De Tweede Kamer beslist zelf over de toelating als lid van die personen die het Centraal Stembureau (de Kiesraad), op grond van de verkiezingsuitslag, benoemd verklaart. Na Tweede Kamerverkiezingen beslist de Kamer in oude samenstelling hierover. In geval van een tussentijdse vacature beslist de zittende Kamer. Het besluit van de Kamer wordt voorbereid door de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven . Deze commissie voert daartoe de volgende activiteiten uit.

Na Tweede Kamerverkiezingen (en na de verkiezingen voor de Nederlandse leden van het Europees Parlement) onderzoekt de commissie of de stemmingen regelmatig hebben plaatsgevonden en of er zich omstandigheden hebben voorgedaan die aanleiding kunnen geven om te twijfelen aan de juistheid van de door het Centraal Stembureau vastgestelde verkiezingsuitslag. Daartoe controleert de commissie de processen-verbaal van alle circa 10.000 stembureaus. 

Daarnaast onderzoekt de commissie of de personen die door het Centraal Stembureau benoemd zijn verklaard, terecht zijn benoemd en aan de voorwaarden voor toelating als lid van de Kamer voldoen. Daartoe onderzoekt de commissie de geloofsbrieven van de benoemd verklaarde personen en de gegevens die deze personen wettelijk verplicht zijn zelf te verstrekken.

De geloofsbrieven omvatten de schriftelijke kennisgeving van de voorzitter van het Centraal Stembureau, waarbij aan de gekozene mededeling wordt gedaan van zijn benoeming op grond van de verkiezingsuitslag, en de schriftelijke mededeling van de benoemdverklaarde aan de Kamer dat de benoeming wordt aanvaard.

Voorts verstrekt de benoemdverklaarde aan de commissie een gewaarmerkt afschrift van een uittreksel uit de gemeentelijke bevolkingsadministratie waaruit blijkt dat de betrokkene de vereiste leeftijd heeft bereikt, de Nederlandse nationaliteit bezit en niet uit het kiesrecht is ontzet. Bovendien verstrekt de benoemde aan de commissie een persoonlijk ondertekende verklaring over alle openbare betrekkingen die de benoemde bekleedt. 

De voorzitter van de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven brengt in de Tweede Kamer verslag  uit van het onderzoek. Dat gebeurt tijdens de laatste vergadering van de Tweede Kamer in de oude samenstelling. De Kamer in oude samenstelling besluit vervolgens over de toelating van de nieuwe leden. Alle nieuw en opnieuw gekozen leden worden in de daaropvolgende vergadering door de Voorzitter beëdigd.