Interparlementaire conferenties

Parlementariërs uit de Europese Unie in de Ridderzaal tijdens één van de conferenties die de Eerste en Tweede Kamer in de eerste helft van 2016 organiseerden

Naar schatting kwamen zo’n duizend EU-parlementariërs voor deze conferenties naar Den Haag en Brussel. Samen bespraken zij hoe nationale parlementen nog meer kunnen worden betrokken bij Europese besluitvorming. Ook praatten ze over parlementaire controle: hoe kunnen nationale parlementen de besluitvorming van de EU controleren?

Vier ‘vaste’ conferenties

De Eerste en Tweede Kamer organiseerden in totaal zes interparlementaire conferenties. Vier daarvan vinden ieder halfjaar plaats, ook als andere landen EU-voorzitter zijn. Bijvoorbeeld de conferentie over het gemeenschappelijke Europese beleid op het gebied van buitenlandse zaken, defensie en veiligheid. En de vergadering voor alle leden van nationale parlementen en het Europees Parlement die zich bezighouden met Europese Zaken: de COSAC-conferentie.

Twee themaconferenties

Daarbovenop organiseerde Nederland nog twee conferenties over onderwerpen die volgens de Eerste en Tweede Kamer extra Europese aandacht verdienen. Zo kwamen Europese parlementariërs op maandag 14 maart naar de Ridderzaal voor een themaconferentie over mensenhandel en migratie in het digitale tijdperk. Op maandag 4 april was er in de Ridderzaal een themaconferentie over schone, veilige en betaalbare energie.

EU-voorzitterschap

Ieder halfjaar is een andere EU-lidstaat voorzitter van de Raad van de Europese Unie. Nederland was dit jaar voor de twaalfde keer aan de beurt. Minister Koenders van Buitenlandse Zaken blikt  in een brief aan de Tweede Kamer terug op het Nederlandse EU-voorzitterschap. Er is bijvoorbeeld een akkoord bereikt over medische hulpmiddelen en over de Europese grens- en kustwacht. Ook op onvoorziene ontwikkelingen, zoals de migratieproblematiek, moest Nederland als EU-voorzitter actief reageren. Van 1 juli tot en met 31 december 2016 is Slowakije EU-voorzitter.

Meer informatie