Duitse Bundestag

Denemarken

In tegenstelling tot Nederland bestaat het Deense parlement sinds 1953 uit één kamer: het Folketing. Het Folketing telt in totaal 179 leden, waarvan twee leden voor Groenland en twee voor de Faröereilanden. Net als de koning in Nederland heeft koningin Margrethe geen politieke macht en zijn de ministers verantwoordelijk.

Minstens elke vier jaar zijn er verkiezingen waarbij de leden voor het parlement via evenredige vertegenwoordiging gekozen worden. De opkomst is meestal hoog: 80 tot 90% van de kiesgerechtigden gaat naar de stembus. Denemarken hanteert een kiesdrempel van 2%.

Volgens de Deense grondwet moet de bevolking in bepaalde gevallen direct via een referendum geraadpleegd worden. Bijvoorbeeld als het gaat om het veranderen van de grondwet of de kiesgerechtigde leeftijd. De uitslag van dit soort referenda zijn bindend.

Verenigd Koninkrijk

Het Britse parlement bestaat uit twee kamers: het Lagerhuis (House of Commons) met 650 leden en het Hogerhuis (House of Lords) dat nu bestaat uit 816 leden. Aan het hoofd staat koningin Elizabeth II. Het Lagerhuis is te vergelijken met de Tweede Kamer. Verkiezingen zijn om de vijf jaar en verlopen via een districtenstelsel, waarbij per kiesdistrict een vertegenwoordiger wordt gekozen. Het Hogerhuis heeft niet veel macht.

Binnen het Verenigd Koninkrijk hebben Schotland, Wales en Noord-Ierland sinds eind jaren negentig hun eigen parlement (Schotland) of ‘assembly’ (Wales en Noord-Ierland). Ook bestaat er de London Assembly. Alleen Engeland heeft geen eigen parlement. De regionale parlementen hebben bevoegdheden (zogenaamde ‘devolved powers’) op het gebied van bijvoorbeeld toerisme, onderwijs, huisvesting, sport en lokaal bestuur. Sommige onderwerpen blijven voorbehouden aan het nationale parlement (‘reserved powers’), zoals immigratie, handel en industrie, buitenlandse politiek en werkgelegenheid.

Overigens mocht de Schotse bevolking zich in september 2014 in een referendum uitspreken over onafhankelijkheid. Maar hier bleek geen meerderheid voor te zijn.

België

Het Federaal Parlement is de nationale volksvertegenwoordiging van België. Het bestaat uit twee kamers: de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat. De Kamer van Volksvertegenwoordigers telt 150 leden en de Senaat 71, plus de senatoren van rechtswege. De bevolking kiest beide kamers rechtstreeks voor een termijn van vier jaar. Bij deze verkiezingen geldt er in België een opkomstplicht, maar geen stemplicht.

Naast het nationale parlement heeft België gemeenschappen en gewesten. Er zijn drie gewesten: het Vlaamse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest. Elke vijf jaar kiest de bevolking rechtstreeks de leden van de gewestparlementen. De gewesten zijn bevoegd voor plaatsgebonden aangelegenheden, zoals economie, vervoer, leefmilieu en landbouw.

De drie gemeenschappen zijn: de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige Gemeenschap. De gemeenschappen zijn bevoegd voor de meer taal- en persoonsgebonden onderwerpen, zoals cultuur (radio en televisie), onderwijs, gezondheidszorg en jeugdbescherming.

De Franse en Duitstalige Gemeenschap hebben een eigen parlement en regering. In Vlaanderen zijn de gemeenschaps- en gewestelijke instellingen samengegaan. Het heeft daarom één parlement en één regering.

Duitsland

In Duitsland is de Bundestag, de Bondsdag, te vergelijken met de Tweede Kamer. Kiezers in Duitsland brengen bij de Bondsdagverkiezingen twee stemmen uit. De eerste stem gaat naar een kandidaat uit het district van de kiezer, de tweede naar een partij. Daarmee is het Duitse kiesstelsel een mengvorm van een districtenstelsel zoals de Britten dat kennen en het principe van evenredige vertegenwoordiging. Op dit moment zijn er 631 zetels in het Duitse parlement.

Normaal gesproken kiezen Duitsers om de vier jaar de Bondsdag. Naast de Bondsdag is er de Bondsraad, die net als de Eerste Kamer goedkeuring moet geven aan wetsvoorstellen. De Bondsraad is de vertegenwoordiging van de zestien deelstaatregeringen en heeft een grote invloed bij de totstandkoming van wetten in de deelstaten. De zestien deelstaten hebben een eigen regering en op veel terreinen een eigen beleid, waar de bondsregering geen zeggenschap over heeft.

Frankrijk

Het parlement in de Franse Republiek bestaat uit twee kamers: de Nationale vergadering (Assemblée nationale) en de Senaat (Sénat). De Assemblée nationale is vergelijkbaar met de Tweede Kamer en bestaat uit 577 leden. Elke vijf jaar zijn er verkiezingen, meestal in twee rondes. Frankrijk heeft een districtenstelstel. De kandidaat die in een district de absolute meerderheid behaalt, krijgt de zetel. Regionale en gemeentelijke bestuurders kiezen de leden van de Sénat voor een periode van zes jaar, waarbij de helft van de Sénat om de drie jaar wordt vernieuwd.

Het parlement heeft geen controlerende taken ten opzichte van de president. Beide kamers hebben het recht van initiatief en het recht van amendement. Bij conflicten tussen Assemblée nationale en Sénat moet een gemengde commissie een compromis opstellen. De Sénat heeft echter geen vetorecht, waardoor de Assemblée nationale het laatste woord heeft.

Gerelateerde websites

Nederland
www.prodemos.nl

Denemarken
www.thedanishparliament.dk

Verenigd Koninkrijk
www.parliament.uk

België
www.dekamer.be

Duitsland
www.bundestag.de

Frankrijk
www.assemblee-nationale.fr