Amendement (gewijzigd/nader/vervangend) : Gewijzigd amendement van het lid Ergin ter vervanging van nr. 22 over de tegemoetkoming en de aanvullende tegemoetkoming niet rekenen tot de middelen in de zin van de Participatiewet
36 922 Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de verstrekking van een aanvullende tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd
Nr. 24
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID ERGIN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 22
Ontvangen 1 oktober 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Na artikel I wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL Ia WIJZIGING PARTICIPATIEWET
Aan artikel 31, tweede lid, van de Participatiewet wordt, onder vervanging van de
punt aan het slot van dat lid door een puntkomma, een onderdeel waarvan de letteraanduiding
alfabetisch aansluit op het laatste onderdeel toegevoegd, luidende:
#. de tegemoetkoming en aanvullende tegemoetkoming, bedoeld in artikel 12.30 van de Wet
studiefinanciering 2000.
Toelichting
Met dit amendement wordt geregeld dat de tegemoetkoming en de aanvullende tegemoetkoming
voor (oud-)studenten die onder het leenstelsel hebben gestudeerd niet worden gerekend
tot de middelen in de zin van de Participatiewet.
De regering wijst er in de memorie van toelichting op dat de uitbetaling van deze
tegemoetkomingen gevolgen kan hebben voor mensen die een bijstandsuitkering ontvangen.
Omdat het vermogen in de Participatiewet op ieder moment relevant is, kan de uitbetaling
leiden tot een verlaging of terugvordering van de bijstandsuitkering. De indiener
acht dit onwenselijk. De tegemoetkomingen zijn bedoeld als financieel gebaar en erkenning
voor (oud-)studenten die onder het leenstelsel geen basisbeurs hebben ontvangen. Het
is niet uitlegbaar wanneer juist bij mensen met de laagste inkomens dit financiële
gebaar geheel of gedeeltelijk teniet wordt gedaan doordat de ontvangen tegemoetkoming
gevolgen heeft voor hun recht op bijstand. Daarbij sluit dit amendement aan bij de
systematiek van artikel 31, tweede lid, van de Participatiewet, waarin verschillende
tegemoetkomingen en compensaties van het middelenbegrip worden uitgezonderd. Een voorbeeld
daarvan is de compensatie in het kader van de hersteloperatie toeslagen, waarbij is
voorkomen dat een door de overheid verstrekte compensatie vervolgens via de bijstand
weer geheel of gedeeltelijk wordt weggenomen. De indiener acht het onwenselijk wanneer
een tegemoetkoming die juist is bedoeld als erkenning voor de nadelige gevolgen van
het leenstelsel bij mensen in de bijstand feitelijk weer wordt afgeroomd. Met dit
amendement wordt daarom wettelijk vastgelegd dat de tegemoetkoming en de aanvullende
tegemoetkoming voor de leenstelselgeneratie buiten beschouwing blijven bij de middelentoets
van de Participatiewet. Daarmee wordt voorkomen dat de financiële erkenning voor het
nadeel van het leenstelsel bij mensen in de bijstand feitelijk weer wordt afgenomen.
Ergin
Ondertekenaars
Doğukan Ergin, Tweede Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Ontraden
De minister of staatssecretaris is het niet eens met de motie en adviseert de Kamer om tegen de motie te stemmen. Bijvoorbeeld omdat hij of zij vindt dat de motie wettelijk niet klopt, te veel geld kost om uit te voeren, of helemaal niet uitvoerbaar is.
Stemmingsuitslagen
Verworpen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Tegen |
| VVD | 22 | Tegen |
| PRO | 20 | Voor |
| PVV | 19 | Voor |
| CDA | 18 | Tegen |
| JA21 | 9 | Tegen |
| FVD | 7 | Voor |
| Groep Markuszower | 7 | Tegen |
| BBB | 3 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Tegen |
| DENK | 3 | Voor |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Tegen |
| SP | 3 | Voor |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Keijzer | 1 | Tegen |
| Volt | 1 | Voor |