Op vrijdag 16 oktober 2015 viert de Tweede Kamer het 200-jarig bestaan van de Staten-Generaal in de huidige vorm, met een Eerste Kamer en een Tweede Kamer. Vanwege deze feestelijke gebeurtenis duikt de website van de Tweede Kamer de historie in. Herbeleef grote historische debatten, waaronder de Nacht van Schmelzer en het debat over de invoering van het vrouwenkiesrecht. Het eerste verhaal in deze serie gaat over het debat over de Drie van Breda.

Vlnr minister-president Biesheuvel, minister Van Agt en staatssecretaris Grosheide tijdens het Kamerdebat over de Drie van Breda

De ‘Drie van Breda’ waren de laatste drie gevangen Duitse oorlogsmisdadigers. De drie hadden levenslang gekregen en zaten al 27 jaar vast in de gevangenis van Breda. Volgens minister Van Agt kon het ‘geen in onze strafrechtspleging erkend doel’ meer dienen als ze langer vast zouden zitten. Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer dacht er net zo over.

Hoorzitting

In de weken na de Kamerbrief van minister Van Agt leek het wel alsof de berechting van de oorlogsmisdadigers werd overgedaan, dit keer door de publieke opinie. In de media was veel aandacht voor het voornemen om ‘de drie’ vrij te laten. De commissie voor Justitie besloot om op 24 februari een openbare hoorzitting te houden die rechtstreeks op televisie werd uitgezonden. De Kamerleden verzamelden zo extra informatie en hoorde het leed van oorlogsslachtoffers.

Commotie

De hoorzitting in de plenaire zaal duurde een hele dag. Het rumoer vanaf de publieke tribune was op een bepaald moment zo groot, dat commissievoorzitter Aart Geurtsen (VVD) de hoorzitting moest schorsen. Op de tribune trof hij een totaal gebroken man, die bleef herhalen: “Ze hebben mijn vrouw en kinderen vermoord.” Geurtsen veranderde op dat moment op slag van een voor- in een tegenstander, verklaarde hij later. Na afloop van de hoorzitting vroeg Kamerlid Theo van Schaik (KVP) het debat uit te stellen. Veel Kamerleden zouden niet kunnen beslissen, omdat ze persoonlijk werden bedreigd.

Kamerdebat

Op 29 februari was dan eindelijk het Kamerdebat over de Drie van Breda. Op het Binnenhof droegen demonstranten borden met namen van concentratiekampen met daarachter het aantal slachtoffers, en spandoeken met leuzen als ‘Slaap zacht Van Agt’. Rabbijnen zongen er tussen biddende joodse jongeren. Van Agt, die vanaf 18 februari een lijfwacht had en stapels dreigbrieven ontving, arriveerde onder zware bewaking. Toen premier Biesheuvel een paar minuten later over het Binnenhof liep, werd hij uitgemaakt voor moordenaar, fascist en ploert. Van Agt hield vast aan zijn standpunt. Wel wilde hij onderzoeken of verdere behandeling van de slachtoffers mogelijk was.

Motie-Voogd

Het was een heftig debat, dat dertien uur duurde. Nu nog herinneren aanwezigen zich de ijzingwekkende stiltes en de huilende en boze mensen. Tegenstanders van vrijlating hielden vanaf de publieke tribune foto’s van concentratiekampen omhoog. Veel Kamerleden vonden het betoog van minister Van Agt kil en afstandelijk. Het debat eindigde rond drie uur ’s nachts met het aannemen van de motie van PvdA-Kamerlid Joop Voogd (85 stemmen tegen en 61 voor). Het kabinet kreeg in de motie het verzoek om de vrijlating niet ten uitvoer te brengen. Het kabinet zag af van het plan om ‘de drie’ gelijktijdig vrij te laten. Wel zou de geestelijke en lichamelijke toestand van de drie gevangenen nader onderzocht worden. Een commissie met vertegenwoordigers van de slachtoffers zou de regering hierover gaan adviseren.

Onderzoek

Dit onderzoek leidde in de praktijk tot niets. ‘De drie’ bleven vastzitten en de rust keerde terug. Joseph Kotälla (een beul uit kamp Amersfoort) overleed in 1979 in gevangenschap. Ferdinand aus der Fünten (onder meer medeverantwoordelijk voor de deportatie van Amsterdamse joden naar Westerbork en Polen) en Franz Fischer (onder meer schuldig aan de deportatie van 30.000 joden uit Den Haag naar Westerbork) kregen in 1989 gratie.

Gerelateerde websites