Brief regering : Inrichting toezicht op de naleving van de AI-verordening
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4318
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 april 2026
Met deze brief informeer ik u, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de Minister
van Financiën, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, over de wijze waarop
het kabinet voornemens is het toezicht op de naleving van de Europese AI-verordening
vorm te geven. Hiermee geef ik invulling aan de toezegging van 29 september 2025 om
u te informeren nadat het kabinet hierover een besluit heeft genomen. De internetconsultatie
over de uitvoeringswet AI-verordening, waarin deze inrichting wordt voorgesteld, loopt
gedurende 6 weken na de publicatiedatum op https://www.internetconsultatie.nl/uaiv.
Kunstmatige intelligentie, ofwel AI, is een systeemtechnologie en wordt steeds breder
ingezet in vrijwel alle sectoren en domeinen. De technologie verandert de aard en
vorm van ons werk, fabrieksprocessen worden op nieuwe manieren geautomatiseerd en
voor een steeds groter aantal mensen maakt contact met AI een regulier onderdeel uit
van hun dagelijks leven. De kansen en beloften van AI zijn groot, maar kunnen alleen
benut worden als er vertrouwen bestaat vanuit burgers, bedrijven en de samenleving
als geheel. De Europese AI-verordening moet ervoor zorgen dat men kan rekenen op de
veiligheid en betrouwbaarheid van de AI-systemen waar een steeds groter deel van onze
data en processen aan worden toevertrouwd.
De verordening is op 1 augustus 2024 in werking getreden. Het toezicht op de naleving
van de AI-verordening moet grotendeels nationaal worden ingericht. Door de domein-
en sectoroverstijgende aard van AI vergt het toezicht op de AI-verordening een samenspel
van een groot aantal toezichthouders over de breedte van de samenleving. Het gaat
om een belangrijke nieuwe wettelijke taak die nog niet is belegd, maar die gedeeltelijk
aansluit bij een aantal bestaande toezichtstaken.
Het kabinet heeft ervoor gekozen om het toezicht zorgvuldig vorm te geven, met oog
voor de gewenste toezichtspraktijk door de toezichthouders. Hierbij heeft het kabinet
de consequentie geaccepteerd dat de Nederlandse uitvoeringswet naar verwachting later
in werking treedt dan momenteel wordt voorgeschreven vanuit de AI-verordening. Kanttekening
hierbij is dat de data waarop een aantal bepalingen van toepassing wordt waarschijnlijk
naar achteren zullen schuiven in de tijd als gevolg van de onderhandelingen over de
AI-omnibus.1 Later in deze brief wordt nader ingegaan op het tijdpad. Ook wordt beschreven hoe
invulling zal worden gegeven aan de financieringsvraagstukken rondom dit toezicht.
Kern AI-verordening
Het doel van de AI-verordening is om de ontwikkeling en toepassing van veilige en
betrouwbare AI-systemen te bevorderen, om de grondrechten van EU-burgers te beschermen
en om innovatie te stimuleren. De verordening draagt bij aan het versterken van het
vertrouwen in AI-systemen en positioneert de Europese Unie als een betekenisvolle
speler op het gebied van betrouwbare en mensgerichte AI. Hiermee wordt een solide
basis gelegd voor een digitale samenleving waarin technologische vooruitgang en publieke
waarden hand in hand gaan. De AI-verordening doet dit door in de hele EU gelijke eisen
te stellen aan ontwikkelaars en gebruiksverantwoordelijken van bepaalde AI-systemen,
namelijk wanneer ontwikkeling en gebruik ervan tot hoge risico’s zou kunnen leiden
voor onze veiligheid, gezondheid of fundamentele rechten. De AI-verordening is risico-gebaseerd
omdat de eisen zijn afgestemd op de mate van risico die de AI vormt voor veiligheid,
gezondheid of fundamentele rechten: hoe hoger het risico, hoe strenger de eisen. Daarmee
wordt geborgd dat er alleen regels zijn waar nodig, en dat de ruimte voor innovatie
zo groot mogelijk blijft. De AI-verordening reguleert verschillende categorieën AI-systemen
en het gebruik ervan:
• Verboden AI-praktijken: de verordening benoemt een aantal AI-praktijken die zulke
ernstige negatieve gevolgen hebben, dat ze verboden zijn. Hieronder vallen bijvoorbeeld
het verbod op manipulatieve AI en het ongericht scrapen van gezichtsafbeeldingen met
behulp van AI (deze bepalingen zijn in februari 2025 van kracht geworden);
• Hoog-risico AI-systemen waarvoor eisen aan de ontwikkeling en het gebruik ervan worden
gesteld, zoals databeheer en risicomanagement. Hieronder vallen:
○ AI-systemen als product of veiligheidscomponent van producten die reeds gereguleerd
zijn in de EU en onder die regelgeving al keuring door een externe partij moeten ondergaan.
Bijvoorbeeld bepaalde machines of medische hulpmiddelen;
○ AI-systemen als toepassing binnen één van de acht hoog-risico toepassingsgebieden
van de AI-verordening. Bijvoorbeeld beoordelingen binnen het onderwijs of het verlenen
van essentiële particuliere of publieke diensten. De toepassing van AI-systemen in
deze gebieden kan waardevol zijn, maar ook tot reële risico’s voor de gezondheid,
veiligheid of fundamentele rechten zorgen.
• Transparantie-eisen: wanneer mensen direct in contact staan met AI-systemen (zoals
chatbots en generatieve AI), moet duidelijk gemaakt worden dat degene die met AI praat,
wordt blootgesteld aan emotieherkenning of biometrische categorisatie of dat content
AI-gegenereerd is (zoals bij deepfakes);
• AI-modellen voor algemene doeleinden: dit zijn modellen die voor veel verschillende
toepassingen gebruikt kunnen worden en geïntegreerd worden in AI-systemen.
Toezichtgebieden AI-verordening
• De Europese Commissie zal toezicht houden op AI-modellen voor algemene doeleinden,
zoals de modellen achter bekende chatbots, waaronder ChatGPT en Gemini. Voor het toezicht
op alle andere categorieën verplicht de AI-verordening lidstaten om zelf één of meer
markttoezichtautoriteiten aan te wijzen.
• Voor het toezicht op bestaande productregulering en het toezicht op financiële instellingen
wordt in de AI-verordening aangegeven welke toezichthouder op de naleving ervan toeziet.
Daar kan onderbouwd van worden afgeweken, maar het kabinet ziet daar geen redenen
voor.
• Voor toezichttaken op het gebied van rechtshandhaving, migratie-, asiel- en grenstoezichtbeheer,
rechtsbedeling en democratische processen stelt de verordening specifieke eisen aan
de markttoezichtautoriteit, met name aan de mate van onafhankelijkheid. Met al deze
randvoorwaarden is rekening gehouden bij de voorgenomen inrichting van het toezicht.
• Verder moet in iedere lidstaat één van de markttoezichtautoriteiten als centraal contactpunt
zijn aangewezen waar iedereen met vragen over toezicht op de AI-verordening terecht
kan.
• Een deel van de hoog-risico AI-systemen moet verplicht door derde partijen (aangemelde
instanties) gecertificeerd worden. De lidstaat moet aanmeldende autoriteiten aanwijzen
die deze partijen kunnen beoordelen en erkennen. Deze aangemelde instanties beoordelen
of AI-systemen voldoen aan de vereisten van de verordening. Als dat het geval is,
certificeren ze die systemen.
• Tot slot moet elke lidstaat een lijst publiceren waarin staat welke autoriteiten op
het grondgebied reeds opereren als grondrechtenautoriteiten. Dit heeft het kabinet
in het najaar van 2024 gedaan. De grondrechtenautoriteiten en markttoezichthouders
kunnen in specifieke gevallen informatie uitwisselen en samenwerken.
Advies van de toezichthouders
Omdat AI breed wordt ingezet, hebben veel toezichthouders al met AI te maken vanuit
hun bestaande taken en bevoegdheden. Zo kan de Autoriteit Consument en Markt (ACM)
al ingrijpen wanneer algoritmes worden gebruikt om consumenten te misleiden en kan
de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) al toezien op algoritmes die worden
gebruikt voor de stabiliteit en veiligheid van telecomnetwerken. De Autoriteit Persoonsgegevens
(AP) heeft al ruime handhavende bevoegdheden vanuit de Algemene verordening gegevensbescherming
(AVG) om in te grijpen wanneer een (voorgenomen) verwerking van persoonsgegevens voor
of door algoritmes niet rechtmatig, behoorlijk of transparant plaatsvindt. De AI-verordening
is aanvullend op een bestaand veld van regelgeving en toezicht.
Om de AI-verordening zo goed mogelijk in het bestaande veld van toezicht in te bedden,
heeft het kabinet de Directie Coördinatie Algoritmes (DCA) van de AP en de RDI gevraagd
om in afstemming met alle betrokken toezichthouders een advies uit te brengen over
hoe het toezicht op de naleving van de AI-verordening het beste kan worden vormgegeven.
Aan de hand van het beleidskompas en met dit advies van de toezichthouders als uitgangspunt
is het voorgenomen toezichtstelsel op de AI-verordening tot stand gekomen. Het advies
van de toezichthouders is grotendeels overgenomen door het kabinet.
Samenvatting toezichtstelsel AI-verordening
In het ontwerp van het toezicht heeft het kabinet meerdere belangen verenigd. Allereerst
wordt zo veel mogelijk herkenbaarheid voor organisaties die onder de regels vallen
beoogd, door aan te sluiten bij toezichthouders die zij al kennen. Daarnaast wordt
voor het toezicht op gebieden zonder bestaande, herkenbare toezichthouder gekozen
om het toezicht centraal te beleggen bij één toezichthouder. Tevens is beoogd dat
via sterke coördinatie en kennisopbouw uniforme naleving van de AI-verordening in
Nederland en kennisdeling tussen sectorale toezichthouders tot stand komt.
Dit mondt uit in het kabinetsvoorstel om tien markttoezichtautoriteiten aan te wijzen
voor het toezicht op de naleving van de AI-verordening. Iedere markttoezichtautoriteit
houdt toezicht op de ontwikkeling, het op de markt brengen en het gebruik van die
systemen binnen de gebieden waarvoor die markttoezichtautoriteit is aangewezen. De
coördinatie en kennisdeling wordt verzorgd door de samenwerking tussen AP en RDI.
Dit voorstel is gebaseerd op de volgende overwegingen:
• Waar mogelijk en gewenst wordt voorgesteld om aan te sluiten bij bestaande expertise
en bevoegdheden van toezichthouders. Dit is het geval voor toezicht op AI in de kritieke
infrastructuur (RDI en ILT), op AI voor financiële dienstverlening door financiële
instellingen (AFM en DNB) en op AI in producten die onder bestaande productregelgeving
vallen (NVWA, NLA, ILT, RDI en IGJ). Voor het toezicht op hoog-risico AI-systemen
die worden ontwikkeld en gebruikt door de rechtbanken, de gerechtshoven, de Hoge Raad,
de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en het
parket bij de Hoge Raad in de rechtsbedeling wordt de procureur-generaal bij de Hoge
Raad (PGHR) aangewezen, en voor het toezicht op die systemen die worden ontwikkeld
en gebruikt door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) wordt
de voorzitter van de ABRvS aangewezen. Organisaties binnen die gebieden houden daarmee
contact met de voor hen reeds bekende toezichthouders, ook als het over AI gaat.
• Voor de toezichtgebieden uit de AI-verordening die niet goed aansluiten op bestaande
bevoegdheden van toezichthouders, wordt voorgesteld om de AP als markttoezichtautoriteit
aan te wijzen. Dit gaat om een groot deel van de hoog-risico toepassingsgebieden,
de transparantieverplichtingen en de verboden AI-praktijken. Deze categorieën sluiten
aan bij de bestaande expertise van de AP op het gebied van sector- en domeinoverstijgend
toezicht en toezicht op de AVG. Daarnaast heeft het de voorkeur van het kabinet om
deze gebieden bij één markttoezichtautoriteit te beleggen om verdere versnippering
van het AI-verordening toezicht te voorkomen.
Aangezien het toezicht op de naleving van AI-verordening over verschillende sectoren
en domeinen verdeeld is en aan meerdere bestaande taken en bevoegdheden raakt, zullen
de aangewezen markttoezichtautoriteiten onderling en met andere relevante autoriteiten
effectief en efficiënt moeten samenwerken. Om deze samenwerking te ondersteunen, gezamenlijk
kennis op te bouwen en zo veel mogelijk uniform toezicht te waarborgen wordt voorgesteld
om de RDI en de AP coördinerende taken te geven.
Een belangrijk deel van het AI-toezicht op de AI-verordening wordt bij de AP belegd.
Hiervoor wordt de AP een markttoezichtautoriteit. Het kabinet kiest ervoor om het
toezicht op de AI-verordening binnen de AP zelfstandig, onafhankelijk van en nevengeschikt
ten opzichte van het toezicht op de AVG te beleggen, met een aanspreekpunt voor toezicht
op de AI-verordening in het bestuur en naar de buitenwereld. In de beoogde inrichting
heeft deze bestuurder een instemmingsvereiste voor besluiten in het kader van het
toezicht op de AI-verordening.
In bijlage 1 bij deze brief wordt per onderdeel van de AI-verordening nadere toelichting
gegeven op de voorgenomen keuze voor de markttoezichtautoriteiten, aanmeldende autoriteiten
en de reeds geïdentificeerde grondrechtenautoriteiten. Bijlage 2 betreft een visuele
weergave van het voorgenomen toezichtstelsel.
Financiering van het toezicht
Het toezicht op de naleving van de AI-verordening betreft grotendeels nieuwe taken
voor de beoogd markttoezichtautoriteiten. Het is van belang dat toezichthouders in
staat worden gesteld deze nieuwe taken adequaat uit te voeren. Dit kan betekenen dat
aanvullende financiële middelen nodig zijn of dat herprioritering binnen bestaande
middelen wordt overwogen voor de uitvoering van deze taken.
Door de voorgenomen markttoezichtautoriteiten worden de financiële consequenties en
de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van deze nieuwe toezichtstaken in kaart gebracht.
Tijdpad
Een goede naleving van de AI-verordening vraagt om een samenspel tussen de Europese
Commissie, het kabinet, de markttoezichtautoriteiten en de ondertoezichtgestelden.
De inrichting van het toezicht op de AI-verordening betreft een nieuw stelsel in Nederland
waarin veel bestaande autoriteiten met elkaar zullen moeten samenwerken. Zoals eerder
aangegeven heeft het kabinet ervoor gekozen om het toezicht zorgvuldig vorm te geven
en de consequentie geaccepteerd dat de uitvoeringswet mogelijk later gereed is dan
op dit moment wordt voorgeschreven vanuit de AI-verordening.
Parallel aan de internetconsultatie worden alle verplichte toetsen uitgevoerd. Dat
zijn in ieder geval de uitvoerings- en handhavingstoetsen van alle beoogde markttoezichtautoriteiten,
de wetgevingstoets van JenV, het wetgevingsadvies van de AP, de toets door het Adviescollege
Toetsing Regeldruk en de toets door de Raad voor de Rechtspraak.
Na ontvangst van alle reacties wordt een aangepaste versie van het wetsvoorstel en
de bijhorende memorie van toelichting aan de ministerraad voorgelegd met het oog op
aanbieding daarvan aan de Raad van State voor advies.
Na verwerking van het advies van de Raad van State en wanneer het wetsvoorstel volledig
van dekking is voorzien kan het bij uw Kamer worden ingediend.
Na behandeling en goedkeuring door Tweede en Eerste Kamer en publicatie en inwerkingtreding
van de uitvoeringswet hebben de markttoezichtautoriteiten formeel de taak om toezicht
te houden op de naleving van de AI-verordening en beschikken zij over de voorgeschreven
bevoegdheden.
Het feit dat de uitvoeringswet waarschijnlijk niet tijdig in werking treedt, wil niet
zeggen dat daardoor de verplichtingen uit de verordening nog niet gelden, want de
verordening is rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten.
Het kabinet verwacht dat AI de komende jaren een steeds belangrijkere rol gaat spelen
in de maatschappij. Om burgers en bedrijven ten volste van de kansen van AI te laten
profiteren, moeten zij kunnen vertrouwen op de veiligheid van die AI-producten en
-systemen.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
W.J.M. Aerdts
BIJLAGE 1 – TOELICHTING TOEZICHTSTELSEL AI-VERORDENING
Hieronder wordt per onderdeel van de AI-verordening nadere toelichting gegeven op
de voorgenomen keuze voor de (markt)toezichthouder(s).
Centraal contactpunt en coördinatie van AI-toezicht
De verordening schrijft in artikel 70 voor dat er één markttoezichtautoriteit wordt
aangewezen als centraal contactpunt (single point of contact) voor zowel de Commissie
als binnen de lidstaat. Deze taak wordt bij de RDI belegd. De RDI en de AP borgen
samen de coördinatie tussen en samenwerking met alle betrokken toezichthouders. Dit
moet een eenduidige uitleg en toepassing van de verordening bevorderen, het delen
van goede praktijken vergemakkelijken en het gezamenlijk optrekken bij onderzoeken
mogelijk maken.
Toezicht op verboden AI-praktijken
Een aantal verboden AI-praktijken, zoals manipulatie of gebruik maken van kwetsbaarheden,
kan binnen elk domein plaatsvinden. Het kan ook plaatsvinden in domeinen waarvoor
nu geen sectorale toezichthouder is aangewezen. Manipulatie of gebruik van kwetsbaarheden
vindt vaak, maar niet altijd, plaats door het gebruik van persoonsgegevens. Dat maakt
dat er ook een relatie kan zijn met toezicht op de AVG.
Om versnippering van het toezicht te voorkomen en zo goed als mogelijk aan te sluiten
bij bestaande expertise en bevoegdheden, is het kabinet voornemens om de AP aan te
wijzen als markttoezichtautoriteit voor alle verboden AI-praktijken. Hier geldt één
uitzondering op. Specifiek voor financiële instellingen wordt voor de verbodsbepalingen
onder artikel 5, eerste lid, onderdelen a en b, de AFM aangewezen als markttoezichtautoriteit.
De AFM houdt momenteel al toezicht op de naleving van wetgeving die moet voorkomen
dat consumenten gemanipuleerd of uitgebuit worden door financiële instellingen. Denk
bijvoorbeeld aan zorgvuldige dienstverlening, integere bedrijfsvoering, product governance
of niet-misleidende informatieverstrekking. Het toezicht op verboden AI-praktijken
door financiële instellingen is daar een aanvulling op.
Hoog-risico systemen als veiligheidscomponent in producten
In bijlage I van de verordening zijn twee lijsten met EU-productregelgeving opgenomen. Afdeling A bevat een lijst van EU-harmonisatiewetgeving op basis van het nieuwe wetgevingskader (NWK). De toepasselijke eisen uit
de AI-verordening zijn van toepassing indien op grond van die harmonisatiewetgeving
een externe conformiteitsbeoordeling vereist is voor deze producten. Afdeling B van
deze bijlage valt nog niet onder het NWK van de EU, waardoor de AI-verordening daar
niet rechtstreeks op van toepassing kan zijn. Voor afdeling B van bijlage I geldt
dat de eisen van de AI-verordening in aanmerking zullen worden genomen in nadere regelgeving
van de Europese Commissie over AI in die producten.
De verordening neemt als uitgangspunt dat het toezicht op hoog-risico AI-systemen
voor deze producten die wel onder het NWK vallen (bijlage I, afdeling A), moet worden
uitgeoefend door de markttoezichtautoriteiten die nu al op de naleving van de betreffende
harmonisatiewetgeving moeten toezien. Dat zijn in Nederland de Nederlandse Voedsel
en Warenautoriteit (NVWA), de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA), de Inspectie Leefomgeving
en Transport (ILT), de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) en de Inspectie
Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande bevoegdheden
en om te voorkomen dat meerdere toezichthouders op hetzelfde product toezicht zullen
houden, sluit het kabinet zich aan bij de AI-verordening en worden deze toezichthouders
op basis van hun bestaande bevoegdheden aangewezen als markttoezichtautoriteit op
bijlage I, afdeling A van de AI-verordening.
Hoog-risico AI producten in EU-regelgeving
Markttoezichtautoriteit
1
Machines
NVWA (consumenten) +
NLA (professioneel)
2
Speelgoed
NVWA
3
Pleziervaartuigen en waterscooters
ILT
4
Liften en veiligheidscomponenten van liften
NLA
5
Explosieveilig materieel
NLA
6
Radioapparatuur
RDI
7
Drukapparatuur
NLA
8
Kabelbaaninstallaties
ILT
9
Persoonlijke beschermingsmiddelen
NVWA (consumenten) +
NLA (professioneel)
10
Gasinstallaties
NVWA
11
Medische hulpmiddelen
IGJ
12
Medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek
IGJ
Hoog-risico AI-toepassingsgebieden (artikel 6, bijlage III)
In bijlage III van de verordening zijn acht toepassingsgebieden met daarin circa 30 verschillende
toepassingen opgenomen, die als hoog-risico worden gekwalificeerd. Voor ieder van
die gebieden moet een markttoezichtautoriteit worden aangewezen.
Er is bij de voorgenomen inrichting van het toezicht gekeken naar waar het wenselijk
is om bij bestaande expertise en bevoegdheden aan te sluiten. Voor het toepassingsgebied
kritieke infrastructuur is dit het geval en worden de RDI en de ILT als markttoezichtautoriteit
aangewezen. Dit geldt ook voor het toezicht op financiële instellingen, waarvoor de
AFM en DNB als markttoezichtautoriteiten worden aangewezen. Dit geldt ook voor het
toezicht op hoog-risico AI-systemen die worden ontwikkeld en gebruikt ten behoeve
van hun deel van de gerechtelijke instanties in de rechtsbedeling, waarvoor de PGHR
en de voorzitter van de ABRvS worden aangewezen. De overige toepassingsgebieden van
bijlage III vallen niet of slechts gedeeltelijk onder afgebakende domeinen en sectoren
waar op dit moment al door een specifieke toezichthouder toezicht op wordt gehouden.
Het hiervoor aanwijzen van verschillende sector- of domeinspecifieke toezichthouders
zou betekenen dat hun rollen, mandaten en bevoegdheden moeten worden uitgebreid en
dat zij ieder nieuwe expertise op het gebied van AI en markttoezicht moeten opbouwen.
In het kader van effectief en efficiënt toezicht, om centrale kennisopbouw te bevorderen
en versnippering van het toezicht waar mogelijk te voorkomen, is er daarom voor gekozen
om de AP aan te wijzen voor alle overige toepassingsgebieden van bijlage III. Omdat
er bij het toezicht ook kennis van de context van het gebruik van het systeem nodig
is, liggen samenwerkingsafspraken met de sectorale of domeinspecifieke toezichthouders
voor de hand.
Voor toezichttaken op het gebied van rechtshandhaving, migratie-, asiel- en grenstoezichtbeheer
en democratische processen stelt de AI-verordening specifieke eisen aan de mate van
onafhankelijkheid van de markttoezichtautoriteit. Voor de inrichting van het AI-toezicht
in de rechtspraak bepaalt de AI-verordening dat het toezicht geenszins afbreuk mag
doen aan de onafhankelijkheid van gerechtelijke instanties of anderszins afbreuk mag
doen aan hun activiteiten wanneer zij optreden in hun gerechtelijke hoedanigheid.
Met al deze randvoorwaarden is rekening gehouden bij de voorgenomen inrichting van
het toezicht.
Toepassingsgebied van bijlage III
Markttoezichtautoriteit
1
Biometrische identificatie, categorisatie en emotieherkenning
AP
2
Kritieke infrastructuur
RDI of ILT (domeinafhankelijk)
3
Onderwijs en beroepsopleidingen
AP
4
Werkgelegenheid, personeelsbeheer en toegang tot zelfstandige arbeid
AP
5(a)
Beoordeling of personen aanmerking komen voor essentiële particuliere en publieke
uitkeringen en -diensten
AP
5(b)
Beoordeling kredietwaardigheid of kredietscore
AFM en DNB (financiële diensten) en AP (niet-financiële diensten)
5(c)
Premieberekening bij zorg- en levensverzekeringen
AFM en DNB (financiële diensten) en AP (niet-financiële diensten)
5(d)
Hulpdiensten en triage
AP
6
Rechtshandhaving
AP
7
Migratie, asiel en grenscontrole
AP
8(a)
Rechtsbedeling
PGHR en voorzitter ABRvS
8(b)
Democratische processen
AP
Transparantieverplichtingen
Net als bij de verboden AI-praktijken, zijn de transparantie-eisen domein- en sectoroverstijgend.
Daarnaast is er voor het toezicht op deze eisen andere (technische) kennis vereist
dan voor het toezicht op hoog risico AI-systemen. Het is daarom wenselijk om het toezicht
hierop zo veel mogelijk bij één toezichthouder te beleggen.
Het kabinet is daarom voornemens de AP aan te wijzen als markttoezichtautoriteit op
de transparantieverplichtingen. Voor het toezicht op de naleving van deze verplichtingen
door financiële instellingen worden DNB en AFM aangewezen als markttoezichtautoriteit,
om hiermee zo veel mogelijk aan te sluiten bij het toezicht op de informatieverstrekkingsverplichtingen
binnen de financiële markten.
Inrichting AI-testomgeving voor regelgeving in Nederland (NL Sandbox)
De AI-verordening verplicht lidstaten tot het oprichten van ten minste één AI-testomgeving
(AI regulatory sandbox) vanaf augustus 2026. Binnen een regulatory sandbox bieden
markttoezichtautoriteiten ondersteuning aan aanbieders van AI-systemen die tijdens
de ontwikkeling van hun innovatieve product of systeem vragen hebben over hoe zij
aan de AI-verordening kunnen voldoen. Dit helpt deze ondernemers om hun product conform
de regels op de markt kunnen brengen en voorkomt onnodige regeldruk of vertraging
door vragen over de AI-verordening. De uitleg van markttoezichtautoriteiten moet de
regels uit de AI-verordening verhelderen, zodat het voor aanbieders makkelijker wordt
om hieraan te voldoen. Daarnaast krijgen markttoezichtautoriteiten beter inzicht in
innovatieve AI-systemen en de vraagstukken die AI-aanbieders tegenkomen. Markttoezichtautoriteiten
stellen zich binnen de sandbox innovatievriendelijk en flexibel op, maar er is geen
mogelijkheid om regels buiten werking te stellen.
In Nederland zullen de markttoezichtautoriteiten gezamenlijk één multisectorale NL
sandbox inrichten om vragen uit alle sectoren en domeinen te kunnen behandelen. Binnen
de NL sandbox wordt geen technische infrastructuur of data aangeboden. Toezichthouders
richten zich op het bieden van juridisch en technisch advies bij activiteiten die
een aanbieder uitvoert om een AI-systeem aan de eisen uit de AI-verordening te laten
voldoen en in Europa op de markt te kunnen brengen. In het kader van efficiëntie kan
het sandbox-proces gecombineerd worden met de bredere voorlichtingstaken van de markttoezichtautoriteiten.
Aanmeldende autoriteiten en aangemelde instanties
Aanmeldende autoriteiten zijn organisaties die aanvragen beoordelen van instanties
die willen optreden als externe beoordelaar (conformiteitsbeoordelingsinstantie (CBI))
van AI-systemen onder de AI-verordening. Aanmeldende autoriteiten beoordelen of de
aanvragers voldoen aan de geldende vereisten, melden deze aan bij de Commissie en
houden vervolgens toezicht op de aangemelde CBI's (vanaf aanmelding zijn dit aangemelde instanties). Voor de producten die vallen onder de harmonisatiewetgeving die
is opgenomen in bijlage I, afdeling A, zijn al aanmeldende autoriteiten aangewezen.
Deze aanmeldende autoriteiten zijn veelal een Minister, waarbij het werk wordt uitgevoerd
door daarvoor aangewezen ambtenaren van een markttoezichtautoriteit. Deze aanmeldende
autoriteiten worden ook de aanmeldende autoriteit onder de AI-verordening.
Voor bijlage III moet alleen een aanmeldende autoriteit worden aangewezen voor het
toepassingsgebied biometrie. Hiervoor wordt de Minister van Economische Zaken aangewezen
als aanmeldende autoriteit. Voor het uitvoeren van deze werkzaamheden worden ambtenaren
van de RDI aangewezen. Voor alle andere toepassingsgebieden van bijlage III kan volgens
de AI-verordening worden volstaan met de eigen beoordeling door de aanbieder van het
hoog-risico AI-systeem en hoeven daarom geen CBI’s te worden aangewezen.
Productregelgeving van bijlage I, afdeling A
Huidige aanmeldende autoriteit
1
Machines
Minister van VWS (consumenten) +
Minister van SZW (professioneel)
2
Speelgoed
Minister van VWS
3
Pleziervaartuigen en waterscooters
Minister van IenW
4
Liften en veiligheidscomponenten van liften
Minister van SZW
5
Explosieveilig materieel
Minister van SZW
6
Radioapparatuur
Minister van EZ
7
Drukapparatuur
Minister van SZW
8
Kabelbaaninstallaties
Minister van IenW
9
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Minister van VWS (consumenten) +
Minister van SZW (professioneel)
10
Gasinstallaties
Minister van VWS
11
Medische hulpmiddelen
Minister van VWS
12
Medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek
Minister van VWS
Toepassingsgebieden in bijlage III
Aanmeldende autoriteit
1
Biometrie
Minister van EZ
2–8
Overige toepassingsgebieden
Eigen beoordeling door de aanbieder van het hoog-risico AI-systeem
Grondrechtenautoriteiten
Wie in Nederland grondrechtenautoriteit is vloeit voort uit artikel 77 van de AI-verordening
en de regelgeving op grond waarvan deze nationale overheidsinstanties of -organen
bevoegd zijn toe te zien op de naleving van de bescherming van EU-grondrechten. In
Nederland zijn dit vooralsnog het College voor de Rechten van de Mens (CRM), de AP (vanuit het toezicht op het
grondrecht op gegevensbescherming), de Procureur-generaal bij de Hoge Raad (PGHR),
de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), het gerechtsbestuur
van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en het gerechtsbestuur van het College van
Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Iedere lidstaat moet publiceren wie deze grondrechtenautoriteiten
zijn en deze lijst actueel houden.2
BIJLAGE 2 – VISUELE WEERGAVE VOORGENOMEN AI-TOEZICHTSTELSEL
Ondertekenaars
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.