implementatietraject.
RICHTLIJN (EU) 2023/2226 VAN DE RAAD
van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve
samenwerking op het gebied van de belastingen
Uiterste implementatiedatum: 31 december 2025
Richtlijn 2023/2226 («DAC8») voorziet in een rapportageplicht voor aanbieders van
cryptoactivadiensten. Zij moeten aan de belastingdienst van het land waar zij geregistreerd
staan bepaalde persoonsgegevens en gegevens over cryptoactivatransacties van hun klanten
rapporteren. Doel daarvan is dat die belastingdienst beter kan controleren of die
klanten op een juiste wijze het bezit van cryptoactiva in hun belastingaangifte hebben
verantwoord. Voorts moeten de belastingdiensten genoemde gegevens via een door de
Europese Commissie beheerd centraal gegevensnetwerk met elkaar uitwisselen. De richtlijn
draagt aldus bij aan de aanpak van belastingontduiking in de lidstaten.
Helaas is vertraging opgetreden in het geplande wetgevingsproces. Naar verwachting
kan het wetsvoorstel in het voorjaar van 2026 tot wet worden verheven. Voorts is voorzien
in terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026.
RICHTLIJN (EU) 2025/872 VAN DE RAAD
van 14 april 2025 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve
samenwerking op het gebied van de belastingen
Uiterste implementatiedatum: 31 december 2025
Richtlijn 2025/872 («DAC9») regelt dat lidstaten informatie met elkaar uitwisselen
die voor hen nodig is om ingevolge Richtlijn (EU) 2022/2523 – de zogeheten Pijler
2-richtlijn inzake de minimumwinstbelasting – te kunnen bijheffen. Het gaat daarbij
om informatie die is opgenomen in een met richtlijn 2025/872 gestandaardiseerde belastingaangifte.
Het wetsvoorstel waarmee richtlijn 2025/872 is reeds in het Staatsblad gepubliceerd
(Stb. 2025, nr. 449). Het wetsvoorstel is echter afhankelijk van het wetsvoorstel waarmee hiervoor genoemde
richtlijn 2023/2226 wordt geïmplementeerd. Die afhankelijkheid brengt met zich dat
eerstgenoemd wetsvoorstel pas in werking kan treden als laatstgenoemd wetsvoorstel
in werking is getreden. Beide wetsvoorstellen kennen overigens terugwerkende kracht
tot en met 1 januari 2026.
I&W
RICHTLIJN (EU) 2023/946 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 10 mei 2023 tot wijziging van Richtlijn 2003/25/EG met betrekking tot de toevoeging
van verbeterde stabiliteitsvereisten en de afstemming van die richtlijn op de door
de Internationale Maritieme Organisatie vastgestelde stabiliteitsvereisten
Uiterste implementatiedatum: 5 december 2024
Deze richtlijn is geïmplementeerd door bestaand recht (dynamische verwijzing) met
uitzondering van het zevende en negende lid van artikel 1 van deze richtlijn. De gedeeltelijke
implementatie is abusievelijk niet tijdig bekendgemaakt en aan de Europese Commissie
medegedeeld. Door de gedeeltelijke implementatie kan al grotendeels uitvoering worden
gegeven aan de richtlijn.
Voor de volledige implementatie zal nog een wijziging van een ministeriële regeling
plaatsvinden waarbij voor het zevende en negende lid van artikel 1 van de richtlijn
voor de (juiste) omzetting zal worden zorggedragen. De omzetting zal naar verwachting
per 1 oktober 2025 zijn gerealiseerd. Deze implementatiedatum is niet gehaald in verband
met vertraging in het interne wijzigingsproces van de te wijzigen regelgeving. De
aanvankelijk beoogde wijzigingen in de nationale regelgeving zijn niet compleet gebleken.
Aanvullingen daarop zijn nodig. We hebben er alle vertrouwen in dat we de implementatie
voor het eind van het jaar rond hebben. De Commissie is hierover geïnformeerd.
In aanvulling hierop wordt opgemerkt dat de regeling in de eerste week van januari
is genotificeerd en aan de Europese Commissie is doorgezonden. Het was niet mogelijk
dit eind december te doen vanwege een 504-melding in de iTimer-software. Deze technische
storing is inmiddels verholpen en de doorzending aan de Commissie is dus afgerond.
RICHTLIJN (EU) 2024/884 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 13 maart 2024 tot wijziging van Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische
en elektronische apparatuur (AEEA)
Uiterste implementatiedatum: 9 oktober 2025
Richtlijn (EU) 2024/884 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot
de wijziging van Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur (AEEA) (PbEU L 2024/884) (hierna: de Richtlijn) wordt omgezet in de Regeling
afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (hierna: Regeling AEEA). De implementatie
van de Richtlijn is in een vergevorderd stadium. Het opstellen van de regeling ten
behoeve van de implementatie van de Richtlijn in de Regeling AEEA is afgerond (hierna:
de wijzigingsregeling).
Voordat de wijzigingsregeling kan worden vastgesteld, dient de wijzigingsregeling
ter kennisgeving te worden voorgelegd aan de Eerste Kamer en de Tweede Kamer.1 Deze voorhangprocedure duurt 4 weken. Daarna wordt de wijzigingsregeling vastgesteld
door de Staatssecretaris van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en gepubliceerd
in de Staatscourant. De regeling wordt naar verwachting in maart 2026 vastgesteld.
De wijzigingsregeling zal met terugwerkende kracht in werking treden op 9 oktober
2025. Dit is overeenkomstig de uiterste implementatiedatum van de Richtlijn. Op die
manier ontstaat er geen lacune met betrekking tot de rechten en plichten als gevolg
van de Richtlijn.
GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2025/811 VAN DE COMMISSIE
van 19 februari 2025 tot wijziging van bijlage I bij Richtlijn 2002/59/EG van het
Europees Parlement en de Raad wat betreft de informatie die aan scheepsrapportagesystemen
moet worden gemeld
Uiterste implementatiedatum: 28 oktober 2025
De implementatie van de richtlijn is op 28 november 2025 afgerond, maar vanwege een
technische storing staat de richtlijn al enige tijd in de iTimer.
RICHTLIJN (EU) 2024/2839 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 oktober 2024
tot wijziging van de Richtlijnen 1999/2/EG, 2000/14/EG, 2011/24/EU en 2014/53/EU wat
betreft bepaalde rapportagevereisten op het gebied van voedsel en voedselingrediënten,
geluidsemissies buitenshuis, patiëntenrechten en radioapparatuur
Uiterste implementatiedatum: 28 november 2025
De Richtlijn (EU) 2024/2839 (IMERA-richtlijn) van het Europees Parlement en de Raad
is bedoeld om rapportageverplichtingen in verschillende bestaande EU-richtlijnen te
rationaliseren en vereenvoudigen. Dit moet ervoor zorgen dat de rapportage die lidstaten
moeten doen efficiënter is, minder administratieve last geeft, en nog steeds bijdraagt
aan goede monitoring en handhaving van EU-regels.
De Richtlijn wijzigt vier bestaande richtlijnen op specifieke punten. Zo worden in
de Richtlijn voedsel en voedselingrediënten (Richtlijn 1999/2/EG) enkele jaarlijkse
rapportageverplichtingen aangepast of geschrapt, omdat deze dubbel lopen met andere
EU-regels. In de Richtlijn inzake geluidsemissies van materieel voor gebruik buitenshuis
(Richtlijn 2000/14/EG) vervallen bepaalde rapportage- en informatieverplichtingen,
omdat deze als overbodig worden beschouwd. Voor de Richtlijn betreffende patiëntenrechten
bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (Richtlijn 2011/24/EU) wordt de frequentie
van rapportage aangepast, zodat deze beter aansluit bij andere evaluatiemomenten binnen
de EU. Tot slot worden in de Richtlijn radioapparatuur (Richtlijn 2014/53/EU) de rapportagevereisten
verminderd of minder vaak verplicht gesteld. Met deze wijzigingen beoogt de richtlijn
de administratieve lasten te verminderen door onnodige, dubbele of verouderde rapportageverplichtingen
te schrappen of te vereenvoudigen. Daarnaast wordt gestreefd naar beter afgestemde
monitoring, zodat de overblijvende rapportages beter aansluiten op andere EU-regels
en daadwerkelijk relevante informatie opleveren. Dit draagt bij aan efficiënter EU-toezicht,
doordat de Europese Commissie met minder, maar gerichter rapportages effectiever toezicht
kan houden.
De planning is het wetvoorstel in het kader van deze Richtlijn eind juni gereed te
hebben.
RICHTLIJN (EU) 2025/2360 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 12 november 2025 inzake bodemmonitoring en bodemveerkracht
Uiterste implementatiedatum: 17 december 2028
De omzettingsdeadline staat verkeerd genoteerd in de i-Timer. Volgens artikel 26 van
de richtlijn hebben lidstaten tot uiterlijk 17 december 2028 de tijd om de nodige
wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te laten treden.
JenV
RICHTLIJN (EU) 2019/1151[A] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN 20 juni 2019
tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale
instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht
Uiterste implementatiedatum: 1 augustus 2022
Zie toelichting onder richtlijn (EU) 2019/1151 [B].
RICHTLIJN (EU) 2019/1151[B] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 juni 2019
tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale
instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht
Uiterste implementatiedatum: 1 augustus 2023
De richtlijn 2019/1151 wijzigt richtlijn 2017/1132 met betrekking tot het gebruik
van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht. De
richtlijn maakt het mogelijk dat bij de bedrijvenregisters in de lidstaten online
een BV wordt opgericht, dat bijkantoren online kunnen worden geregistreerd en dat
online informatie en documenten kunnen worden ingediend door vennootschappen en bijkantoren.
De richtlijn bevat daarnaast een bepaling over bestuursverboden en de uitwisseling
van informatie daarover tussen lidstaten.
Een deel van de richtlijn wordt geïmplementeerd door middel van bestaand recht, in
de vorm van bepalingen in de Dienstenwet, de Handelsregisterwet 2007 en het Handelsregisterbesluit
2008. Implementatie van de overige nieuwe verplichtingen heeft plaatsgevonden in het
Burgerlijk Wetboek en in de Wet op het notarisambt. Deze wijzigingen zijn op 1 januari
2024 in werking getreden. Voor enkele technische bepalingen van de richtlijn wordt
door de Minister van EZ een wijziging van het Handelsregisterbesluit 2008 voorbereid.
Naar verwachting zal deze wijziging van het Handelsregisterbesluit 2008 in de eerste
helft van 2026 gepubliceerd kunnen worden en in werking kunnen treden.
Ondertussen werkt de Kamer van Koophandel (hierna: de KVK) in de praktijk al in overeenstemming
met de eisen uit de richtlijn. De implementatie bij de KVK was aanvankelijk vertraagd
doordat de verordening met de technische specificaties pas laat gereedkwam en vanwege
een overvolle ontwikkelkalender en capaciteitsbeperkingen bij zowel EZ als de KVK.
Voor enkele nog resterende aanpassingen, heeft KVK vanwege aanhoudende capaciteitsbeperkingen
aangegeven meer tijd nodig te hebben maar dit in 2025 alsnog grotendeels geïmplementeerd.
RICHTLIJN (EU) 2022/2464 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 14 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 537/2014, Richtlijn 2004/109/EG,
Richtlijn 2006/43/EG en Richtlijn 2013/34/EU, met betrekking tot duurzaamheidsrapportering
door ondernemingen
Uiterste implementatiedatum: 6 juli 2024
Het ontwerp voor de algemene maatregel van bestuur over de rapportageverplichting
is op 12 juni 2024 overgelegd aan beide Kamers in het kader van de voorhang (Kamerstuk
26 485, nr. 437). Hierop zijn op 12 juli en op 25 september 2024 vragen ontvangen van de Tweede Kamer
respectievelijk Eerste Kamer. De beantwoording van deze vragen is eind december 2024
naar de beide Kamers gestuurd. Op 14 februari 2025 zijn nadere vragen van de Eerste
Kamer ontvangen, die op 12 september jl. zijn beantwoord.
Het wetsvoorstel is op 13 januari 2025 bij de Tweede Kamer ingediend. Op 27 juni 2025
heeft de Kamer het verslag ingediend, dat op 1 oktober jl. is beantwoord. Over het
ontwerp voor de algemene maatregel van bestuur over de regels voor accountants(organisaties)
is de consultatie op 4 februari 2025 afgerond. Nadat de Tweede Kamer het eerdergenoemde
wetsvoorstel zal hebben aangenomen, zal het ontwerpbesluit voor advies aan de Raad
van State worden voorgelegd.
Inmiddels heeft de Europese Commissie op 26 februari 2025 twee voorstellen gepresenteerd
tot wijziging van de richtlijn. Het eerste voorstel voorziet in uitstel met twee jaar
voor ondernemingen die een duurzaamheidsrapportering moeten opstellen en openbaar
maken vanaf boekjaren 2025 en 2026. De onderhandelingen over dit voorstel zijn afgerond.2 Naar de Tweede en de Eerste Kamer is een gewijzigde versie van het ontwerpimplementatiebesluit
en naar de Tweede Kamer is een nota van wijziging bij het wetsvoorstel gestuurd waarin
het uitstel met twee jaar is verwerkt. De Eerste Kamer heeft op 15 oktober 2025 hierover
vragen gesteld.
Het tweede richtlijnvoorstel3, waarover de onderhandelingen zijn afgerond en de officiële tekst binnenkort wordt
verwacht nadat de juristen-linguïsten alle taalversies hebben afgerond, beperkt de
reikwijdte van rapporteringsverplichting in de richtlijn tot ondernemingen met een
netto-omzet van meer dan € 450 miljoen en een gemiddeld aantal werknemers van meer
dan duizend. Tevens beperkt die richtlijn de informatie die de rapporterende ondernemingen
kunnen opvragen van ondernemingen in de waardeketen met een gemiddeld aantal van ten
hoogste duizend werknemers, die niet onder de rapportageverplichting vallen. Ook dit
voorstel heeft gevolgen voor de implementatie van de richtlijn. Het heeft de voorkeur
van het kabinet om de implementatie van dit voorstel mee te nemen in het implementatietraject
voor de CSRD-richtlijn.4 De Europese Commissie heeft Nederland herinnerd aan de noodzaak om de CSRD-richtlijn
op korte termijn te implementeren en heeft aangegeven dat er geen ruimte is voor uitstel.
RICHTLIJN (EU) 2022/2555 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 december 2022
betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de
Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972
en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn)
Uiterste implementatiedatum: 17 oktober 2024
Zie toelichting onder richtlijn (EU) 2022/2557.
RICHTLIJN (EU) 2022/2557 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 14 december 2022 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking
van Richtlijn 2008/114/EG van de Raad (CER-richtlijn)
Uiterste implementatiedatum: 17 oktober 2024
De NIS2-richtlijn en de CER-richtlijn dienden met ingang van 18 oktober 2024 te zijn
omgezet in nationale wet- en regelgeving. Hoewel de inspanningen er steeds op gericht
zijn geweest deze implementatietermijn te halen, heeft Nederland heeft deze richtlijnen
helaas niet tijdig kunnen omzetten. Dit komt doordat de omzetting naar nationale wetgeving
een omvangrijk en complex traject is, waarbij grote zorgvuldigheid is vereist. Die
grote zorgvuldigheid is vereist, omdat de wetten waarin de NIS2-richtlijn en CER-richtlijn
worden omgezet aanzienlijke impact hebben op Nederlandse organisaties, zowel in de
publieke als in de private sector. Er zijn ten opzichte van bestaande wetgeving meer
en nieuwe sectoren en significant meer organisaties die moeten voldoen aan de nieuwe
wetgeving. De toepasselijkheid op vele sectoren heeft er ook toe geleid dat interdepartementale
afstemming met bijna alle departementen vereist is.
In het licht van de vertraagde omzetting wordt ook gewezen op de keuze van Nederland
om, vanwege de hiervoor genoemde impact op organisaties, de implementatiewetsvoorstellen
en onderliggende amvb’s en ministeriële regelingen open te stellen voor internetconsultatie,
hoewel dit bij implementatiewetgeving niet verplicht is.
De NIS2-richtlijn wordt geïmplementeerd in de Cyberbeveiligingswet en de CER-richtlijn
wordt geïmplementeerd in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. De wetsvoorstellen
Cyberbeveiligingswet en Wet weerbaarheid kritieke entiteiten zijn begin juni 2025
ingediend bij de Tweede Kamer.
In het najaar van 2025 zijn de verslagen op de wetsvoorstellen uitgebracht en zijn
de nota’s naar aanleiding van die verslagen opgesteld. De stand van zaken op het moment
van schrijven met betrekking tot de wetsvoorstellen is dat deze worden behandeld in
afzonderlijke wetgevingsoverleggen. Het wetgevingsoverleg over het wetsvoorstel Wet
weerbaarheid kritieke entiteiten staat gepland op 23 februari 2026 en die over het
wetsvoorstel Cyberbeveiligingswet op 16 maart 2026. Ondertussen wordt gewacht op het
advies van de Afdeling advisering van de Raad van State op de onderliggende amvb’s
en wordt gewerkt aan de onderliggende ministeriële regelingen. Het uitgangspunt is
dat de wetten en onderliggende regelgeving op hetzelfde moment in werking treden
RICHTLIJN (EU) 2023/2123 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 4 oktober 2023 tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad met het oog
op de aanpassing ervan aan de Unievoorschriften inzake de bescherming van persoonsgegevens
Uiterste implementatiedatum: 1 november 2025
Over het ontwerpbesluit ter implementatie van Richtlijn 2023/2123 heeft de Raad van
State op 14 januari 2026 het advies vastgesteld.
Dit wordt momenteel verwerkt met het oog op de zo spoedig mogelijke inwerkingtreding
van het (ontwerp)besluit. Aldus kan de implementatie van de richtlijn op korte termijn
worden gerealiseerd.
KGG
Richtlijn (EU) 2023/2413[A] van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023
tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn
98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking
van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad
Uiterste implementatiedatum: 1 juli 2024
Richtlijn (EU) 2023/2413 betreft een omvangrijke wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001
(Renewable Energy Directive/RED), waarbij verschillende implementatietermijnen gelden. Voor een aantal van de
zogenaamde «versnellingsartikelen» die er voor moeten zorgen dat projecten voor hernieuwbare
energie sneller uitgerold kunnen worden geldt een uiterste implementatiedatum van
1 juli 2024. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 7 juni 2024 (Kamerstukken
II 31 239, nr. 396).
Deze artikelen zijn deels reeds omgezet in bestaande wet- en regelgeving en betreffen
deels feitelijk handelen waarvoor geen implementatie in wet- en regelgeving noodzakelijk
is. Voor de aanpassing van de vergunningsprocedure geldt dat de Nederlandse systematiek
(voor een groot deel) voldoet aan de gestelde eisen. Daar waar nodig worden deze artikelen
geïmplementeerd in de Omgevingswet, de daarop gebaseerde algemene maatregelen van
bestuur en de Wet Windenergie op Zee en de Algemene wet bestuursrecht. Het wetsvoorstel
is op 22 december 2025 bij de Tweede Kamer ingediend.5
RICHTLIJN (EU) 2023/2413[B] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 18 oktober 2023
tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn
98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking
van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad
Uiterste implementatiedatum: 21 mei 2025
Ook de artikelen van richtlijn (EU) 2023/2413 met een uiterste implementatiedatum
van 21 mei 2025 zijn deels reeds omgezet in bestaande wet- en regelgeving en betreffen
deels feitelijk handelen waarvoor geen implementatie in wet- en regelgeving noodzakelijk
is. De resterende implementatie op wetsniveau die noodzakelijk is in verband met de
implementatie wordt meegenomen in het wetsvoorstel Implementatiewet herziene gasrichtlijn
en uitvoering herziene gasverordening, die tot eind februari voor ligt voor een uitvoerings-
en handhavingstoets. Daarna wordt het wetvoorstel volgens planning in het voorjaar
van 2026 voorgelegd aan de Raad van State.
RICHTLIJN (EU) 2024/1711 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juni 2024 tot
wijziging van de Richtlijnen (EU) 2018/2001 en (EU) 2019/944 inzake het verbeteren
van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie
Uiterste implementatiedatum: 17 januari 2025
Richtlijn (EU) 2024/1711 vormt met twee verordeningen het in juni vorig jaar vastgestelde
Europese Electricity Market Design pakket (EMD-pakket). Het EMD-pakket is gericht
op verdere hervorming van de Europese elektriciteitsmarkt.
De uiterste datum voor implementatie is voor de meeste bepalingen uit de richtlijn
gesteld op 17 januari 2025. Voor artikel 2, punten 2) en 3), de bepalingen met betrekking
tot het recht op energiedelen en de vrije keuze van leverancier daarbij, is de uiterste
datum voor implementatie gesteld op 1 juli 2026.
Implementatie van het EMD-pakket vindt voornamelijk plaats in de nieuwe Energiewet
(Stb 2025, nr. 12) en daarnaast, in verband met implementatie van energiedelen, de Wet belastingen
op milieugrondslag en de Wet op de accijns.
Begin juli is het wetsvoorstel ter implementatie van de gehele richtlijn aanhangig
gemaakt voor advies bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Op 12 november 2025 heeft de Afdeling advies uitgebracht. Het streven is om het wetsvoorstel
in de loop van het eerste kwartaal van 2026 in te dienen bij de Tweede Kamer voor
de parlementaire behandeling.
RICHTLIJN (EU) 2023/1791 VAN HET EUREOPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 september 2023
betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (herschikking)
Uiterste implementatiedatum: 11 oktober 2025
De verplichting op grond van artikel 12 van de richtlijn voor datacentra om gegevens
over hun energieprestaties te verzamelen en jaarlijks openbaar te maken is reeds in
april 2025 omgezet in nationale regelgeving met de wijziging van het Besluit activiteiten
leefomgeving en van het Omgevingsbesluit. De richtlijn wordt voorts geïmplementeerd
door een wetsvoorstel dat strekt tot wijziging van de Wet uitvoering EU-handelingen
energie-efficiëntie en enkele andere wetten, een besluit dat strekt tot wijziging
van onder andere het Besluit energie-audit, en een wijziging van de Omgevingsregeling
en de Regeling energie-audit. Het wetsvoorstel is op 10 december 2025 ingediend bij
de Tweede Kamer.6 De internetconsultatie van het wijzigingsbesluit is op 25 januari 2026 gesloten.7
SZW
RICHTLIJN (EU) 2022/2041 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 19 oktober 2022 betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie
Uiterste implementatiedatum: 15 november 2024
De EU-richtlijn betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie heeft betrekking
op de toereikendheid van en bescherming door het minimumloon en het bevorderen van
collectieve onderhandelingen. Het implementatievoorstel voorziet in een aantal wijzigingen
van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
De implementatietermijn (15 november 2024) is inmiddels verstreken. Reden hiervoor
is dat het consultatieproces en het parlementaire proces meer tijd in beslag hebben
genomen. Het wetsvoorstel is op 23 april 2024 ingediend bij de Tweede Kamer, op 8 oktober
2024 heeft de Tweede Kamer het voorstel aangenomen. De plenaire behandeling door de
Eerste Kamer vond plaats op 14 januari 2025.
Vanwege een bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) lopende zaak waarin
door Denemarken werd gesteld dat de richtlijn geen rechtsbasis heeft en nietig moet
worden verklaard, heeft de Eerste Kamer tijdens de voortzetting van het debat op 28 januari
2025 een ordevoorstel aangenomen. Besloten is de stemming over het implementatievoorstel
uit te stellen tot het moment waarop er duidelijkheid is over de bevoegdheid van de
EU om de richtlijn vast te stellen.
Op 11 november 2025 heeft het HvJ uitspraak gedaan (ECLI:EU:C:2025:865). Het HvJ heeft
geoordeeld dat de richtlijn grotendeels in lijn is met het Europees recht en doorgang
kan vinden. Het HvJ heeft enkel twee onderdelen uit de richtlijn nietig verklaard.
De Minister van SZW heeft de Eerste Kamer bij brief van 15 december 2025 geïnformeerd
dat de uitspraak van het HvJ geen directe gevolgen heeft voor het implementatievoorstel.
De twee nietig verklaarde onderdelen zijn namelijk in Nederland al geldende praktijk
of wetgeving. Gelet op de verstreken implementatiedeadline, verzoekt de Minister van
SZW de Eerste Kamer om bij de voorbereiding van haar agenda rekening te houden met
het belang van spoedige stemming over dit implementatievoorstel.
RICHTLIJN (EU) 2023/2668 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 22 november 2023 tot wijziging van Richtlijn 2009/148/EG betreffende de bescherming
van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk
Uiterste implementatiedatum: 21 december 2025
De richtlijn 2023/2668 wijzigt richtlijn 2009/148 met betrekking tot de bescherming
van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk. Helaas
heeft Nederland deze richtlijn niet voor de implementatiedatum van 21 december 2025
kunnen omzetten.
Dit komt doordat de omzetting naar nationale regelgeving een omvangrijk en complex
traject is, waarbij het bestaande asbeststelsel ingrijpend wordt aangepast. Er zijn
veel partijen die tijdens het werk met asbest in aanraking kunnen komen waarvoor de
situaties onderling enorm kunnen verschillen. Dit vergt een zorgvuldige afstemming
met stakeholders. Daarnaast zijn er ook verschillende departementen betrokken bij
de implementatie waardoor er interdepartementale afstemming vereist is. Bovendien
kent de implementatie diverse uitvoeringsaspecten.
De Tweede Kamer is op 28 mei 2025 op de hoogte gebracht dat de implementatiedatum
niet gehaald ging worden (Kamerstuk 25 883, nr. 527). Ook de Commissie is hierover geïnformeerd.
Zoals in bovengenoemde brief is aangegeven heeft Nederland al strenge asbestregelgeving
die in lijn ligt met het beschermingsniveau dat de Richtlijn vereist. Nederland voldoet
bijvoorbeeld al aan de verlaagde grenswaarde.
In een publicatie in de Staatscourant is opgenomen welke artikelen van de Richtlijn
al volledig geïmplementeerd zijn in de nationale regelgeving8. Deze publicatie is inmiddels aan de Commissie gezonden voor een gedeeltelijke notificatie.
Het streven is de aangepaste regelgeving op 1 januari 2027 in werking te laten treden.
De omzetting van de richtlijn vindt plaats door middel van wijzigingen in de Arbeidsomstandighedenwet,
het Arbeidsomstandighedenbesluit, de Arbeidsomstandighedenregeling, het Asbestverwijderingsbesluit
2005 en het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Het wetsvoorstel dat regelt dat bedrijven die asbest verwijderen een vergunning moeten
hebben, is in behandeling bij de Tweede Kamer. De lagere regelgeving wordt naar verwachting
in het eerste kwartaal van 2026 voor internetconsultatie aangeboden.
Richtlijnen die in het volgende kwartaal moeten worden geïmplementeerd om overschrijding
te voorkomen
EZ
RICHTLIJN (EU) 2024/825 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 28 februari 2024
tot wijziging van de Richtlijnen 2005/29/EG en 2011/83/EU wat betreft het versterken
van de positie van de consument voor de groene transitie door middel van betere informatie
en door middel van bescherming tegen oneerlijke praktijken
FIN
RICHTLIJN (EU) 2023/2864 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 13 december 2023
tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren
van het Europees centraal toegangspunt
RICHTLIJN (EU) 2024/1619 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 31 mei 2024
tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties,
bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico’s
JenV
RICHTLIJN (EU) 2023/1544 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 12 juli 2023 tot
vaststelling van geharmoniseerde regels inzake de aanwijzing van aangewezen vestigingen
en de aanstelling van wettelijke vertegenwoordigers ten behoeve van de vergaring van
elektronisch bewijsmateriaal in strafprocedures
VWS
GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2024/782 VAN DE COMMISSIE van 4 maart 2024 tot wijziging
van Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de minimumopleidingseisen
voor de beroepen van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, beoefenaar der tandheelkunde
en apotheker (Voor de EER relevante tekst)
Ingebrekestellingen wegens te late implementatie
In het vierde kwartaal van 2025 zijn er vier ingebrekestellingen wegens te late implementatie
van richtlijnen van de Europese Commissie ontvangen:
– Van FIN, zaak 2025/0348, mbt RL 2024/790 (markten financiële instrumenten);
– Van IenW, zaak 2025/0349, mbt RL 2024/884 (afgedankte apparatuur);
– Van IenW, zaak 2025/0350, mbt RL 2024/1405 (toevoeging grondstoffen biobrandstoffen/biogas);
– Van KGG, zaak 2025/0347, mbt RL 2023/1791 (energie-efficiëntie).
De Europese Commissie heeft in het vierde kwartaal van 2025 zes zaken wegens te late
implementatie geseponeerd:
– Van BZK, zaak 2021/0474, mbt RL 2019/1024 (open data en het hergebruik van overheidsinformatie);
– Van IenW, zaak 2022/0241, mbt RL 2017/2397 (beroepskwalificaties binnenvaart);
– Van IenW, zaak 2022/0242, mbt RL 2020/12 (normen praktijkexamens);
– Van KGG, zaak 2021/0079, mbt RL 2019/944 (interne markt elektriciteit);
– Van KGG, zaak 2024/0106, mbt RL 2023/0959 (broeikasemissierechten);
– Van KGG, zaak 2024/0197, mbt RL 2023/0959 (broeikasgasemissierechten).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken