Brief regering : Reactie op het SEO-onderzoeksrapport 'Slimme Investeringen'
36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
Nr. 143
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 maart 2026
Op 16 februari 2026 heeft uw Kamer het rapport «Slimme investeringen. Naar een kwantificering
van de BBP-effecten van investeringen in onderwijs en onderzoek en ontwikkeling» van
Stichting Economisch Onderzoek (SEO) ontvangen.1 Op 5 maart 2026 vroeg uw vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om
een reactie op dit rapport voorafgaand aan het debat over het onderzoeks- en wetenschapsbeleid
d.d. 2 april 2026.2 Met deze brief gaan wij in op dit verzoek. Naast een appreciatie van het SEO-rapport,
waarin we de uitkomsten van het onderzoek onderschrijven en kort schetsen hoe we met
de aanbevelingen verder gaan, nemen we in deze brief ook de toezegging mee van de
vorige Minister van OCW tijdens het tweeminutendebat «Kabinetsreactie advies Onderwijsraad
«Onderwijs als investering»».3
Belang en context van het onderzoek
Een goed inzicht in de mate waarin investeringen en maatregelen in het onderwijs en
Research and Development (R&D) effectief zijn, is van belang voor zorgvuldig beleid.
Het geeft politici, bestuurders en onderwijs- en onderzoeksinstellingen een instrument
in handen om met de beschikbare middelen zoveel mogelijk kwaliteit te leveren. Het
gaat daarbij om effecten op arbeidsproductiviteit en verdienvermogen, maar ook de
bredere maatschappelijke baten en doelstellingen van onderwijs- en R&D-investeringen,
zoals ontplooiingskansen, burgerschap, een betere ervaren gezondheid en meer bestaanszekerheid.
Het gebruik van modellen helpt om deze effecten inzichtelijk te maken. Op dit moment
worden onderwijs- en R&D-uitgaven in doorrekeningen en besluitvorming namelijk veelal
als kostenpost meegewogen, niet als investeringen in toekomstig verdienvermogen.
Het onderwerp uit het SEO-rapport sluit aan bij diverse verzoeken om de effecten van
investeringen in onderwijs en R&D op de economische groei (BBP) kwantitatief onderbouwd
inzichtelijk te maken en om effectiever onderscheid te kunnen maken tussen consumptieve
en investeringsuitgaven, zoals onder meer verwoord in de motie Paternotte-Bruins uit
2020, de motie Vijlbrief c.s., het Onderwijsraadadvies «Onderwijs als Investering»
en in recente onderzoekspapers.4
In het licht van deze verzoeken heeft het Ministerie van OCW, in samenwerking met
de Ministeries van Economische Zaken en Klimaat, Financiën en Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
opdracht gegeven aan SEO om de wetenschappelijke evidentie op een rij te zetten over
hoe investeringen in onderwijs en private en publieke R&D effect hebben op productiviteit
en economische groei. Daarnaast verkent dit rapport de mogelijkheden om op basis van
de beschikbare evidentie over de effecten een economisch model te ontwikkelen en schetst
het een route naar een beter onderbouwde doorrekening van BBP-effecten. Met het laten
ontwikkelen van een model zouden onderwijs- en R&D-investeringen meer in lijn kunnen
worden gebracht met andere publieke investeringen die nu al wel in bestaande modellen
worden doorgerekend, zoals op het terrein van sociale zekerheid, arbeidsmarkt en infrastructuur.
Samenvatting SEO onderzoek
Er bestaat brede wetenschappelijke consensus dat onderwijsinvesteringen leiden tot
hogere inkomens, betere arbeidsmarktkansen en een aantal bredere maatschappelijke
baten. Een extra jaar onderwijs verhoogt het levensinkomen met vijf tot tien procent.
Naast inkomenseffecten hebben onderwijsinvesteringen bredere baten, zoals lagere criminaliteit
en grotere maatschappelijke participatie.5
De economische effecten van R&D zijn eveneens positief. Publieke en private investeringen
in R&D zijn doorgaans complementair: publieke uitgaven stimuleren private investeringen
en innovatie. Meta-analyses laten zien dat één euro aan private R&D tussen de twee
en drie euro aan BBP oplevert. Daarbij is de onzekerheid over de effecten wel groter
dan in geval van investeringen in onderwijs.
Het SEO-rapport heeft ook de mogelijkheden verkend om effecten te modelleren voor
beleidsanalyses. Voor investeringen in onderwijs is het volgens SEO mogelijk om op
een termijn van circa 2 jaar een economisch model te ontwikkelen en BBP-effecten te
kunnen berekenen met een doorontwikkeling naar een structureel model op een termijn
van 5 jaar, als gelijktijdig een kenniscatalogus van bewezen effectieve maatregelen
wordt opgebouwd.
Voor investeringen in private R&D is er momenteel minder evidentie beschikbaar dan
voor onderwijs en zijn de effectschattingen onzekerder, maar een vergelijkbaar traject
als voor onderwijs is mogelijk.
Voor publieke R&D ligt dit gecompliceerder. Volgens SEO is er nauwelijks tot geen
causaal bewijs beschikbaar om een economisch model van beleidsmaatregelen te kunnen
ontwikkelen om de kwantitatieve effecten van beleid gericht op publieke R&D op het
BBP in kaart te brengen. Dit is wel van belang omdat investeringen in publieke R&D
een belangrijke voorwaarde zijn voor investeringen in private R&D. Voor publieke R&D
is het opbouwen van een kennisbasis volgens SEO dan ook prioriteit. Daarmee kan publieke
R&D op termijn worden meegenomen in een structureel model voor investeringen in onderwijs
en R&D.
SEO stelt dat een vergelijkbaar model zich in beginsel ook leent voor het doorrekenen
van effecten van investeringen in scholing. Ook hiervoor is een kenniscatalogus van
bewezen effectieve maatregelen nodig.
Relatie met brede baten
Het SEO-rapport richt zich primair op de BBP-effecten van onderwijs- en R&D-investeringen,
maar de onderzoekers geven ook aan dat er vaak sprake kan zijn van belangrijke effecten
op de brede welvaart, zoals op gezondheid of criminaliteit. De onderzoekers stellen
dat het daarom ook verstandig is om deze baten een plek te geven in een modelmatige
doorrekening van onderwijsuitkomsten.
De vorige Minister van OCW heeft tijdens het tweeminutendebat van 11 februari jl.
de toezegging gedaan om de Kamer schriftelijk te informeren over hoe het begrip «brede
welvaart» rond de onderwijsbegroting meegenomen wordt en hoe dat gemonitord wordt.
In deze brief komen we deze toezegging na. Monitoring van brede welvaart geeft inzicht
in de kwaliteit van leven in de volle breedte, verder kijkend dan alleen economische
groei. Het gaat om een balans tussen materiële welvaart en het welzijn van mensen,
nu en in de toekomst, hier en elders en hoe deze verdeeld is tussen groepen en regio’s.
De inzichten uit de initiatieven rondom monitoring en evaluatie worden door een breed
aantal groepen gebruikt, waaronder beleidsmakers, wetenschap en samenleving.
De hieronder genoemde initiatieven bevestigen het belang van investeringen in het
onderwijs en maken inzichtelijk op welke manier investeringen in de onderwijsparagraaf
zijn te volgen ten behoeve van brede welvaart:
1. Het CBS stelt sinds 2023 jaarlijks een Factsheet Brede Welvaart op met een overzicht
van CBS-indicatoren rondom brede welvaart en duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s)
op het terrein van het Ministerie van OCW. Deze geeft op basis van CBS-informatie
de staat van brede welvaart weer binnen het OCW werkveld. Net als voor andere departementen
wordt deze factsheet vergezeld van een samenvatting bij de onderwijsbegroting (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | CBS). De factsheets en samenvatting verschijnen met ingang van 2026 op de jaarlijkse
Verantwoordingsdag (20 mei 2026).
2. Het Ministerie van OCW gaat daarnaast in kaart brengen welke eigen indicatoren gebruikt
kunnen worden bij het monitoren van duurzame ontwikkelingsdoelen. Deze indicatoren
zullen worden ontsloten in het nieuwe dossier «Brede Welvaart» op www.ocwincijfers.nl in het voorjaar van 2026. Vanaf jaarverslag 2025 (in mei 2026) is er voor het thema
brede welvaart ook een monitoringsmatrix beschikbaar. Vanaf de begroting 2027 (september
2026) worden de indicatoren voor brede welvaart, waar van toepassing, gekoppeld aan
de beleidsprioriteiten van de OCW.
3. De planbureaus maken jaarlijks een reflectie op de gehele rijksbegroting vanuit brede
welvaartperspectief, die op Prinsjesdag verschijnt. Zie: Reflectie brede welvaart: Prinsjesdag 2024 | CPB Website, met daarin ter illustratie in paragraaf 2.4 aparte aandacht voor het thema onderwijs
en opleiding.6
4. In de eerder in deze brief genoemde doorrekeningen van het coalitieakkoord 2026–2030
besteedt het CPB onder andere aandacht aan de gevolgen van de onderwijsmaatregelen
uit het coalitieakkoord voor de brede welvaartsindicator menselijk kapitaal. Het CPB concludeert dat het Coalitieakkoord leidt tot een toename van het menselijk
kapitaal op de lange termijn.
Appreciatie van het SEO-onderzoek en vervolg
Wij onderschrijven het gedegen onderzoek en advies van SEO en de noodzaak van het
geven van een vervolg hieraan. Meer inzicht in hoe onderwijs- en R&D investeringen
het verdienvermogen en de brede welvaart van Nederland kunnen versterken kan in onze
overtuiging ook helpen bij het verder ontwikkelen van een talentstrategie om de toekomst
van onze economie vorm te geven.
Als eerste stap zullen we uitwerken hoe we de benodigde kenniscatalogi met micro-evidentie
over de effecten van onderwijs, scholing en publieke en private R&D kunnen vormgeven.
Hierbij nemen we ook de brede baten zoveel mogelijk mee. Ook werken we de mogelijkheden
voor modelontwikkeling verder uit. De kenniscatalogi verrijken onze kennisbasis verder
en zijn noodzakelijk als input bij de modellen.
Daarbij kijken we ook naar recente initiatieven om effecten in kaart te brengen die
nu nog niet in modellen zijn te vatten. Een waardevolle vernieuwing in dit kader is
dat het CPB vorig jaar in de doorrekening van verkiezingsprogramma’s voor het eerst
de verwachte langetermijneffecten van beleidsmaatregelen op de hoeveelheid menselijk
kapitaal inzichtelijk heeft gemaakt.7 Hetzelfde heeft het CPB gedaan in zijn analyse van het Coalitieakkoord.8 Ook de inzet rond het investeringsmodel preventief gezondheidsbeleid is hierbij een
goed voorbeeld9.
De komende periode benutten we om samen met verschillende experts en het CPB en ook
met de Ministeries van Economische Zaken en Klimaat, Financiën en Sociale Zaken en
Werkgelegenheid de inzichten en aanbevelingen uit het SEO-rapport uit te werken in
concrete vervolgstappen. Daarbij nemen we de kennis en expertise van een breed aantal
stakeholders mee, waaronder het onderwijs- en onderzoeksveld en andere deskundigen.
In september 2026 zullen we uw Kamer over de te nemen vervolgstappen en verdere uitwerking
informeren.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap