Activiteiten

"Een tooverklank in den naam Treub”

Kamervoorzitter Khadija Arib neemt het boek over Wim Treub in ontvangst

Dinsdag 25 oktober werd in de Oude Zaal van de Tweede Kamer een boek over het leven van Marie Willem Frederik – Wim, in de volksmond – Treub gepresenteerd. Treub was wethouder van Amsterdam, hoogleraar, gemeenteraadslid in Den Haag, minister in het kabinet-Cort van der Linden, maar ook Tweede Kamerlid. Kamervoorzitter Khadija Arib nam het eerste exemplaar van het boek in ontvangst, met als titel Enfant Terrible, uit handen van schrijver Diederick Slijkerman. Volgens haar was Treub een man die zich niet gemakkelijk in een hokje liet stoppen. “Maar wat wél typerend was én bleef, is dat Treub niet van de abstracte ideeën of vergezichten was, maar van het creatieve handwerk, van een eigenzinnig pragmatisme. Hij was geëngageerd, in alles wat hij deed. Hij voelde zich verbonden met de politiek en maatschappij, en hij had een enorme daadkracht of geldingsdrang.”

Arib: “Taco de Beer, één van de oprichters van De Groene Amsterdammer, schreef ooit dat er een “tooverklank in den naam Treub” ligt. Die toverklank leek een beetje weg te sterven, als een echo die langzaam verdwijnt. Ik dank de auteur voor het feit dat het verhaal van Wim Treub nu weer luid en duidelijk klinkt. Want wie het boek leest, merkt snel genoeg hoe interessant, hoe markant Marie Willem Frederik Treub was, en hoe groot de rol was die hij in onze parlementaire democratie heeft gespeeld.”

Lees hier de volledige toespraak van Kamervoorzitter Khadija Arib.

Een betekenisvol boek, op het juiste moment

Presentatie boek over kabinetsformaties
Van links naar rechts auteur Alexander van Kessel, Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib, Eerste Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol en auteur Carla van Baalen

De Voorzitter van de Tweede Kamer, Khadija Arib, nam vandaag – 10 oktober 2016 – het boek ‘Kabinetsformaties 1977-2012’ in ontvangst. Het boek – een uitgave van Centrum voor Parlementaire Geschiedenis (CPG) van de Radboud Universiteit in Nijmegen – geeft inzicht in de laatste vijftien formaties in Nederland: van de formatie in 1977 die leidde tot het kabinet-Van Agt/Wiegel (CDA/VVD) tot en met de formatie in 2012 die uitmondde in het huidige kabinet-Rutte-II (VVD/PvdA). Hiermee is de geschiedenis van de naoorlogse formaties compleet; in 1966 publiceerde de Nijmeegse hoogleraar staatsrecht en latere oprichter van het CPG Frans Duynstee 'Kabinetsformaties 1946-1965'. Zijn opvolger Peter Maas legde later de formaties tot 1973 vast.

Arib vindt het boek ‘van grote betekenis’, en het verschijnt op het juiste moment. Met de verkiezingen in aantocht bereidt de Tweede Kamer zich voor op de kabinetsformatie. De Kamer heeft daarin een belangrijke, leidende rol. Arib: “Dat is niet nieuw. Wie naar de geschiedenis kijkt, ziet dat de Kamer altijd greep heeft gehad op de kabinetsformaties. In die zin is de wijziging van het Reglement van Orde in 2012, waarmee de Kamer de regie nog wat steviger naar zich toetrok, eigenlijk geen breuk. Het past in een lange traditie van ‘parlementarisering’ van het formatieproces.”

“Dat neemt niet weg dat de Kamer ook moet bouwen aan nieuwe tradities”, vervolgde zij. “Natuurlijk, het formatieproces is gebaat bij flexibiliteit, bij ruimte om in te spelen op ontwikkelingen. Maar we willen ook een structuur neerleggen die mensen houvast geeft, met eigen rituelen, met eigen herkenbare ankerpunten. Dat is de uitdaging waar wij als Tweede Kamer voor staan.”

Arib bedankte de onderzoekers, in het bijzonder Carla van Baalen en Alexander van Kessel, voor hun grondige analyses van onze kabinetsformaties. “Het is goed en belangrijk dat ook dát deel van onze parlementaire geschiedenis – het deel dat zich vaak achter de schermen afspeelt – wordt verankerd. Dat er wordt gezocht naar rode draden, naar lessen die we kunnen trekken.”

Lees hier de volledige toespraak van Kamervoorzitter Khadija Arib.

Herdenking van Piet de Jong: "een waardig premier, warm en met humor"

Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib begroet voor de herdenking de familie van oud-premier Piet de Jong.
Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib begroet de familie van oud-premier Piet de Jong, vlak voor de officiële herdenking in de Tweede Kamer.

Vandaag, 13 september 2016, werd in de Tweede Kamer Piet de Jong herdacht, die op 27 juli als oudste oud-regeringsleider overleed. Kamervoorzitter Khadija Arib opende haar toespraak met een citaat van De Jong, opgetekend in Trouw in 2008: “Ik zag de schepen en wist wat ik wilde worden. Aan de zee heeft nooit iemand iets kunnen bederven, de zee is altijd mooi.” De Jong maakte er geen geheim van dat hij, diep in zijn hart, admiraal had willen worden.

Voor de Nederlandse samenleving is het maar goed dat het anders liep, zei Arib. “Zijn overstap, van zee naar wal, heeft Nederland veel gebracht. Piet de Jong was een inhoudelijk gedreven bewindspersoon en een waardig premier, warm en met humor. In Kamerdebatten wist hij aanvallen van de oppositie vaak met een grap te pareren.  Maar in alles klonk door hoe zeer hij het parlement respecteerde, hoe zeer hij erbij betrokken was. Hij genoot ervan dat geen dag hetzelfde was, dat er altijd wel rimpels waren die moesten worden gladgestreken. Het lag niet in zijn aard om daar breeduit over te spreken. Daar was hij te nuchter, te bescheiden voor. Maar feit is dat Piet de Jong, bijna ongemerkt, een stevig stempel heeft gedrukt op de Nederlandse politieke geschiedenis. Wij zijn hem daar zeer dankbaar voor.”

Lees hier de volledige toespraak van Kamervoorzitter Khadija Arib.   

"Waardering voor Nederlandse militairen is universeel en van alle tijden"

Op 3 september vond in Roermond de jaarlijkse herdenking bij het Nationaal Indië-monument 1945-1962 plaats. Khadija Arib, de Voorzitter van de Tweede Kamer, legde samen met de Voorzitter van de Eerste Kamer een krans namens de volksvertegenwoordiging. Ook hield zij een toespraak, waarin ze de nadruk legde op de gemeenschappelijkheid tussen de veteranen die in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea hebben gestreden en de Nederlandse militairen die in de jaren na de Tweede Wereldoorlog zijn uitgezonden.

“U moet zich kwetsbaar, soms ook bang en verdrietig hebben gevoeld, daar in de oerwouden van Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. En hoe eigen en persoonlijk die gevoelens ook zijn, er zijn méér mannen en vrouwen die dat gevoel kennen. Militairen die na de Tweede Wereldoorlog zijn uitgezonden naar landen als Libanon, Angola, Kosovo of Mali. U heeft veel met hen gemeen. Moed toen is niet anders dan moed nu. De emotie die het afscheid van uw geliefden bij u heeft losgemaakt, de gedachte dat dat afscheid misschien voor altijd zou zijn, dat hebben zij ook zo beleefd. Zij kennen de angst die door je lijf raast, als je door de vijand onder vuur wordt genomen. En ook bij hen staan de herinneringen aan alles wat zij – ver van huis en haard – hebben meegemaakt, scherp en blijvend op het netvlies. (...) Eer, respect en dankbaarheid voor de inzet van Nederlandse militairen zijn universeel en van alle tijden.

Lees hier de volledige speech van Kamervoorzitter Khadija Arib.

Een half jaar met hoogte- en dieptepunten

Vandaag, 7 juli 2016, vond de laatste plenaire vergadering voor het zomerreces plaats. Voor Kamervoorzitter Khadija Arib de vergadering – diep in de nacht – sloot, blikte zij terug op de afgelopen periode. “Het was een jaar met hoogte- en dieptepunten”, zei Arib. “Vandaag hebben we stilgestaan bij het overlijden van twee militairen in Mali. Eerder hebben we de aanslagen in Brussel en Istanbul herdacht, en de laffe moord op collega-parlementariër Jo Cox. Maar er was ook de parlementaire dimensie van het EU-Voorzitterschap, die we met succes hebben afgerond.” In haar toespraak ging zij verder in op brieven die ze van burgers heeft ontvangen – “belangrijke signalen voor ons als volksvertegenwoordigers” – en bedankte ze Kamer- en fractiemedewerkers en de parlementaire pers. “Samen scheppen zij de kaders waarbinnen wij ons controlerende en medewetgevende werk kunnen doen.” Waarop de Kamerleden op de bankjes roffelden. Het reces loopt tot 6 september 2016.

Lees hier de volledige toespraak van amervoorzitter Khadija Arib.

"Wij zullen blijven herhalen, met woorden, hoe het ons raakt"

Kamerleden en medewerkers staan in de zaal
Herdenking van de aanslag op het vliegveld van Istanbul in de plenaire zaal van de Tweede Kamer

“Opnieuw een aanslag, opnieuw veel doden. Op een plek die voor veel Turkse Nederlanders méér dan een start- of eindpunt, méér dan een verzameling koffers is. Voor veel van hen heeft een vliegveld een emotionele betekenis. Het is de plek waar kinderen hun opa en oma uitzwaaien, waar geliefden elkaar weer in de armen sluiten. Op 28 juni heeft vliegveld Atatürk, net als Zaventem, die onschuld verloren." Dat zei Kamervoorzitter Khadija Arib vandaag, 30 juni, bij de herdenking van de aanslag op vliegveld Atatürk in Istanbul, in de avond van 28 juni 2016. "Het is nog niet zo lang geleden dat wij hebben stilgestaan bij die aanslagen in Brussel, en eerder in Parijs. Het kruipt onder je huid, de gedachte dat je nergens, in geen enkele publieke ruimte, waar ook ter wereld, écht veilig bent. Het lijkt soms alsof die dreiging, alsof extremisme, terreur en geweld onderdeel zijn geworden van onze werkelijkheid, maar wij zullen er altijd tegen blijven strijden. Wij zullen blijven herhalen, met woorden, hoe het ons raakt. Wij blijven vasthouden aan de overtuiging dat je elkaar vindt en bestrijdt in het debat, in een open en respectvolle dialoog. Dat is de kern van onze parlementaire democratie.”

Lees hier de volledige toespraak van Kamervoorzitter Khadija Arib.

Een symbool van verdriet en hoop

Mensen staat in hal Tweede Kamer
Kamervoorzitter Arib houdt een toespraak bij de onthulling van een nieuw eremonument, voor gevallenen ná 1945.

Vandaag, op Veteranendag 2016, heeft Zijne Majesteit de Koning de ‘Lijst van gevallenen tijdens oorlogen en missies sinds de Tweede Wereldoorlog’ onthuld in de hal van de Tweede Kamer. Dat deed hij na een toespraak van Kamervoorzitter Khadija Arib, die de onderlinge verbondenheid tussen het parlement en uitgezonden militairen benadrukte. “De meer dan 40.000 militairen die de luchtmacht, landmacht, marine en marechaussee vandaag de dag telt, leggen een deel van hun vrijheid in handen van de politiek. Zij doen dat omdat ze ten diepste geloven dat ze het verschil kunnen maken; het verschil tussen oorlog en vrede, tussen angst en geborgenheid, tussen wanhoop en geluk. Daarmee stellen ze een grenzeloos vertrouwen in het kabinet en in de Staten-Generaal. Andersom vertrouwen wij erop dat zíj de mannen en vrouwen zijn, die – in een vreemde omgeving, ver van huis, onder zware en gevaarlijke omstandigheden – het moeilijke werk doen dat lang niet iedereen kan, en zo een cruciale bijdrage leveren aan een meer stabiele, vrije en mooiere wereld.”

Het monument, een digitale lijst met de namen van de ruim 6.400 Nederlandse militairen die sinds 1946 het leven hebben gelaten, is een gezamenlijk initiatief van de Tweede en Eerste Kamer, en gaat over erkenning en waardering.  Arib: “Het is niet het enige monument dat ons blijvend herinnert aan al die militairen die sinds de Tweede Wereldoorlog zijn uitgezonden en nooit zijn thuisgekomen, maar gezien de sterke verwevenheid, dat grote wederzijdse vertrouwen tussen de Staten-Generaal en de uitgezonden militairen en functionarissen, zijn we blij dat er nu een eigen monument is, hier dichtbij de ‘Erelijst voor Gevallenen’, de Indië-plaquette en het borstbeeld van ThomsVolgens Arib staat het monument symbool voor een groot verdriet, maar geeft het tegelijkertijd ook hoop. “In Nederland zijn er mensen die het goede willen doen; die ergens in geloven. Zij geven, in alle vrijheid, een deel van hun autonomie op, met alle risico’s van dien, om te bouwen aan de vrijheid van anderen. Daar mogen we ongelooflijk trots op zijn.”

Meer informatie over de ‘Lijst van gevallen tijdens oorlogen en missies sinds de Tweede Wereldoorlog’ is te vinden op de speciale website. De introductiefilm is te vinden op YouTube.  

Lees hier de volledige speech van Kamervoorzitter Khadija Arib.

Stilstaan bij de aanslag op Jo Cox

herdenking Jo Cox
De Tweede Kamer stond dinsdag 21 juni 2016 stil bij de aanslag op de Britse parlementariër Jo Cox. Dit gebeurde vóór het vragenuur.

De Tweede Kamer heeft dinsdag 21 juni 2016 kort stilgestaan bij de aanslag op de Britse parlementariër Jo Cox. Dit gebeurde bij het begin van de vergadering (vóór het vragenuur). De Britse ambassadeur Sir Geoffrey Adams was namens het Verenigd Koninkrijk aanwezig in de plenaire zaal. Minister-president Rutte was er namens het kabinet.

Voorzitter Khadija Arib bracht het verrmoorde Britse parlementslid Jo Cox in herinnering als een vrouw in de bloei van haar leven, vol ideeën en idealen die ze met woorden en argumenten wilde verwezenlijken. Namens de Tweede Kamer heeft zij het Verenigd Koninkrijk veel kracht en rust toegewenst, in een tijd van grote politieke tegenstellingen en onzekerheid.

Een terugblik op het EU-Voorzitterschap

Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib is aanwezig bij de conferentie van EU-parlementsvoorzitters in Luxemburg

Nederland bekleedt tot 1 juli het roulerende voorzitterschap van de Europese Unie. Tijdens dit voorzitterschap organiseert niet alleen het kabinet conferenties; het parlement doet dat ook. Vanaf 1 januari hebben de Eerste en Tweede Kamer de deuren geopend voor zo’n 1.000 parlementariërs uit de verschillende EU-lidstaten, verspreid over vijf verschillende conferenties. Van 12 tot 14 juni vindt de zesde en laatste conferentie plaats, bedoeld voor leden van de Commissies voor Europese Zaken, in de Ridderzaal op het Binnenhof.

Het is een goede traditie dat het voorzittende parlement tijdens de jaarlijkse Voorzittersconferentie - bedoeld voor alle parlementsvoorzitters van de lidstaten - terugblikt en best practices doorgeeft. Vandaag vond die Voorzittersconferentie plaats in Luxemburg. Kamervoorzitter Khadija Arib stond met name stil bij het overkoepelende thema van de parlementaire dimensie van het EU-Voorzitterschap: samen bouwen aan parlementaire controle op EU-besluitvorming. "Europa is een relatief jonge bestuurslaag, en deze dagen wordt er volop gesproken over de democratische legitimiteit ervan. Maar gegeven het feit dát de Unie er is, is het belangrijk dat we als nationale parlementen onze rol pakken en versterken. We zijn slagvaardiger als we de handen ineenslaan. Maar we moeten tijdens de interparlementaire conferenties niet alleen kijken of en hoe we coalities kunnen smeden; ze zijn ook bedoeld om informatie uit te wisselen. Een sterke informatiepositie is cruciaal voor volksvertegenwoordigers. Alleen als we tijdig en adequaat worden geïnformeerd, kunnen we vorm en inhoud geven aan onze controlerende rol.”

Tijdens de Voorzittersconferentie in Luxemburg werd ook gesproken over de Europese Kiesakte. Daarover zei Arib dat de Tweede Kamer vindt dat het stellen van regels over verkiezingen, ook de Europese, in beginsel een bevoegdheid van de lidstaten is. Een ander gespreksonderwerp was het trekken van de derde gele kaart – één van de instrumenten die het Verdrag van Lissabon biedt – over de herziening van de detacheringsrichtlijn. Daarover zei Arib dat iedere versterking van de rol van nationale parlementen door de Kamer in principe enthousiast wordt begroet; ze wees er ook op dat parlementaire controle onderwerp van gesprek is tijdens de laatste interparlementaire conferentie die het Nederlandse parlement in juni organiseert.

“Vrijheid doorgeven kan alleen als er vrijheid is om door te geven”

De Kamervoorzitters leggen een krans bij de Erelijst van Gevallenen
Eerste Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol en Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib legden namens de Staten-Generaal een krans bij de ꞌErelijst van Gevallenenꞌ in het gebouw van de Tweede Kamer.

In perscentrum Nieuwspoort hield Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib op 4 mei 2016 een toespraak over vrijheid en het vrije woord. De ware betekenis van 4 mei kun je pas echt doorgronden als je de persoonlijke verhalen hebt gehoord van mensen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt, zei Arib in haar toespraak.

In het gezelschap van politici, Kamerleden en bewindspersonen noemde ze het vrije woord 'de drager van de democratie'. "Het ontbreken van vrijheid van meningsuiting en persvrijheid ondermijnt in alle opzichten een betekenisvolle uitwisseling tussen mensen onderling, tussen burgers en politiek. Het verstomt letterlijk en figuurlijk ieder gesprek. Het is misschien wel daarom het eerste dat een dictatuur doet: het vrije woord in de kiem smoren.”

Lees hier de volledige toespraak van Kamervoorzitter Khadija Arib, uitgesproken  in Nieuwspoort; “Vrijheid doorgeven kan alleen als er vrijheid is om door te geven”

Eerder in de ochtend legde Khadija Arib samen met Eerste Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol namens de Staten-Generaal een krans bij de ꞌErelijst van Gevallenenꞌ in het gebouw van de Tweede Kamer. Hier noemde ze de verhalen over de Tweede Wereldoorlog een onderdeel van onze gezamenlijke geschiedenis. "We zijn het verplicht ze door te geven. Pas als we dat doen - als we nooit vergeten en steeds opnieuw leren - geven we vrijheid door.”

Lees hier volledige toespraak van Voorzitter Arib, uitgesproken bij de herdenking bij de Erelijst van Gevallenen in de Tweede Kamer.

‹ vorige1...5678910111213volgende ›