De NAVO is in 1949 opgericht om de Westerse democratieën tegen de toenmalige dreiging van de Sovjet-Unie te beschermen. In essentie is de NAVO een bondgenootschap van politieke democratieën. Om hieraan concreet uitdrukking te geven houdt de NAVO sinds 1955 jaarlijks een conferentie van volksvertegenwoordigers uit de lidstaten, de Noord-Atlantische Assemblee. Later werd deze conferentie omgedoopt tot NAVO Parlementaire Assemblee. Hoewel de verhouding tussen de Assemblee en de NAVO nooit formeel is vastgelegd, is er is er een goede werkrelatie tussen beide organisaties.

Buitengewone leden

Na het einde van de Koude Oorlog liep de Assemblee – bij uitstek een forum voor politieke dialoog – voorop bij het aangaan van nieuwe contacten met de voormalige vijanden uit het Warschaupact. In 1991 werden de eerste landen uit Centraal- en Oost-Europa toegelaten als buitengewone leden (‘associate members’).

Nieuwe toetreders

De NAVO Assemblee bouwde snel nauwe contacten op met de nieuwe politieke leiders in deze landen, waarmee het pad werd geëffend voor de dialoog tussen de NAVO en de nieuwe democratische regeringen over toetreding tot het bondgenootschap. Dit resulteerde in de toetreding van Tsjechië, Polen en Hongarije tot de Alliantie tijdens de NAVO-top in 1997.

Cruciale rol assemblee

In 1997 was het voor het eerst dat de president van de assemblee te gast was op een NAVO-top om de regeringsleiders van de NAVO toe te spreken. Dit was een erkenning voor de cruciale rol die de Assemblee in proces van nieuwe toetredingen had gespeeld.

Gezamenlijke vergadering

In 2004 vond voor het eerst een gezamenlijke vergadering plaats van de Noord-Atlantische Raad (het hoogste besluitvormend orgaan van de NAVO) en de Assemblee. Tegenwoordig neemt de secretaris-generaal van de NAVO deel aan de twee jaarlijkse plenaire vergaderingen van de Assemblee. Ook geeft de secretaris-generaal een schriftelijke reactie op elke resolutie die de Assemblee aanneemt.

Overleg aangrenzende landen

Net als de NAVO heeft de NAVO PA inmiddels verschillende overlegstructuren opgezet met landen die grenzen aan het gebied van de Alliantie. Op het niveau van parlementariërs onderhoudt de Assemblee contacten met bijvoorbeeld de Russische federale assemblee, de Oekraïense ‘Rada’ en het Georgische parlement, maar ook met parlementen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika.