Na de Tweede Kamerverkiezingen is er niet alleen een nieuwe volksvertegenwoordiging, maar komt er ook een nieuw kabinet. Het kabinet bestaat uit ministers en staatssecretarissen. Tijdens de kabinetsformatie onderhandelen de politieke partijen over welke partijen er de komende vier jaar samen gaan regeren. Zij gaan samen de coalitie vormen. Als dat duidelijk is, selecteert  de formateur kandidaten die minister of staatssecretaris kunnen worden. De formateur is de man of vrouw die waarschijnlijk minister-president wordt. De kabinetsformatie moet een kabinet opleveren dat het vertrouwen heeft van de meerderheid in de Tweede Kamer.

  1. Kandidaat stellen

    D66 presenteert de kandidaat-Kamerleden

    Als iemand de Nederlandse bevolking in de Tweede Kamer wil vertegenwoordigen, moet hij of zij zich kandidaat stellen. Die kandidaat kan zich dan eerst aansluiten bij een politieke partij of een nieuwe partij oprichten, maar dat hoeft niet. Zowel politieke groeperingen als personen kunnen meedoen met de verkiezingen door een kandidatenlijst in te leveren. Op deze lijst staan alle mensen die gekozen kunnen worden.

    In Nederland kennen we sinds 1919 algemeen kiesrecht. Dat betekent dat iedereen van achttien jaar of ouder en met de Nederlandse nationaliteit mag stemmen. Dit noemen we actief stemrecht. Als een persoon zich kandidaat stelt voor de Tweede Kamer kan er op hem gestemd worden. Dat noemen we passief stemrecht. In de Grondwet staat dat elke Nederlander het recht heeft om te kiezen en om verkozen te worden.

    Artikel 4 Grondwet: 

    Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen en uitzonderingen.

    Politieke partij

    De meeste mensen die in de Tweede Kamer willen, sluiten zich aan bij een bestaande politieke partij. Een politieke partij is een groep mensen die ongeveer hetzelfde idee hebben over wat er in Nederland moet gebeuren. Bijvoorbeeld over wat het beste is voor het milieu of voor het onderwijs. Samen met hun partij maken ze reclame voor hun ideeën. We noemen dat campagne voeren. Niet iedereen denkt hetzelfde en dus zijn er verschillende politieke partijen. Er zijn ook mensen die een eigen nieuwe partij oprichten. Daarnaast is het mogelijk zonder partij deel te nemen aan de verkiezingen. Om deel te kunnen nemen moet u zich aanmelden bij de Kiesraad: www.kiesraad.nl

    De Kieswet

    In de Kieswet staat hoe verkiezingen gehouden moeten worden en welke voorbereidingen nodig zijn. 

    Oproepingskaart of stempas

    Elke gemeente moet een kiesregister bijhouden met gegevens over alle inwoners die stemrecht hebben. Wie in dit register staat ingeschreven, ontvangt uiterlijk 14 dagen voor de verkiezingen een oproep voor de verkiezingen. Dit is de zogenoemde oproepingskaart of stempas. Bij die oproep zit een overzicht van de politieke partijen die deelnemen aan de verkiezingen. Op dit overzicht staan ook de namen van de kandidaten. Uiterlijk vier dagen voor de verkiezingen ontvangen kiezers de kandidatenlijsten. Deze lijsten worden ook gepubliceerd door de pers en op www.kiesraad.nl. 

    Kieskringen en stemdistricten

    Het land is voor de organisatie van de verkiezingen in negentien kieskringen verdeeld. Elke kieskring is onderverdeeld in stemdistricten. Meestal nemen politieke partijen in alle kieskringen aan de verkiezingen deel. De stemmen die in die kieskringen op een bepaalde politieke partij zijn uitgebracht, worden bij elkaar opgeteld. Elke kieskring heeft een hoofdstembureau.  Aan dit hoofdstembureau geven de stembureaus de uitslag van de stemming door. De negentien hoofdstembureaus geven hun informatie door aan het Centraal Stembureau in Den Haag. Daar wordt de uitslag van de verkiezingen vastgesteld.

    Kiesstelsel

    De manier waarop de leden van de Tweede Kamer worden gekozen, heet het kiesstelsel. In Nederland bestaat sinds 1917 een stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Dat betekent dat hoe meer kiezers stemmen op een politieke partij, hoe meer Kamerleden deze partij in de Tweede Kamer krijgt. Ook veel kleinere partijen kunnen daardoor in de Tweede Kamer zitten. Zo is de samenstelling van de Tweede Kamer een brede afspiegeling van de politieke voorkeuren in het land.

  2. Campagne voeren

    De PvdA gaat langs de deuren in Leiden tijdens de verkiezingscampagne van 2010

    Voor de verkiezingen maken de partijen hun plannen bekend in verkiezingsprogramma’s. Politici gaan op pad om met burgers hierover te praten. Tijdens de verkiezingscampagne maken ze reclame voor hun politieke partij. Ze leggen uit wat de partij wil en hoe ze dat voor elkaar willen krijgen. Op televisie, op openbare bijeenkomsten en op scholen gaan politieke leiders en andere kandidaat-Kamerleden met elkaar in debat.

    Elke politieke partij wil bereiken dat zoveel mogelijk mensen stemmen op de partij. Hoe meer stemmen, hoe meer Kamerzetels. En hoe meer Kamerzetels hoe meer invloed op wat er in Nederland gebeurt. Ook is er met veel zetels meer kans om in de regering te komen.

  3. Stemmen

    Een stemhokje in een gymzaal die dienst doet als stembureau

    Op de dag van de verkiezingen mogen alle kiesgerechtigden een stem uitbrengen. Kiesgerechtigden zijn alle mensen van achttien jaar of ouder met de Nederlandse nationaliteit. De kiezer laat door te stemmen weten welke politieke partij hij of zij in de Tweede Kamer en wellicht ook in de regering wil.

    De Kieswet regelt hoe verkiezingen gehouden moeten worden en welke voorbereidingen daarvoor nodig zijn. Uiterlijk veertien dagen voor de verkiezingen krijgen kiesgerechtigde Nederlanders een oproepingskaart of stempas thuisgestuurd. Meestal is de kandidatenlijst bijgevoegd. Als de lijst niet is bijgevoegd ontvangen de kiezers de kandidatenlijst uiterlijk vier dagen voor de verkiezingen in de brievenbus. Op de dag van de verkiezingen kan elke kiesgerechtigde Nederlander zich vanaf 7.30 uur met oproepingskaart of stempas bij het stembureau melden. De stembureaus sluiten om 21.00 uur.

    Stemrecht

    Tot 1970 was er opkomstplicht en moest iedereen naar het stembureau komen. Men hoefde echter niet te stemmen. Sinds 1970 zijn kiesgerechtigden niet meer verplicht om naar het stembureau te komen. Daardoor gaan minder mensen stemmen. Voor de Tweede Kamer stemt  tussen de 60 en 80 % van de Nederlanders. In vergelijking met andere landen is dat percentage redelijk hoog. 

    Voorkeurstemmen

    De meeste mensen stemmen op de lijsttrekker, de eerste naam op de lijst van kandidaat-Kamerleden. Ook de tweede op de lijst krijgt veel stemmen. Het is natuurlijk ook mogelijk om te stemmen op een van de kandidaten die lager op de lijst staan. Als genoeg mensen op dezelfde kandidaat stemmen kan hij of zij in de Tweede Kamer gekozen worden; ook als hij of zij heel laag op de lijst staat en eigenlijk weinig kans had om in de Tweede Kamer te komen.

  4. Verkiezingsuitslag

    Lijsttrekkers verkiezingsdebat

    Als de stembureaus om 21.00 uur sluiten, worden de stemmen geteld. Het Centraal Stembureau in Den Haag verzamelt de uitslagen van de plaatselijke stembureaus, telt deze op en stelt de uitslag van de verkiezingen vast.

    Lege stoelen in de plenaire zaal van de Tweede Kamer.

    In ons kiesstelsel komt een partij pas in de Kamer als die partij de zogenoemde kiesdeler haalt. De kiesdeler is het minimum aantal stemmen dat nodig is om één zetel in de Tweede Kamer te halen. De kiesdeler is het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen gedeeld door 150, het aantal Tweede Kamerzetels.

    Restzetels

    Die verdeling komt meestal niet precies uit. Er blijft eigenlijk altijd wel een rest over. De restzetels voor de Tweede Kamer worden verdeeld volgens het systeem van de grootste gemiddelden.Om hiervoor in aanmerking te komen, moet een partij tenminste een zetel hebben behaald.

  5. Nieuwe Kamerleden

    Beediging nieuwe Kamerleden

    Een Kamerlid aanvaardt zijn benoeming met 'geloofsbrieven': een uittreksel uit het bevolkingsregister en opgave van eventuele ‘openbare betrekkingen’, zoals een baan of bestuursfunctie.

    De gekozen Kamerleden geven een uittreksel uit het bevolkingsregister aan de Tweede Kamer en geven aan of zij ‘openbare betrekkingen’, zoals een baan of bestuursfunctie, hebben. Die mededelingen samen heten de geloofsbrieven. De geloofsbrieven worden onderzocht door de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven van de Tweede Kamer. Hierin zitten Kamerleden uit de ‘oude’ Tweede Kamer. Deze commissie gaat ook na of de verkiezingen naar behoren zijn verlopen. Dat doet de commissie door de verslagen van alle stembureaus te bekijken.

    Beëdiging Kamerleden

    De voorzitter van de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven brengt in de Tweede Kamer verslag uit van het onderzoek naar de geloofsbrieven. Dat gebeurt tijdens de laatste vergadering van de Tweede Kamer in de oude samenstelling. Daarna worden alle nieuwe en opnieuw gekozen Kamerleden in de volgende vergadering door de Voorzitter beëdigd. Ook Tweede Kamerleden die op een later moment in de Tweede Kamer komen, bieden aan de commissie geloofsbrieven aan. Zij worden in de eerstvolgende vergadering van de Tweede Kamer beëdigd. 

    Ieder Kamerlid legt bij de beëdiging de eed of de belofte af.

    "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof), dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet. Ik zweer (beloof) dat ik de plichten die mijn ambt oplegt getrouw zal vervullen."

    Wie de eed aflegt, moet vervolgens de twee voorste vingers van zijn rechterhand aaneengesloten opsteken en daarbij de woorden uitspreken: "Zo waarlijk helpe mij God almachtig." Wie de belofte aflegt, spreekt de woorden: "Dat beloof ik".

    Voorzittersverkiezing

    Sinds 2002 kiest de Tweede Kamer de eigen Voorzitter. Dit gebeurt vlak nadat de nieuwe Tweede Kamer is beëdigd. Voor 2002 spraken de partijen onderling af welke fractie de Voorzitter mocht leveren. Nu kunnen alle Kamerleden solliciteren naar deze functie, gewoon met een sollicitatiebrief aan alle Kamerleden. In een plenaire vergadering mogen de kandidaten hun motivatie onderbouwen. Daarna kiest de Tweede Kamer wie de functie de komende kabinetsperiode mag vervullen. Frans Weisglas werd in 2002 als eerste Voorzitter gekozen. In 2006 koos de Kamer Gerdi Verbeet als Voorzitter. Zij werd in 2010 herkozen. Van september 2012 tot en met 12 december 2015 was Anouchka van Miltenburg Voorzitter van de Tweede Kamer. Sinds woensdag 13 januari 2016 is Khadija Arib Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

    >> Lees meer over de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven

  6. De formatie

    Formateurs Bos en Kamp

    Na de verkiezingen voor de Tweede Kamer begint de formatie van een nieuw kabinet, een ingewikkeld en spannend proces.

    Informateurs Kamp en Bos

    Uiterlijk een week na de verkiezingen houdt de Kamer een debat over de verkiezingsuitslag en de procedure voor de formatie. De Kamer kan in dit debat een of meerdere informateurs benoemen voor het verkennende werk. Een informateur onderzoekt welke partijen met elkaar een coalitie willen vormen en welke problemen daarbij overwonnen moeten worden. De precieze opdracht hangt af van de verkiezingsuitslag. Als twee partijen een meerderheid hebben en het snel eens zijn, kan de informateur een beperkte opdracht krijgen.

    Vóór 2012

    Op 27 maart 2012 besloot de Tweede Kamer de regels over de formatie aan te passen in het Reglement van Orde. Doel van deze wijziging is dat de Tweede Kamer voortaan zelf het initiatief kan nemen bij de kabinetsformatie. Voordat de Tweede Kamer tot de wijziging van het Reglement van Orde besloot, speelde het staatshoofd een belangrijke rol bij de formatie en verliep deze volgens een vast patroon. Na raadpleging van haar adviseurs benoemde het staatshoofd een informateur, die moest onderzoeken of er een kabinet kon worden gevormd dat kon rekenen op voldoende steun in de Tweede Kamer. Als dat onderzoek tot een duidelijk resultaat leidde, benoemde het staatshoofd een formateur.

    Op de foto: Donderdag 20 september 2012 benoemde de Tweede Kamer Henk Kamp (VVD) en Wouter Bos (PvdA) tot informateur. Zij hadden de opdracht om de mogelijkheid van een stabiel kabinet, gevormd door VVD en PvdA, te onderzoeken.

  7. Taken informateur

    Informateurs

    De informateur doet het verkennende werk. Hij gaat na welke partijen met elkaar een nieuw kabinet kunnen en willen vormen en welke problemen daarbij overwonnen moeten worden.

    Wat de opdracht van de informateur precies is, hangt af van de verkiezingsuitslag. Als twee partijen een meerderheid hebben en het eens zijn, kan hij een beperkte opdracht krijgen. Tot 2012 werden (in)formateur(s) door de Koningin benoemd. Sinds 2012 gebeurt dit door de Tweede Kamer. 

    Coalitie

    Nederland kent veel verschillende politieke partijen. Het is nog nooit voorgekomen dat één partij meer dan 50% van de stemmen kreeg. Daardoor moeten partijen samenwerken om te regeren. Die samenwerking noemen we de coalitie. Partijen die niet meedoen aan de coalitie vormen de oppositie. Alle Nederlandse kabinetten van na de Tweede Wereldoorlog waren coalitiekabinetten. Zij werden gesteund door twee of meer partijen zodat ze samen een meerderheid in de Tweede Kamer hadden. Een kabinet kan ook gedoogsteun krijgen om aan een meerderheid te komen. Eén of meerdere partijen uit de Tweede Kamer beloven dat ze het kabinet zullen steunen. Die partijen stemmen in principe voor de beslissingen van het kabinet, maar ze hebben geen ministers of staatssecretarissen in de regering.

    Het regeerakkoord

    Het kan zijn dat de opdracht van de informateur zo breed is dat hij ook het regeerakkoord opstelt. Soms wordt hiervoor een nieuwe informateur aangesteld. Deze onderhandelt met de coalitiepartijen over de gezamenlijke doelstellingen en de hoofdlijnen van beleid van het toekomstige kabinet. Als ze het eens zijn, leggen de coalitiepartijen de afspraken vast in een regeerakkoord. Het nieuwe kabinet moet het regeerakkoord uitvoeren. Dat betekent dat de vastgelegde afspraken de komende jaren moeten worden omgezet in beleid. 

  8. Taken formateur

    Formateur Rutte met Asscher

    De formateur is de man of vrouw die waarschijnlijk minister-president wordt. Hij of zij rondt de formatiebesprekingen af.

    De formateur gaat mensen zoeken die namens de coalitiepartijen minister of staatssecretaris willen worden. De grootte van de fracties is het uitgangspunt bij de verdeling van de 'portefeuilles'; de beleidsterreinen van de ministers en staatssecretarissen. In het algemeen levert de grootste partij zowel de minister-president als de meeste ministers. Zodra de nieuwe ministersploeg compleet is, komen de kandidaat-ministers voor de eerste keer bij elkaar. In dit zogenoemde 'constituerend beraad' verklaren de ministers het eens te zijn met het regeerakkoord en wordt de taakverdeling definitief vastgelegd. Pas daarna kan de koning het kabinet beëdigen.

  9. Regeerakkoord

    Bordes kabinet Rutte II

    In het regeerakkoord staat wat de regering in de komende kabinetsperiode wil doen en bereiken. Dat noemen we het regeringsbeleid.

    De partijen die samen de nieuwe regering willen vormen, moeten het eerst eens worden over een voorlopig regeerakkoord. Daarover onderhandelen de fractievoorzitters onder leiding van een of meerdere informateurs. Vervolgens wordt het voorgelegd aan de Tweede Kamerfracties van de beoogde coalitiepartijen. Zij kunnen nog commentaar leveren op de inhoud van het voorlopige regeerakkoord. Hoe meer commentaar zij hebben; hoe groter de kans dat er verder onderhandeld moet worden tussen de betrokken partijen. Bijvoorbeeld omdat ze vinden dat er te weinig standpunten uit hun partijprogramma terug te vinden zijn in het regeerakkoord. In dit stadium kan de formatie dus nog mislukken.

    Geven en nemen

    Een regeerakkoord is een kwestie van geven en nemen. Uiteindelijk is het definitieve regeerakkoord een compromis tussen de verschillende partijstandpunten. De regering licht het akkoord in de Tweede Kamer toe in het debat over de regeringsverklaring.

  10. Nieuw kabinet

    Kabinet Rutte II in Treveszaal

    Bij het aantreden van een nieuw kabinet benoemt en beëdigt de koning de ministers. Hiermee is de formatie ten einde.

    Voordat de Koning de kandidaten kan beëdigen, moeten zij een brief sturen aan de formateur. Hierin moeten de kandidaten onder meer aandacht besteden aan (het neerleggen van) nevenfuncties, zakelijke belangen en de geheimhoudingsverplichting.

    Benoemd bij Koninklijk Besluit, ondertekend door de minister-president

    Artikel 43 van de Grondwet regelt dat ministers worden benoemd bij Koninklijk Besluit. Dat is een besluit van de regering dat zonder medewerking van de Staten-Generaal wordt genomen.
    Artikel 48 van de Grondwet regelt dat deze Koninklijke Besluiten, behalve door de Koning, ook ondertekend moeten worden door de minister-president. Dat geldt ook voor de benoeming van de minister-president zelf. Dit is het laatste officiële moment van de formatie.

    Democratisch

    De hele benoemingsprocedure lijkt buiten de Tweede Kamer om te gaan, maar tijdens de kabinetsformatie heeft de Tweede Kamer de vinger aan de pols gehouden. Verder is er altijd samenwerking tussen partijen nodig. In ons land heeft nooit één partij een absolute meerderheid. En natuurlijk heeft de regering het vertrouwen van een meerderheid van het parlement nodig. Als er geen vertrouwen is kan het nieuwe kabinet niet functioneren.

  11. Regeringsverklaring

    Regeringsverklaring 2012 kabinet Rutte II

    Het eerste wat het nieuwe kabinet doet, is een regeringsverklaring opstellen met daarin de hoofdlijnen van het regeerakkoord. De minister-president spreekt de regeringsverklaring uit in de Tweede Kamer.

    Debat over de regeringsverklaring op 13 en 14 november 2012.

    Bij het debat over de regeringsverklaring zijn in principe alle Kamerleden en alle ministers en staatssecretarissen aanwezig. Het debat duurt meestal twee dagen. Dit debat is officieel geen onderdeel van de kabinetsformatie. Doel van het debat is om formeel vast te stellen of de nieuwe regering het vetrouwen van een meerderheid van de Tweede Kamer heeft.  

    Vertrouwen

    Een minister én het kabinet als geheel moeten het vertrouwen hebben van een meerderheid van de Tweede Kamer. Dat betekent dat een minister, of het hele kabinet, moet aftreden als er geen vertrouwen meer is. Een of meer fracties in de Tweede Kamer kunnen het vertrouwen opzeggen door bijvoorbeeld een motie van wantrouwen in te dienen. In geval van een conflict met de Kamer biedt het hele kabinet meestal zijn ontslag aan de koning aan. Dan volgen nieuwe verkiezingen en dus een nieuwe  kabinetsformatie.

    De nieuwe regering

    Na het debat over de regeringsverklaring blijkt hoe de Tweede Kamer tegenover de nieuwe regering staat. Het gaat er om of het kabinet mag rekenen op een goede samenwerking met het parlement. De kans dat het kabinet onmiddellijk bij het eerste optreden valt, is heel klein. De regeringsfracties hebben tijdens de formatie natuurlijk intensief overleg gevoerd. Ze staan achter het regeerakkoord en de regeringsverklaring. Tot nu toe is het slechts één keer gebeurd dat een kabinet direct na zijn aantreden viel. Dat was het vijfde kabinet-Colijn in 1939. Belangrijkste reden was dat het kabinet zonder directe inbreng van de partijen was samengesteld.