Tweede Kamer, 87e vergadering, Woensdag 16 juni 2010
Algemeen
Aanvang: 10.15 uur
Sluiting: 17.38 uur
Tegenwoordig zijn 146 leden, te weten:
Aasted-Madsen-van Stiphout, Agema, Albayrak, Algra, Anker, Aptroot, Arib, Atsma, Azough, Bashir, Van Beek, Besselink, Bilder, Biskop, Blanksma-van den Heuvel, Blok, Van Bochove, Boelhouwer, Van Bommel, Bosma, Bouchibti, Bouwmeester, Brinkman, Ten Broeke, Van der Burg, Çörüz, Cramer, Van Dam, Dezentjé Hamming-Bluemink, Dibi, Tony van Dijck, Jan Jacob van Dijk, Jasper van Dijk, Van Dijken, Dijsselbloem, Eijsink, Elias, Eski, Ferrier, Fritsma, Van Geel, Van Gent, Gerkens, Van Gerven, Gesthuizen, Gill'ard, Graus, Griffith, Van Haersma Buma, Halsema, Van der Ham, Hamer, Harbers, Haverkamp, Heerts, Heijnen, Van Hijum, Ten Hoopen, Irrgang, Jacobi, Jager, Jansen, Joldersma, Jonker, Kalma, Kant, Karabulut, Knops, Koopmans, Koppejan, Koşer Kaya, Kraneveldt-van der Veen, De Krom, Kuiken, Langkamp, Leerdam, Van Leeuwen, Leijten, Lempens, Linhard, Luijben, Marijnissen, Mastwijk, Meeuwis, Van Miltenburg, De Mos, Neppérus, De Nerée tot Babberich, Nicolaï, Omtzigt, Ormel, Ortega-Martijn, Ouwehand, De Pater-van der Meer, Peters, Pieper, Polderman, Poppe, Van Raak, Remkes, Roefs, Roemer, De Roos-Consemulder, De Rouwe, Rutte, Samsom, Sap, Schermers, Schinkelshoek, Schippers, Schreijer-Pierik, Slob, Smeets, Smilde, Smits, Snijder-Hazelhoff, Spekman, Spies, Van der Staaij, Tang, Teeven, Thieme, Timmer, Van Toorenburg, Uitslag, Ulenbelt, Van der Veen, Van Velzen, Vendrik, Verbeet, Verdonk, Vermeij, Vietsch, Van der Vlies, Voordewind, Vos, Jan de Vries, Van Vroonhoven-Kok, Waalkens, Weekers, Wiegman-van Meppelen Scheppink, Wilders, Willemse-van der Ploeg, De Wit, Wolbert en Zijlstra,
en mevrouw Verburg, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en de heer Donner, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Voorzitter: Verbeet
Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende leden zich hebben afgemeld:
Sterk en Pechtold.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Verbod pelsdierhouderij
Aan de orde is de behandeling van:
- het voorstel van wet van de leden Van Velzen en Waalkens tot wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij (32369).
De voorzitter:
Ik heet de initiatiefnemers van harte welkom. Het is heel bijzonder dat u op uw laatste dag als lid van de Kamer dit toch nog mooi kunt afronden. Ik heet verder ook uw ondersteuners van harte welkom: Nicole van Gemert en Elsbeth Zeijlemaker. Fijn dat u er bent.
Ik geef als eerste het woord aan de heer Van der Ham van D66. Hij is weer helemaal fris.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De heer Van der Ham (D66):
Helemaal fris en er klaar voor!
Voorzitter. Ik bedank de indieners voor het feit dat wij hier weer mogen staan op deze interessante laatste dag van de oude Kamer.
Wij gaan proberen om de pelsdierhouderij in Nederland te saneren en af te bouwen. Dat lijkt mij een goed idee. Oud-minister Brinkhorst van D66 heeft hiertoe de aanzet gegeven in Paars II op basis van een door mijn fractie gesteunde motie uit 1999. Ik betreur echter de wijziging van het wetsvoorstel die vandaag voorligt. Ik had graag gezien dat het sneller zou gaan. Het oprekken van de termijn waarna het verbod in werking treedt, is de voornaamste verandering ten opzichte van eerdere debatten. Dat brengt mij tot de vraag of de indieners in kunnen gaan op eventuele verbeteringen in de regels voor het welzijn van pelsdieren in de periode tot aan de inwerkingtreding. Blijft er ruimte om de welzijnsregels aan te scherpen in de lange periode totdat de wet daadwerkelijk in werking treedt? Ik zeg nogmaals dat de wet wat mij betreft eerder in werking had mogen treden, want gezien de duur van het parlementaire debat had iedereen in en rondom de sector allang kunnen weten dat er een einde aan zou komen.
Andere fracties hebben in eerdere debatten, ook in de Eerste Kamer, verwezen naar het Europese perspectief. Zou er niet een waterbedeffect kunnen ontstaan, doordat andere landen de pelsdierhouderij overnemen? Zo ja, dan zou dat betekenen dat er per saldo niets goeds gebeurt in de internationale wereld van de pelsdierhouderij. Ik ben daar niet bevreesd voor, omdat juist naar aanleiding van het debat in Nederland bijvoorbeeld in Denemarken een heftig debat gaande is over de vraag of de pelsdierhouderij moet worden afgebouwd. Dat sterkt mij in mijn overtuiging, al in eerste en tweede termijn uitgesproken, dat wij hier niet bang voor hoeven te zijn.
Als die angst wel gegrond zou zijn, dan nog vindt D66 dat er een ethisch belang is dat wij hiermee beginnen. Wij moeten hier samen met andere landen voorop durven lopen. Ik blijf dit inmiddels afgezwakte voorstel van de twee indieners dan ook steunen.
De steun van mijn fractie voor het voorstel was door de indieners vast ingecalculeerd. Een van de redenen om hier te gaan staan, is dan ook dat het mij de mogelijkheid biedt om eventjes in de poppetjes van de ogen van de twee indieners te kijken. De heer Waalkens is een klassieke Groninger sociaaldemocraat: praktisch, ondernemend. Hij is een levensgenieter met een noordelijke twist, altijd bruingekleurd, productief en optimistisch. Ik kwam acht jaar geleden in de Kamer en werd toen woordvoerder landbouw. De heer Waalkens is daarbij voor mij altijd een baken geweest van integriteit en collegialiteit. Hij was altijd bereid om te helpen en te steunen. Voor hem geldt: niet te veel politieke spelletjes spelen, maar zowel als lid van een oppositiefractie als van een regeringsfractie anderen helpen en samenwerken. Zijn ontwapenende, zonnige grijns in de Kamer zal ik zeer missen.
Ook mevrouw Van Velzen -- Christa, want wij kwamen tegelijkertijd in de Kamer -- is in alle opzichten een atypisch Kamerlid. Daardoor was zij misschien wel zo effectief en opvallend. Zij was heel productief en gedreven, maar soms ook koelbloedig, terwijl zij juist zo warmbloedig is in onderlinge contacten. Ik kan mij nog goed de gesprekken in de commissie voor LNV herinneren met wijlen Wien van den Brink. Het waren prachtig discussies, vaak op een je en jijniveau. Het staat mij nog allemaal helder voor de geest! Haar deskundigheid en eerlijkheid zal ik erg missen, maar zeker ook de arm die zij mij in gang toestak toen mijn partij het lastig had.
Christa, ik bewonder je zeer om je deskundigheid en ik ga je erg missen. Ik hoop dan ook dat je er maar kort tussenuit gaat en dat ik je snel hier weer terugzie.
Rondkijkend in de commissie voor LNV zie ik nog meer mensen die de Kamer gaan verlaten. Met de heer Cramer heb ik goed samengewerkt. Dat geldt ook voor de heer Polderman, maar zeker voor de heer Van der Vlies.
Mijnheer Van der Vlies, ik dacht dat wij ons laatste debat samen al hadden gevoerd, maar ik zie u hier vandaag toch weer.
Inhoudelijk waren wij vaak ver van elkaar verwijderd. Maar u bent mij zeer dierbaar, misschien wel door een deels gedeelde achtergrond. Ik ben namelijk een boerenkleinzoon van een opa die ooit voor de SGP in de gemeenteraad heeft gezeten.
Ik kom nog even terug op de inhoud van het debat. Dit wetsvoorstel is belangrijk omdat het iets zegt over de richting waar wij met de landbouw heen moeten. Wij moeten die hervormen op een goede en voorspelbare manier voor de boeren, om een krachtiger landbouw in Nederland te krijgen, die op het hoogste ethische en technologische niveau staat. Dat is niet afhankelijk van de vraag of ik de volgende landbouwwoordvoerder van de D66-fractie ben, maar daaraan moeten wij elkaar vasthouden. Dat geldt ook voor de debatten over het gemeenschappelijk landbouwbeleid in de aankomende jaren. Naast het gegeven dat landbouw iets te maken heeft met eten en drinken, betreft het in toenemende mate een ethisch debat. Ik heb dat debat de afgelopen jaren met veel plezier mogen meevoeren. Nogmaals, ik weet niet of ik dat ook in de volgende periode zal doen, maar ik blijf die debatten met veel interesse volgen. De landbouw is namelijk van groot belang voor de economische kracht van Nederland, maar moet ook een ethisch baken zijn in de wereld. Ik hoop dat de volgende regering en Kamer daarvoor veel oog hebben. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, levert dit daaraan een mooie bijdrage.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. De heer Van der Ham sprak mooie warme woorden over de inzet van de twee indieners en andere collega's die deze Kamer verlaten. Ik sluit mij daar kortheidshalve bij aan om de agenda niet te zwaar te belasten. Maar mooi gesproken, Boris.
Tot zover de warme woorden, want de Partij voor de Dieren baalt ervan dat wij hier voor de tweede keer staan. Wij zijn minstens vijf miljoen vergaste nertsen verder. Waar wij dachten in 2018 een streep te kunnen zetten door deze beschamende manier van omgaan met dieren in ons land, hebben wij tot onze teleurstelling gezien dat de Eerste Kamer het voorliggende wetsvoorstel dat door de Tweede Kamer is geaccepteerd, niet kon omarmen. Dat begrijp ik van de indieners. Daardoor ligt er nu een wijzigingsvoorstel voor, waarin er zes jaar bij de afgesproken overgangstermijn wordt opgeteld. Zes jaar, dat zijn zo'n 30 miljoen nertsen erbij.
Voor de Partij voor de Dieren is dat een zware dobber. Wij zijn kritisch geweest in het schriftelijk overleg dat wij met de indieners hebben gevoerd. Ik stel hier vandaag nog steeds de vraag waarom het zes jaar moet zijn. Ik neem even aan dat het vooral aan de fractie van de ChristenUnie lag dat het voorstel niet door de Eerste Kamer kwam. Wij hebben hier gewisseld dat de indieners in de Eerste Kamer de ruimte zouden zoeken om in elk geval het verbod erdoor te krijgen, maar zes jaar is nogal wat. Was er geen mogelijkheid voor de helft, drie jaar? Dat scheelt vijftien miljoen nertsen. Daar is het de indieners toch om te doen? Daar ben ik zeker van overtuigd. Graag een antwoord daarop.
Wij zijn teleurgesteld dat in de Eerste Kamer en hier in de Tweede Kamer de ChristenUnie niet bereid bleek om stappen te zetten voor haar eigen wens om een einde te maken aan de nertsenfokkerij. Zulke stappen, dat wij daar een streep onder kunnen zetten. Jammer, want daarmee lijkt het erop dat deze fractie samen met die van het CDA, de VVD en de SGP economisch belang laat prevaleren boven ethische waarden. Wat zijn die waarden dan nog waard? Wanneer komt het er nog eens van?
De heer Cramer (ChristenUnie):
De conclusie die mevrouw Ouwehand trekt, spijt mij. Ik heb het idee dat de indieners meer recht deden aan mijn bijdrage en de worsteling waarin de ChristenUnie zat. Ik ben er nooit voor weggelopen dat het een worsteling was voor de ChristenUnie, maar ik ben er altijd helder over geweest dat wij graag een einde willen aan de nertsenhouderij. Wij vonden het wetsvoorstel daaraan alleen onvoldoende tegemoet komen. Mevrouw Ouwehand slaat de plank mis als zij zegt dat wij geen stappen hebben gezet. Ik heb mij nogal behoorlijk ingespannen om met een amendement, weliswaar via een andere route, maar wel degelijk een weg in te slaan naar de uiteindelijke afschaffing van de nertsenhouderij.
Ik hoor graag dat mevrouw Ouwehand dat op waarde schat, al is het niet haar keuze.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Als de fractie van de ChristenUnie het wetsvoorstel vandaag omarmt, dan toont zij haar goede wil. Het heeft mij verbaasd, eerlijk gezegd, dat een uitgebreid bediscussieerd wetsvoorstel voorlag, voorzien van talloze onderzoeken en adviezen van de Raad van State en de parlementair advocaat. Het had dus goede gronden, maar toch wilde de ChristenUnie-fractie daarin niet meegaan, ondanks eerder uitgesproken verkiezingswensen. Nota bene een voormalige ChristenUnie-parlementariër zwengelde de discussie hierover aan in 1998, waarvoor overigens hartelijk dank. Ik begrijp het niet. Ik begrijp niet dat de ChristenUnie-fractie niet met het aanvankelijke wetsvoorstel heeft kunnen instemmen. De gronden waren goed genoeg.
De heer Cramer (ChristenUnie):
Ik neem aan dat mevrouw Ouwehand met "het aanvankelijke wetsvoorstel" doelt op het initiatiefvoorstel van de indieners, niet op wat destijds op tafel lag, want dat steunde mijn fractie. In de tussentijd is er echter wat veranderd. Mevrouw Ouwehand houdt geen rekening met het feit dat ondernemers op basis van uitspraken in de Kamer in een legale bedrijfstak zaten. In de discussie wordt gezegd dat men het had kunnen zien aankomen, maar men heeft daarop wel degelijk geïnvesteerd. Het belangrijkste punt is evenwel dat uit de deskundigenrapporten geen eenduidige beeld naar voren kwam van de omvang van de schade, de gevolgschade en de consequenties voor de ondernemers. Ik heb namens de ChristenUnie-fractie betoogd dat in het kader van rentmeesterschap inderdaad moet worden bekeken of de nerts moet worden gehouden, alleen om zijn bont. Mijn fractie is daarover helder geweest. Het wetsvoorstel van de indieners komt echter onvoldoende tegemoet aan het probleem van de ondernemers die een en ander niet konden zien aankomen vanwege de uitspraak van de Kamer in 2003, 2004. Naar mijn mening heeft de ChristenUnie-fractie consequent bijgedragen aan het zoeken naar een oplossing, alleen niet via de route van de indieners.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik rond dit debatje af met de opmerking dat wij het niet eens worden. Ik hoef de heer Cramer ook niet te wijzen op het tijdschrift van de pelsdierhouderij waarin letterlijk staat dat ondernemers het zagen aankomen en dat zij juist extra hebben geïnvesteerd in de hoop een hogere uitkoopsom te krijgen. Die signalen zou de ChristenUnie-fractie niet mogen negeren.
Voorzitter. Ik heb in aanloop naar het debat van vandaag de Handelingen erop nagelezen. Ik memoreer graag wat er zoal gewisseld is. Als het niet zo'n ernstige zaak betrof, zou je bijna moeten lachen om de inbreng van de CDA-fractie, de trucjes die zijn toegepast en de oneigenlijke redeneringen. Er is selectief geshopt in het gebruik van argumenten. Er is gesproken over hondjes zonder staart, bekleding van autostoelen, huisdieren en sportvissen. De heer Koopmans zei, ik herinner het mij nog goed: "De indieners willen bont verbieden omdat het luxe is." Doen alsof je niet begrijpt waarover het wetsvoorstel gaat, is een van de trucjes die de CDA-fractie heeft gehanteerd. Nee mijnheer Koopmans, wij verbieden niet iets omdat het luxe is. Er is niets mis met luxe. Wij komen echter ertegen in verzet als daarvoor dieren worden mishandeld. Dat is al twintig jaar lang het geval. Een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking is fel tegenstander van het fokken van dieren voor hun pels en van het vergassen van dieren voor hun vachtje ten behoeve van uiterlijk vertoon. Het parlement heeft daarmee rekening te houden.
Interessant is ook dat de heer Koopmans in hetzelfde debat de indieners verweet op basis van opiniepeilingen met een wetsvoorstel te komen. Wij hebben de reactie van het CDA op opiniepeilingen echter eerder gezien. De heer Koopmans heeft gezegd: "De CDA-fractie vindt het mooi als je bij de behandeling van een wetsvoorstel de steun hebt van de samenleving, maar de CDA-fractie zegt niet dat wij als een opiniepeiling uitwijst dat wij deze of gene kant opgaan meteen in wetgeving deze of gene moeten opnemen. Dat lijkt mij een buitengewoon gevaarlijke weg." Die uitspraak is met de ANWB-peiling en de kilometerdiscussie misschien in een ander daglicht komen te staan. Ik wilde hieraan memoreren om aan te geven dat de CDA-fractie selectief shopt met dit soort argumenten. Waar het haar uitkomt -- even geen druk op de autorijder -- zegt de CDA-fractie: opiniepeilingen zijn van belang. Op het punt van het beschermen van dieren in het kader van rentmeesterschap worden echter alle registers opengetrokken. Ik vind dat geen eerlijke manier van debatteren. Dat wil ik vandaag helder zeggen.
De heer Graus (PVV):
Ik begrijp uit dit betoog dat de Partij voor de Dieren voor een goed dierenwelzijn in Nederland is. Ik vraag mevrouw Ouwehand dan ook om mij te steunen in een verbod op het verschrikkelijke rituele slachten van miljoenen dieren per jaar. Ik doel dan niet op eerst een spuitje ter verdoving zetten en ze dan nog minutenlang laten stikken en spartelen in hun eigen bloed. Steun mij in een verbod op het verschrikkelijke rituele slachten.
De voorzitter:
Mijnheer Graus, mevrouw Ouwehand mag natuurlijk hierop reageren, maar het onderwerp staat vandaag niet op de agenda.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Misschien moet de heer Graus zijn mailbox even checken, want wij hebben een wetsvoorstel naar de Kamer gestuurd voor een verbod op het onverdoofd ritueel slachten. Anders dan de Partij voor de Vrijheid is de Partij voor de Dieren helemaal niet zo'n fan van het slachten van dieren. De partij van de heer Graus legt de bio-industrie geen strobreed in de weg.
De voorzitter:
Hier was ik bang voor. Nee, mijnheer Graus ...
De heer Graus (PVV):
Het gaat om onverdoofd slachten. Wij zijn tegen ritueel slachten.
De voorzitter:
Mijnheer Graus, ik zei net dat dit onderwerp niet op de agenda staat. U hebt uw punt gemaakt, net zoals mevrouw Ouwehand, die doorgaat met haar verhaal.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, ik houd mij aan de orde van het debat van vandaag.
Voorzitter. Ik heb uitgesproken dat wij ervan balen dat er zes jaar bij is gekomen. Ik vraag de indieners of die zes jaar nodig zijn en of het niet met drie jaar kan. Ik krijg hierop graag een reactie. Ik heb in het verslag gezien dat ook de VVD-fractie vroeg naar de Europese mogelijkheden. Er is een motie aangenomen dat Nederland zal inzetten op een Europees verbod op het fokken van nertsen. Ik vraag de minister wanneer zij daarmee zal beginnen. Deze inzet kan namelijk gewoon worden gestart, onafhankelijk van het verloop van de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel. Een aangenomen motie wordt doorgaans uitgevoerd, dus ik zou zeggen: huppekee, vooruit met de geit, of welke uitdrukking je daarvoor maar wilt gebruiken, als het maar gebeurt. Zoals de indieners zelf al hebben gememoreerd, moet parallel hieraan op termijn natuurlijk ook worden gewerkt aan een handelsverbod. Kan de minister daarop alvast ingaan? Het lijkt mij goed als Nederland daarvoor alvast voorbereidingen treft. Wij zetten in op een verbod in Nederland en wij zetten in op een Europees nertsenfokverbod. Daar hoort natuurlijk ook bij dat wij de handel gaan verbieden. Wat kan de minister daarvan alvast zeggen? Mijn fractie is ervoor om dit alvast voor te bereiden.
Mijn fractie is realistisch ten aanzien van de kansen. Wat haar betreft, houden wij liever gisteren dan vandaag op met het fokken van nertsen voor hun pels. Daarvoor is echter geen meerderheid. Wij hebben het al geprobeerd met een uitkoopregeling. Het amendement met die strekking kon niet op steun rekenen, dus dan leggen wij ons neer bij datgene waarvan wel een Kamermeerderheid enthousiast wordt. Het is dus kiezen of delen: of wij stemmen in met de novelle, wat een aanzienlijke verlenging van het leed van nertsen inhoudt, of er komt helemaal geen nertsenfokverbod. Dat zien wij ook. Het is voor ons van groot belang dat er daadwerkelijk een einde komt aan het fokken van dieren voor hun pels en het opsluiten van wilde, niet te domesticeren dieren in kooien waarin zij hun natuurlijke gedrag nooit ofte nimmer kunnen uiten. Ook dat is gewisseld in eerdere debatten. Als het over veertien jaar kan worden beëindigd omdat daarvoor voldoende steun is, moet het maar met die overgangstermijn. De fractie van de Partij voor de Dieren zal voor de novelle stemmen waarmee er definitief een verbod komt op de nertsenfokkerij in Nederland.
Ik sluit af door de indieners te danken dat zij hebben volgehouden en dat zij heel hard hebben gewerkt. Ik ben er absoluut van overtuigd dat zij, met het enige doel om een einde maken aan het fokken van nertsen in Nederland, goed hebben gekeken naar de mogelijkheden. De vraag blijft of de periode van zes jaar niet korter kan -- ik hoor daar graag iets over -- maar ik heb geen enkele twijfel aan de motieven van de indieners. Veel dank voor jullie werk! De enige teleurstelling die ik hier uitspreek is dat het maar liefst 120 miljoen nertsen moest duren alvorens wij eindelijk gehoor hebben gegeven aan een wens in de samenleving die al in 1998 voor het eerst in het parlement aan de orde kwam.
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Mevrouw Ouwehand heeft bij het verslag namens de fractie van de Partij van de Dieren voorgesteld om de laatste investeringen tot 2014 niet meer te doen. Beide indieners zeggen dat dit een rechtsongelijkheid creëert en dat zij dit daarom niet willen doen. Hoe hard is dit punt voor mevrouw Ouwehand?
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat punt was voor ons een van de onderhandelingsmogelijkheden. Dat kan mevrouw Snijder zich vast nog wel herinneren van de vorige keer dat wij hierover debatteerden. Als daarmee een deel van de zorgen over de inkomenspositie van de ondernemers kon worden weggenomen, waarmee we het wetsvoorstel zowel door de Eerste Kamer als de Tweede Kamer zouden krijgen met de einddatum van 2018, zou mijn fractie daarvoor zijn geweest. Zoals mevrouw Snijder weet, leveren de welzijnsinvesteringen geen welzijn op.
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Mevrouw Ouwehand is dus niet bereid om daarvoor alvast een amendement of iets dergelijks in te dienen? Naar mijn gevoel heeft zij uiteindelijk niets gedaan.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb het aan de indieners gevraagd, die daarop hebben gereageerd. Zij zien daartoe geen mogelijkheden, net zoals zij geen mogelijkheden hebben gezien voor ons voorstel tot een uitkoopregeling.
Dan leggen wij ons neer bij het feit dat de meerderheid van deze Kamer die weg niet ziet zitten. Wat ons betreft, hadden we anders kunnen inzetten. Dan had de PvdA-fractie ons echter moeten ondersteunen, of een aantal andere fracties in dit huis en in de Eerste Kamer had dat moeten doen. Dan hadden we kunnen zeggen: we stoppen met de welzijnsinvesteringen per 2018, maar die weg bleek onbegaanbaar.
Mevrouw Jacobi (PvdA):
Ik had hetzelfde willen vragen.
De heer Koopmans (CDA):
Voorzitter. Het is een bijzondere dag voor deze Kamer, omdat het de laatste dag is voor de Kamer in deze samenstelling. Ook van mijn kant woorden van waardering voor de vele collega's met wie ik de afgelopen jaren plezierig heb samengewerkt, evenals de vele collega's met wie ik nog veel langer in deze Kamer binnen de commissie voor LNV een stempel op het Nederlandse beleid zal drukken. Dat geldt zeker voor de indieners van dit wetsvoorstel, de heer Waalkens en mevrouw Van Velzen. Dank voor uw inzet. Het geldt ook voor de heren Polderman en Cramer. In het bijzonder, zo zou ik willen zeggen, geldt het voor een soort broeder in de strijd, de heer Van der Vlies, die altijd samen met het CDA op stap was om boerenbelangen op een waardevolle en waardige wijze te dienen. Dank u wel, mijnheer Van der Vlies. Dank ook aan anderen.
Daar bovenop is het vandaag ook een bijzondere dag omdat wij, terwijl de Nederlandse economie trilt op haar grondvesten en de Nederlandse staatsschuld de pan uitrijst, een wetsvoorstel behandelen, een novelle, waarmee 1500 mensen die werkzaam zijn in de nertshouderij het werk wordt ontnomen. Een sector, die 150 mln. per jaar toevoegt aan de Nederlandse economie, wordt vandaag met dit wetsvoorstel ten grave gedragen. Het economische schip is lek en wat doen wij vandaag? Een meerderheid van deze Kamer zaagt in dat schip nog een extra gat. De CDA-fractie wenst dat niet te begrijpen. Zij kan dat ook niet begrijpen en vraagt zich af hoe mensen dat kunnen uitleggen.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Om te beginnen zouden wij eens kunnen kijken naar wat de maatschappelijke kosten zijn van de nertshouderij en van de vervuiling van onze leefomgeving. Kan de heer Koopmans ons dat misschien erbij vertellen? Immers, die 150 mln. zijn geen netto-opbrengsten voor de belastingbetaler. Er moet een grote schep geld uit de schatkist van minister De Jager komen om alle maatschappelijke kosten hiervan te dekken, namens ons allemaal, namens alle burgers die tegen het fokken van nertsen voor hun vel zijn.
De heer Koopmans (CDA):
Daar zouden wij het lang met elkaar over kunnen hebben, maar de CDA-fractie is overtuigd door de wijze waarop de nertshouderij in Nederland is neergezet. Daarbij zou ook het feit genoemd kunnen worden dat de nertshouderij van onbruikbaar slachtafval een bruikbaar duurzaam product maakt. Telt u dat ook mee, mevrouw Ouwehand! Dit debat hebben wij eerder al fors gevoerd. Wij zijn ervan overtuigd dat de netto-opbrengst voor de Nederlandse nertshouderij stevig is en de moeite waard. Dat geldt zeker in een periode waarin het heel erg moeilijk is. Niemand weet of we het dieptepunt van de economische crisis al bereikt hebben. Ik ben daar buitengewoon zorgelijk over. Op een dergelijk moment in Nederland, in deze Kamer, een sector de nek omdraaien, acht ik volslagen onverantwoord.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik neem aan dat de heer Koopmans met "duurzaam" het gebruik van de nertsenlijkjes of het slachtafval bedoelt en de bussen die rijden op vergaste nertsenlijkjes. Ik geloof dat veel burgers er niet gelukkig van zouden worden als er netjes op die bussen stond: "u wordt vervoerd op vergaste nertsen". Laat ik mijn vraag even stellen. Als de heer Koopmans er zo fel over is dat wij in deze tijden het lef hebben om een sector de nek om te draaien, zou hij dan in andere tijden wel enthousiast voor een nertsenfokverbod zijn? Ik denk van niet en ik denk dat hij dit weer als een gelegenheidsargument gebruikt. De CDA-fractie is er helemaal niet voor, alle mogelijke manieren om geld te verdienen toe te staan in dit land. De CDA-fractie legt daarbij haar eigen criteria aan de dag. Andere partijen leggen andere criteria aan de dag en dat moet u respecteren, mijnheer Koopmans.
De heer Koopmans (CDA):
Allereerst heb ik neergezet waarom wij het een bizar moment vinden om dit wetsvoorstel te bespreken: dat is de financiële situatie. Het tweede element dat ik wil bespreken, is dat het doel van het wetsvoorstel, namelijk om minder dierenleed te bewerkstelligen, hiermee niet wordt gehaald en evenmin met het wetsvoorstel dat in de Eerste Kamer ligt. Mede daarom zijn wij tegen dit wetsvoorstel.
Wat gaat er gebeuren, mevrouw Ouwehand? Zo vraag ik u via de voorzitter. Er is sprake van verplaatsing van de nertshouderij, als dit wetsvoorstel kracht van wet krijgt.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Koopmans (CDA):
Dit is de kern van mijn betoog. Ik had mij voor een half uur ingeschreven voor dit debat.
De voorzitter:
Dat geldt, als het om de kern gaat, maar uw redenering heb ik volgens mij al eerder aangehoord.
De heer Koopmans (CDA):
Voorzitter. Het kan zijn dat u mijn redenering eerder hebt aangehoord, maar laat ik de vraag ook aan de indieners stellen. Wij hebben meegemaakt dat in de Eerste Kamer fundamenteel gesproken is over het wetsvoorstel. Daarbij is opgemerkt dat het wetsvoorstel niet op orde was. Zo was de genoemde termijn niet voldoende. De CDA-fractie deelt die opmerking. Mijn derde element is dan ook dat bij dit wetsvoorstel sprake is van een inadequate rechtsgrond, een rechtsgrond die in strijd is met het eerste Protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarin is het recht van eigendom opgenomen en de wijze waarop de Staat daarmee dient om te gaan.
De Eerste Kamer heeft er met u over gesproken, zo zou ik tegen de initiatiefnemers willen zeggen. Wat is het resultaat? Er ligt nu een novelle waarin de termijn van tien jaar met terugwerkende kracht is veranderd in veertien jaar zonder terugwerkende kracht. Wat is daar anders aan? Daarom hebben wij als CDA-fractie heel bewust in het verslag aan u, initiatiefnemers, gevraagd: wat maakt dit anders, behalve dat de termijn in plaats van tien jaar, veertien jaar wordt? Liggen er andere berekeningen aan ten grondslag? Is er een heel andere juridische grondslag ontstaan? Of is het slechts handjeklap met senator Schuurman? Weet senator De Boer ervan? Weet senator Lagerwerf ervan? Weet senator Kuiper ervan?
Ik vind het van groot belang dat in deze Kamer de initiatiefnemers uitgebreid ingaan op de rechtsgrond. Waarom is dat zo van belang? Dat is omdat wij bestrijden dat er nu sprake is van een juiste rechtsgrond. Als bij dit wetsvoorstel sprake is van een inadequate rechtsgrond met betrekking tot het eigendomsrecht, zal het volgende grote probleem aan de orde zijn dat wij met dit wetsvoorstel hebben. Dit is dat deze sector terecht een claim zal indienen. Individuele bedrijven zullen dus bij de Staat der Nederlanden een schadeclaim neerleggen. Als ik namens mijn fractie kijk naar wat er geschreven is over het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het eerste Protocol daarvan inzake het eigendom, denk ik dat zij recht hebben op een schadeclaim. De regering heeft ook al eerder in een brief aan deze Kamer laten weten dat zij dat ook zo ziet. Ik zou ook aan de adviseur van de initiatiefnemers, van de Kamer, zo moet ik zeggen, in dit geval de minister van LNV, willen vragen of zij hierop nog eens wil ingaan. Hoe kijkt zij hier tegenaan? Hoe kijkt ook de minister van Financiën hier tegenaan? Hij kan, indien dit wetsvoorstel en het andere dat voorligt, kracht van wet krijgen, met een schadeclaim te maken krijgen. Als je de rapporten leest, kan die claim oplopen tot meer dan 0,5 mld..
Ik wil dit ook voorhouden aan collega's, ook aan collega's die denken, hopen, verwachten of weet ik allemaal in een volgend kabinet zitting te kunnen nemen. Hoe gaat u, als u in een volgend kabinet zit, antwoord geven op die rekening? Waar haalt u het geld vandaan? Hoe gaat u dat uitleggen? Zegt u "acht, dat was de oude Kamer"? Of moet ik u eraan herinneren dat in "die oude Kamer" uzelf daarvoor de verantwoordelijkheid hebt genomen? Ik denk dat deze vragen vandaag aan de orde dienen te komen. Deze vragen dienen de leden, als zij voor dit wetsvoorstel stemmen, te beantwoorden.
Tot slot vat ik mijn inbreng nog een keer samen. Er is sprake van een economische situatie die vreselijk is. Ook is er een staatsschuld die oploopt. Verder is er een wetsvoorstel dat een inadequate rechtsgrond heeft, waarmee het doel van het wetsvoorstel (minder dierenleed) niet wordt gehaald. Dit brengt met zich dat de Staat der Nederlanden een fors risico loopt op het moeten betalen van schadeclaims.
Maar bovenal zou ik nog het volgende willen zeggen. In de afgelopen verkiezingsperiode is er tussen PvdA en PVV een scherp debat geweest waarin men elkaar heeft aangesproken over de rechtsgrond en over de rechtsstaat. Praten met elkaar over de rechtsstaat is wat de CDA-fractie betreft niet alleen aan de orde als het gaat over moslims, tegen moslims of wat dan ook. Dat is ook aan de orde als wij het hebben over nertsenhouders, die eigendom hebben, op grond van Nederlandse wetgeving, en die dieren hebben op grond van dezelfde Nederlandse wetgeving. Ook op dat punt moet je als je met dit wetsvoorstel bezig bent met elkaar spreken over de rechtsstaat. Ik doe een beroep op deze partijen, die beide zware woorden hebben gebruikt over die rechtsstaat, om nog eens goed te overwegen of alle elementen van de rechtsstaat - en dus ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het eerste protocol, over het eigendomsrecht, zeg ik tegen de heer Graus - ook voor hen van waarde is. Want dat is de afweging die wij vandaag moeten maken.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zou bijna willen zeggen: het moet toch niet gekker worden dat wij het nu van het CDA moeten hebben om de rechtsstaat te verdedigen.
De heer Koopmans (CDA):
Hiertegen teken ik protest aan. De CDA-fractie heeft een buitengewoon lange traditie als het gaat om het meewerken aan de Nederlandse rechtsstaat.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik laat alle voorbeelden die dat tegenspreken maar even achterwege. U hebt het nog niet gezegd, voorzitter, maar u zou gelijk hebben dat wij het bij de orde van het debat moeten houden. De vorige keer dat wij hier stonden heeft de heer Koopmans dezelfde bewering gedaan, dat de productie naar het buitenland zou verschuiven. Hij is daar heilig van overtuigd. Er is echter geen enkele onderbouwing voor. Ik dacht dat de heer Koopmans deze anderhalf jaar wel zou hebben gebruikt om met een wetenschappelijke onderbouwing te komen van zijn stelling. Anders kan hij die namelijk niet volhouden.
De heer Koopmans (CDA):
Ik sprak recent een jonge Nederlandse nertsenhouder die in Polen zit. Aan hem vroeg ik: hoe veel heb je er? Zijn antwoord was: 21. Waarop ik vroeg: 21? En hij antwoordde: ja, bedrijven. Eén jonge nertsenhouder is vanuit Nederland vertrokken naar Polen en heeft nu 21 bedrijven. Het is gewoon al aan de gang. Tegelijkertijd zijn er ook nertsenhouders in Nederland die hun bedrijf kunnen uitbreiden. Daar ben ik heel blij om, want het is, zeker nu, een buitengewoon succesvolle sector, waarin goed geld wordt verdiend. Gefeliciteerd daarmee, zeg ik ook tegen die sector; het is mooi dat dat gebeurt. Wetenschappelijk kan ik het niet onderbouwen en dat wil ik ook helemaal niet, maar feitelijk gebeurt het al. Als het verbod doorgaat, zal dit enorm doorzetten. Ik vind dat pijnlijk voor die gezinnen, want nertsenhouders zijn geen zigeuners die over de wereld wensen te reizen. Nertsenhouders zijn Nederlanders die gehecht zijn aan de Limburgse, de Brabantse of de Gelderse gronden of waar zij ook zitten.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De echte pijn zit natuurlijk bij de nertsen, die worden opgesloten in kooitjes en die vervolgens worden vergast. De heer Koopmans heeft nog steeds geen onderbouwing. Bovendien komt er een Europees nertsenfokverbod aan, dus waar maakt hij zich zorgen over?
De heer Koopmans (CDA):
Wat is daarvan de wetenschappelijke onderbouwing? Nee, die komt er niet aan. Er is natuurlijk absoluut niemand die daarover echt nadenkt. Maar goed, dat zullen wij zien. Wij hebben altijd gezegd - laat ik mevrouw Ouwehand een klein handje geven - dat je met elkaar ook een debat hebt indien dat in Europa wordt vastgesteld. Maar nu is het een Nederlandse alleingang. Dat brengt mij ook op het punt dat de PVV er altijd op staat dat er geen nationale koppen op Europees beleid worden gezet. En wat doet de PVV? De heer Graus zet er een heel grote Nederlandse kop op met dit wetsvoorstel, tenminste als hij het gaat steunen. Ik roep de heer Graus op om nog eens na te denken. Denk nog eens na over wat u met dit wetsvoorstel gaat doen.
De heer Graus (PVV):
Ik ga hierop niet meer reageren. Dit spelletje wordt al twee jaar gespeeld. Laat echter duidelijk zijn dat ik hiervan afstand neem. De heer Koopmans kan hier tot hij een ons weegt iedere keer dezelfde vragen blijven stellen. Hij stelt mij die vragen al twee jaar. Ik heb ze een paar keer gepareerd, ook in debatten met hem op televisie. Het hangt mij inmiddels flink de keel uit. Ik stop met u, mijnheer Koopmans.
De heer Koopmans (CDA):
Het is een interessant argument dat het de heer Graus inmiddels flink de keel uithangt. Ik weet echter niet wat wij daarmee moeten. Ik weet ook niet wat de nertsenhouders daarmee moeten. Mijn vraag aan de heer Graus past echter temeer, daar hij momenteel met zijn partij nadenkt over een mogelijke regeringsdeelname en dat ook uitstraalt. Dat noopt mij temeer tot het stellen van zulke vragen. Want laat de heer Graus zich eens voorstellen dat hij morgen minister van Landbouw is!
De voorzitter:
Mijnheer Koopmans, ik snap uw punt. Er wordt nu echter echt een verkeerde volgorde aangehouden. Dat kan gebeuren, want er is een tijd niet vergaderd. De essentie van de regels is, dat als u spreekt, de heer Graus vragen stelt. Als mijnheer Graus spreekt, hebt u alle gelegenheid om de heer Graus vragen te stellen.
De heer Koopmans (CDA):
Voorzitter, de vraag van mij was natuurlijk volstrekt retorisch.
De voorzitter:
Ah, kijk eens aan; dan zijn wij eruit.
De heer Graus (PVV):
Ik wil wel kort reageren op het laatste wat de heer Koopmans zei. De CDA-fractie negeert volledig de mening van de meerderheid van de Nederlandse bevolking. Volgens sommige onderzoeken is meer dan 88% van de Nederlanders tegen het houden en doden van dieren voor bont. Mogelijk kan de heer Koopmans een percentage noemen van 70, maar op een lager percentage kan hij niet uitkomen. Het CDA negeert dus de parlementaire democratie, de wil van het volk. Verder had de heer Koopmans het over de coalitieonderhandelingen. Daar gaat het niet om. Al vorig jaar heeft de PVV-fractie het initiatiefwetsvoorstel van de heer Waalkens en mevrouw Van Velzen gesteund. Mijn fractievoorzitter neemt deel aan de coalitieonderhandelingen, ik zit nu in de plenaire zaal namens de commissie voor LNV. Ik voer hier nu het debat. Dat heeft op dit moment niets te maken met de coalitieonderhandelingen. De heer Koopmans probeert leuke bruggetjes te bouwen, maar daar trappen wij niet in.
De heer Koopmans (CDA):
De heer Graus wast hier zijn handen in onschuld. Dat kan sinds de uitslag van de verkiezingen niet meer.
De heer Graus (PVV):
Voorzitter. De PVV-fractie zal ook de novelle van de indieners steunen. Ik herhaal een belangrijk aspect van wat wij al een paar keer hebben gezegd. Na het verbod op het houden en doden van vossen en chinchilla's is de nerts overgebleven. De nerts is volledig ongeschikt voor de intensieve dierhouderij in draadgazen kooitjes. Het is namelijk een solitair levend waterroofdier dat nota bene directe familie van de otter is. De nerts wordt in de nertsenhouderij enkel gedood ten behoeve van bont, een luxe en elitair goed. Voor bont bestaan bovendien heel goede alternatieven die niet van echt te onderscheiden zijn.
Ter geruststelling van andere agrarische ondernemers zeg ik dat deze kenmerken van de nertsenhouderij tegengesteld zijn aan de kenmerken van het houden van groeps- en kuddedieren als kippen, runderen en varkens. Het houden van die dieren dient een primaire levensbehoefte. Deze dieren zijn bovendien geschikt voor het houden in groepsverband. Er is dus een heel groot verschil. Daarom is de PVV-fractie altijd voor een verbod geweest van de nertsenhouderij. Ik heb daar nooit omheen gedraaid en ik heb dat ook tegen de diverse nertsenhouders gezegd. Er is voorgesteld om te onderzoeken of compensatie noodzakelijk was. Dat was ook mijn voorstel; dat voorstel kwam nota bene van de fractie van de PVV. Uit verschillende onderzoeken bleek echter dat compensatie niet noodzakelijk was als bepaalde afbouwtermijnen zouden worden gehanteerd. Nu wordt de afbouwtermijn in de novelle zelfs verlengd tot 2024. Mijn fractie kan daar uiteraard niet tegen zijn. Wij zullen dit dan ook steunen.
Mij rest slecht, een dankwoord te richten aan enkele mensen die niet zullen terugkeren in de Kamer. Ik noem als eerste de heer Waalkens. Wij hebben vaak heel fel tegenover elkaar gestaan. Toch dank ik hem voor de samenwerking. Bilateraal konden wij het toch altijd goed met elkaar vinden. Dat is heel belangrijk. Wij hebben samen veel werkbezoeken afgelegd. Ik dank hem daarvoor.
Toen ik in de Kamer als rebel begon, als Sjors van de Rebellenclub, was mevrouw Van Velzen het eerste Kamerlid dat mij benaderde. Dat zal ik nooit vergeten. Wij werden in het begin best wel genegeerd. Mevrouw Van Velzen kwam echter naar mij toe. Zij zei: kom, we gaan samen wat drinken. Het ging toen over dierenwelzijn. Mevrouw Van Velzen vond dat dierenwelzijn boven partijpolitiek moest gaan. Ik deel die opvatting en dank haar daarvoor. Ik dank haar ook omdat zij mij de kans gaf mijn woordje te doen bij haar, in een tijd waarin de leden van mijn fractie nog werden genegeerd.
Ook mevrouw Gerkens zullen wij helaas niet meer terugzien in de Kamer.
De heer Cramer was mijn maatje in de commissie-De Wit. Daar hebben wij samen in gezeten, dag en nacht af en toe, want wij zijn menigmaal tot s'nachts 1.00 uur, 2.00 uur doorgegaan, soms tot de verlichting het begaf. Tot slot kom ik bij de nestor van de Kamer, de peetvader van de Kamer, ook een beetje mijn peetvader, de heer Van der Vlies. Hij heeft mij de afgelopen 3,5 jaar veel geleerd als Kamerlid. Hij heeft mij ook wel eens met zijn onderwijzende stem en toon tot de orde geroepen, voorzitter. U was dus niet de enige. Ik dank de heer Van der Vlies voor wat ik van hem heb geleerd. Ruim voordat ik Kamerlid werd, was ik al een groot bewonderaar van de heer Van der Vlies. Dat gevoelen is mogelijk niet wederzijds, maar dat doet niets af aan mijn woorden. Ik hoop dat ik niemand ben vergeten. Bedankt allemaal!
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Voorzitter. Ik noem de vertrekkende collega's niet allemaal bij naam, maar ik zeg ze wel graag dank voor de discussies die wij de afgelopen jaren hebben gehad. Wij waren het vele malen niet eens, maar soms waren wij het ook wel eens. Ik zie Krista knikken. Dank voor de jaren die wij hier samen hebben doorgebracht. Ik wens jullie voor de toekomst heel veel succes in jullie carrière en bij het werk dat jullie in de loop van de komende periode vast weer op zullen pakken. Graag tot ziens.
Wij spreken vandaag opnieuw over het initiatiefwetsvoorstel houdende het verbod op de pelsdierhouderij, in het bijzonder over de novelle. Het uitgangspunt blijft vooral het handelen uit ethische overwegingen. Dat is volgens ons de grondslag van dit wetsvoorstel. De VVD blijft van mening dat de juiste afwegingen moeten worden gemaakt als het gaat om het doel en de gevolgen van een verbod. Wij vinden dat de vermindering van het welzijn van nertsen internationaal gezien moet worden meegewogen. In de memorie van toelichting schrijven de indieners dat een verbod op de nertsenhouderij in Nederland het welzijn van de nerts op zich niet dient. Ze erkennen dat een verplaatsing zeker mogelijk is. In het eerste debat hierover werd gesteld dat verplaatsingen naar Griekenland wellicht zullen volgen en dat wat dat betreft zelfs kooien zullen worden aangeboden. De enige reden van de indieners voor een verbod is dus gestoeld op een eigen morele norm, de publieke moraal. Voor mijn fractie blijft het aspect dierenwelzijn, net als milieu, biodiversiteit en volksgezondheid, echter een aspect dat wij zullen blijven meewegen.
Mevrouw Jacobi (PvdA):
Voorzitter. Als wij hier zo'n hoog peil van dierenwelzijn hebben, terwijl dat in andere landen lager ligt, wat is dan de rechtvaardiging om deze kwestie hier te verbieden? Ik relateer het ook aan het zeehondenbont. Mevrouw Snijder heeft daar met de heer Waalkens een initiatiefwetsvoorstel voor ingediend. Uiteindelijk heeft dat tot een Europees verbod geleid. Ik snap de aarzeling van mevrouw Snijder wat dit dossier betreft dus niet.
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Daar hebben wij al eerder uitvoerig bij stilgestaan. Het ging toen om heel iets anders. Het gaat nu om het houden van dieren, terwijl bij het verbod op zeehondenbont sprake was van het doden van dieren. Dat gebeurde op een afschuwelijke manier. Daarover kunnen wij van mening verschillen, want de PvdD vindt het vergassen van nu ook afschuwelijk. Wij vinden dat echter zeer acceptabel. Onderzoek wijst ook uit dat dit acceptabel is. De grondslag van dit wetsvoorstel is dus heel anders dan bij het verbod op zeehondenbont.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Stel dat de VVD de internationale weg belangrijk vindt. Dat kan. De VVD-fractie heeft de motie voor een Europees nertsfokverbod niet gesteund. Moeten wij dan concluderen dat de VVD het fokken van nertsen voor hun pels hoe dan ook wel geaccepteerd vindt? Is dat wat u zegt, mevrouw Snijder-Hazelhoff?
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Wij vinden dat de consument dat uiteindelijk zelf uitmaakt. Ik wilde hierop in mijn slotbetoog ingaan. Maakt de politiek uit wat mensen kopen?
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan snap ik het betoog van mevrouw Snijder-Hazelhoff niet. Zij zegt wel dat het om ethische keuzes gaat ...
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Dat is de grondslag waar wij het niet mee eens zijn. Het zou moeten gaan om dierenwelzijn. Dat was voor ons ook het issue wat het zeehondenverbod betreft. Daaraan wordt volledig voorbijgegaan.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik begrijp het niet. De ethische keuze is gestoeld op de aantasting van het dierenwelzijn. Ontkent u dat, mevrouw Snijder-Hazelhoff? Ontkent u dat nertsen niet te domesticeren zijn en grote welzijnsproblemen hebben? Dat is de grond waarop de ethische keuze is gebaseerd.
De voorzitter:
Ik maak nu dezelfde opmerking die ik eerder maakte: dit is een discussie die wij al uitvoerig uitgesproken hebben.
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Ja, voorzitter, daar hebt u volledig gelijk in. Ik antwoord echter graag. Mevrouw Ouwehand, u moet er nog eens een aantal onderzoeken op naslaan waaruit zeer helder blijkt dat de nertsen wel degelijk te domesticeren zijn. Ik weet dat wij hierover van mening verschillen. Het is maar hoe je de zaken leest, zult u wellicht zeggen. Dan gaat u ervan uit dat ik ze op een foutieve manier leest. Ik ga ervan uit dat wij ze helder lezen. Leest u ook nog maar eens even wat het Rathenau Instituut hierover zegt.
De heer Graus (PVV):
Ik vind beide abject: zowel het doden van zeehonden als het doden van nertsen. Eén ding begrijp ik niet. Een zeehond leeft in het water en wordt gedood. Mevrouw Snijder-Hazelhoff is daar tegen. Zij bemoeit zich dus wel met wat de Canadezen met hun bont doen, maar als het gaat om dit land zegt zij: dat moeten wij aan de consumenten overlaten. Het gaat om dieren die niet geschikt zijn. Ze leven niet in het water, maar in een draadglazen kooi. Daar bemoeit mevrouw Snijder-Hazelhoff zich niet mee.
De voorzitter:
Mijnheer Graus, ...
De heer Graus (PVV):
Sorry, maar ik snap het niet meer.
De voorzitter:
U kent het gebruik dat wij debatten niet overdoen. Ik wil mij daar graag aan houden, opdat wij deze dag op een redelijke manier volgens planning kunnen afronden.
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Ik heb het verslag er nog eens op nagelezen. Exact dezelfde vraag is de vorige keer ook gesteld. Toen heb ik het volgende geantwoord. U hebt geen weet van de zeehonden, mijnheer Graus. U suggereert dat ze in het water leven. Ik kan u zeggen dat de zeehonden die gedood worden op het ijs, alleen maar op het ijs gelegen hebben en geen water gezien hebben. Ze hebben niet lekker rondgezwommen. Ze worden gewoon doodgeknuppeld. Dat is een wel een heel andere zaak dan waar het in dit geval om gaat. Deze nertsen worden gehouden conform de hoogste standaarden die wij in de wereld hebben voor het houden van nertsen.
Ik herhaal wat ik zo-even zei. De Nederlandse bedrijven voldoen aan de strengste welzijnseisen die er zijn. De sector behoort hiermee tot de koplopers in de wereld. Vaak wordt verwezen naar wat de maatschappij zegt. De politiek lijkt de nertsenhouders nu de nek om te draaien. Wat ons betreft is het een treurige zaak dat men niet de verantwoordelijkheid neemt om de veroorzaakte schade voor de nertsenbedrijven te vergoeden en een fatsoenlijke compensatie te bieden. Wij kunnen niets anders concluderen dan dat dit treurig is.
Hier komt nog een ingrijpende consequentie bij. Al die bedrijven die nu goed functioneren en voldoen aan hoge standaarden, zijn vanaf vandaag onverkoopbaar geworden. Zoals de meeste ondernemers in dit land hebben ook pelsdierhouders en -ondernemers recht op een stuk pensioen. Dit zit voor een groot deel in hun bedrijven. Dat nemen de indieners van het wetsvoorstel hun in één keer af. Men moet zich realiseren wat men in gang zet.
Dan kom ik nog eens op het dierenwelzijn. Ons lijkt dat de grootste tragedie van dit wetsvoorstel. Ik vind dat een aantal partijen hier de ogen volledig voor sluit. De Nederlandse pelsdierhouderij -- ik herhaal het -- loopt wereldwijd voorop wat welzijn, duurzaamheid en innovatie betreft. Wij kennen de hoogste standaarden. Slechts verplaatsing zal straks het gevolg zijn.
Blijkbaar geven de indieners daar echter helemaal niets om. Ook het Rathenau Instituut waarschuwt voor de volstrekte willekeur die gehanteerd wordt als het houden van een diersoort verboden wordt met als reden het doel waarvoor die wordt gehouden. Daarnaast stelt het instituut dat er op dit moment in dit wetsvoorstel nadrukkelijk geen referentiekader is.
Ik kom op het rapport van de parlementaire advocaat, waar de heer Koopmans het net over had en wij het de vorige keer over hebben gehad. Bij artikel 1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens moet de Kamer wel echt stilstaan. Dat kan straks grote gevolgen hebben voor de financiële situatie van de Kamer. Als uit juridische basis mocht blijken dat er straks een miljard of een half miljard op tafel moet komen, waar wij min of meer van uitgaan, hoe lossen de indieners dan dit probleem op? Als dit straks het geval blijkt te zijn, wat zeggen deze partijen dan? Zijn ze dan thuis? Dan zullen ze thuis moeten zijn.
Voor ons is nog steeds de belangrijkste vraag: maken wij als overheid uit wat nodig is, wat luxe is, wat overbodig is? Nee, dat maken wij niet uit. Wij beslissen niet of mensen leren schoenen willen dragen. Een bontjas draag je wat ons betreft niet, maar wij maken die keus niet. Mensen beslissen dat zelf. De VVD-fractie gaat dan ook niet akkoord met zowel het voorstel als de novelle om een economisch goed draaiende sector, waarin hoge dierenwelzijnseisen vooropstaan, de nek om te draaien. Het is een voorstel dat alleen maar getuigt van moreel opportunisme.
De heer Koopmans (CDA):
Een mooi betoog, maar een paar kamers verder zitten uw fractievoorzitter en de fractievoorzitter van de PVV bij elkaar. Hoe weegt u wat er op dit moment in deze Kamer gebeurt met dit wetsvoorstel?
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Het financiële aspect, waar ik net op heb gewezen, is een heel belangrijk aspect en wel om de volgende reden. Wij zitten nu nog met andere meerderheden, maar als dit voorstel in de volgende kabinetsperiode wordt aangenomen, dan moet er wel een conclusie worden getrokken en moet men hier een rechte rug houden. Dat zal erg belangrijk zijn, ook voor mijn fractie.
De heer Koopmans (CDA):
Zou ik met u de conclusie kunnen trekken dat dit punt nog aan de orde blijft?
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Ik hoop van ganser harte dat de PVV-fractie vanmiddag besluit niet in te stemmen met dit wetsvoorstel.
De heer Koopmans (CDA):
Mocht dat wel zo zijn, kan het dan nog steeds een punt zijn van bespreking met elkaar?
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Ik ga ervan uit dat het een punt van bespreking blijft, vooral wat de financiële consequenties betreft.
De voorzitter:
Ik geef nu het woord aan de heer Van der Vlies van de SGP. Hij levert, denk ik, zijn laatste bijdrage aan een debat in de bijzondere aanwezigheid van mevrouw Van der Vlies, die ik welkom heet.
De heer Van der Vlies (SGP):
Mevrouw de voorzitter. Inderdaad, het is een curieus moment om diverse redenen. Het is de laatste vergaderdag, in ieder geval voor mij. Aangezien ik eind mei al had verondersteld dat het debat over het initiatiefwetsvoorstel van collega Vendrik over de kolenbelasting mijn laatste gewone debat zou zijn, heb ik daar toen ook enkele woorden aan gewijd. Ik heb mij dus vergist, want vandaag doorbreekt u, voorzitter, immers de gewoonte, op een overigens aanvaardbare wijze, door op de laatste vergaderdag nog een gewoon debat te organiseren. In de parlementaire geschiedenis is dat een novum, maar het kan. Niets staat dat in de weg, maar ik leg er wel even de vinger bij. Een curieus moment. Inderdaad, op de publieke tribune zit een ander deel van mijzelf, de andere helft, de betere helft. Ik stel het zeer op prijs dat u toestaat dat zij op die plek aanwezig is.
Het is ook een curieus debat omdat het gaat over een novelle, verdedigd door twee van mijn gewaardeerde collega's die niet meer in staat zullen zijn, het resultaat daarvan in de Eerste Kamer te verantwoorden en te verdedigen. Ook dat is een licht curieus moment.
Zojuist zei ik al dat ik mij afvroeg waar ik ook alweer ben -- op een afscheidsreceptie of in een gewoon Kamerdebat -- toen allerlei woorden van waardering en dank werden uitgesproken die ook mij bereikten, plezierig bereikten, geen misverstand daarover. Laat ik kort en goed zeggen dat ik het een voorrecht heb gevonden om met u allen -- een streepje onder "allen", mijnheer Graus -- in debat te zijn over belangrijke dingen. Daarbij ging het mij in ieder geval om de combinatie van authenticiteit en waardigheid in stijl en omgangsvormen. Die combinatie, van authenticiteit en waardigheid, verbindt mij zo bijzonder aan de landbouwsector, want grosso modo staat die daarvoor garant. Laat ieder ervan overtuigd zijn dat ik waardering heb voor al mijn collega's. Ik sluit daarbij niemand uit. Natuurlijk bestaan er verschillen van opvatting; daar zijn we voor ingehuurd. Wat zou een parlement zijn als die niet meer bestonden?
Voorzitter. De pelsdierhouderij hield de gemoederen al jarenlang bezig. De emoties liepen soms hoog op. Ik denk aan antibontactivisten die verschillende keren ingebroken hebben bij nertsenhouderijen en vele nertsen losgelaten hebben. Zij noemden dat "bevrijding". Ik denk ook aan de vele debatten die in dit huis over de pelsdierhouderij gevoerd zijn, op het scherpst van de snede. In 1995 koos de Kamer voor welzijnsverbetering in plaats van een verbod: de motie-Van der Vlies. De sector is hierna middels een plan van aanpak in actie gekomen. In 1999 en 2001 werd dit doorkruist door een tegengestelde Kamermotie en een wetsvoorstel van minister Brinkhorst waarin gekozen werd voor een verbod. In 2002 werd het wetsvoorstel met steun van een meerderheid door minister Veerman ingetrokken. In 2004 werd een nieuwe welzijnsverordening van kracht. Deze loopt nog tot 2014. Opnieuw wordt die investeringsperiode doorkruist, nu door het initiatiefwetsvoorstel van beide indieners en de voorliggende novelle.
Graag wil ik hier twee opmerkingen over maken. Het is toch wel een jojobeweging geweest. In de eerste plaats laat de overheid zich hiermee niet van haar betrouwbare kant zien. We moeten voorkomen dat pelsdierhouders en andere ondernemers de speelbal worden van maatschappelijke en politieke twijfel. Mijn fractie pleit er daarom voor om pelsdierhouders de gelegenheid te geven hun investeringsopgave inzake welzijn en milieu af te maken en op grond van de resultaten een knoop door te hakken. In de tweede plaats is het opmerkelijk dat in de loop van de jaren het productiedoel, het bont, steeds meer als "onacceptabel" op de voorgrond werd geplaatst. Was dat nodig om de welzijnsverbeteringen te maskeren?
In aansluiting hierop wil ik opmerken dat de SGP-fractie, ondanks de voorliggende novelle, enkele belangrijke bezwaren blijft houden tegen het initiatiefwetsvoorstel. Een daarvan is het ontbreken van een duidelijk ethisch kader. De indieners stellen dat het doel van de nertsenproductie, het bont, geen welzijnsaantasting rechtvaardigt. Maar wat betekent deze gedachtegang voor de gehele veehouderij? Wat betekent deze gedachtegang voor de sportvisserij? Het Rathenau Instituut heeft er terecht op gewezen dat het invoeren van een verbod op de pelsdierhouderij zonder een duidelijk ethisch kader het karakter van willekeur heeft en het vertrouwen in de overheid schaadt. De SGP-fractie is van mening dat de indieners zich onvoldoende rekenschap geven van de precedentwerking van de afweging die met het wetsvoorstel wordt gemaakt. De SGP-fractie waardeert het op zichzelf dat de indieners eindelijk erkennen dat in het oorspronkelijke wetsvoorstel het einde van de overgangstermijn te dicht op de datum van uitvoering van de wet was gelegd. Dat neemt niet weg dat de voorgestelde wijziging evenmin onze goedkeuring kan wegdragen. De gewijzigde constructie, met een iets langere overgangstermijn, blijft de betrokken nertsenhouders forse financiële schade opleveren, inclusief het wegvallen van de oudedagsvoorziening, zonder dat daar financiële compensatie tegenover staat.
De SGP-fractie vindt dat de indieners ook nu onvoldoende rekenschap geven van het feit dat de infrastructuur rond de pelsdierhouderij gedurende de overgangstermijn af zal brokkelen, waardoor veel pelsdierhouders de overgangstermijn niet uit kunnen zitten. Ik denk aan voerleveranciers die eerder zullen stoppen, maar ook aan banken die investeringen in welzijn en onderhoud niet langer meer zullen financieren. Mijn fractie vraagt de indieners daarom opnieuw een goede onderbouwing te geven van hun stelling dat de overgangstermijn voldoende is om gedane investeringen met behoud van een redelijk inkomen terug te verdienen.
Dat is een belangrijk punt. De parlementair advocaat heeft immers aangegeven dat de rechter waarschijnlijk geen reden ziet voor schadevergoeding, mits komt vast te staan dat de afbouwtermijn de pelsdierhouders een reële mogelijkheid biedt om hun schade te beperken. Ik citeer een aanbeveling van enkele advocaten, de professoren Van Ravels en Freriks, hier niet onbekend: "Het wil ons, mede gelet op het advies van de parlementair advocaat, voorkomen dat de Tweede Kamer, voordat zij instemt met invoering van het door de initiatiefnemers beoogde verbod, ten minste zal moeten onderzoeken of de in het wetsvoorstel opgenomen overgangstermijn de nertsenfokkers een reële mogelijkheid biedt om de door hen gedane investeringen gedurende deze termijn met een grote mate van zekerheid terug te verdienen met een redelijke vergoeding voor arbeid en geïnvesteerd kapitaal. Zonder een deugdelijk onderbouwde bevestigende beantwoording van deze vraag, is ook naar ons oordeel de kans groot dat de rechter zal oordelen dat het verbod in strijd komt met artikel 1 EP EVRM." Dit blijft gelden voor de voorliggende novelle.
Ik roep indieners en collega's daarom op om de zorgen van pelsdierhouders over een voortijdige afbraak van de sector en voortijdige sluiting van hun bedrijf eindelijk serieus te nemen. De voorliggende novelle biedt een nieuwe kans om hier werk van te maken.
Tot slot. De initiatiefnemers geven in de nota naar aanleiding van het verslag de staat Israël een compliment. Die staat op het punt het eerste geheel bontvrije land te worden. Ik hoop van ganser harte dat het niet bij dit compliment alleen, bij deze steun alleen blijft!
De voorzitter:
Dank u wel. Vervolgens kan ik het woord geven aan de heer Cramer van de ChristenUnie. Ook van hem gaan wij zijn laatste plenaire bijdrage horen.
De heer Cramer (ChristenUnie):
Nu maakt u mij nog bijna emotioneel, voorzitter. U weet niet hoe ernstig bij mij dat kan zijn.
De voorzitter:
Ik hoop dat ook niet te weten te komen!
De heer Cramer (ChristenUnie):
De fractie kan erover meepraten.
Voorzitter. Inderdaad op de laatste dag van de oude Kamer het debat over de pelsdierhouderij. Dit, zoals het hoort en ook correct is, met dank aan de indieners voor de energie die zij er opnieuw in hebben gestoken en ook in de novelle naar aanleiding van de discussie in de Eerste Kamer. Het is onnodig -- voor een deel is het wel gebeurd -- om de discussie die wij bij de eerste behandeling hebben gevoerd, over te doen. Alle argumenten zijn eigenlijk wel gewisseld. Ik vond het ook wel grappig om te zien dat daaraan in de Eerste Kamer niet veel nieuws is toegevoegd. Grappig, maar ook wel jammer omdat ik daaraan in mijn eerste termijn van de behandeling van het wetsvoorstel aandacht heb besteed. Wat de rechtszekerheid betreft ben ik wel benieuwd naar het oordeel van de Eerste Kamer.
Dit alles heeft geleid tot een novelle waarbij de vraag voor de fractie van de ChristenUnie in de Tweede Kamer is of deze novelle tegemoetkomt aan de bezwaren die wij in de eerste behandeling in de Tweede Kamer hadden. De grote vraag is of de aanpassingen, met name de verlenging van de termijn, niet meer de terugwerkende kracht en de termijn van tien jaar die ingaat na de laatste investering, voldoende tegemoetkomen aan de bezwaren die wij toen hadden. Feit is dat er met deze verlenging meer tijd is om inderdaad rustig af te bouwen en de gedane investeringen, als het gaat om de welzijnsinvesteringen, daadwerkelijk te kunnen afschrijven.
Mijn fractie houdt grote twijfel of er bij een overstap voldoende tijd is om reserves voor pensioen op te bouwen die men nu gaat verliezen. Het gaat dan niet alleen om de waarde van het bedrijf, maar ook om de schade waar jonge ondernemers tegenaan kijken door wat zij aan pensioen moeten betalen aan hun voorgangers. Naar onze overtuiging voldoen het wetsvoorstel en de novelle hier niet aan. Zij voldoen wel aan de voorwaarden op het gebied van de welzijnsinvesteringen, maar niet wat dat andere betreft.
De twijfel over de enorme waardedaling van een bedrijf zodra er een verbod op ligt, wordt niet weggenomen. Nertsenbedrijven zijn gevestigd op een klein oppervlak. Uit de nota naar aanleiding van het verslag blijkt dat de waarde van de grond en de opstallen rond €500.000 ligt. Als dat de waarde is die eruit komt, zal dat veel te weinig zijn voor jonge ondernemers om een doorstart te maken naar een ander agrarisch bedrijf of om überhaupt financiering te vinden voor een nieuw agrarisch bedrijf. Investeringen die zijn gedaan om een bedrijf over te kunnen nemen, kunnen niet snel worden terugverdiend, gezien het beperkte grondgebruik van de huidige fokkerijen.
De heer Koopmans (CDA):
We kennen de heer Cramer al jaren als iemand die op een constructieve manier meedenkt vanuit zijn eigen en de door zijn partij geformuleerde principes. De vorige keer heeft het niet aannemen van het ingediende amendement ertoe geleid dat de ChristenUnie het wetsvoorstel uiteindelijk niet heeft gesteund. Is hij nu al in staat om antwoord te geven op de vraag wat hij gaat doen met de voorliggende novelle, als het amendement het niet haalt?
De heer Cramer (ChristenUnie):
Ik ga er eigenlijk vanuit dat de indieners mijn amendement op gelijkwaardige wijze zullen beoordelen als de vorige keer. Ik kom nog terug op de aanpassing die ik heb aangebracht. Ik weet dat we inhoudelijk verschillen, maar ik denk dat het correct is voor het debat om eerst het antwoord in eerste termijn af te wachten.
De heer Koopmans refereerde er al aan dat je bij het voorliggende voorstel gaat denken over wat we precies aan de vork hebben en hoe wij daar in deze Kamer een goede conclusie aan kunnen verbinden. Ik heb er serieus over nagedacht of wij iets zouden moeten doen in de lijn van de novelle, maar mijn bezwaar dat er veel onzekerheid is over wat nu precies die schade is, is daarmee niet weggenomen, zoals ik al even heb gewisseld in het interruptiedebat met mevrouw Ouwehand. In eerste termijn was mijn bezwaar ook dat ik dat niet weet. We kunnen dat nog uitgebreid onderzoeken, maar daar zullen we niet achter komen, denk ik. Daarom heb ik ervoor gekozen om in lijn met het eerste debat consequent te zijn en mijn amendement opnieuw in te dienen. Met deze route is er misschien geen zekerheid over hoe lang het duurt, maar wel dat het uiteindelijk wordt afgebouwd. Hierover verschil ik van inzicht en beoordeling met mevrouw Ouwehand, maar dat moet dan maar.
De vorige keer hebben we een discussie gehad over de tijdsduur van de afbouw. Omdat ik deze ter harte heb genomen, heb ik ervoor gekozen om het percentage nertsenrechten voor herverdeling op 30 te stellen in plaats van op 40. Als ik het op nul zou stellen, zou ik onrecht doen aan mijn eigen bijdrage.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Twee vragen. In het verslag hebben wij de indieners ook gevraagd om te reageren op de prijsontwikkeling die we hebben gezien. Pelsen leveren nu 60% meer op dan een jaar geleden. Dat zou ook iets kunnen zeggen over de terugverdientijd van de investeringen. Hoe kijkt de ChristenUnie daarnaar? Ik ben wel een beetje verbaasd dat de ChristenUnie er met zes jaar extra nog steeds niet van overtuigd is dat de investeringen kunnen worden terugverdiend. Graag een reactie daarop.
Wij gaan het amendement niet steunen, maar ik heb er toch een vraag over. Ik zie dat de ChristenUnie spreekt over koppeling aan de Wet Milieubeheer en de vergunningen die in dat kader zijn verstrekt, maar het gaat natuurlijk ook om natuurbeschermingswetvergunningen. Is dat een lacune in het amendement of is daar bewust voor gekozen?
De heer Cramer (ChristenUnie):
De exacte formulering is opgesteld door het Bureau Wetgeving, met de kennis die dat heeft van alle wetgeving. Ik ga ervan uit dat deze juridisch sluitend is. Ik ben geen jurist en ik laat mij graag adviseren. Zij hebben gezegd dat dit een sluitende formulering is voor de huidige wetgeving.
Over die zes jaar extra verschillen wij echt van mening. Het is niet zes jaar extra. Mijn kritiek de vorige keer was dat wordt gezegd dat tien jaar voldoende zou moeten zijn om de welzijnsinvesteringen terug te verdienen, maar dat die tien jaar al niet meer bestonden, omdat het oorspronkelijke initiatief inging op 1 januari 2008. Bij de behandeling in 2009 en 2010 waren er dus al twee jaar vanaf.
Effectief was het dus minder dan tien jaar. Wat er nu gebeurt is volgens mij correct. Ik ben blij dat de indieners zeggen: we gaan uit van een periode van tien jaar na de laatste welzijnsinvesteringen. Daarmee komen we dus uit op 2014. Dat is geen zes jaar extra, het is gewoon een normale periode van tien jaar.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ga even door op die redenering -- laten wij het voor dit geval dan eventjes eens zijn. Er is een prijsontwikkeling geweest, waardoor de prijzen voor pelzen 60% hoger liggen. Dan kunnen de investeringen toch sneller worden terugverdiend? Heeft de ChristenUnie dat ook meegewogen? Hoe ziet zij dat?
De heer Cramer (ChristenUnie):
Het is een goed economisch gebruik dat je nooit alleen kijkt naar één jaar dat een goed jaar was. Als ik alle landbouwers in Nederland, nadat ze een goed oogstjaar hebben gehad, zou vragen of zij menen opnieuw te kunnen investeren, zullen de meesten zeggen: ja, maar vorig jaar of het jaar daarvoor was het toch echt niet best. Zij zullen dat altijd in het perspectief plaatsen van een gezonde bedrijfsvoering over meerdere jaren. Dat er één goed jaar tussen zit, is prima. Dat zou ertoe kunnen leiden -- als het wetsvoorstel wordt aangenomen -- dat ondernemers eerder gaan zoeken naar een andere bedrijfsinvulling, als dat lukt, maar dat laat onverlet dat wij hier praten over het principe voor goede en voor slechte jaren.
Om in stijl te blijven, hebben wij het amendement opnieuw ingediend. Ik hoop op een inhoudelijke discussie hierover met de indieners. Ik weet hun bezwaren van de vorige keer nog en ik heb daaraan willen tegemoetkomen. Voor de ChristenUnie is het wel cruciaal, omdat naar onze overtuiging de huidige lijn van het wetsvoorstel, inclusief de novelle, onvoldoende tegemoetkomt aan onze oorspronkelijke bezwaren over de schade voor de ondernemers.
De discussie gaat vaak over het rentmeesterschap. Rentmeesterschap wordt altijd ingekleurd als een goede zorg voor de schepping. In mijn eerste behandeling heb ik gezegd dat rentmeesterschappers ook nadenken over wat er met de ondernemers gebeurt. Wij zijn van mening dat de ondernemers met dit wetsvoorstel in de kou worden gezet. De ChristenUnie heeft duidelijk neergezet dat zij het doel van het wetsvoorstel -- het stoppen van de nertshouderij -- steunt. De nerts houd je niet alleen voor zijn bont. Dat is een keuze die onze partij heeft gemaakt. Wij steunen echter niet de manier waarop het wetsvoorstel de nertshouderij beoogt te stoppen.
Voorzitter. Staat u mij toe twee opmerkingen te maken die eigenlijk niet aan de orde zijn. Collega Graus refereerde eraan dat wij met de commissie-De Wit in het donker hebben gezeten. Ik wil even melden dat het licht uitviel; wij hebben uiteindelijk bij het licht van de beamer onze conclusies scherp gesteld. Als ik de reacties van de Kamer in aanmerking neem, is dit gelukt. Er was dus niets geheimzinnigs aan en wij hebben niet in het donker vergaderd of in het duister gesproken.
Tot slot. Er zijn mooie woorden gericht tot de vertrekkende Kamerleden. Ook voor mij is het een beetje een afscheidsdebat. Er bestaat niet zoiets als een omgekeerde maidenspeech, maar zo voelt het toch. Ik heb de afgelopen drie jaar met buitengewoon veel plezier in de Kamer gewerkt. In het bijzonder dank ik collega Van der Vlies, die er, ook in de belevingen uit mijn jeugd, altijd was. Ik dank hem voor zijn inspanning in de Kamer en in deze commissie. Ik wens de indieners van het wetsvoorstel alle goeds toe in de periode na het actieve Kamerlidmaatschap.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Gerkens van de SP. Ik denk dat wij ook van haar voor het laatst zullen luisteren naar een inbreng.
Mevrouw Gerkens (SP):
Aan deze kant van de tafel wel, maar ik weet niet of ik ooit in vak K terecht zal komen.
De voorzitter:
That's the spirit!
Mevrouw Gerkens (SP):
Ik heb net namelijk een breekpunt gehoord vanuit de flanken van de CDA-fractie. De heer Koopmans zei heel duidelijk dat hij, als hij met de PVV aan tafel gaat, zou willen dat dit punt besproken wordt. Ik zou zeggen: laat de fractievoorzitter, de heer Verhagen, nu meteen aanschuiven, dan kan hij dat wellicht iets sneller oplossen. Op dat punt steun ik dan ook de vraag van de heer Wilders.
De heer Koopmans (CDA):
Ik heb niet het woord "breekpunt" genoemd; ik zou het liever een "nu breekt mijn klomp"-punt willen noemen.
De voorzitter:
Dat is een nieuw soort punt.
Mevrouw Gerkens (SP):
Ik begrijp dat de heer Koopmans liever geen breekpunten formuleert op dit moment, maar zo klonk het wel.
Voorzitter. Het houden en doden van dieren enkel en alleen om hun velletje is moreel verwerpelijk. Hoe mooi bont ook is, er zijn voldoende alternatieven waar geen dierenleed tegenoverstaat. Uiterlijk mag geen aanleiding zijn tot het laten lijden van levende wezens. Die discussie hebben wij in deze Kamer uitgebreid gevoerd.
De meerderheid van deze Kamer heeft ervoor gekozen om pelsdieren te beschermen tegen de ijdelheid van de mens. Die meerderheid bestaat niet alleen in de Kamer, maar ook onder de bevolking. In de afgelopen jaren is uit diverse opiniepeilingen gebleken dat een overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking tegen het fokken voor bont is. Tegen die leden in deze Kamer die denken dat wij geen beleid maken op basis van opiniepeilingen, zeg ik dat een dergelijke uitspraak inderdaad waar is. In dit land maken wij wetten op basis van onze overtuiging van wat juist is. Als het goed is, vormen wij hier met zijn allen een afspiegeling van de maatschappij. Inderdaad, dat klopt, want een meerderheid van de Kamer is voor een verbod op het houden van pelsdieren voor bont. Dat klopt, want ook een meerderheid van de Nederlandse bevolking is daar voor. In de oude Kamer is er een meerderheid voor een verbod, maar ook morgen in de nieuwe Kamer mede dankzij de steun van de PVV. Ik had ook niet anders verwacht, want ik ken de heer Graus als een man van zijn woord.
De behandeling van dit wetsvoorstel heeft de nodige tijd in beslag genomen. Zo het er nu uitziet, dringt de realiteit door dat de houders hierdoor benadeeld kunnen worden bij het terugverdienen van de investeringen die moeten worden gedaan met het oog op het dierenwelzijn. Er zou ook rechtsongelijkheid kunnen ontstaan tussen hen die al investeringen hebben gedaan en hen die pas de laatste in 2013 zouden hebben voltooid. De indieners willen dit hiaat dichten met deze novelle. Ik dank de Voorzitter voor het begrip dat zij heeft getoond waardoor de initiatiefnemers deze novelle nog zelf hier vandaag kunnen behandelen.
Ik hekel de leden van de Kamer die kennelijk slecht met de democratische meerderheid kunnen omgaan, want ik lees in het verslag van de Kamer vragen die wij uitgebreid hebben besproken in de debatten over dit onderwerp. Het wetsvoorstel wordt technisch gewijzigd, maar weer ziet men aanleiding om de hele discussie over te doen. Ik zwaai hier om kwart over drie af en ik wil het niet veel later maken dan nodig is. De heer Koopmans denkt daar echter anders over.
De heer Koopmans (CDA):
Dan past de vraag aan mevrouw Gerkens of je, als een wetsvoorstel dat in de Eerste Kamer op kritiek stuit en daarom via een novelle wordt gewijzigd, dezelfde vragen niet opnieuw zou mogen of zelfs zou moeten stellen die de Tweede Kamer en de Eerste Kamer bij de behandeling van het oorspronkelijke wetsvoorstel hebben gesteld om daar een antwoord op te krijgen. Dat is toch volstrekt logisch. Dat is toch niet -- wat een groot woord -- ondemocratisch?
Mevrouw Gerkens (SP):
Dit is naar mijn mening wel ondemocratisch. De novelle behelst een wetstechnische wijziging en het staat ons allen vrij om op dat punt vragen te stellen. Daar gaat de novelle immers over. Ik heb echter in het verslag vragen gelezen die al aan de orde zijn geweest in eerdere debatten en die uit en te na zijn besproken. Onder andere de fractie van de heer Koopmans wil die nu opnieuw oprakelen. Dan doen wij het hele debat over. De Kamer heeft daarover al gesproken en een meerderheid heeft een besluit genomen. Tegen de heer Koopmans zeg ik daarom: tel uw zegeningen en neem uw verlies, u heeft het gewoon niet gehaald.
De heer Koopmans (CDA):
Het gaat helemaal niet om wel of niet verlies nemen. Een wetsvoorstel moet ordentelijk worden behandeld. Als je van tien jaar, veertien jaar maakt maar voor het overige geen enkel principe verandert, behalve het weghalen van de terugwerkende kracht, dan is het toch van belang dat de leden van de Kamer specifiek met de indieners spreken over de vraag of er met de keuze voor veertien jaar een betere, een andere of een juiste rechtsgrond is ontstaan? Wij verschillen van mening over dit wetsvoorstel. Dat kan en dat mag en het haalt het of het haalt het niet, dat zullen wij wel zien. Mevrouw Gerkens moet echter niet stellen dat het ondemocratisch is als je probeert de wet goed te behandelen en alle facetten ervan naar voren te brengen. Dat hebben wij in het verslag gedaan en dat doen wij in dit debat.
Mevrouw Gerkens (SP):
Ik begrijp dat de heer Koopmans hier zo tegenoverstaat, maar zijn fractie heeft in het verslag opnieuw allerlei argumenten aangedragen die bij de behandeling van deze novelle niet aan de orde zijn. Daarmee wordt het debat naar mijn mening getraineerd.
De senaat heeft haar taak gedaan en zij heeft gewezen op een rechtsongelijkheid in de wet die naar haar mening te zwaarwegend is om aan voorbij te gaan. Ik vind het dan ook uiterst merkwaardig dat daar waar de senaat stelt dat dit een verbetering is voor de pelsdierhouders, de ChristenUnie daar kennelijk niet van overtuigd is. De SP is van mening dat de indieners afdoende antwoord hebben gegeven op de vragen van de ChristenUnie.
Gezien het feit dat de ChristenUnie aangeeft, moeite te hebben met het houden van dieren om de ijdelheid van de mens te dienen -- terecht, gezien haar confessionele achtergrond en het feit dat ijdelheid een van de zeven hoofdzonden is -- ben ik benieuwd of deze partij zich nu kan scharen achter het wetsvoorstel, waar zij dat eerder heeft nagelaten.
De SP heeft begrip voor de Partij voor de Dieren, die aangeeft moeite te hebben met de aanpassing. Ook die partij wijst er terecht op dat een verlenging van de periode ook een verlenging van het dierenleed is. Ik zeg u eerlijk: zo voelt mijn fractie dit ook. Tegelijk vinden wij dat serieus moet worden gekeken naar de rechtsongelijkheid. Wanneer die een argument kan worden voor anderen om op basis daarvan deze wet niet te steunen, kiest mijn fractie voor het resultaat, ook al ligt dit verder weg dan wij samen zouden wensen. Ik hoop dan ook van harte dat wij vandaag weer op de steun van de Partij voor de Dieren kunnen rekenen, zodat de partijen die het einde van de pelsdierhouderij tot stand hebben gebracht -- PvdA, SP, PVV, GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren -- ook hierin met kracht samen zullen optrekken.
Aan de minister wil ik nog vragen hoe het staat met de aangenomen motie over etiketteren; daarover is nog steeds geen duidelijkheid. Ook vroeg ik haar naar het amendement van de heer Cramer. Ik vroeg mij af of het mogelijk is om het te amenderen, omdat die amendering terugslaat op het wetsvoorstel en nu de novelle voorligt. Kan dit wetstechnisch? Graag een reactie.
Ik kom tot een einde. De indieners wil ik prijzen voor hun inzet en vechtlust, tot op de laatste dag, om deze misstand aan te pakken. Ik weet persoonlijk hoe onvolledig het voelt om de behandeling in de Eerste Kamer niet te kunnen afronden. Toch is het grootste werk gedaan. Dank!
Mevrouw Van Gent (GroenLinks):
Voorzitter. Ik zal vandaag niet de discussie overdoen die wij hierover jaren hebben gevoerd. Eigenlijk praten we in deze Kamer al sinds midden jaren negentig over een verbod op de pelsdierhouderij. En het begin van deze initiatiefwet, die natuurlijk al een aantal keren is aangepast, dateert van oktober 2006. Er zijn dus al de nodige woorden over gewisseld.
Natuurlijk wil ik mijn collega's Harm Evert Waalkens en Krista van Velzen danken voor het initiatief dat zij toen hebben genomen en dat zij hebben vastgehouden. In de wandelgangen zou je zeggen dat dit hun laatste kunstje was, maar dat vind ik verkeerd uitgedrukt. Ik zeg dat er dan ook altijd meteen bij, want het is een hele kunst geweest, en het heeft vele voeten in de aarde gehad om alle weerstanden tegen dit wetsvoorstel te overwinnen, meerderheden in de Tweede Kamer te creëren, uitgebreide discussies en debatten daarover te voeren en ook een meerderheid te winnen in de Eerste Kamer. Dat vergt politiek laveren, dat vergt politieke ervaring en dat vergt ook soepelheid, om datgene waarom het is begonnen, tot een zo goed mogelijk einde te brengen.
Ik begrijp natuurlijk wel dat er mensen zijn die ervan balen dat dit wetsvoorstel volgens hen niet snel genoeg of ver genoeg gaat. Dat gevoel bekruipt de GroenLinks-fractie ook wel, maar daarbij zijn wij ook wel weer zo nuchter om te zeggen: het is dit of niks. Dit lijkt mij een heel goede stap. Misschien moeten we wat langer wachten tot we onze zin krijgen, maar ik ga daar niet verder over kissebissen of muggenziften, want daar bereiken we helemaal niks mee. Voor ons is het helder: hoe eerder de pelsdierhouderij stopt, hoe liever ons dat is. Wij hebben daar nooit een geheim van gemaakt, maar we zullen ook moeten kijken of we daarvoor parlementaire meerderheden krijgen, met een werkbare uitkomst. Ik kan vandaag wel chagrijnig gaan doen over de verlenging van de afbouwtermijn van 2018 tot 2024, maar dat ga ik niet doen. Wel blijft de vraag of deze deal safe is, maar anderen hebben dat ook al gevraagd en je weet in de politiek nooit of iets zeker is. Ik ben wel heel benieuwd naar het antwoord.
Je zou kunnen zeggen dat door zo'n langere termijn tientallen miljoenen nertsen extra het leven gaan laten. Dat betreuren wij zeer, want het fokken van nertsen voor een overbodig, ik zou zeggen decadent luxeproduct, onder zeer dieronvriendelijke omstandigheden van fokken en vergassen, is iets waar wij zo snel mogelijk van afwillen. Ik heb dat vaak aangegeven.
Ik begrijp natuurlijk best dat het voor de nertsenhouders geen fijn nieuws is, maar wij hebben al eerder gediscussieerd over het feit dat zij welbewust blijven investeren. Ik zeg dan ook tegen hen dat het een business is die voor de toekomst niet houdbaar is.
Ik ben heel blij dat in het buitenland reikhalzend wordt uitgezien naar wat er in Nederland gaat gebeuren. Wij hoeven niet altijd achteraan aan te sluiten. Het is heel goed dat wij eens voortrekkers zijn, want het zou best zo kunnen zijn dat andere landen ons volgen als wij een stap zetten. Ik denk dan aan België, Zweden, Noorwegen, Tsjechië en wellicht op termijn ook aan Denemarken, Polen en Finland. Ten slotte vind ik het goed nieuws dat in het Europees Parlement een initiatief van start is gegaan voor een EU-verbod op de nertsenfokkerij. De GroenLinks-fractie juicht dat van harte toe.
Mijn fractie kan dus leven met deze novelle. Het is niet anders zou ik willen zeggen. Het gaat mijn fractie uiteindelijk -- met de nadruk op uiteindelijk -- wel om de goede zaak. Wij zullen dit voorstel dan ook blijven steunen.
Voorzitter. Een extra lichtpuntje in dit debat is het gekissebis tussen CDA en PVV. Dat zie ik natuurlijk graag in deze fase vlak na de verkiezingen! Ik hoop dat het niet bij dit ene meetpunt blijft, maar dat er nog veel van dit soort meetpunten volgen in de informatie, want ik hoop dat het bij een informatieronde voor een combinatie CDA, PVV en VVD blijft.
Alle collega's die vandaag hun laatste bijdrage hebben geleverd en op zoek gaan naar een nieuwe uitdaging bedank ik voor hun grote collegialiteit. Het valt in de Tweede Kamer niet altijd mee, want soms hebben wij enorme meningsverschillen. Wij hebben soms pittige debatten, maar ik ben blij dat het een kenmerk van ons politieke bedrijf is dat wij niet haatdragend zijn en in de wandelgangen op een normale manier met elkaar om kunnen gaan.
Ik zei zojuist tegen de heer Van der Vlies: Ik was het weer volledig oneens met uw laatste bijdrage. Toch vond ik het een zeer bijzonder moment, net zoals ik het heel bijzonder vond om de hand van mevrouw Van der Vlies en een van haar dochters te kunnen schudden. Ik volgde mevrouw Van der Vlies gisteren nog op Radio 1 en toen dacht ik al: Het worden heel mooie tijden in huize Van der Vlies met prachtige uitdagingen! Ik wens u beiden alle goeds.
Ik heb de heer Van der Vlies al eerder toegesproken. Ik zal dat niet doen bij de afzonderlijke collega's, want ik ben een beetje een watje en vind het heel moeilijk om van al die fijne collega's afscheid te moeten nemen. Maar ja, zo gaat het nu eenmaal. Ik wens iedereen alle goeds. Er liggen vast prachtige tijden buiten de Kamer op hen te wachten, want de wereld houdt hier echt niet op. En dat is maar goed ook!
Voorzitter. Alle steun voor de novelle en nogmaals mijn dank aan de initiatiefnemers voor hun harde werk en hun doorzettingsvermogen.
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Toch nog maar even terug naar het eigenlijke onderwerp.
Hoor ik u nu echt de sector verwijten dat er nog steeds wordt geïnvesteerd, ook al weet men dat er een einde aan komt? Zo ja, dan vind ik dat heel treurig, want de wet schrijft nu eenmaal voor dat de sector blijft investeren. De indieners houden ook gewoon vast aan die wet. Kunt u mij zeggen waarom u zo'n uitspraak denkt te moeten doen?
Mevrouw Van Gent (GroenLinks):
Wij hebben deze discussie al vaker uitgebreid gevoerd. Mijn opmerking was overigens niet verwijtend bedoeld. Het was een nuchtere constatering. Toen wij spraken over de investeringen in diervriendelijker fokmethoden, heb ik al gezegd dat er de nodige vraagtekens bij het nut van deze investeringen gezet konden worden. De hele pelsdierhouderij bevalt ons immers niet. Wij hebben deze afweging gemaakt, maar u klampt zich vast aan de hoop dat het door die investeringen diervriendelijker kan. Daar kijken wij fundamenteel anders tegenaan. Ik maak dus niemand verwijten; het is een nuchtere constatering.
Mevrouw Jacobi (PvdA):
Voorzitter. Op deze gedenkwaardige dag allereerst dank aan de initiatiefnemers voor deze novelle. Ik houd het maar even kort op dit punt. Ik dank alle door mij gewaardeerde collega's, waaronder opnieuw de initiatiefnemers, voor de samenwerking. Dank voor de inzet voor het dierenwelzijn en alle onderwerpen van de vaste commissie voor LNV. Velen van u zal ik absoluut missen en ik wens u alle goeds voor de toekomst.
Vanaf dit katheder wil ik ook een felicitatie uitspreken aan mevrouw Ouwehand. Zij is vanmorgen uitgeroepen tot groenste politicus van het jaar. Daarmee neemt zij mijn lint over. Wat mij betreft is het, zoals bij vele onderwerpen, samen verder voor goede natuur.
Deze novelle ziet mijn partij als een technische wijziging in een heel lang, meerjarig en moeizaam debat over deze kwestie. Er is goed geluisterd naar de meest wezenlijke kritiek op technisch en juridisch niveau. Het is verstandig dat in deze novelle wordt aangegeven dat het verbod wordt verschoven naar 2024. Wat ons betreft wordt daarmee aangesloten bij een uitspraak van het Europese Hof over redelijke termijnen. Ik zie graag de verdere reactie van de initiatiefnemers tegemoet.
De voorzitter:
Na de schorsing gaan wij luisteren naar het antwoord van de initiatiefnemers. Ik verzoek u allen met mij te denken aan de rest van de agenda bij de hervatting van het debat.
De vergadering wordt enkele minuten geschorst.
Mevrouw Van Velzen (SP):
Voorzitter. Ik constateer dat een aantal collega's nog niet aanwezig is, maar ik zal omwille van de tijd toch beginnen met de eerste termijn van de indieners. Ik spreek allereerst een dankwoord uit in de richting van de collega's van met name de fracties van het CDA en de VVD. Zij waren tegen het behandelen van deze novelle maar hebben ons toch de mogelijkheid geboden om in de periode waarin wij nog zittend Kamerlid zijn deze novelle te verdedigen. Dat is erg coulant en ik hoop dat zij die houding tot drie uur vanmiddag wensen vol te houden. Dit is een historisch moment, waarop de Kamer een belangrijke stap zet in de richting van een verbod op het fokken van dieren, het fokken van nertsen voor pelzen voor bontjassen. Het gaat om het vergassen van 5,5 miljoen dieren voor, wat zo prachtig in het vorige debat "pronkzucht" werd genoemd.
Wij spreken vandaag over een technische wetswijziging, een wijziging waarmee de overgangstermijn wordt verlengd. Het is verleidelijk om de hele discussie opnieuw te voeren en om op alle slakken opnieuw zout te leggen, maar ik ben dat niet van plan. Ik zie wel dat sommige mensen blij zijn met een verlengde overgangstermijn. Dat betreft met name de tegenstanders die desalniettemin niet zullen instemmen met het wetsvoorstel. De mensen die positief waren over het wetsvoorstel, zijn uiteraard teleurgesteld dat het verbod op een latere termijn zal ingaan. Compromissen maken, is een onderdeel van het politieke handwerk. De redelijkheid van het verlengen van de overgangstermijn, wat eigenlijk de kern is van deze novelle, kunnen wij wel degelijk aantonen. Ik zal daarvoor collega Waalkens straks het woord geven. Ik ben in ieder geval vol hoop dat onze opvolgers, die straks in de Eerste Kamer het initiatiefvoorstel mogen verdedigen, op steun zullen kunnen rekenen.
Vanaf deze plek dank ik de collega's die verder gaan met het politieke werk en de collega's die vandaag hun laatste dag in deze Kamer, in elk geval voor dit moment, beleven. Ik loop niet iedereen af, maar ik richt in elk geval een woord tot collega Van der Vlies. Hij heeft mij op verschillende momenten gewezen op mijn taalgebruik. Op die momenten was ik mij er totaal niet van bewust dat de woorden die ik gebruikte kwetsend waren voor hem. Indachtig de woorden van Freek de Jonge -- ik ben een socialist, een rechtgeaarde, maar er komt een eind aan mijn geduld -- heb ik de minister die nu naast mij zit een keer toegebeten dat zij als de "piep" aan de slag moest gaan. Ik zal dat woord nooit meer gebruiken omdat de heer Van der Vlies mij vanuit zijn bijbelkennis uitlegde waarop dat woord terugsloeg. Ik wens hem te danken voor zijn suggestie om mijn taalgebruik minder kwetsend te maken als dat niet nodig is zonder de scherpte van de inhoud te verliezen.
Ik dank ook de leden Polderman en Gerkens voor de fantastische samenwerking. Wij komen elkaar allicht als partijgenoten nog veel tegen. Ook de heren Waalkens en Cramer, die vandaag voor het laatst aanwezig zijn, dank ik hartelijk. De heer Graus is momenteel niet in de zaal maar ik neem aan dat hij mijn woorden op een andere manier nog tot zich neemt. Ik dank de heer Graus voor zijn standvastigheid. Wij waren het vaak op punten niet eens, maar op het gebied van dierenwelzijn was hij altijd eerlijk, duidelijk en standvastig. Ik heb het altijd als heel mooi ervaren dat hij niet boog onder de druk van partijen die meer van zijn signatuur zijn. Dierwelzijn overstijgt partijbelang. Ik dank de heer Graus ook voor zijn aanhoudende steun voor dit wetsvoorstel.
De heer Van der Ham vroeg of er nog verbeteringen in dierenwelzijn te verwachten zijn tot 2024 wanneer dit verbod ingaat als de Tweede en Eerste Kamer het initiatiefvoorstel aannemen. Ik wijs hem erop dat wij ervoor gekozen hebben om geen suggesties te doen richting het productschap over morrelen aan de afspraken over welzijnsinvesteringen. Die worden gewoon netjes aangehouden. Er bestaan verschillende meningen over hoe sterk de welzijnsverbetering is, maar het leek ons in ieder geval wenselijk om aan die afspraken niet te morrelen. Het gaat om afspraken die worden gedragen door de sector, het productschap en naar ik meen ook door de meeste fracties in de Kamer.
De heer Koopmans heeft gezegd dat wij vooroplopen in Europa als het gaat om welzijnseisen. Ik wijs hem erop dat de welzijnseisen in Nederland conform de Europese richtlijnen zijn en dat andere landen dus ook hiernaar moeten streven. In landen zoals Denemarken zijn de normen al ingevoerd. De heer Koopmans wees op Nederlanders die in Polen een bedrijf hebben. Zij geven zelf aan dat zij aan deze normen voldoen, dus dat zij in Polen, waar andere normen gelden, gewoon de Nederlandse en Europese normen aanhouden. Ik heb dat gelezen in het blad van de pelsdierhouderijsector. Ik wens ze daarvoor te prijzen. Naar een ander land vertrekken waar lagere normen gelden, wil dus niet zeggen dat je er ook lagere normen op na moet houden. Het zijn minimumnormen en geen maximumnormen. Ook in landen zoals Noorwegen en Finland zijn slechts kleine verschillen te zien ten opzichte van de situatie in Nederland. In Duitsland zijn al veel hogere normen aangekondigd. Wij zijn dus niet zo uniek in deze situatie.
Voorzitter: Van Beek
Mevrouw Van Velzen (SP):
Ik hoorde de heer Van der Vlies woorden over Israel uiten. Uiteraard verdient dit land, dat wel degelijk een voortrekkersrol inneemt in het willen verbieden van zowel het fokken van dieren voor bont als de handel, enorme complimenten. Die stap hebben wij in Nederland nog niet genomen. Ik sluit niet uit dat het een volgende stap kan zijn. De heer Van der Vlies zei dat de complimenten verder zouden moeten gaan. Wij hoeven het hier niet per se te hebben over het internationaal beleid, maar ik kan mij wel voorstellen dat wij landen zoals Engeland prijzen, waar al een verbod geldt, en dat wij het kunnen hebben over Hongarije, Oostenrijk en alle andere landen die bezig zijn met stappen te bedenken of al stappen hebben genomen.
Hier geldt inderdaad -- ik hoorde zonet de discussie aan de interruptiemicrofoon -- het stramien van mevrouw Snijder. Je wilt iets verbieden, bijvoorbeeld het doodknuppelen van zeehondenbaby's, je weet dat je in Nederland bezig bent maar toch heb je het gevoel dat er een bredere beweging gaande is, juist ook omdat het wordt gedragen door de bevolking. Ik heb het vertrouwen -- garanties zijn er niet -- dat het hierbij niet zal blijven, maar dat ook andere landen hierin een positief signaal zien om het fokken van dieren voor bont te verbieden. Het is dus zeer wel mogelijk dat het grote succes dat mevrouw Snijder heeft geboekt met haar initiatiefwet, die zij eerst met mevrouw Kruijsen en later met de heer Waalkens heeft verdedigd en die uiteindelijk is omgezet tot een Europees verbod, hier wordt herhaald. Ik ben ook benieuwd wat de minister zal zeggen over het uitvoeren van de motie om hierop hard te zetten, zodat het niet blijft bij een Nederlands verbod maar dat het zal worden opgewaardeerd tot een Europees verbod.
Tot mevrouw Ouwehand zeg ik dat ik haar volledig begrijp. Ik begrijp haar teleurstelling en haar kritische houding. Sterker nog, als ik op haar stoel had gezeten, zou ik waarschijnlijk dezelfde woorden hebben geuit. Mevrouw Ouwehand zei dat zij liever gisteren een dergelijk verbod had gewild; ik had het liever eergisteren gewild. Politiek bedrijven en leven in een democratisch land is echter prachtig. Dat betekent dus ook dat je compromissen moet sluiten. Als het compromis is dat er wel een verbod komt dan teken ik daarvoor, liever dan dat er geen verbod komt en wij aan de kant staan met een prachtig verhaal maar geen resultaten. Zo is de realiteit. Ik hoef de vraag niet eens te stellen; ik weet dat mevrouw Ouwehand mij zal steunen. Ik kan mij niet anders voorstellen van de Partij voor de Dieren.
De heer Van der Vlies heeft gezegd dat een ethisch kader ontbreekt. Ik denk dat wij in de afgelopen jaren veelvuldig de discussie hebben gevoerd over hoe ethisch het is om dieren te houden voor een luxeproduct. Ik schaar hem aan mijn zijde als het gaat om afstand te willen nemen van pronkzucht die dierenleed veroorzaakt. Wij hebben inderdaad gezegd dat het doel geen enkele welzijnsaantasting rechtvaardigt. Die welzijnsaantastingen zijn er. Ik hoef niet de discussie over te doen waarin wij alle onderzoeken op een rij hebben gezet waaruit blijkt dat het welzijn wel degelijk wordt aangetast.
Hij vreest een precedentwerking. Ik acht de precedentwerking iets wat voor een rechter speelt. Als wij hier echter een besluit nemen, zijn wij er ook bij om bij een eventuele verfolgstap te zeggen: ho, maar dat gaat te ver. Wij hebben hier het besluit genomen -- of gaan dat hopelijk straks doen -- om het fokken van dieren voor bont niet langer acceptabel te achten. Als er een volgende stap komt, zijn wij daar allebei niet meer bij, maar in overdrachtelijke zin is de Kamer, zijn de Staten-Generaal, er altijd bij. Zij kunnen daar iedere keer weer een eigen overweging over maken.
De heer Van der Vlies (SGP):
Voorzitter. Het gaat mij inderdaad om die precedentwerking, althans in dit deel van mijn bijdrage in eerste termijn. Als de redenering die de indieners ten grondslag leggen aan hun initiatiefwetsvoorstel -- en op zichzelf heb ik daar natuurlijk respect voor -- geaccordeerd wordt door de wetgevende macht, dan zou die ook door kunnen werken naar andere segmenten in het omgaan van mensen met dieren. Ik heb als voorbeeld de sportvisserij genoemd. Ook daarbij valt nog de een of andere kanttekening te maken. De sportvisserij reageert daar overigens op en dat doet de nertsenhouderij eveneens. Dus waar houdt die redenering een keer op?
Mevrouw Van Velzen (SP):
Deze redenering houdt op bij het stemmen over dit initiatiefwetsvoorstel. Dit is wat voorligt en verder niets. Uiteraard kunnen er vervolgstappen genomen worden. Dat is aan een volgend kabinet, dat is aan Kamerleden die initiatieven wensen te nemen. Die hebben wij op onderdelen al genomen. Ik kan mij herinneren dat ik met u, mijnheer Van der Vlies, in een debat zat over de visserij. U noemt dat voorbeeld. Toen hebben wij met elkaar besloten dat wij het rallyvissen -- met zijn allen langs het water en dan kijken wie de meeste vissen uit het water haalt -- toch niet meer van deze tijd vinden en onwenselijk achten. Dat is dus verboden, met een tijdelijke uitzondering voor enkele noordelijke provincies. Dat is voortschrijdend inzicht, maar het had geen precedentwerking. Wij bezien met elkaar elke stap, de Raad van State kijkt ernaar en ik heb geen angst dat, als wij nu besluiten om deze sector op termijn te verbieden, elke andere sector ook verboden zou worden. Daar zijn wij met elkaar bij en het lijkt mij ook niet wenselijk om ervan uit te gaan dat als we hier ja tegen zeggen, dat we dan ja zeggen tegen een hele trits aan andere voorstellen. Dit is wat er voorligt.
De heer Van der Vlies (SGP):
Ik ben blij dat mevrouw Van Velzen dit zegt, want dan ligt het nu vast in de wetsgeschiedenis. Het zou niet ongebruikelijk zijn om aan een stelling die onderbouwend is aan een beweging binnen de wetgevende macht een precendentwerking toe te kennen. Zij amputeert die en dat lijkt mij winst.
Mevrouw Van Velzen (SP):
Dat doe ik nog steeds in de volle hoop dat ik de steun van de heer Van der Vlies zou mogen winnen voor dit wetsvoorstel, hoewel ik daar nuchter in ben en het ergste vrees, gezien de houding van de heer Van der Vlies.
Bij de eerdere behandeling van dit wetsvoorstel heb ik al aangegeven dat dit wetsvoorstel slechts over het fokken van dieren gaat. Wij hebben een discussie gevoerd over de vraag waarom het niet over de handel in bont gaat. Ik heb aangegeven -- en ook dat is geen precedentwerking, zeg ik tegen de heer Van der Vlies -- dat ik het redelijk zou vinden als dit de volgende stap in de discussie was. Het is natuurlijk maar een halve stap om het fokken te verbieden en de producten vervolgens alsnog netjes toe te laten op de markt. Daar zit een hele discussie achter op het vlak van het handelsrecht en de WTO-criteria. Dat is geen onderdeel van deze wet, maar ik zou het toejuichen als mijn collega's en mijn opvolgers deze volgende stap in de wetsgeschiedenis zouden willen zetten.
Naar mijn inzien heb ik alle vragen beantwoord op de terreinen die ik mij heb toegeëigend. Rest mij nog om als afscheidnemend Kamerlid te zeggen: het waren elf fantastische jaren, dank u wel.
De heer Waalkens (PvdA):
Voorzitter. Ik dank de collega's voor hun inbreng in eerste termijn. Een aantal collega's heeft gerefereerd aan het moment waarop wij dit initiatiefwetsvoorstel, deze novelle, behandelen en aan het feit dat dit een novum is. Het is ook voor ons een aangelegen moment om dit wetsvoorstel, de novelle, met de Kamer te bespreken. Ik heb mij voorgenomen om de resterende vragen langs te lopen, zonder enige uitlokking met als gevolg een herhaling van het debat over zaken die buiten de novelle al eerder in de Kamer zijn gewisseld.
Ik loop de inbreng langs van de woordvoerder van de fracties. In eerste instantie wil ik aanhaken bij de reactie van collega Van Velzen op de opmerkingen van de heer Van der Ham waarin hij refereert aan de welzijnsinvesteringen. Ik denk dat die adequaat beantwoord zijn: wij blijven op koers met de verordening die is vastgesteld door het productschap; in gemeen overleg binnen het productschap is een aantal verplichtingen voor de ondernemers in de sector beschreven.
Aan mevrouw Ouwehand wil ik ook mijn felicitaties overbrengen voor de verkiezing van de groenste politica van het afgelopen jaar. Er liggen veel ambities voor de komende periode, maar dit lint kunt u met trots dragen. Gefeliciteerd! Collega Van Velzen, mede-initiatiefnemer, heeft gezegd dat u het jammer vindt dat wij met het oog op het realisme en het recht doen aan de afspraken die wij in het eerste wetsvoorstel hebben neergelegd, de sector de kans geven om in een overgangstermijn van tien jaar de investeringen terug te verdienen. Straks zal ik in reactie op de opmerkingen van de woordvoerder van de ChristenUnie daar verder op ingaan. Hij is namelijk ook bezig geweest om de zoektocht zodanig te laten uitmonden dat het ook voor hem acceptabel zou zijn om dit wetsvoorstel en deze novelle te steunen. Ik begrijp uw ongeduld, mevrouw Ouwehand, het zit ook een beetje in u. Daarvoor bent u ook te prijzen.
In de bijdrage van de woordvoerder van de CDA-fractie is vanmorgen nog eens ingegaan op de inadequate rechtsgrondslag van het wetsvoorstel. In de heel zorgvuldige zoektocht naar het zo stevig mogelijk maken van dit wetsvoorstel voor de Kamer hebben wij ook het advies van de parlementaire advocaat gevraagd. Natuurlijk is er een "tegenreactie" gekomen, ook van de zijde van de CDA-fractie en van de sector. Het wetsvoorstel zou namelijk schuren met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. In de uiteindelijke beoordeling door ons zijn wij zo ver gekomen dat wij ons des te meer gesterkt voelen door de uitspraak van de parlementaire advocaat in zijn advies.
De CDA-woordvoerder zegt dat door dit wetsvoorstel het schip van de economie nog verder lek wordt geschoten. Ik begrijp uiteraard zijn bezorgdheid over de werkgelegenheid in de Nederlandse economie. Als wij de Nederlandse economie echter willen grondvesten op duurzame ontwikkelingen die perspectief houden voor economische resultaten, moet je voor de korte termijn je ogen niet sluiten voor de stappen die wij moeten zetten om die duurzame economie te bereiken. Een onderdeel daarvan is dus oog hebben voor het dierenwelzijnsaspect en alles wat daar omheen zit.
De CDA-woordvoerder heeft nogmaals zijn zorgen uitgesproken over de mogelijke risico's van schadeclaims. Ook op dat punt kunnen de adviezen van onder anderen de parlementaire advocaat natuurlijk ter beoordeling worden voorgelegd aan de rechter, maar in onze opvatting is zowel via het wetsvoorstel dat nu in de Eerste Kamer ligt als met name de novelle sprake van een versteviging door de toezegging dat de investeringen kunnen worden terugverdiend in de overgangsperiode. De schadecompensatie zit daarin. Wij hebben een en ander zo ver opgerekt dat het oorspronkelijke onderscheid tussen degenen die geïnvesteerd hebben en degenen die nog niet geïnvesteerd hebben, heel nadrukkelijk is weggehaald via de novelle. Daar gaat het op dit moment over.
In het oorspronkelijke wetsvoorstel had dat terugwerkende kracht met de melding. Dat hebben wij nu veranderd in de eindtermijn van 2024. Daarmee is de totale tijdsduur om de schade en de waardedaling in tijd te compenseren.
De heer Koopmans (CDA):
In de nota naar aanleiding van het verslag schrijven de indieners als volgt: "Het mag duidelijk zijn dat de rijksoverheid een enorme bezuinigingstaakstelling heeft uit te voeren en een serieuze financiële compensatie van nertsenhouders daarbinnen op dit moment geen optie is." Dat brengt mij tot twee vragen. De eerste vraag is of dit niet een omkering van de bewijslast is. Wij als wetgever en u als indieners hebben toch aan te geven dat er geen sprake is van een schadevergoeding? Dat doet u niet, u draait het om. U zegt: er is geen geld en daarom kunnen wij ook geen geld geven. De tweede vraag is hoe ik de opmerking in de nota naar aanleiding van het verslag "daarbinnen op dit moment geen optie is" moet lezen.
De heer Waalkens (PvdA):
Alle inspanningen zijn gericht geweest op een adequate compensatie. Dat kun je doen door een korte klap te maken en te zeggen: dan gaan wij ook per direct het verbod instellen, zoals wij ook eerder met andere sectoren hebben gedaan. Dan ben je gehouden aan een schadecompensatie. Wij hebben het debat gevoerd over de kokkelvisserij. Daaruit is ook een compensatie gekomen. Wij hebben steeds gezegd dat de compensatie in het verlengde ligt van de tijd die wij daarvoor nemen. Gezien de zorgvuldige behandeling die wij in de Kamer hebben gehad, met alle mogelijke onderzoeken die er zijn uitgevoerd, zijn wij steeds teruggekomen op het oorspronkelijke rapport van oud-collega Van Noord, waarin heel nadrukkelijk staat dat de tienjaarsperiode voor het kunnen terugverdienen van investeringen in met name roerende goederen een adequaat antwoord is op de schadecompensatie. De claim is van een andere orde. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft heel nadrukkelijk de uitspraak gedaan dat je bij ontneming van eigendom gehouden bent aan een schadecompensatie. Er is geen sprake van het ontnemen van eigendommen, maar van een zware regulering van vergunningen. Zo hebben wij dat geïnterpreteerd, ook naar aanleiding van en na ommekomst van de reactie van de parlementair advocaat, dat wij dit op een verantwoorde manier zo hebben neergeschreven. In de novelle zijn wij nog meer tegemoetgekomen aan de opmerkingen die zowel hier in de Tweede Kamer zijn gemaakt als is gebleken na de discussie in de Eerste Kamer.
De heer Koopmans (CDA):
Deze redenering namens de indieners delen wij absoluut niet. Dat zij een feit. Ik wil nog wel antwoord op de vraag die ik stelde wat de woorden "op dit moment" betekenen.
De heer Waalkens (PvdA):
Omdat de novelle op dit moment voorligt met een verschuiving in de overgangsperiode, met als einddatum 2024. Dat ligt op dit moment voor.
De heer Koopmans (CDA):
Met alle respect, maar er staat gewoon: "en een serieuze financiële compensatie van nertsenhouders daarbinnen op dit moment geen optie is". Dat betekent dus niks. Laten wij het zo simpel samenvatten.
De heer Waalkens (PvdA):
Wij gaan dus niet voor die schadecompensatie in financiële zin, maar meer in een tijdshorizon, die wij iets hebben verschoven. Ik denk dat wij daarmee ook recht doen aan de opmerkingen die hier en aan de overkant zijn gemaakt.
De heer Graus heeft namens de PVV nog een aantal opmerkingen gemaakt, waar ik kort op wil ingaan door hem en zijn fractie te danken voor de steun aan deze novelle en aan het wetsvoorstel dat in de Eerste Kamer ligt.
Mevrouw Snijder van de VVD-fractie heeft een aantal opmerkingen gemaakt over de ethische grondslag. Mevrouw Van Velzen is daarop al ingegaan, ook in het interruptiedebat met de heer Van der Vlies. Ook dat heeft weer enige duidelijkheid geschapen over een mogelijke precedentwerking en over alles wat daarachter wegkomt. Nu ligt de novelle voor; dat is op dit moment de agenda.
Ik kom op de pensioenopbouw en de waarde van de bedrijven. Met deze novelle is de tijdshorizon verschoven; ik sprak daarover al eerder. Er is dus meer tijd voor een andere oriëntatie op activiteiten op de plek zelf. Voor het houden van nertsen geldt dus 1 januari 2024 als einddatum, maar de plek zelf blijft wel beschikbaar. Wij hebben daarover eerder al uitgebreid gedebatteerd.
De heer Van der Vlies is ingegaan op de voorzienbaarheid. Dat grijpt wat terug op de beoordeling door de parlementair advocaat en op wat wij eerder in debatten hebben gewisseld. Daarom wil ik daarbij verder niet te lang stilstaan. Wel moet ik terugkomen op de overgangstermijn van tien jaar. Ik heb eerder in mijn betoog de woorden van oud-collega Van Noord aangehaald die hij sprak in eerdere debatten over de afbouw van de nertsensector. Het gaat daarbij met name over de schadecompensatie en de plicht die de medewetgever op dit punt heeft. De parlementair advocaat heeft daarop in een aantal artikelen uitgebreid commentaar geleverd. In het EVRM wordt uitgegaan van evenredigheid, fair balance en de beoordeling van "individual and excessive burdens".
Voorzitter: Verbeet
De heer Waalkens (PvdA):
Ik heb zeer veel waardering voor de zoektocht van de heer Cramer naar een oplossing om de sector zo goed mogelijk te begeleiden in de komende periode. Dat heb ik eerder al gezegd in het debat over het wetsvoorstel dat bij de Eerste Kamer ligt. Wij hebben in dat debat uitgebreid stilgestaan bij het toenmalige amendement, dat nu ook voorligt. Daarin wordt uitgegaan van het installeren van nertsenrechten en het stap voor stap terugbrengen van de hoeveelheid dieren en ook van de hoeveelheid bedrijven. De bezwaren die wij toen hebben geuit, blijven eigenlijk recht overeind staan. Dat verandert niet als je het percentage terugbrengt van 40 naar 30. Dat doet niets af aan de opvatting van de indieners dat de onzekerheid voor de sector alleen maar langer blijft bestaan. De sector heeft recht op duidelijkheid en de politieke conclusies die wij kunnen trekken na ommekomst van de behandeling van dit wetsvoorstel. Wij geven met elkaar dan een politiek oordeel.
De heer Koopmans (CDA):
Hebben de indieners, om de redenering van de heer Waalkens over de overgangstermijn sterker te maken, overwogen om de verplichting in het wetsvoorstel om alsnog te voldoen aan de eis van welzijnsinvesteringen, uit het wetsvoorstel te halen?
De heer Waalkens (PvdA):
Ook daarover hebben wij uiteraard eerder gesproken. Het is aan het productschap om de verordening vast te stellen. Uiteraard is de overheid daarbij betrokken, onder andere in het tripartiete overleg. Het is echter niet aan de Tweede Kamer als medewetgever om de verordening van het productschap te wijzigen. De initiatiefnemers zijn van mening dat het aan het productschap is om mogelijk een discussie te starten over aanpassing van de verordening, hoe minimaal de welzijnsverbeteringen ook zijn. Over het laatste wordt verschillend geoordeeld. Wat ons betreft, gaan we gewoon door met de welzijnsinvesteringen die voortvloeien uit de verordening van het productschap. Na 2014 moet 100% van de nertsen in "welzijnsvriendelijke" kooien gehuisvest zijn.
De heer Koopmans (CDA):
Ik dacht dat de welzijnsinvesteringen juist verplicht worden gesteld in de novelle. Volgens mij klopt het niet. Ik kom er in tweede termijn op terug, maar in de novelle worden die investeringen vastgeklonken. Ik geef de indieners in overweging hun redenering wat betreft de verlengde termijn sterker te maken door die eruit te halen. In mijn ogen is dat buitengewoon onrechtvaardig voor de sector. Men moet weg, maar men moet voordien nog wel investeren. Voorts maakt het de redenering van de indieners dat er geen schadevergoeding nodig is veel zwakker.
De heer Waalkens (PvdA):
In een eerder overleg is er door collega's gesproken over de betrouwbaarheid van de overheid en van de instituties die in staat worden gesteld om verordeningen uit te schrijven. De verordening is ook in het productschap vastgesteld. Daar houden wij aan vast. In de novelle refereren wij alleen aan de verordening, niet meer en niet minder.
De heer Cramer (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik krijg daar graag meer duidelijkheid over, want wij hebben de novelle ook zo gelezen, in die zin dat het in tegenstelling tot wat er uit de eerste discussie kwam nu een verplichting wordt om die welzijnsinvesteringen te doen. Ik zie de indieners nee schudden, maar ik krijg daar graag meer helderheid over.
Dan de beoordeling van mijn amendement. Verschillende sprekers hebben betoogd dat er nu risico op schade wordt gelopen. De heer Waalkens ontkent dat, met een verwijzing naar de parlementaire advocaat. Overigens zal een gerechtelijke uitspraak duidelijk moeten maken hoe hard een en ander is. Het gaat vooralsnog om beoordelingen. In mijn amendement heb ik de route van de normale terugverdientijd geschetst. Het is dan aan de ondernemer ter beoordeling of hij zijn bedrijf al of niet stopt, maar hij wordt niet door de overheid gedwongen. Dan is er zeker geen aanspraak op schadevergoeding. Wil de heer Waalkens daar nog eens op ingaan?
De heer Waalkens (PvdA):
Dat valt, met alle respect, buiten de technische wijziging van het wetsvoorstel.
De heer Cramer (ChristenUnie):
Een punt van orde. Vanwege de novelle zie ik dit opnieuw als een behandeling van het wetsvoorstel. Het betreft weliswaar een technische wijziging, maar die heeft betrekking op de schadecomponent. Mijn amendement heeft ook betrekking op die schadecomponent.
De heer Waalkens (PvdA):
In mijn reactie op de eerdere opmerkingen van de Kamer ben ik ingegaan op de nadeelcompensatie en de plicht tot schadevergoeding.
Met zijn amendement zorgt de heer Cramer ervoor dat de sector in een heel lange periode wordt afgebouwd. Ik begrijp zijn zoektocht, maar een en ander impliceert het instellen van nertsenrechten met alles wat erbij hoort. Ik denk aan al die moeilijkheden die wij eerder bij andere sectoren zijn tegengekomen, bijvoorbeeld bij de beoordeling van alle knelgevallen en alles wat zich in dat kader heeft afgespeeld. Ik kan mij van de quoteringsregeling, ingesteld in 1983, herinneren dat zich uiteindelijk 183 knelgevallen hebben voorgedaan. Bij de mestwetgeving kwamen wij in het kader van het installeren van varkensrechten ook tig knelgevallen tegen. Wij hebben het debat toen uitgebreid gevoerd. Het amendement van de heer Cramer wijkt in structuur niet wezenlijk af van wat toen aan de orde is geweest. Wij zijn van mening, verwijzend naar het wetsvoorstel, de novelle en de technische wijziging, dat een zorgvuldige behandeling heeft plaatsgevonden, ook kijkend naar de debatten die daarover zijn gevoerd. Een en ander heeft tot meer ruimte geleid en daarom gaan wij nu uit van een verbod per 2024.
De heer Van der Vlies (SGP):
Hoe zit het nu met die welzijninvesteringen tot 2014? Dat blijft een beetje hangen. Het convenant ligt er. Dat is in werking, maar hoe gaat het nu verder? Dat moet klip en klaar worden in dit debat.
De heer Waalkens (PvdA):
Laat ik daar klip-en-klaar het volgende antwoord op geven. De verordening is vastgesteld in een productschapsvergadering. De verordening heeft rechtskracht omdat het productschap door de wetgever in staat gesteld is om de verordening te maken. Men heeft de verordening gemaakt zoals ze is. In onze nota naar aanleiding van het verslag refereren wij aan deze productschapsverordening. Dit is onderdeel van het invullen van de verplichting tot 1 januari 2014 om daarna alle nertsen in welzijnsvriendelijke kooien te houden. Er is dan geen rechtsongelijkheid meer tussen degenen die wel geïnvesteerd hebben en degenen die niet geïnvesteerd hebben. Voor ons is dat uiteindelijk de afweging geweest om de novelle die wij nu behandelen met kracht te verdedigen.
De heer Koopmans (CDA):
Als je kijkt naar de artikelen in de wet, kun je volhouden wat de heer Waalkens zegt. In de toelichting op het wetsvoorstel is echter op pagina 4, bij het derde blok, onder a en b over de meldingsplicht en de welzijnsvereisten uitdrukkelijk sprake van een koppeling. Volgens de indieners is het noodzakelijk om te investeren. Men koppelt dat aan de nu geldende welzijnsverhoudingen. Dan is het wel van belang om met elkaar te wisselen dat, conform de nu gekozen formulering, voor het productschap de mogelijkheid blijft bestaan om een verordening te wijzigen. Hoe moet ik dit zien in relatie tot wat ik hier lees?
De heer Waalkens (PvdA):
Het is de intentie van de indieners om niet au contrair aan de productschapsverordening een andere wet te gaan schrijven. Wij refereren dus aan de productschapsverordening die nu geldt. Dat is toch logisch? Anders zouden wij als wetgever twee gezichten tonen en dat zou niet goed zijn.
De heer Koopmans (CDA):
Dat is helder. Het gaat echter over de omgekeerde situatie. Stel dat deze wet is aangenomen en het productschap in zijn wijsheid de verordening wijzigt. Wat betekent dat dan voor de sector?
De heer Waalkens (PvdA):
Het is aan de wijsheid van het productschap om de verordening en de hele ontwikkeling binnen de sector te beoordelen. Dat conflicteert niet met het wetsvoorstel en ook niet met onze memorie van toelichting en al helemaal niet met de novelle die wij hebben geschreven.
De voorzitter:
Ik zie aan de heer Koopmans dat hij nog een vraag heeft.
De heer Koopmans (CDA):
De heer Waalkens zegt dus: dat kan, men kan een nieuwe verordening maken en die zal dan gelden. Dat betekent ook dat hetgeen in de memorie van toelichting staat, niet als verbindend moet worden gelezen.
De heer Waalkens (PvdA):
In de verhouding tussen de wetgever, de medewetgever en het productschap is het productschap degene die de verordening opstelt. Volgens mij is dat volstrekt helder. Wij kunnen natuurlijk een heel debat voeren over de competenties van de een dan wel van de ander. Wij houden ons aan de wet, ook aan de uitgeschreven novelle. Het productschap stelt de verordening vast.
De heer Koopmans (CDA):
Tot slot. Het probleem zit hem in de formulering "zoals neergelegd in de Verordening welzijnsnormen nertsen 2003, welke is opgesteld door het Productschap Pluimvee en Eieren, zoals deze luidde op 17 januari 2008". Ik stel nogmaals de vraag. Stel dat deze wet is aangenomen en het productschap overmorgen een nieuwe verordening maakt. Mijnheer Waalkens, bent u het met mij eens dat op dat moment de verordening waar de pelsdierhouderij zich aan te houden heeft, de verordening is die dan door het productschap wordt vastgesteld?
De heer Waalkens (PvdA):
Op dit moment hebben wij te maken met de verordening die nu geldt. Het zou heel raar zijn om daar niet aan te refereren. Er is natuurlijk een aantal toekomstige scenario's denkbaar, maar die scenario's conflicteren niet met de novelle en ook niet met het wetsvoorstel dat nu in de Eerste Kamer voorligt.
Voorzitter. Ik dank mevrouw Gerkens van de SP-fractie voor haar steun, ook voor hetgeen ze gezegd heeft over de lange periode van zorgvuldige behandeling in de Kamer. Het hiaat in de tijd dat gegroeid is tussen het moment waarop het voorstel voor het eerst in de Kamer werd behandeld en dit moment is op adequate manier opgevuld. Ik dank de SP-fractie ook voor de steun aan deze novelle.
Ik dank ook mevrouw Van Gent voor haar steun. Het EU-perspectief is wel degelijk in het Europees Parlement en in andere landen aan de orde gesteld. Mevrouw Jacobi dank ik ook voor de steun van haar fractie voor de novelle en de eerder uitgesproken steun voor het wetsvoorstel.
Ter afsluiting heb ik nog een paar algemene opmerkingen. Ik bedank alle collega's voor hun warme woorden en voor de enorme collegialiteit waarmee wij binnen verschillende commissies onderwerpen hebben behandeld. Dan kom ik er ook niet omheen om collega Bas van der Vlies te bedanken. Wij zijn veel op tournee geweest door het land en hebben veel debatten gevoerd, altijd op een zeer collegiale wijze. In het debat zaten wij elkaar stevig het haar nat te maken, maar voorafgaand en na afloop hebben wij heel plezierige bespiegelingen gegeven over wat ging komen of gekomen is.
De land- en tuinbouwsector staat voor enorme uitdagingen, die een adequaat antwoord behoeven van zowel de politiek als de sectoren en de maatschappelijke organisaties. Op dit moment is er een verscherping van het debat, waarbij heel veel emoties een rol spelen. Dat is helemaal niet erg, maar laten wij elkaar in onze waarde laten. De hervormingsagenda voor de land- en tuinbouw is enorm uitdagend. Voedselproductie levert een waardevolle economische bijdrage, maar is daarnaast onderwerp geworden van een ethisch debat, zoals collega Van der Ham ook zei. Dat draait om de vraag: hoe ga je om met wat de natuur je voor handen heeft gesteld? Dat ethisch debat is ook een onderdeel van deze besprekingen.
De bestrijding van honger en armoede in de wereld behoeft de hoogste prioriteit. De financieel-economische crisis treft de allerarmsten in de wereld. Dit zijn schandvlekken in deze periode. Honger en armoede zijn het allerlaagste en beroerdste wat je kunt tegenkomen. Nu mensen getroffen worden door de financieel-economische crisis, de klimaatcrisis en de voedselcrisis moeten wij onze verantwoordelijkheid nemen. De Nederlandse bijdrage aan het oplossen van de schandvlekken in deze wereld kan en moet substantieel zijn.
In die zin wil ik ook een woord van dank uitspreken aan de minister van LNV voor het leggen van een verbinding tussen ontwikkelingssamenwerking en landbouw en het bieden van een duurzaam perspectief voor mensen die op het platteland wonen. De agenda voor de komende periode is er zeker voor bedoeld om daar stevig aan door te werken. Nogmaals, dank voor de collegialiteit en de ruimte om dit nog even in uw midden te leggen.
Minister Verburg:
: Voorzitter. Dank voor de inbreng van de Kamer en voor de beantwoording door de initiatiefnemers van dit wetsvoorstel. Uit de hele behandeling spreekt een enorme motivatie en overtuiging van de initiatiefnemers voor dit wetsvoorstel. Die zijn zodanig dat de behandeling plaatsvindt op voor beiden de laatste Kamerdag.
Wij spreken vandaag over een wijziging van het wetsvoorstel verbod pelsdierhouderij. In de Kamer hebben wij eerder uitgebreid gesproken over het oorspronkelijke initiatiefwetsvoorstel. Vandaag bespreken wij de novelle. Net zoals ik destijds heb gemeld, kiest het kabinet niet voor het instellen van een verbod op een gehele sector maar voor een verbetering van het dierenwelzijn. Ook in de huidige constellatie van het kabinet blijft dit standpunt van kracht. Met de novelle worden de gevolgen voor nertsenhouders weliswaar verzacht, maar nog steeds wordt een economisch rendabele sector stopgezet. Het gaat om een omzet van zo'n 100 mln. per jaar en de werkgelegenheid van zo'n 1000 mensen. De initiatiefnemers stellen een verbod op de pelsdierhouderij voor omdat zij het houden en doden van pelsdieren alleen voor hun pels moreel niet aanvaardbaar vinden. Het wetsvoorstel komt voort uit een ethisch oordeel van de indieners over hetgeen aanvaardbaar is uit het oogpunt van dierenwelzijn. Mevrouw Snijder-Hazelhoff heeft daaraan gerefereerd.
Ethische oordelen zijn echter niet absoluut en worden in hoge mate bepaald door ieders achtergrond en wereldbeeld en door de tijdgeest. Andere oordelen dan die van de indieners van het wetsvoorstel zijn dan ook even legitiem.
De overheid dient de verschillende belangen zorgvuldig af te wegen. Het kabinet heeft ervoor gekozen om geen sectoren te verbieden, maar wel om het dierenwelzijn te verbeteren. Het bedrijfsleven heeft hiervoor reeds veel investeringen moeten doen. Het is goed dat de heer Van der Vlies daar in zijn bijdrage nog eens op gewezen heeft. Het kabinet ziet, ook al worden de economische gevolgen voor de nertsenhouderij door de novelle verzacht, geen aanleiding om nu alsnog een verbod in te stellen, mede vanuit het beginsel van betrouwbaarheid van bestuur. De belangenafweging van de initiatiefnemers is dus niet die van het kabinet.
De heren Koopmans en Van der Vlies hebben gevraagd naar de gevolgen voor de Nederlandse economie. In 2007 ging het om een omzet van 100 mln. per jaar en om ongeveer 1000 mensen die direct of indirect voor hun inkomen afhankelijk zijn van de nertsensector.
De heren Koopmans en Van der Vlies en mevrouw Snijder hebben gevraagd naar de betekenis van de novelle voor een eventuele schadeloosstelling van de nertsenhouders. Bij de behandeling van het oorspronkelijke wetsvoorstel heb ik aangegeven dat er sprake is van regulering van eigendom door het instellen van een verbod op de pelsdierhouderij. Er is geen sprake van niet-adequate rechtsgrondslag, want het gaat om rechtmatig overheidshandelen. Onevenredige schade moet dan worden vergoed. Met de oorspronkelijke overgangstermijn was niet alle schade onevenredig geweest. Ik heb een aantal categorieën genoemd dat mogelijk voor schade in aanmerking zouden komen: de sloopkosten, de verplichte investeringen in welzijnsvriendelijke huisvesting van nertsen en kosten voor specifieke nertsenhouders. Het is aan de rechter om te bepalen om welke schade het gaat. Met de nieuwe overgangstermijn is de vraag aan de orde welke schade nog onevenredig is. Voor een berekening van de gevolgen baseer ik mij op de rapporten van het Landbouw Economisch Instituut, het LEI. Dat heeft vanuit een economische invalshoek berekend wat de gevolgen zijn van het oorspronkelijke wetsvoorstel. We hebben dat overigens al eerder behandeld, maar ik hecht eraan om het nog eens helder op een rijtje te zetten. Het LEI heeft echter niet getoetst aan het juridische kader. Het heeft dus niet gekeken naar de vraag welke schade onevenredig is, in hoeverre deze voorzienbaar was en welke schade dus onder het normale ondernemingsrisico zou moeten vallen. Dat zal in individuele gevallen moeten worden getoetst bij de rechter.
Het LEI heeft de volgende kostenposten onderscheiden. Ten eerste de verplichte investeringen in welzijnsvriendelijke huisvesting van nertsen. Bij een overgangstermijn tot 2018 gaat het om 58 mln. Met de overgangstermijn uit de novelle tot 2024 kunnen de ondernemers welzijnsinvesteringen terugverdienen of afschrijven over een periode van tien jaar. De schade is op dit punt dus meer beperkt. Ten tweede de sloopkosten van onbruikbare gebouwen die de ondernemers overhouden na bedrijfsbeëindiging. Deze blijven rond de 10 mln. Ten derde de kosten voor specifieke groepen nertsenhouders. Ondernemers die ouder zijn dan 55 jaar op het moment van inwerkingtreding van de wet zullen in de overgangstermijn de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Hen staat dus niet alle jaren van de overgangstermijn ter beschikking om hun investeringen terug te verdienen. Omdat er geen toekomstperspectief is, worden de bedrijven onverkoopbaar. Voor oudere ondernemers is de verkoop van het bedrijf een oudedagsvoorziening. Het LEI heeft berekend dat een gemiddeld bedrijf tussen de 0,8 en 2,6 mln. schade op zou lopen door het wegvallen van de oudedagsvoorziening. Als gevolg van de overgangstermijn in de novelle zal ongeveer de helft van de sector, zo'n 75 ondernemers, met deze problematiek te maken krijgen.
Mogelijke problemen met de pensioenvoorzieningen kunnen dus voor meer ondernemers gaan gelden. Bij de oorspronkelijke overgangstermijn ging het om ongeveer 40 ondernemers. De schade zal aan het begin van de overgangstermijn relatief beperkt zijn, omdat bij bedrijven die in de eerste periode door andere ondernemers worden overgenomen, ondernemers deels door verkoop in hun pensioen kunnen voorzien. Met de verlengde overgangstermijn hebben ondernemers wel meer tijd om hun pensioenvoorziening door verkoop of op andere wijze op orde te krijgen.
Overigens, de rekening voor schade zal ergens komen te liggen. Als de schade niet voor vergoeding door de overheid in aanmerking komt, wat uiteindelijk aan de rechter is, dan betekent dit dat de rekening elders wordt neergelegd, namelijk bij de nertsenhouderijen en de nertsenhouders zelf. De schade vervalt daarmee niet. Als dit wetsvoorstel ook met de novelle wordt aangenomen, komen er dus schadeclaims bij de Staat, die alsdan in ieder individueel geval moeten worden beoordeeld. Ik heb het al eerder gezegd en ik hecht eraan om het nogmaals te zeggen: het kabinet heeft daar geen budget voor. Dit kabinet is niet bereid om daarvoor budget uit te trekken. Dat betekent dat de Kamer in dat geval zelf budget zal moeten zoeken.
Dan de vraag van de heer Koopmans naar het juridisch kader. Hij noemde daarbij het Europees verdrag voor de rechten van de mens. Op grond van het eerste Protocol van dit verdrag heeft iedereen recht op het ongestoord genot van zijn of haar eigendom. In het Protocol worden twee mogelijke uitzonderingen genoemd. In de eerste plaats kan eigendom ontnomen worden en in de tweede plaats kan eigendom gereguleerd worden. Van ontneming van eigendom is bij een verbod op de pelsdierhouderij geen sprake. Het verbod op de pelsdierhouderij ontneemt de nertsenhouders immers niet de eigendom van grond, gebouwen of dieren. Het verbod beperkt de uitoefening van het eigendomsrecht uiteraard wel. De grond en de gebouwen kunnen immers niet meer worden aangewend voor het houden van nertsen. Daarom is hier sprake van regulering van eigendom. Er bestaat bij regulering van eigendom recht op compensatie als sprake is van disproportionaliteit tussen de belangen van nertsenhouders en het algemeen belang.
Ik kom vervolgens bij de vraag van mevrouw Ouwehand, die ik overigens feliciteer met de uitverkiezing tot het groenste Kamerlid van dit jaar. Veel plezier daarvan een veel succes in het waarmaken daarvan! Ik ben trouwens wel benieuwd naar de uitslagen en de andere kandidaten. Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd of ik kan ingaan op het Europees handelsverbod en of wij daarmee in Europa vast kunnen beginnen. Eigenlijk weet zij het antwoord al. Ik heb eerder al gezegd dat ik de behandeling en de afloop van dit wetsvoorstel afwacht. Zij weet dat dit kabinet geen voorstander is van een verbod op de nertsenhouderij en dat het prefereert om te investeren in dierenwelzijn. Zij heeft het ook vandaag weer gehoord: het verbod op de pelsdierhouderij in Nederland verschuift alleen het probleem naar andere landen. Ook is al gememoreerd dat het niveau van dierenwelzijn in Nederland behoorlijk is. Wij stellen strenge eisen. Kortom: het kabinet is geen voorstander van een Europees handelsverbod.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik maak hier echt bezwaar tegen. Dat de heer Koopmans namens het CDA niet-onderbouwde stellingen uitspreekt, zijn wij wel gewend. U bent hier wel minister. Als u zegt dat het probleem alleen maar verschuift naar andere landen ...
De voorzitter:
Via de voorzitter.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, sorry. Als de minister zegt dat het probleem alleen maar naar andere landen verschuift, wil ik daarvan een onderbouwing zien. Anders vind ik het een minister onwaardig om met zulke boude stellingen hier een wetsvoorstel van twee Kamerleden onderuit te schoffelen.
Minister Verburg:
Het is heel simpel. In de pluimveesector hebben wij gezien dat toen de legbatterij in Nederland werd verboden, de houderijsystemen hier werden afgebroken en ergens anders weer werden opgebouwd. Wij hebben het probleem niet opgelost, wij hebben het probleem verschoven.
Ik kom vervolgens bij de vraag hoe het zit met de motie-Ouwehand waarin wordt gepleit voor een Europees verbod op de nertsenhouderij. Ik heb al eerder schriftelijk gemeld dat ik de behandeling van het wetsvoorstel en eventueel de novelle in de Eerste Kamer afwacht, alvorens deze motie verder uit te voeren.
Het feit dat wij vandaag in de Tweede Kamer opnieuw over dit wetsvoorstel praten aan de hand van een novelle bevestigt mij nog eens in de verstandige keuze die daarmee is gemaakt.
Mevrouw Gerkens vroeg hoe het zit met de verplichte etikettering voor bontproducten. Op 25 november 2009 heb ik mede namens de bewindslieden van Economische Zaken een brief gestuurd aan de Tweede Kamer ten aanzien van de motie-Gerkens over de etiketteringsplicht. In het Europees Parlement speelt inmiddels een discussie over het labelen van dierlijke producten. Ook de herkomst speelt daarbij een rol. Dat betekent dat wij de afronding en het resultaat van die discussie afwachten. Overigens merk ik op dat de behandeling van deze motie al eerder is overgenomen door de collega van Economische Zaken.
Mevrouw Gerkens (SP):
Ik ben verheugd om te horen dat er in ieder geval in Europa wel een gevoel voor urgentie is. Kan de minister nog voor het zomerreces schriftelijk aan de Kamer doen toekomen wat de inzet van Nederland in die discussie zal zijn?
Minister Verburg:
Het punt is dat de Nederlandse regering niet over de vorm van de behandeling in het Europees Parlement gaat. Dat is aan de inzet van Europarlementariërs en hun respectievelijke fracties.
Mevrouw Gerkens (SP):
Dat klopt, maar ik neem aan dat dit onderwerp terugkomt in de Commissie.
Minister Verburg:
Ja, dat neem ik ook aan. Ik neem aan dat het daar ter sprake komt. Mevrouw Gerkens vraagt mij om de status aan te geven zodra dit onderwerp terugkomt in de Europese Commissie. Dat zeg ik toe.
Mevrouw Gerkens (SP):
… en de inzet van het kabinet hierin.
Minister Verburg:
Oké. Ik kan mevrouw Gerkens niet toezeggen dat dit nog voor de zomer zal zijn, maar ik zal het in de gaten houden. Zodra het speelt zal ik er zorg voor dragen dat de Kamer wordt geïnformeerd. Ik heb immers al gezegd dat dit onderdeel is overgenomen door de collega van Economische Zaken.
Ik kom bij de laatste vraag van mevrouw Gerkens en bij het nieuwe amendement dat is ingediend door de heer Cramer van de ChristenUnie. Mevrouw Gerkens heeft gevraagd of een amendement naar aanleiding van de behandeling van een novelle wel kan. Het antwoord is eenvoudig "ja". Het gaat namelijk over de behandeling van het wetsvoorstel. Van de zijde van de initiatiefnemers gaat het alleen over de novelle. Ik dacht echter dat het in de Kamer goed gebruik is dat tot ongeveer een uur voor de stemmingen over een wetsvoorstel nog amendementen of gewijzigde amendementen kunnen worden ingediend. In dit geval kan dat dus ook.
Dan kom ik bij het amendement van de heer Cramer als zodanig. Het betreft een aanpassing van een amendement dat hij al eerder bij de behandeling van het oorspronkelijke wetsvoorstel in de Tweede Kamer heeft ingediend. In plaats van een overgangstermijn van veertien jaar stelt de heer Cramer voor om een quotumregeling te introduceren voor het aantal te houden nertsen door een bedrijf en om bij overdrachten de quota af te romen. Ik heb het standpunt van het kabinet over het eerste voorstel kenbaar gemaakt en ik heb aangegeven dat het verbod op een dierhouderij op basis van het productiedoel verdergaat dan in ons land gebruikelijk is. Het kabinet prefereert bovendien om te investeren in dierenwelzijn boven een verbod op de nertsenhouderij. Het kabinet is geen voorstander van een verbod en dus evenmin voorstander van dit amendement. Ook het amendement van de heer Cramer leidt, vroeg of laat, tot beëindiging van de nertsenhouderij in Nederland. Daarom ontraad ik dit amendement.
De voorzitter:
Ik constateer dat er behoefte is aan een tweede termijn die, naar ik hoop, kort zal zijn. Mevrouw Van Gent heeft zich overigens verontschuldigd wegens een ander overleg in dit huis waaraan zij moet deelnemen.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik ben vandaag een beetje blij en verdrietig tegelijk. Het is mooi dat de Kamer nu echt kiest voor een verbod op het fokken en het doden van nertsen voor een decadent product zoals bont. Ik hoop van harte en ga er eigenlijk van uit dat ook de Eerste Kamer met de novelle kan instemmen, waarmee het nertsenfokverbod een feit zal zijn. Harm-Evert Waalkens en Krista van Velzen, van harte gefeliciteerd hiermee en heel veel dank voor jullie inzet! Ik ben blij dat wij deze historische gebeurtenis op jullie laatste dag in de Kamer kunnen beklinken.
Verdrietig ben ik over de grote moeite die het nog altijd kost om kwetsbare waarden te verdedigen. Twaalf jaar serieus politiek getouwtrek sinds 1998; dat waren vijftig miljoen nertsen. Een overgangstermijn van 13 à 14 jaar; dat zijn nog eens zeventig miljoen dieren erbij. 26 jaar en 120 miljoen dieren, dat is de treurige kanttekening van vandaag. Natuurlijk steunt de Partij voor de Dieren deze novelle, want wij zien ook wel dat er op een andere manier geen einde te maken is aan het fokken van nertsen, maar wij zijn er wel verdrietig over dat het zo moet.
Wij willen vooral met een nieuwe Kamer doorgaan en echt inzetten op dierenwelzijn. De minister zegt dat het kabinet prefereert in te zetten op dierenwelzijn, terwijl alle onderzoekers aangeven dat dit met nertsen onbegonnen werk wordt. Er is geen sprake van dierenwelzijn en dat komt er ook niet, tenzij de minister zwemwater en andere faciliteiten voor deze dieren gaat regelen, en dan worden de pelsjes wel heel erg duur. Ik vraag de minister dan ook om zich te onthouden van de term "dierenwelzijn", als zij zelf in haar hart ook best wel weet dat dit in deze sector nooit gaat lukken. Ik hoop dus dat de nieuwe Kamer waar wij morgen mee verdergaan, wat sneller kan werken en dat we niet voor iedere verbetering van het dierenwelzijn 26 jaar nodig hebben, want dat zou wel heel treurig zijn.
Er is al een motie aangenomen voor een Europees nertsenfokverbod. De minister gaat deze pas uitvoeren als de behandeling in de Eerste Kamer achter de rug is. Ik geef haar nog een motie extra mee. Deze luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland en andere landen zich al inzetten voor een Europees nertsenfokverbod;
overwegende dat de logische vervolgstap is om ook de handel in nertsenbont in Europa te verbieden;
verzoekt de regering, zich voor te bereiden op de realisatie van een Europees verbod op het in handel brengen, de invoer naar en de uitvoer uit de EU van nertsenbont en van producten die dergelijk bont bevatten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 9 (32369).
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik vermeld erbij dat ik bereid ben om deze motie aan te houden totdat de behandeling in de Eerste Kamer achter de rug is, omdat ik verwacht dat de minister er toch niet eerder mee aan de slag zal gaan, als ik haar zo zie zitten.
Tot slot rest mij dan om veel dank uit te spreken aan de leden van de landbouwcommissie van deze Kamer, met wie ik drie-en-een-half jaar zeer prettig heb samengewerkt, ook al waren we het lang niet altijd eens. Daarbij kijk ik even naar de heer Van der Vlies, die precies weet waar ik op doel. Ik bedank de minister voor haar felicitaties aan het adres van haar groenste Kamerlid. Deze klonken een beetje zurig en misschien niet helemaal overtuigend, maar evengoed bedankt.
De heer Koopmans (CDA):
Voorzitter. Ik dank de indieners en de minister voor de gegeven antwoorden. De CDA-fractie vindt dit een treurige dag, omdat een stukje van onze economie niet in tien jaar naar een langzame dood wordt gebracht, maar in veertien jaar naar een nog langzamere dood, maar het resultaat is hetzelfde.
Een winstpuntje is dat de indieners hebben aangegeven dat het productschap de verordening nog kan wijzigen. Wij vinden dat belangrijk. Ik roep het productschap op om dat te doen, omdat het natuurlijk wel heel bizar is dat een sector moet stoppen, maar voor die tijd nog wel moet investeren. Nogmaals, bij dezen een publieke oproep aan het productschap om een verordening op dit punt te wijzigen.
De minister van LNV was klip-en-klaar. Zij zei dat er een adequate rechtsgrondslag is indien er voldoende compensatie is geregeld. Zij heeft in een heel sluitend betoog aangegeven onder welke onderdelen dat wel of niet aan de orde is. De conclusie is dat dit niet adequaat geregeld is. De conclusie die wij trekken, is dat de rechtsgrondslag dus niet op orde is.
De minister was ook klip-en-klaar over de bereidheid van deze regering om mogelijkerwijs geld uit te trekken voor schadeclaims, die ontegenzeggelijk aan de orde zullen zijn en die naar ons oordeel ook toegewezen zullen worden. Omdat wij vinden dat dit toch een belangrijk punt is voor dit kabinet, maar natuurlijk ook voor een volgend kabinet, dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de voorliggende wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij een zware vorm van regulering van het eigendomsrecht is, en bij het ontbreken van een redelijke schadevergoeding mogelijk sprake is van een "individual and excessive burden";
verzoekt de regering, alvorens tot bekrachtiging van de wet over te gaan onderzoek te doen naar de mogelijke kosten die het wetsvoorstel met zich meebrengt voor de Staat,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koopmans en Snijder-Hazelhoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 10 (32369).
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Voorzitter. Dank aan de indieners en de minister voor de beantwoording. Laat ik het helder zeggen: ook de VVD betreurt dit debat, waarin een volstrekte willekeur wordt gehanteerd wat betreft de wetgeving om het houden van een diersoort te verbieden, met als reden het doel waarvoor hij wordt gehouden. Daarvoor is eigenlijk geen goed referentiekader aanwezig. Wij betreuren dat.
Er is net een discussie gevoerd over de verordening voor het productschap. Namens mijn fractie ondersteun ik de woorden van de heer Koopmans van harte. Bij de eerste behandeling van het wetsvoorstel heb ik al gezegd dat het niet uit te leggen is dat we van ondernemers vragen dat ze opnieuw gaan investeren terwijl ze weten dat het doodsvonnis voor hun bedrijf is getekend. Ik ondersteun dus van harte de oproep om de verordening aan te passen. Ik heb ook van harte de motie van de heer Koopmans mede ingediend, omdat ik nogmaals wil benadrukken dat er een verantwoordelijkheid bij deze Kamer ligt -- overigens niet alleen bij deze, maar ook bij de toekomstige Kamer -- om te kijken welke eventuele schadeposten nog op het bordje van de Staat c.q. de Kamer terecht zullen komen. Wij menen dat de consequenties voor de budgetten -- ik kijk ook naar de PVV -- straks echt nog enorm kunnen zijn. De VVD is zich daarvan bewust. Vandaar dat ik de motie mede ondertekend heb.
De heer Van der Vlies (SGP):
Voorzitter. Allereerst zeg ik de initiatiefnemers dank voor hun reactie en dank ik de minister voor haar preadvies aan de Kamer. Uiteraard doe ik geen herhaling van zetten en zal ik niet alles herhalen.
Wel wordt hardnekkig het jaartal 1998 genoemd, bijvoorbeeld door mevrouw Ouwehand. Dat jaartal is echter te laat. De discussie voltrok zich namelijk al veel eerder. Let eens op het jaartal van mijn motie, de motie-Van der Vlies: 1995. Toen stond de zaak ook al op scherp. De motie die ik toen indiende, bood een route waar de Kamer bij meerderheid voor koos: geen verbod, maar voortzetting van de sector met een commitment, hard en taakstellend, aan dierwelzijnsinvesteringen. Daar is een vervolgconvenant op gesloten dat loopt tot 2014. Dat is mijn commitment aan het geheel. Als de sector daaraan beantwoordt, moet je dat honoreren en kun je daar niet op terugkomen.
De heer Waalkens refereerde aan het rapport van ook míjn oud-collega -- een zeer gewaardeerde collega overigens -- Van Noord. Ik ken het rapport natuurlijk, maar laten wij wel even vaststellen dat dit geen financiële onderbouwing bevat en dat in het rapport juist uitdrukkelijk de vinger wordt gelegd op de te vrezen afbrokkeling van de infrastructuur rondom de sector. Daar hoor ik niemand meer over. De minister heeft dit perspectief overigens wel betrokken bij haar uiteenzetting van wat er zo al in de lucht hangt aan schadeclaims. Dat alles brengt mijn fractie tot het onthouden van steun aan deze novelle.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Even een kleine correctie omdat ik werd aangesproken. Ik heb bedoeld dat er sinds 1998 serieus politiek gediscussieerd werd over een verbod en dat het verbod toen
ook serieus in beeld kwam. De heer Van der Vlies heeft gelijk dat daar een lange discussie aan voorafgaat. Wij kunnen dus nog wel een paar jaar optellen bij het aantal jaren dat ik zojuist heb genoemd.
De heer Van der Vlies (SGP):
Ik wil daar graag op reageren. Ik hecht daaraan, want ik vind het een moreel punt. In 1995 ging het over een verbod.
Dat was niet haalbaar en toen is die motie ingediend om de sector te binden aan de dierwelzijnsinvesteringen. Drie jaar later, toen er een andere Kamer kwam en het nipt de andere kant opging, is de Kamer daarop teruggekomen. Ik vond dat toen al laakbaar, want de termijn van die dierwelzijnsinvesteringen liep ver door. Wij hadden die fatsoenshalve kunnen afwachten. Dat is niet gebeurd, dat is waar en dat zie ik ook wel, maar dit is dus mijn morele punt en dat ligt er nog steeds.
De heer Cramer (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Ik dank de indieners voor hun antwoorden en de minister voor haar bijdrage als adviseur.
De heer Waalkens spreekt over het vestigen van een nertsenrecht waarvoor ik in mijn amendement pleit. Ik constateer maar dat de indieners naar mijn mening feitelijk precies hetzelfde doen door de meldingsplicht en het daarmee vasttikken van het aantal dieren. Ik zie geen materieel verschil tussen beide.
Wij houden een patstelling over de restwaarde van een bedrijf en de nieuwe mogelijkheden die er zouden zijn. Na mijn gesprekken met mensen in de sector en ondernemers ben ik van mening dat die nihil zijn, gelet op de oppervlakte van de bedrijven en de mogelijkheden die gemeenten bieden. Je kunt dan wel in het wetsvoorstel schrijven dat die daaraan moeten meewerken, maar in de praktijk is de afweging vaak veel complexer, bijvoorbeeld voor het buitengebied van een gemeente. Dit is naar mijn mening een overspannen verwachting; vandaar mijn zorg op dit punt.
Ik stel vast dat wij het er niet over eens zullen worden. De fractie van de ChristenUnie blijft van mening dat aan de door mij aangehaalde bezwaren tegemoet wordt gekomen met mijn amendement. Zij is verder van mening dat de nertshouderij op termijn moet worden afgebouwd, maar de manier waarop dit met dit wetsvoorstel wordt nagestreefd, is niet de onze. Als mijn amendement wordt verworpen, zal mijn fractie niet instemmen met het wetsvoorstel.
De heer Graus (PVV):
De heer Cramer weet waarschijnlijk dat zijn amendement geen meerderheid zal behalen. Sterker nog, als zijn amendement het haalt, ga ik het klooster in, want ik geloof er niets van. De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben altijd de woorden "pronkzucht" en "hebzucht" in de mond genomen. Die woorden "hebzucht" en "pronkzucht" kwamen voortdurend uit de richting van de ChristenUnie. Nu spreken wij over het summum van hebzucht en pronkzicht, het houden en doden van dieren voor hun pelsje, en nu laat de fractie het afweten. Kan de heer Cramer dit verklaren?
De heer Cramer (ChristenUnie):
Op het gevaar af dat wij het debat overdoen: ik heb dit al verklaard. Ik heb pal gestaan voor dit standpunt. De ChristenUnie wil ook dat dit wordt stopgezet, maar ik heb namens mijn fractie ook betoogd dat het begrip "rentmeesterschap" niet alleen betrekking heeft op de dieren, maar ook op de ondernemers die een legaal bedrijf uitoefenen en die op basis van een eerdere behandeling in de Kamer een perspectief is geboden. Dat moeten wij naar mijn overtuiging ook fatsoenlijk oplossen. Het gaat in deze discussie niet alleen om de dieren, maar ook om de ondernemers. Je kunt daar anders over denken, maar naar mijn mening komt dit wetsvoorstel daar onvoldoende aan tegemoet. Ik had gehoopt dat de beoordeling door de Eerste Kamer en de novelle tot een fundamentele verandering zouden leiden. Ik had gehoopt dat de indieners dit nog eens zouden willen wegen, maar zij doen dit niet. Dan gaat het zoals het gaat.
Mevrouw Gerkens (SP):
Voorzitter. Mede namens mevrouw Lutz van de Partij van de Arbeid, herstel, mevrouw Jacobi van de Partij van de Arbeid, wens ik de indieners veel succes bij de afronding van dit wetsvoorstel in de Eerste Kamer. Wij hebben er na de behandeling van vandaag alle vertrouwen in dat die ook succesvol zal verlopen.
De voorzitter:
Dames en heren. U hoort de bel. Voordat ik het woord geef aan de indieners, schors ik de vergadering voor korte tijd om hen de gelegenheid te geven hun antwoord voor te bereiden. Ik begrijp nu dat wij meteen kunnen doorgaan. Overigens hebben wij nog maar weinig tijd, want voor het volgende onderwerp, een VAO, staat de minister al gereed om te antwoorden.
Mevrouw Van Velzen (SP):
Voorzitter. Eerlijk gezegd, heb ik in tweede termijn opnieuw woorden van steun en van kritiek gehoord; woorden die al bekend waren, argumenten waarmee we elkaar niet kunnen overtuigen. Ook dat is onderdeel van het politieke proces. Het zou eigenlijk moeten betekenen dat we er maar eens over moeten gaan stemmen.
Aan mevrouw Ouwehand wil ik zeggen dat ik, als initiatiefnemer, haar motie verwelkom. De minister zal hier straks een aanvulling op geven, maar uiteraard: elk jaar dat de nertsensector nog legaal verder kan werken, betekent dat er 5,5 miljoen dieren worden vergast. Ik denk dat het noodzakelijk is dat het niet blijft bij een verbod in Nederland, maar dat het een veel breder verbod wordt in Europa, ook op handel.
Tot slot wil ik mijn grootste fan een warm welkom heten. Je ziet hem bijna niet, maar hij steekt daar boven de tafeltjes uit: Sam. Vanochtend vertelde hij me dat hij een goede dag zou hebben als wij in Nederland zouden stoppen met het vergassen van dieren voor bontjassen. En als ik zo in de zaal kijk, lijkt dat moment steeds dichterbij te komen. Dank voor jullie steun!
De heer Waalkens (PvdA):
Voorzitter. Ik dank de leden voor hun inbreng in tweede termijn. Eerst even het punt van de productschapverordening. Met de novelle hebben wij beschreven dat er met het oprekken van de overgangstermijn geen situatie van rechtsongelijkheid meer is tussen degenen die hebben geïnvesteerd en degenen die nog niet hebben geïnvesteerd. Het productschap is volstrekt autonoom in het vaststellen van zijn verordening, maar de huisvestingseisen liggen natuurlijk wel wettelijk vast.
De heer Koopmans (CDA):
Voorzitter. Met alle respect, maar nu breekt mijn klomp. Het kan niet waar zijn dat de heer Waalkens in eerste termijn een antwoord gaf dat hier haaks op stond. Als hij echt meent dat nu, met dit wetsvoorstel, de welzijnseisen in de wet vastliggen, vraag ik een derde termijn aan, want dan gaan wij een amendement maken om dat te wijzigen.
De heer Waalkens (PvdA):
Het staat helemaal niet haaks op elkaar. We hebben steeds uitgewisseld dat de bevoegdheid van het productschap in stand blijft en dat wij een link leggen naar de vastgestelde verordening. Ik dacht dat het daarmee op zich wel duidelijk was.
De heer Koopmans (CDA):
Als u naleest wat u allemaal zelf heeft gezegd, is het allemaal volstrekt onhelder. Het is van tweeën een: óf het productschap blijft de mogelijkheid houden om een verordening van kracht te laten worden waarin staat wat er staat en al degenen die ermee te maken hebben, moeten daaraan voldoen; of het tegenovergestelde is aan de hand, wij zeggen wat de welzijnseisen zijn, die staan in de productschapverordening van toen en blijven van kracht. Dat is ook een beetje wat wij dachten te lezen, maar u heeft dat gelukkig ontkend in eerste termijn. Maar als het laatste waar is, moet u de wet op dit punt gaan aanpassen, want dan klopt het niet. Dan moet u ook écht de wettekst gaan aanpassen, want anders blijft dit continu boven de markt hangen en voorspel ik u dat alleen al om die reden dit wetsvoorstel in de praktijk een verschrikkelijke juridische toekomst tegemoet gaat.
De heer Waalkens (PvdA):
U heeft uw opvattingen over zowel het wetsvoorstel als de novelle meerdere keren kenbaar gemaakt. Wij worden het daar dus niet over eens. En wat betreft de verordening het volgende. De huisvestingsregels zijn wettelijk vastgesteld. De verordening kan natuurlijk gewijzigd worden op het punt dat niet betrekking heeft op de huisvestingsregels, maar op andere terreinen; de percentages kunnen gewijzigd worden. Ik wil daar echter geen oproep toe doen, want ik wil ook refereren aan de trots waarmee de sector zich beroept op de welzijnsinvesteringen die hij heeft gedaan. Het punt van de rechtsongelijkheid hebben we eruit gehaald, de welzijnsinvesteringen blijven wat ons betreft op de agenda staan. De huisvestingsvoorschriften zitten in de wet, maar alleen in de omgeving van de huisvestingsregelingen kunnen wijzigingen worden voorgesteld door het productschap. Dat moet dan met goedkeuring van het productschap, en met goedkeuring van de Sociaal Economische Raad.
De heer Koopmans (CDA):
Kan de heer Waalkens mij zeggen op welk artikel van de artikelen 3 t/m 5 van het wetsvoorstel hij zich hiervoor baseert?
De heer Waalkens (PvdA):
Op artikel 1 van het gewijzigde wetsvoorstel, waarin staat: "huisvestingsplaats: leefruimte dienende tot het houden van nertsen, bestaande uit één of meer compartimenten en voorzien van één of meer verrijkingsobjecten, met daaraan gekoppelde nestboxen, en die ten
minste voldoet aan de eisen gesteld in de Verordening welzijnsnormen
nertsen (PPE) 2003, zoals deze luidde op 17 januari 2008". Ik denk dat dit dezelfde tekst is als waarnaar u verwijst.
De voorzitter:
Tot slot, mijnheer Koopmans.
De heer Koopmans (CDA):
Daarstraks betoogde u terecht dat het het productschap natuurlijk vrijstaat om de verordening te wijzigen. Ik help u maar even, want ik voorspel u dat u met deze formulering in de Eerste Kamer in de grootst mogelijke problemen komt. Wij kunnen namelijk niet met dit soort teksten over het medebewind heen gaan. Het is op deze manier echt een wetstechnisch gedrocht.
De heer Waalkens (PvdA):
In de verordening staan voorschriften voor de huisvesting. Daaraan refereren wij voor de huisvestingseisen. Wij refereren niet aan de mogelijkheid om termijnen en percentages te veranderen. U hebt een oproep gedaan en ik doe dat ook, want ik roep iedereen op om het niet te doen. Wij hebben iedereen in de gelegenheid gesteld om te investeren en om die investeringen terug te verdienen.
De voorzitter:
Mijnheer Koopmans, het spijt mij, maar ik kan een interruptie niet meer toestaan. Echt niet.
De heer Koopmans (CDA):
Voorzitter. Een punt van orde!
De voorzitter:
Een punt van orde voor de heer Koopmans.
De heer Koopmans (CDA):
Voorzitter. Dan overweeg ik een derde termijn, want dit punt is echt niet duidelijk.
De voorzitter:
Mijnheer Koopmans, ga uw gang.
De heer Koopmans (CDA):
Met alle respect, maar…
De voorzitter:
Ik ben zo blij met al dat respect, maar ik heb ook nog een paar anderen die ik wil respecteren met mijn planning.
De heer Koopmans (CDA):
Voorzitter. Ik vraag de heer Waalkens toch echt om scherper te antwoorden. Geef toch eens duidelijk antwoord! Kan het productschap zijn verordening wijzigen en, zo ja, is die wijziging vervolgens dan ook rechtsgeldig voor alle ondernemers?
De heer Waalkens (PvdA):
De verordening kan worden gewijzigd, maar niet op het punt van de huisvesting. Alleen de termijnen en de percentages kunnen dus worden veranderd. U hebt een oproep gedaan en ik vraag iedereen op mijn beurt om de sector zo goed mogelijk maatschappelijk te legitimeren door op koers te blijven bij de investeringen. Wijzigingen zijn dus mogelijk, maar niet op het punt van de huisvesting.
De heer Koopmans (CDA):
Dan vraag ik de minister toch ook om op dit punt te reageren, want ik denk dat dat tot wat meer duidelijkheid zal leiden.
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Beide indieners hebben volgens mij absoluut incorrect geantwoord in de nota naar aanleiding van het verslag. Daarin kon je namelijk expliciet lezen dat de maatregelen voor dierenwelzijn in de verordening van het productschap kunnen worden geregeld. Dat staat echt expliciet in het antwoord op de vragen van de Partij voor de Dieren.
De heer Waalkens (PvdA):
Met alle respect, maar wij hebben hierover nu een aantal keer met elkaar gesproken. De verordening wordt vastgesteld door het productschap. De huisvestingseisen liggen vast in de wet en de termijnen en percentages kunnen worden gewijzigd.
Voorzitter. Collega Van der Vlies sprak over de voorzienbaarheid, waarbij refereerde hij aan de motie uit 1995 en het harde commitment dat de sector niet verboden zou worden. De rechtbank in Den Haag heeft in 2000 uitspraak gedaan in een zaak die de NFE, de Nederlandse Federatie van Edelpelsdierenhouders, had aangespannen tegen de Staat om rechten te kunnen ontlenen aan het commitment dat de Staat gegeven zou hebben door de verordening in te stellen. De uitspraak luidde dat het harde commitment niet is gegeven. Ook de stelling dat het harde commitment afgeleid zou kunnen worden uit de goedkeuring door de SER van de verordening, is gelogenstraft in de uitspraak van de Haagse rechtbank in april 2000.
De heer Van der Vlies (SGP):
Ik heb een korte opmerking. Ik ken de uitspraak van 2000 over het harde commitment, maar ik sprak over een moreel commitment.
De heer Waalkens (PvdA):
Daarover blijven wij van mening verschillen. Als het op juridisch scherp slijpen aankomt, zullen wij de rechtbank vragen om daarover een oordeel te geven. Onze interpretatie van moreel commitment is anders dan die van de heer Van der Vlies. De voorzienbaarheid van dit verbod heeft wel degelijk iedere keer op de politieke en ook op de maatschappelijke agenda gestaan.
Minister Verburg:
: Voorzitter. Dank voor de inbreng in tweede termijn van de zijde van de Kamer.
De heer Koopmans heeft mij gevraagd in te gaan op het punt van de welzijnseisen. Het productschap kan inderdaad tot intrekking van de verordening overgaan, omdat het een autonome productschapsverordening betreft. In het wetsvoorstel is echter opgenomen dat de huisvestingsplaats van de nertsen ten minste dient te voldoen aan de eisen die eraan gesteld zijn in de welzijnsverordening van het Productschap voor Pluimvee en Eieren zoals deze luidde op 17 januari 2008, de datum waarop de indieners het wettelijk verbod via een brief en een persbericht aan de Tweede Kamer hebben aangekondigd. Dat betreft artikel 1 onder puntje A. Er kan daarmee wel een wijziging komen, maar er kunnen alleen strengere eisen gesteld worden omdat de zinsnede "ten minste" is opgenomen.
Door de koppeling van de verordening met het intiatiefwetsvoorstel is de verordening een onderdeel geworden van het initiatiefwetsvoorstel. Ongeacht het eventueel wijzigen of opschorten van de verordening door het productschap, blijven de welzijnseisen voor de huisvesting van nertsen gelden zoals deze zijn opgenomen in de verordening die per 17 januari 2008 gold, tenzij het productschap de normen nog strenger vaststelt.
De heer Koopmans (CDA):
Het blijft interessant dat de heer Waalkens net uitdrukkelijk zei dat in de verordening de jaartallen veranderd kunnen worden. Ik ga ervan uit dat de minister dat onderschrijft en flauw geformuleerd kan dat betekenen dat met sint-juttemis de strengere eisen kunnen ingaan, waardoor de facto de investeringsbeslissing wegvalt.
Ik zie de indieners knikken. Het is mooi als dat genoteerd wordt.
Minister Verburg:
Ik wijs op het volgende. Initiatiefnemers van een wetsvoorstel kunnen knikken, maar ik stel vast dat hiervoor amendering nodig is. Dit maakt namelijk onderdeel uit van het wetsvoorstel dat in de Eerste Kamer voorligt.
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Ik zie de indieners nee schudden, maar de minister zegt ja. Ik weet het niet meer. Hier dient meer helderheid over te komen. Je kunt de eisen vastleggen in de wet. Ik hoorde de heer Waalkens zeggen dat de termijnen en de data kunnen worden aangepast. Dan ga ik een beetje ervan uit dat het productschap in staat is om bijvoorbeeld te zeggen: wij schrappen 2014.
Minister Verburg:
Volgens mij kan dat niet zonder dat daarvoor een wetswijziging plaatsvindt. Dan moet het wetsvoorstel geamendeerd worden. Als het wetsvoorstel zo wordt aangenomen, dan geldt wat in het initiatiefwetsvoorstel staat.
De heer Koopmans (CDA):
Het moge helder zijn dat wij met een amendementje zullen komen om ervoor te zorgen dat hetgeen de indieners beogen, kan worden gerealiseerd. Ik hoop dat dit lukt, maar dat moeten wij maar even snel met elkaar bespreken.
Minister Verburg:
Ik bied aan om mee te denken over de formulering, als daarop prijs wordt gesteld.
Ik kom op de twee moties die zijn ingediend. De eerste motie is ingediend door mevrouw Ouwehand. Zij constateert daarin dat Nederland en andere landen zich al inzetten voor een Europees nertsenverbod. Zij verzoekt de regering zich voor te bereiden op de realisatie van een Europees verbod op het in handel brengen, de invoer naar en de uitvoer uit de Europese Unie, van nertsenbont en producten die dergelijk bont bevatten.
De eerste constatering is niet juist. Er is nog geen sprake van een aangenomen wetsvoorstel. Het laatste dictum voegt niets toe aan de eerder ingediende motie ter zake.
Om die reden ontraad ik het aannemen van deze motie.
Door de heer Koopmans en mevrouw Snijder-Hazelhoff is een motie ingediend waarin de regering wordt verzocht om, alvorens tot bekrachtiging van de wet over te gaan, onderzoek te doen naar de mogelijke kosten die het wetsvoorstel met zich meebrengt voor de Staat. Ik neem aan dat daarmee de Tweede Kamer bedoeld wordt, maar goed, dat betreft budgetten die de Kamer dan dient te vinden. Ik ben bereid om een en ander op een rijtje te zetten zoals in het dictum wordt gevraagd.
De heer Koopmans (CDA):
Mag ik hieruit opmaken dat de minister de inhoud van de motie overneemt?
Minister Verburg:
Ja, ik ben bereid om het dictum over te nemen.
De heer Koopmans (CDA):
Voorzitter, in dat geval trek ik de motie in en ligt de facto het al dan niet ondertekenen van het wetsvoorstel, nadat het in de Eerste Kamer aan de orde is geweest, in de handen van de dan zittende regering. Overigens is dat altijd het geval, maar met deze toezegging is dat nog wel wat interessanter geworden.
De voorzitter:
Aangezien de motie-Koopmans/Snijder-Hazelhoff (32369, nr. 1) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.
Minister Verburg:
Voorzitter. Mij rest alleen de initiatiefnemers nogmaals te complimenteren met hun geweldige inzet, vasthoudendheid en overtuigingskracht bij dit initiatiefwetsvoorstel. U neemt vandaag afscheid van de vertrekkende Tweede Kamerleden, waaronder mevrouw Gerkens, de heer Polderman, de heer Cramer en de heer Van der Vlies. Ik heb met de meesten van hen de afgelopen drie en een halfjaar mogen samenwerken als minister. Voor die tijd heb ik op een andere wijze met hen mogen samenwerken. Ik dank hen zeer voor het onderlinge vertrouwen dat daarbij steeds aanwezig was, ondanks het feit dat wij elkaar af en toe scherp de maat namen. Ik wens de vertrekkende leden sterkte bij het afkicken van de functie van volksvertegenwoordiger. Bovendien wens ik hen veel gezondheid en geluk toe in de tijd die voor hen ligt.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Het verbaast mij een beetje dat de minister de motie van de heer Koopmans en mevrouw Snijder-Hazelhoff zomaar overneemt. Dit is een wetsvoorstel van twee Kamerleden, een initiatiefvoorstel. Als de Kamer hierom vraagt, dan kan de minister dat natuurlijk doen. Zij is echter demissionair en enige bescheidenheid zou dan ook op zijn plaats zijn. Dit voelt toch een beetje als een extra blokkade voor de uiteindelijke aanneming van dit wetsvoorstel. Ik had verwacht dat de minister een wat bescheidener houding zou aannemen in plaats van dat zij de motie volledig overneemt. Ik had verwacht dat zij zou zeggen: mij past bescheidenheid, ik laat het oordeel aan de Kamer.
Minister Verburg:
Een demissionair kabinet past bescheidenheid en een demissionair minister past bescheidenheid. Dat neemt echter niet weg dat er zorgvuldig gehandeld dient te worden, ook in de richting van deze groep ondernemers en hun werknemers. Het lijkt mij niet meer dan terecht om eventueel te verwachten schadeclaims, die wellicht gerechtvaardigd worden geacht, in kaart te brengen en aan de Kamer te laten weten wat een en ander kan betekenen. Ik heb dat toegezegd en dat lijkt mij ook niet meer dan zorgvuldig, in welk stadium een kabinet of minister zich ook bevindt.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik volsta dan met de opmerking dat ik het niet chique vind. Dat is overigens al de tweede keer in de behandeling van dit onderwerp. De minister heeft gedurende de behandeling op de televisie gezegd dat zij helemaal niets zag in het wetsvoorstel. Dat past niet. Een adviseur namens het kabinet zit daar om te doen wat de naam al zegt, namelijk om te adviseren. Zij zit daar niet om zich sterk te profileren als voor- of tegenstander. Dat was het eerste wat ik niet chique vond. Het tweede geval is wat nu aan de orde is. Ik vind echt dat de minister had moeten zeggen: ik kan mij vinden in deze motie, maar mij past bescheidenheid, dus ik laat het oordeel aan de Kamer. Ik vind het echt niet gepast dat de minister deze motie zomaar overneemt. Dit is de tweede schoffering van de initiatiefnemers.
Minister Verburg:
Ik wijs erop dat ik niet alleen adviseur ben van de initiatiefnemers. Ik word ook geacht om het kabinet te vertegenwoordigen. Ik word geacht om desgevraagd en niet-desgevraagd aan te geven hoe het kabinet ergens over denkt en welke argumenten daaraan ten grondslag liggen. Dat is niet meer of minder dan wat van mij gevraagd mag worden.
De heer Koopmans (CDA):
Zou het zelfs geen vorm van onbescheidenheid zijn als de minister weg zou lopen van mogelijke risico's voor een volgend kabinet? Ik steun dus haar opvatting.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Stemming over het wetsvoorstel, moties en amendementen vindt plaats om 15.00 uur. Er moet dus nog even aangepoot worden.
Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen
Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 16 juni 2010 over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen i.v.m. vaststelling van de parameters voor fondsen.
De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. Mijn allerlaatste debat gaat over hetzelfde onderwerp als het debat waarmee ik de Kamer binnenkwam. De minister is mij voor geweest en heeft toegezegd dat het punt van het nabestaandenpensioen, dat ik samen met hem als collega zesenhalf jaar geleden behandelde, nu eindelijk zal worden geregeld. Dat is een zekere geruststelling. Het pensioenstelsel dient echter niet te worden beïnvloed door de waan van de dag die constant in Den Haag heerst. Geen enkel spoeddebat hebben wij met onze collega's de afgelopen jaren over de pensioenen gevoerd. Daar zijn wij best trots op.
Wij moeten echter wel kijken hoe wij het pensioenstelsel bewaren. De minister heeft een goede AMvB vastgesteld met een paar goede aanpassingen, maar nadat de overheid voor zeer veel zaken garant is gaan staan, is er op dit moment nog één grote bedreiging: de Europese kredietcrisis. Wij zijn overal garant voor gaan staan en moeten daar in de toekomst niet ook de Nederlandse pensioengelden voor gebruiken. Die zijn opgebracht door Nederlandse werkgevers en werknemers. Daarom dien ik de volgende motie in, als aansporing voor de huidige en de toekomstige regering.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in Europa grote sommen geld nodig zijn voor garanties en leningen aan financiële instellingen en soevereine staten;
van mening dat het Nederlandse pensioengeld opgebracht is door werkgevers en werknemers en uitsluitend bestemd is voor Nederlandse pensioenen;
verzoekt de regering, elke Europese stap die gaat in de richting van het oplossen van de kredietcrisis door het Nederlandse pensioengeld als garantie te gebruiken of (semi)gedwongen te beleggen, met kracht te blokkeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt, Ulenbelt, Linhard, Blok, Sap, Ouwehand, Van der Vlies, Cramer en Van Dijck.
Zij krijgt nr. 146 (30413).
Minister Donner:
: Voorzitter. Bij een zo bijzondere motie, waarschijnlijk inderdaad de laatste die door de Kamer in de huidige samenstelling is ingediend, en dan ook nog een die zo breed is ondersteund, is de verleiding uiteraard groot om de aanneming van de motie te ontraden. Dan hebben wij tenminste nog iets om over te praten. De heer Omtzigt sprak van een aansporing voor de huidige regering en de komende regering. Ik hoop dat hij met mij hoopt dat wij deze materie nog onder de regering van Hare Majesteit Koningin Beatrix kunnen regelen. Pas daarna is er sprake van een nieuwe regering. Nu hebben wij alleen met een wisseling van kabinetten te maken.
Wat de substantie betreft: ik weet dat op dit moment de Europese Commissie een groenboek in voorbereiding heeft, met betrekking tot het beleid op het terrein van pensioenen. De inzet van Nederland, ook in de voorlichting, is tot dusverre heel duidelijk geformuleerd langs de lijnen die in de motie zijn verwoord. Derhalve denk ik dat ik de motie kan beschouwen als ondersteuning van het beleid en als een ruggensteun voor krachtdadig en wilskrachtig optreden van het kabinet, ook van het demissionaire kabinet, in Brussel.
Ik wil dat echter niet doen zonder te onderstrepen wat de heer Omtzigt heeft gezegd en in het bijzonder aan hemzelf de waardering te geven voor de wijze waarop het kabinet, ook in de periode waarin ik daarvan deel uitmaakte, heeft kunnen overleggen over de pensioenen. Het is een belangrijke verantwoordelijkheid. Het systeem heeft de afgelopen crisis grosso modo robuust doorstaan. Niet in de minste plaats is dat te danken aan de voortdurende aandacht en deskundigheid die er ook van de zijde van de Kamer, in het bijzonder van de heer Omtzigt, is geweest bij het controleren van de regering. Zijn opvolgers zullen een zware taak hebben om deze standaard te bereiken. De Kamer kan ervan uitgaan dat het kabinet in de tussentijd misbruik zal maken van de verminderde standaard.
De voorzitter:
Het begon zo goed, met een inleiding in het staatsrecht, maar dan eindigt het weer op deze wijze. Maar goed, ik dank de minister voor zijn beantwoording.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Om 15.00 uur staan wij eerst kort stil bij het overlijden van een Nederlandse militair. Daarna doe ik enkele mededelingen en vervolgens stemmen wij over de ingediende motie.
De vergadering wordt van 13.50 uur tot 15.00 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende leden zich alsnog hebben afgemeld:
De Roon en Blom.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
De voorzitter:
Wij staan nu stil bij het overlijden van een Nederlandse militair in Uruzgan. Ik verzoek de leden en de aanwezigen op de publieke tribune, voor zover mogelijk, te gaan staan.
Geachte medeleden, zaterdag 22 mei jongstleden hebben wij het droevige bericht ontvangen dat korporaal der eerste klasse Janzen van het 42ste pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers, gelegerd te Oirschot, samen met een Franse kapitein en een Afghaanse tolk is omgekomen in Afghanistan. Onze gevoelens van deelneming gaan uit naar hen die hem dierbaar waren, familieleden, vrienden en collega's, zowel in Nederland als in Afghanistan. Ik heb samen met de voorzitter van de vaste commissie voor Defensie namens u allen onze deelneming aan de familie betuigd.
Ik verzoek u allen, uw plaats weer in te nemen.
Ontvangen is een bericht van het overlijden, op 16 mei jongstleden, van het oud-lid van de Tweede Kamer, de heer Peschar. De heer Peschar was lid van de Tweede Kamer voor de fractie van de PvdA van 16 september 1952 tot 1 februari 1968. Ik heb voorts ontvangen een bericht van het overlijden, op 31 mei jongstleden, van het oud-lid van de Tweede Kamer de heer Koetje. De heer Koetje was lid van de Tweede Kamer voor de fractie van het CDA van 30 juli 1986 tot 17 mei 1994. Namens de Kamer heb ik een bericht van deelneming aan beide families gezonden.
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het eind van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.
Niemand heeft zich tot op heden aangemeld voor de regeling van werkzaamheden. Mijnheer Vendrik, u hebt een kans laten lopen en daar kunt u nu niets meer aan doen.
Stemmingen verbod pelsdierhouderij
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het voorstel van wet van de leden Van Velzen en Waalkens tot wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij (32369).
(Zie vergadering van heden.)
In stemming komt het amendement-Koopmans (stuk nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, de SGP, de VVD en het lid Verdonk voor dit amendement hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties tegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Cramer (stuk nr. 8).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, D66, de PvdD en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Dan moet dit initiatiefwetsvoorstel ook verdedigd worden in de Eerste Kamer. Mag ik aan de initiatiefnemers vragen of zij bereid zijn, deze verdediging op zich te nemen?
Mevrouw Van Velzen (SP):
Voorzitter. Dat zou een grote eer zijn, ware het niet dat ik niet ben herverkozen. U kunt er echter van op aan dat in mijn fractie genoeg mensen zijn die het een eer vinden om dit wetsvoorstel te verdedigen in de Eerste Kamer.
De voorzitter:
Dan wensen wij degenen die dat gaan doen, van harte succes toe.
Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor, haar motie (32369, nr. 9) van de agenda af te voeren.
Daartoe wordt besloten.
Stemmingen besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen
Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VAO over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen in verband met vaststelling van de parameters voor fondsen,
te weten:
de motie-Omtzigt c.s. over blokkeren van mogelijk gebruik van geld van Nederlandse pensioenfondsen ter bestrijding van de kredietcrisis (30413, nr. 146).
(Zie vergadering van heden.)
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Dit was de laatste stemming.
Nu gaan wij over tot het onderdeel van de geloofsbrieven met het oog op onze bijeenkomst morgen. Ik geef het woord aan de heer Jan de Vries, voorzitter van de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven, tot het uitbrengen van het verslag namens de commissie.
Mijnheer De Vries, deze keer zullen wij extra goed naar u luisteren, want die kans krijgen wij niet nogmaals.
De heer Jan de Vries, voorzitter der commissie:
Mevrouw de voorzitter. De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft in het kader van de verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal, zoals die gehouden zijn op 9 juni 2010, in de afgelopen dagen haar wettelijke taken en voorgeschreven werkzaamheden verricht. Van die werkzaamheden brengen wij vandaag verslag uit.
Allereerst heeft de commissie bepaald of de personen die door het Centraal Stembureau verkozen zijn verklaard, ook daadwerkelijk als lid van de Tweede Kamer kunnen worden toegelaten. Daarnaast heeft de commissie de processen-verbaal van de circa 10.000 stembureaus die Nederland telt, onderzocht. Deze processen-verbaal zijn op de dag van de verkiezingen opgesteld en geven inzicht in het ordelijke en rechtmatige verloop van de verkiezingen.
In het kader van haar werkzaamheden heeft de commissie op vrijdag 4 juni een delegatie van de verkiezingswaarnemers van de OVSE voor een gesprek ontvangen. Deze delegatie heeft vervolgens afgelopen vrijdag 11 juni gedurende enige tijd de controle van de processen-verbaal gevolgd. Over twee à drie maanden zal de OVSE-missie over haar bevindingen van deze Kamerverkiezingen rapporteren.
Ik zal nu eerst ingaan op het verloop van de verkiezingen, zoals dat uit de processen-verbaal is gebleken. Daarna ga ik in op de toelating van de gekozen verklaarde personen. De controle op het verloop van de verkiezingen via de processen-verbaal is voor de commissie slechts mogelijk door de inspanning van velen om het stemproces vlekkeloos te laten verlopen en daarover te rapporteren. Daarbij denken wij in de eerste plaats aan alle burgers -- dat zijn er circa 50.000 -- die de stembureaus bemensen, aan het personeel van de gemeentelijke afdelingen die bij de organisatie van de verkiezingen betrokken zijn en aan de hoofdstembureaus en aan het Centraal Stembureau. De commissie heeft grote waardering voor hun inspanningen en dankt hen allen hartelijk voor hun bijdrage aan onze democratie. Verder dankt de commissie de 50 ambtenaren van de Kamer die afgelopen vrijdag in deze zaal de feitelijke controle van de processen-verbaal hebben uitgevoerd. Omdat de tijdspanne tussen de verkiezingsdag en de dag van eerste samenkomst, dus morgen, van de nieuwe Kamer kort is, moet deze omvangrijke controletaak in korte tijd worden uitgevoerd. Gelukkig is dat dankzij de inzet van veel medewerkers van de Kamer ook ditmaal weer gelukt.
Uit de controle is de commissie gebleken dat er onvolkomenheden zijn geconstateerd die onze en ieders aandacht vragen en waaruit iedereen weer lering kan trekken voor de toekomst. Laat ik beginnen met de aanlevering van de informatie bij de Kamer. De commissie heeft enkele weken voor de verkiezingsdatum daarover een brief geschreven aan de hoofdstembureaus, die daarbij immers een scharnier- en voorbeeldfunctie vervullen. De overgrote meerderheid van de hoofdstembureaus heeft op een perfecte wijze gehoor gegeven aan het verzoek van de commissie en heeft de informatie ordentelijk aangeleverd. De commissie spreekt de hoop en de verwachting uit dat ook het hoofdstembureau Arnhem dit voorbeeld in de toekomst zal volgen. Fijnzinniger kon het niet, toch?
Dan is er een aantal kleinere onvolkomenheden of ergernissen die zich telkens weer voordoen en waaraan wij toch niet mogen wennen. Ik doel allereerst op de bereikbaarheid van de stembureaus naar afstand en toegankelijkheid, en dat laatste vooral voor kiezers met een lichamelijke beperking.
Verder wordt er vaak geklaagd over de inrichting van het stembureau, zoals over de gebrekkige verlichting en over de rommelige indruk, zoals in de stembureaus Den Haag 105 en 106. Tussen mensen die druk zijn met hun naaicursus of een cursus bloemschikken, en de materialen die zij daarvoor nodig hebben, bevindt zich ook nog ergens het stembureau. En in Rotterdam, stembureaus 376, oefende gedurende een deel van de dag ook een drumband. Veel kiezers vragen om rust en privacy op het moment dat zij hun stem uitbrengen. Het is opmerkelijk in hoeveel processen-verbaal wordt gemeld dat kiezers in de stemhokjes hun stemgeheim niet optimaal gewaarborgd vinden. Zij willen gewoon dat er een gordijntje hangt en dat het stemhokje goed is ingericht.
Een aantal kiezers heeft ook geklaagd dat het touwtje waarmee het rode potlood in het stemhokje was bevestigd zo kort was dat de rechterzijde van het stembiljet niet makkelijk kon worden bereikt. Voorzitter, u begrijpt dat de commissie van mening is dat de inrichting van een stembureau van groot belang is.
Over de routes die de kiezers in het stembureau moeten afleggen, kan tevoren worden nagedacht. De gemeente Rotterdam heeft dat naar aanleiding van het verloop van de gemeenteraadsverkiezingen gedaan en dat heeft ook resultaat gehad. Ook andere gemeenten zouden er goed aan doen om van die ervaring te leren, zeker als zij meer stembureaus op één locatie inrichten. De commissie heeft verscheidene malen geconstateerd dat de uitslag van een stembureau om die reden ook moeilijk controleerbaar is. In de stembureaus Den Haag 246 en 247 en 712 en 713, en in Amsterdam in de stembureau 027, 047 en 122, waren twee stembureaus op één locatie ingericht. Stembiljetten die waren uitgegeven door het ene stembureau werden vervolgens in de stembus van het andere stembureau gedeponeerd. Daardoor zijn waarschijnlijk geen grote fouten ontstaan, maar een sluitende controle wordt dan vrijwel onmogelijk.
De verzending van de kandidatenlijsten en de stempassen blijkt in een aantal gemeenten ook nu weer een probleem en geeft aanleiding tot klachten dat kiezers helemaal geen stempas hebben ontvangen, of zeer laat. Zoals de commissie al bij vorige gelegenheden heeft opgemerkt, blijft het uiteraard de verantwoordelijkheid van de gemeente om hiermee zorgvuldig om te gaan. Een gemeente zou ruim op tijd bekend kunnen maken op welk moment de stempassen worden verstuurd, zodat burgers actie kunnen ondernemen indien zij kort daarna nog geen stempas hebben ontvangen. De regeling dat kiezers in elk stembureau binnen hun gemeente kunnen stemmen, werkt op zich goed, maar heeft helaas ook weer een nadeel. Kiezers denken soms dat zij feitelijk in heel Nederland hun stem kunnen uitbrengen. Dat is uiteraard niet zo, en vooral stembureaus die zijn ingericht op treinstations worden geconfronteerd met dit misverstand.
De legitimatieplicht, die bij deze verkiezingen algemeen gold, blijft bezwaren oproepen bij een aantal kiezers, maar dat aantal neemt duidelijk af. In kleine gemeenten, waar de onderlinge bekendheid groot is, roept de legitimatieplicht wel enige irritatie op. De versoepeling wat de geldigheid van de identiteitsdocumenten betreft, heeft goed gewerkt. Ook merkt de commissie dat, nu alle kiezers zich in het stembureau moeten legitimeren, er een groot aantal kiezers is dat ook een legitimatie van de leden van het stembureau verlangt. In stembureau nummer 1 in Wijk bij Duurstede is geopperd dat dan toch ten minste een namenlijst en ook naambordjes van de leden van het stembureau zichtbaar zouden moeten zijn voor alle kiezers.
Ook de kiezerspas die nu algemeen wordt verstrekt, roept vragen op. Dit geldt in het bijzonder voor de regeling van de onderhandse volmacht, die op de achterzijde van de kiezerspas wel wordt toegelicht, maar door veel kiezers toch nog als onduidelijk wordt ervaren. Vooral het feit dat een onderhandse volmacht uitsluitend in de eigen gemeente van volmachtgever en volmachtstemmer mag worden uitgebracht, en uitsluitend gelijktijdig met de eigen stem van de volmachtstemmer, is voor veel kiezers zeer onduidelijk.
Een bron van fouten die makkelijk had kunnen worden voorkomen en waarover de commissie zich dan ook zeer heeft verbaasd, is veroorzaakt doordat stempassen telkens dezelfde kleurstelling hebben, met slechts een aanpassing van het logo naargelang de verkiezing waarvoor zij gelden. In vrij veel gemeenten hebben kiezers zich bij het stembureau gemeld met stempassen voor de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen maart, en zelfs met stempassen voor de laatste verkiezing van het Europees Parlement. Meestal is dit gelukkig door de leden van het stembureau tijdig opgemerkt en zijn deze kiezers niet op basis van die stempas tot de stemming toegelaten. Maar er wordt in de processen-verbaal van een tiental stembureaus melding gemaakt van het feit dat kiezers op basis van een dergelijke ongeldige stempas hun stem hebben uitgebracht. De commissie concludeert daaruit dat het niet is uitgesloten dat zij zelfs twee maal hun stem hebben kunnen uitbrengen.
De stembiljetten waren ook ditmaal weer groot, te groot volgens vele kiezers, die deze stembiljetten onhanteerbaar vonden.
Over het feit dat de gemeenten ervoor dienen te zorgen dat elk stembureau bij aanvang van de dag over ruim voldoende stembiljetten moet kunnen beschikken, hoef ik, denk ik, geen opmerkingen te maken. Dat spreekt voor zich. Maar uit de processen-verbaal blijkt dat het op dit punt toch nog vaak mis gaat, bijvoorbeeld in Assen, stembureau 18 en Loenen, stembureau 6.
In een aantal stembureaus zijn kiezers op grond van een gebrek aan stembiljetten doorverwezen naar andere stembureaus. De commissie begrijpt dat dit kiezers zeer kan demotiveren en keurt deze gang van zaken dan ook af.
De grootte van de stembiljetten was ditmaal een belangrijker probleem, want het leidde in veel stembureaus tot overvolle stembussen. Er moest worden aangestampt. Dat is nog de minst nadelige oplossing. De commissie maakt zich namelijk veel meer zorgen over het feit dat de overvolle stembussen er in veel stembureaus toe hebben geleid dat de stembussen tussentijds zijn geleegd of dat de stembiljetten dan maar in een niet-afgesloten doos konden worden gedeponeerd.
Sommige gemeenten hebben hiervan kennelijk vast beleid gemaakt. In de gemeenten Delft en Apeldoorn wordt in vele processen-verbaal melding gemaakt van het feit dat de stembussen tussentijds zijn geleegd. De commissie acht het wenselijk dat de procedure die in deze gevallen is gehanteerd tegen het licht wordt gehouden en in de toekomst uiteraard wordt voorkomen, bijvoorbeeld door grotere of meerdere stembussen te gebruiken.
Wat nu is gebeurd, werkt immers slechts fouten en onzekerheden in de hand. Illustratief voor de mogelijke gevaren is het resultaat van stembureau 012 in Heerlen. In het proces-verbaal daarvan wordt zowel melding gemaakt van een afwijking van enkele tientallen stemmen als van het feit dat de stembus tussentijds is geleegd.
Tot slot het invullen van het proces-verbaal. De commissie heeft met grote tevredenheid vastgesteld dat alle gemeenten gebruik hebben gemaakt van het nieuwe proces-verbaal, dat ten opzichte van het oude model zeer sterk is verbeterd. Daarmee is echter nog geen optimale situatie bereikt. De huidige vormgeving van het proces-verbaal kan met de gebruikerservaring van deze verkiezingen nog eens kritisch onder de loep worden genomen en op onderdelen worden verbeterd.
Belangrijker is echter dat de gemeenten de leden van de stembureaus goed instrueren. Ook in dat opzicht is een geweldige verbetering te constateren. Maar helaas, er blijven uitzonderingen waarbij het proces-verbaal de vorm van een kladschrift heeft gekregen of heel gebrekkig is ingevuld zoals in Den Bosch, stembureau 20 en Delfzijl, stembureau 16. De invulling van de processen-verbaal was algemeen zwak in de gemeente Helmond. De commissie geeft die gemeente in overweging de instructie aan de leden van de stembureaus te verbeteren.
Tijdens de gisteren gehouden zitting van het Centraal Stembureau, waarbij de definitieve uitslag bekend is gemaakt, is nog een aantal bezwaren ingebracht. Die bezwaren betreffen allereerst de vaststelling van de uitslag door middel van de bij deze verkiezingen gebruikte ondersteunende software, in de tweede plaats het veronderstelde feit dat parlementsleden die in het verleden strafbare feiten zouden hebben gepleegd opnieuw worden gekozen, in de derde plaats dat mogelijk een aantal kandidaten een valse identiteit heeft opgegeven, en ten slotte de conclusie dat wij te maken hebben met een betrouwbare uitslag.
Ten aanzien van deze bezwaren is de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven van mening dat:
- het bezwaar ten aanzien van de verkiezingssoftware genoegzaam is weerlegd door de Kiesraad;
- dat ten aanzien van strafbare feiten het oordeel waar het mogelijke ambtsmisdrijven betreft aan de Kamer is die daarover op elk gewenst moment een oordeel kan geven, maar daartoe geen aanleiding heeft gezien of ziet;
- waar het misdrijven betreft de uitsluiting van het actief en passief kiesrecht wettelijk is geregeld en de commissie bij haar advisering over de toelating van de leden zorgvuldig aan deze wettelijke bepaling heeft getoetst en geen enkele aanleiding heeft gevonden tot een negatief advies;
- ten aanzien van een mogelijke valse identiteit de identiteit van alle leden zorgvuldig is getoetst;
- met betrekking tot de betrouwbaarheid van de uitslag de bevindingen van het Centraal Stembureau en de eigen bevindingen aan de commissie de vaste overtuiging geven dat hier sprake is van een betrouwbare uitslag.
Daarmee kom ik tot een conclusie. De commissie concludeert dat de geringe onregelmatigheden waarover ik heb gesproken de uitslag van de verkiezingen niet zouden hebben kunnen wijzigen. In navolging van het Centraal Stembureau concludeert de commissie dat de verkiezingen volgens de regels zijn verlopen. Er is dus geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de door het Centraal Stembureau vastgestelde uitslag.
De commissie heeft vanuit deze overtuiging over de toelating van 150 leden kunnen beraadslagen. Daartoe zijn 150 geloofsbrieven in handen van de commissie gesteld. Verder is in handen van de commissie gesteld het proces-verbaal van de zitting van het Centraal Stembureau op 15 juni 2010 tot het vaststellen van de uitslag van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal op 9 juni 2010. Uit de omstandigheid dat een aantal benoemd verklaarden reeds lid van de Kamer is, blijkt dat zij de vereiste leeftijd hebben bereikt, terwijl dit uit de stukken gevoegd bij de geloofsbrieven van de overige benoemden eveneens blijkt. Voorts blijkt uit de verklaringen van de benoemden dat zij geen betrekkingen bekleden welke onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de Kamer, terwijl aan de commissie ten aanzien van geen enkele benoemde van enige omstandigheid is gebleken waardoor hun Nederlanderschap in twijfel zou moeten worden getrokken. Verder is bij geen van de benoemden gebleken van enige omstandigheid ten gevolge waarvan zij op grond van artikel 54 van de Grondwet van de verkiesbaarheid uitgesloten zouden zijn.
De commissie stelt derhalve voor als lid der Kamer toe te laten, nadat zij de eed respectievelijk de verklaring en de belofte hebben afgelegd:
M. Agema te Den Haag, N. Albayrak te Rotterdam, C.B. Aptroot te Wassenaar, K. Arib te Amsterdam, J.J. Atsma te Surhuisterveen, M. Azmani te Stegeren. F. Bashir te Zoetermeer, W.I.I. van Beek te Maarheeze, H.J. Beertema te Ouderkerk aan den IJssel, J.J.G. van Bemmel te Zoetermeer, M.A. Berndsen-Jansen te Burdaard, A.T.B. Bijleveld-Schouten te Goor, J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart te Schipluiden, P.J.M.G. Blanksma-van den Heuvel te Eindhoven, S.A. Blok te Den Haag, B.G. de Boer te Groningen. H. van Bommel te Diemen, L. Bontes te Hellevoetsluis, M. Bosma te Amsterdam, A. Bosman te Wichita Falls, Verenigde Staten, L.T. Bouwmeester te Almere, B.A.M. Braakhuis te Haarlem, H. Brinkman te Middenbeemster, J.H. ten Broeke te Haaksbergen, H.G.J. Bruins Slot te Utrecht, B.I. van der Burg te Bergschenhoek, M. Çelik te Rotterdam, M.J. Cohen te Amsterdam, C. Çörüz te Haarlem, M.H.P. van Dam te Utrecht, T.R. van Dekken te Groningen, I. Dezentjé Hamming-Bluemink te Numansdorp, T. Dibi te Amsterdam, A.P.C. van Dijck te Venlo, J.J. van Dijk te Amsterdam, E. Dijkgraaf te Rotterdam, K.H.D.M. Dijkhoff te Breda, S.A.M. Dijksma te Enschede, P.A. Dijkstra te Utrecht, J.R.V.A. Dijsselbloem te Wageningen, S.W. Dikkers te Haarlem, W.R. Dillen te Den Haag, J.H.A. Driessen te Den Haag, A.M.C. Eijsink te Den Haag, A. El Fassad te Utrecht, T.M.C. Elias te Den Haag, A. Elissen te Den Haag, K.G. Ferrier te Leusden, S.R. Fritsma te Den Haag, W. van Gent te Groningen, K. Gerbrands te Den Haag, H.P.J. van Gerven te Oss, S.M.J.G. Gesthuizen te Den Haag, D.J.G. Graus te Heerlen, V.A. Groot te Amsterdam, W. Hachchi te Haarlem, S. Van Haersma Buma te Voorburg, F. Halsema te Amsterdam, B. van der Ham te Amsterdam, M.I. Hamer te Maasluis, M.G.J. Harbers te Rotterdam, P.M.M. Heijnen te Den Haag, L.M.J.S. Helder te Venlo, J.A. Hennis-Plasschaert te Nederhorst den Berg, M.M. Hernandez te Kampen, Y.J. van Hijum te Laag Zuthem, E. Irrgang te Amsterdam, L. Jacobi te Wergea, T.M. Jadnanansing te Amsterdam, J.C. de Jager te Rotterdam, P.F.C. Jansen te Utrecht, L.W.E. de Jong te Maarssen, S. Karabulut te Amsterdam, J.F. Klaver te 's-Hertogenbosch, J.J. van Klaveren te Almere, J. Klijnsma te Den Haag, A. Klink te Rotterdam, C.J.E. Kooiman te Nieuwegein, W. Koolmees te Rotterdam, G.P.J. Koopmans te Velden, A.J. Koppejan te Zoutelande, W.R.F. Kortenoeven te Den Haag, F. Koºer Kaya te Den Haag, P. de Krom te Leidschendam, A.H. Kuiken te Breda, R.M. Leijten te Haarlem, W.J.H. Lodders te Zeewolde, A.W. Lucas-Smeerdijk te Bakkeveen, E. Lucassen te Zandvoort, A. Marcouch te Amsterdam, A. van Miltenburg te Zaltbommel, J.S. Monasch te Sneek, R. de Mos te Den Haag, A. Mulder te Den Haag, H. Neppérus te Voorschoten, A. Nicolaï te Amstelveen, C. van Nieuwenhuizen te Oisterwijk, H.J. Ormel te Hengelo (Gld.), C.A. Ortega-Martijn te Rotterdam, E. Ouwehand te Leiden, A. Pechtold te Wageningen, M. Peters te Den Haag, R.H.A. Plasterk te Bussum, A.A.G.M. van Raak te Amsterdam, J. Recourt te Noord (Aruba), E.G.M. Roemer te Sambeek (Boxmeer), R. de Roon te Almere, A. Rouvoet te Woerden, S. Rouwe te Bolsward, M. Rutte te Den Haag, D.M. Samsom te Leiden, J.C.M. Sap te Amsterdam, A.H.M. Schaart te Wassenaar, E.I. Schippers te Baarn, A.G. Schouw te Dordrecht, J.E.J.W. Sharpe te Singeorgiu de Mures (Roemenië), A. Slob te Zwolle, P.E. Smeets te Sittard, M.C.A. Smilde te Eelde, M. Smits te Den Haag, J.F. Snijder-Hazelhoff te Wagenborgen, J.L. Spekman te Utrecht, C.G. Van der Staaij te Benthuizen, W.R.C. Sterk te Houten, G.A. Van der Steur te Warmond, F. Teeven te Amsterdam, M.L. Thieme te Maarssen, F.C.G.M. Timmermans te Heerlen, L. Van Tongeren te Amsterdam, M.M. Van Toorenburg te Rosmalen, A.S. Uitslag te Welsum, P. Ulenbelt te Leiden, E. Van der Veen te Nieuwegein, S. Van Veldhoven-van der Meer te Rijswijk (Zuid-Holland), T. Venrooy-van Ark te Nieuwerkerk aan den IJssel, G.A. Verbeet te Amsterdam, G. Verburg te Woerden, M.J.M. Verhagen te Voorburg, K. Verhoeven te Amsterdam, R.A. Vermeij te Den Haag, R.A. Van Vliet te Nederweert, J.S. Voordewind te Amsterdam, L.G.J. Voortman te Utrecht, F.H.H. Weekers te Weert, E.E. Wiegman-van Meppelen Scheppink te Zwolle, G. Wilders te Den Haag, J.M.A.M. De Wit te Heerlen, A.G. Wolbert te Arnhem, E. Ziengs te Assen en H. Zijlstra te Utrecht.
Voorzitter. De commissie stelt de Kamer ten slotte voor om haar verslag ook aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toe te zenden met het verzoek aandacht te besteden aan de gemaakte opmerkingen.
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Ik dank de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven. Ik dank haar voorzitter in het bijzonder en de medewerkers van de commissie voor het verslag en het zeer vele werk dat in korte tijd is verzet om dit verslag te kunnen maken.
Ik stel voor overeenkomstig de voorstellen van de commissie te besluiten en het volledige rapport als bijlage toe te voegen aan de Handelingen.
Daartoe wordt besloten.
(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)<1>
De voorzitter:
Niet vandaag maar morgen zal de beëdiging van de nieuw samengestelde Kamer zal plaatsvinden.
Na een korte schorsing gaan wij aandacht besteden aan het feit dat wij vandaag voor het laatst in deze samenstelling bijeen zijn. Ik vind het buitengewoon gezellig dat de twee prinsesjes uit Twente hier ook aanwezig zijn op de publieke tribune, mevrouw Schreijer-Pierik. Als ik het goed heb begrepen zijn er ook prinsesjes uit Amsterdam aanwezig. Er zitten vandaag allerlei leuke jonge mensen op de tribune.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Afscheid vertrekkende leden
De voorzitter:
Vandaag bent u voor het laatst in deze samenstelling bijeen. Met ingang van morgen komt er een einde aan de zitting van deze Kamer, die begon op 30 november 2006. Al op die eerste dag werd direct na de beëdiging een stevig debat gevoerd over een generaal pardon. Sommigen van u zullen morgen opnieuw beëdigd worden als Kamerlid en anderen treden morgen toe tot de vereniging van oud-leden. Voordat ik die laatste leden toespreek, wil ik met u een blik in de spiegel werpen en terugkijken, reflecteren op de afgelopen drieënhalf jaar.
In die periode hebben we lief en leed gedeeld, niet alleen op het persoonlijk vlak. Als leden van de volksvertegenwoordiging delen wij schokkende gebeurtenissen die de Nederlandse samenleving in het bijzonder raken. We hebben stilgestaan bij de slachtoffers van de aanslag op de koninklijke familie in Apeldoorn op Koninginnedag 2009 en bij de slachtoffers van de vliegtuigongelukken bij Schiphol en bij Tripoli. Internationaal denk ik aan de ramp die Haïti trof. Eerder vandaag hebben wij stilgestaan bij het omkomen van een Nederlandse militair in Afghanistan. Nederlandse militairen die in Afghanistan omkomen bij vredesmissies worden in deze zaal bij hun naam genoemd. Wij gedenken hen met diep respect voor hun grote inzet.
De Kamer heeft haar eigen functioneren aan reflectie onderworpen. Dat was geen navelstaarderij van enkele enthousiastelingen uit ons midden. Integendeel, de ramen werden juist opengezet. Het resultaat mag er zijn: een eigen toekomstagenda, een nieuwe stijl van hoorzittingen om meer zicht te krijgen op met name uitvoeringsvraagstukken, en, niet te vergeten, een hernieuwde discussie over het formatieproces. De nieuwe leden gaan met deze instrumenten kennismaken, waarbij zij zich wellicht niet realiseren dat zij nog maar net door deze Kamer ontwikkeld zijn. Een reflectieproces is overigens nooit af. De nieuwe Kamer zal vast op haar eigen manier wegen zoeken om bij te dragen aan de kwaliteit van het democratisch besluitvormingsproces.
Ik gebruikte zojuist de uitdrukking "de ramen opengezet". Ik herinner u eraan dat deze Kamer heeft besloten dat ook de procedurevergaderingen van commissies, die tot dan toe standaard achter gesloten deuren werden gehouden, in beginsel openbaar zijn. Besloten commissievergaderingen beginnen een zeldzaamheid te worden. Ze zullen nooit helemaal weg te denken zijn, er bereikt de Kamer tenslotte ook vertrouwelijke informatie. De vrees die bij sommige commissies bestond, is al snel overwonnen. Die vrees had overigens niets te maken met de angst voor camera's, een fobie die ik overigens zelden in dit gezelschap tegenkom. De vrees was meer dat we in het openbaar minder bereid zouden zijn om toe te geven aan de wensen van andere fracties. Daarmee is ook een doelstelling van de zelfreflectie gerealiseerd: een grotere transparantie van het parlementaire proces.
Terugblikkend zien wij dat langzaam maar zeker Europa geworteld is in dit parlementaire proces. Kamerbreed wordt aan de Europese component van onze besluitvorming steeds meer aandacht besteed. Op tal van manieren hebt u zich de afgelopen periode ook actief met Europa bemoeid. Soms bent u hierbij geholpen door externe factoren. Zo is de betrokkenheid van de Kamer bij de besluitvorming over het noodplan voor Griekenland extra vanzelfsprekend omdat we te maken hebben met een demissionair kabinet. Maar ook zonder die omstandigheid was de aanpak van deze crisis natuurlijk ondenkbaar geweest zonder een fundamenteel politiek debat in deze Kamer. In de volgende zittingstermijn zal de Kamer zich gesterkt weten door een aantal nieuwe bevoegdheden. Ik noem de zogenaamde gele- of oranjekaartprocedure. De Kamer heeft op eigen initiatief het behandelvoorbehoud afgedwongen. Europa is en blijft hoe dan ook een centraal deel van de Haagse politiek.
Gelukkig wordt in de Kamer ook vaak gelachen. Humor in het debat is onmisbaar. Ik denk aan de soms prachtige, ironische beeldspraken die u gebruikt of aan de momenten waarop een van u vastloopt in een eigen verspreking, waarvan de collega's weer dankbaar profiteren. Televisie en internet zenden die momenten uit. Mensen bewerken die beelden ook, wat soms tot hilarische filmpjes leidt. Hoewel de verleiding groot is, ga ik geen voorbeelden van dit alles noemen. De afgelopen weken zijn er weer heel wat van die fragmenten voorbijgekomen. U hebt ze dus allemaal kunnen zien.
Deze Kamer heeft er ook veel aan gedaan om ons werk dichter bij de burgers te brengen door vooral ouderen en jongeren aan te moedigen om ons te bezoeken. Beleidsmatig doet u dat soort voorstellen bij de ramingsbehandeling. In de praktijk nodigt u zelf groepen uit. Ieder jaar bij de presentatie van onze jaarcijfers publiceren de kranten de naam van de meestevragensteller. Als er zo'n lijstje zou bestaan van het kom-eens-bij-ons-langs-Kamerlid, denk ik dat mevrouw Schreijer-Pierik bovenaan zou eindigen. Zonder het educatieve karakter tekort te willen doen, is Twente-Den Haag de favoriete dagtocht.
U hebt samen in iets meer dan drie jaar en zes maanden veel werk verzet of in gang gezet. Ik heb het als een groot voorrecht ervaren dat ik uw vergaderingen mocht voorzitten. U weet dat ik dat, met dank aan u, met veel plezier heb gedaan, ook al was u niet altijd blij met mij, integendeel zelfs: te weinig spreektijd, te weinig interrupties, noem alle bekende ergernissen maar op. Eerlijk gezegd begrijp ik die ergernissen. U zit bij een debat vol adrenaline en u gaat ervan uit dat wat u wilt het beste voor Nederland is. Democratie is echter compromissen sluiten. Dat is allesbepalend. Bij die compromissen wordt door leden en door fracties water bij de wijn gedaan, voordat ze überhaupt tot stand kunnen komen. Dat vraagt van u waardering voor elkaars inzet, wederzijds respect en een niet aflatende inzet om burgers die een debat volgen, duidelijk te maken hoe u tot een compromis komt. Als dat proces helder verloopt, ben ik als voorzitter tevreden.
Mijn beste vrienden in dit huis waren hierbij de klok, het Reglement van Orde en bij hoge uitzondering -- die telt dus niet mee -- de hamer, en niet te vergeten, zo hoop ik, een goed humeur. Mocht ik u op het hoogtepunt van uw speech ooit hebben onderbroken, dan bied ik u daarvoor mijn welgemeende excuses aan. Ingrijpen doet een voorzitter "pour les besoins de la cause", voor het belang van de zaak.
Dan wil ik nu degenen onder u toespreken die de Kamer gaan verlaten.
Ik begin met de heer Cees Meeuwis. Amper 20 uur na uw beëdiging in september 2009 hield u uw maidenspeech over een kwestie die de gemoederen in de Kamer al 30 jaar bezighoudt: de medezeggenschap van pensioengerechtigden in besturen van pensioenfondsen. De laatste weken hebt u de minister van Verkeer en Waterstaat bevraagd over een vrij nieuw fenomeen: het sluiten van het luchtruim als gevolg van een aswolk. Ik wens u als wethouder in Breda veel succes! Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Patricia Linhard. In mei 2009 volgde u Jacques Tichelaar op. U verruilde het ondernemerschap in uw eigen goedlopende Amsterdamse modezaak voor een zetel in ons parlement. U hebt zich ingezet voor uw idealen op de terreinen ruimtelijke ordening, natuur, pensioenen en verkeer en waterstaat. Zo is op uw initiatief het project Amsterdam-Almere-Markermeer benoemd tot groot project. De Kamer zal hierdoor extra aandacht besteden aan de integrale uitvoering van dit complexe project. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Hein Pieper. Tijdens uw maidenspeech in december 2008 hield u ons voor dat bestuurders niet alleen deskundig moeten zijn, maar vooral ook moeten laten zien dat zij volledig bij dat besturen betrokken zijn. Tijdens uw Kamerlidmaatschap hebt u uw betrokkenheid volledig getoond en bewezen. In de commissies voor VROM en voor LNV was u woordvoerder bij de begrotingsbehandeling. Daarnaast was u rapporteur van de voortgangsrapportage ecologische hoofdstructuur in de commissie voor LNV. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Trix de Roos-Consemulder. Na bijna tien jaar gemeenteraadslid in Vlissingen te zijn geweest, kwam u in januari 2009 in de Kamer. In een interview met de Provinciale Zeeuwse Courant vertelde u een jaar later: "Ik ben geen politicus pur sang. Ik ben helemaal gelukkig als ik uit Den Haag kom en op zaterdag handtekeningen kan ophalen in de stad". Vrij vertaald: u manifesteert u liever in de lokale dan in de landelijke politiek. Zeer begaan bent u met het lot van mensen zonder dak of thuis, zoals u ze noemt. Hoe bescheiden en relativerend ook, u bent een vrouw om trots op te zijn. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Chantal Gill'ard. Om te beginnen wil ik zeggen dat wij allemaal zo blij zijn dat u er vandaag weer bent, na een gedwongen afwezigheid van enkele maanden wegens ziekte.
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Deze tegenslag is extra wrang omdat u zich als Kamerlid vanaf 2006 juist inzette voor de verbetering van de gezondheidssituatie van anderen, in het bijzonder van vrouwen in ontwikkelingslanden, vrouwenrechten en veilig moederschap. In 2008 was u medeorganisator van een internationale conferentie over veilig moederschap, één van de millenniumdoelstellingen. Ondanks uw ziekte nam u eind vorig jaar nog deel aan een conferentie in Addis Abeba over ditzelfde onderwerp. Die conferentie was mede georganiseerd naar aanleiding van een door u ingediende motie. Ook was u in Nicaragua om daar te pleiten voor veilig moederschap. Tijdens werkbezoeken aan Pakistan en Afghanistan in 2007 en aan Ethiopië en Soedan in 2008 ging uw aandacht eveneens uit naar de kwetsbare positie van vrouwen in deze landen. Ik ben ervan overtuigd dat u zich op dit terrein ook buiten de Kamer zult blijven inspannen. Ik wens u succes, maar bovenal een goede gezondheid toe. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Ed Anker. U hield u sinds het begin van uw Kamerlidmaatschap bezig met justitie en binnenlandse zaken. In het laatste jaar kwam daar de onderwijsportefeuille nog bij. Moeiteloos leek u zich nu eens hard te maken voor de rechten van kinderen van asielzoekers, dan weer voor het gebruik van Nederlandse producten tijdens representatieve diners. Menigmaal gaf u uw mening over het aantal spoeddebatten in de Kamer. Tijdens een regeling van werkzaamheden uitte u zelfs wel eens uw zorgen via Twitter. Het is dan ook wel ironisch te noemen dat u uw maidenspeech hield tijdens -- wat ik noem -- een spoeddebat. Tot slot: u riep de parlementairehoffelijkheidsprijs in het leven. Zelf voldoet u ruimschoots aan de criteria om deze prijs eens in de wacht te slepen; extra jammer dat u nu vertrekt. Het ga u evenwel goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Mei Li Vos. U bent sinds 1 maart 2007 lid van de Tweede Kamer. U had toen al naam gemaakt met de oprichting en het voorzitterschap van het Alternatief voor Vakbond. Sinds het begin van uw lidmaatschap hebt u zich ontwikkeld tot een felle debater en mede daardoor tot een veel geziene -- en graag geziene -- publieke figuur. Eén van uw belangrijke verdiensten was het door de Kamer aangenomen initiatiefwetsvoorstel over ruimere formulering van het verbod om mededingingsafspraken te maken. Dit wetsvoorstel diende u in 2008 in, samen met collega's Ten Hoopen van het CDA en Aptroot van de VVD. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Paul Tang. In 2007 werd u Kamerlid. Bij uw aantreden had u de ambitie om uw kennis van de economie in te brengen in de politiek. Daar bent u naar mijn indruk uitstekend in geslaagd. Een enkele collega kwalificeerde uw betogen soms plagerig als "filosoferen", maar dat moet, denk ik, verklaard worden door het stijlverschil tussen economen en juristen. U bent een veelzijdig man: tijdens debatten haalde u vaak toepasselijke regels uit popsongs aan. U groeide op in Alkmaar, bent fan van AZ en ook een actief en een -- naar mij is gezegd -- verdienstelijk voetballer. Dat u werd geselecteerd voor het Kamerelftal is dan ook niet zo verwonderlijk. Van uw collega-voetballers hoorde ik wel dat u er af en toe wat moeite mee hebt om de bal aan een ander af te staan. U bent ook een actief Kamertwitteraar. Onlangs riep u de minister van Financiën op om het twitteren niet op te geven. U hoef ik dit niet te vragen. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Eddy Bilder. Tijdens uw Kamerlidmaatschap vielen u verschillende typeringen ten deel. Naast betrouwbaar, authentiek en scherp bent u ook sober genoemd. Hoewel u graag wat meer met uw benen in de spreekwoordelijke modder had gestaan, hebt u zich met overgave op een aantal technische dossiers gestort. U hield u ook bezig met de gemeentelijke herindeling, waarbij uw ervaringen als wethouder van de gemeente Ermelo goed van pas kwamen.
U bent meerdere malen rapporteur geweest voor de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om de begroting kritisch te beoordelen. Mijnheer Bilder, binnenkort bent u weer baas over uw eigen agenda in uw geliefde Ermelo, waar u beter bekend bent onder de Engelse term "builder". Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Hugo Polderman. Vrij onverwacht kwam u in 2006 vanaf de kandidatenlijst in de kieskring Tilburg, de fractie van de SP versterken. U was bijzonder actief op het gebied van LNV waar u zich inzette voor de paling, Natura 2000, antibioticagebruik in de veehouderij, het Europese zuivelbeleid, maar ook voor "de kleine oorlog van boer Kok", de zogenoemde "oormerkweigeraar". Daarnaast ken ik u als een actief deelnemer aan de hoorzitting Prijsvorming in de agro-nutriketen. In het debat over genetisch gemodificeerde organismen legde u de ministers van LNV en VROM regelmatig het vuur na aan de schenen. Uw collega's verraste u met een glaasje gentechvrije melk. Uw fijnzinnige humor zal in dit huis node gemist worden. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Paul Lempens. Na de verkiezingen in 2006 kwam de 25ste SP-zetel voor u beschikbaar. In een interview met de Kamerbode zei u eens: "als Kamerlid moet je de blik naar buiten gericht houden". Uit uw maidenspeech en ook uit latere debatten bleek dat u zich aan die woorden hield. Tijdens debatten over bijvoorbeeld sociale werkvoorziening werd duidelijk dat u intensief contact heeft met mensen en organisaties in Nederland, en vooral in de thuisregio Limburg, om de vinger aan de pols te houden en op die manier uw Kamerlidmaatschap vorm te geven. Nu verlaat u de Kamer, maar niet de politiek. U bent in maart dit jaar teruggekeerd in de gemeenteraad van Weert, waar u eerder al raadslid was. Ik wens u daarmee veel succes. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Marianne Besselink. U bent sinds november 2006 lid van deze Kamer. U was al jong op het politieke pad. Als achttienjarige werd u in 1991 in Drenthe gekozen als jongste provinciale statenlid van Nederland. Daarna werd u bestuursadviseur van de burgemeester van Groningen en vervolgens directiesecretaris Stadsbeheer. Hier in de Kamer zette u zich vol overgave in voor de portefeuilles kenniseconomie, innovatie, onderzoek, hoger onderwijs, voortgezet onderwijs en lerarenbeleid. Een belangrijke leus van u was: "Je kansen moeten niet afhankelijk zijn van het gezin waarin je geboren wordt". Denkend aan gezinsvorming, mag ik u heel veel geluk wensen in de komende periode? Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Marianne Langkamp. Sinds november 2006 bent u lid van de Kamer, nadat u al een paar jaar medewerker en coördinator van de SP-fractie was geweest. De afgelopen tijd stond bij u vooral het kind centraal. Uw zorg ging niet alleen uit naar de groeiende wachtlijsten in de Jeugdzorg; uw allereerste schriftelijke Kamervraag ging over groeiende wachtlijsten voor zwemlessen. U was mede betrokken bij het initiatiefvoorstel van mevrouw Kant over speelruimte voor kinderen. Met verve en overtuiging nam u deel aan de parlementaire werkgroep toekomstverkenning jeugdzorg, de vergaderingen van de commissie voor de Werkwijze en het Presidium, waarvan u vanaf december 2006 plaatsvervangend lid was. Toen u ooit in een interview gevraagd werd wat "uw Jan-moment" was -- het gaat dan over Jan Marijnissen -- zei u dat u de wandelingen met Jan langs de Hofvijver zo zou missen. U mijmerde daarbij samen over politieke vraagstukken en sloot de wandeling standaard af bij de haringkar met twee maal twee haringen en een bekertje melk. Ik hoop dan ook dat u beiden binnenkort de Hollandse nieuwe weer eens goed bij de staart zult vatten. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Samira Bouchibti, sinds 30 november 2006 bent u lid van de Kamer. Als woordvoerder jeugd- en gezinsbeleid sprak u onder meer over jeugdzorg, kindermishandeling, flitsscheidingen en opvoedingsondersteuning. Ik wil uw maidenspeech over eergerelateerd geweld op 8 maart 2007 niet onvermeld laten. Op enig moment zei u, nog niet aan het eind van uw warme en bewogen betoog: "Voorzitter. Ik ga bijna afronden, want het lampje brandt". Na afloop van uw inbreng merkte ik op: "Wij hebben in uw maidenspeech allemaal kennisgenomen van uw overtuiging en van de wijze waarop u die hier naar voren hebt gebracht. U bleek zelfs al kennis te hebben van het functioneren van het lampje!" Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Ton Heerts, ik moet als Voorzitter wel eens een blad voor de mond nemen, maar niet bij Ton Heerts. Tegen hem kan iedereen verfrissend openhartig zijn, maar houd er rekening mee dat hij dat ook tegen ons is. Na drieënhalf jaar gaat u de Kamer verlaten. Maar in die tijd stak u de handen wel uit de mouwen. U behartigde voor uw fractie een flink deel van de Justitieportefeuille, en nog veel meer: BZK, VWS, SZW. Als het nodig was deed u de financiële beschouwingen er ook nog even bij. Mijnheer Heerts, u werkte hard, was betrokken en recht door zee. In dezelfde stijl heeft u nu de keuze gemaakt om u niet voor herverkiezing beschikbaar te stellen. U kiest voor uw persoonlijk leven, omdat dat nu voorrang heeft. Wij zeggen u gedag, maar ik ben ervan overtuigd dat dat niet voorgoed is, want u kunt natuurlijk nooit al uw energie kwijt bij -- als ik het goed heb begrepen -- de Apeldoornse Boys en FC Twente, al is de laatste kampioen! Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Ernst Cramer, tijdens uw Kamerlidmaatschap vanaf 2006 heeft u zich deskundig en actief ingezet op een omvangrijke portefeuille. Vooral in de spoordossiers profileerde u zich als een kenner. Het duizelde mij soms van de vaktermen: ERTMS, TLB1+ en zelfs de krokodil, blijkbaar geen ongebruikelijke verschijning op het spoor, passeerden de revue. Ook op het terrein van LNV was u actief, bijvoorbeeld met uw motie over de "combikip", een dier dat vervolgens regelmatig in Kamerdebatten voorbijkwam. U was ook lid van de commissie-De Wit. Met uw goede humeur en relativerende humor droeg u bij aan de goede sfeer. Met een kwinkslag, streng doch rechtvaardig, hield u als ondervoorzitter van de Kamer de vergadering bij mijn afwezigheid in de hand. Tussen de bedrijven door vond u ook nog tijd om uw belevenissen met het publiek te delen via uw weblog. Tijdens werkbezoeken haalde u soms halsbrekende toeren uit om er mooie foto's bij te kunnen zetten, zoals een open legervoertuig op het strand of een watertaxi op een onstuimige Waddenzee. Het is duidelijk: wij verliezen in u een kleurrijk Kamerlid. Het ga u goed.
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Jack Biskop, Kamerlid sinds november 2006. Als woordvoerder beroepsonderwijs maakte u zich sterk voor een wettelijk kader om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan. Ook brak u veelvuldig een lans voor de REA-colleges, samenwerkende scholingsinstituten, die zich richten op het opleiden van jongeren met een forse beperking. U nam daarnaast samen met de heer Depla het initiatief om een parlementair onderzoek naar competentiegericht onderwijs in het mbo te laten uitvoeren. U was ondervoorzitter van de vaste commissie EZ en lid van de contactgroep-België. In de Kamer viel u niet alleen op door uw gedegen vakkennis, maar ook door zeer mooie vulpennen. Op Hyves vermeldt u dat u vulpennen niet alleen verzamelt, maar ze ook zo veel mogelijk gebruikt. We zijn benieuwd welke pennenvruchten we nog van uw hand te zien zullen krijgen. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Jan Schinkelshoek, vanaf de eerste dag, 30 november 2006, zette u op overtuigende wijze het beeld van de bescheiden volbloed parlementariër neer. Tegelijkertijd schrok u er niet voor terug om u op de meest uiteenlopende beleidsterreinen te manifesteren: binnenlandse zaken, Nederlands-Antilliaanse Zaken, onderwijs en cultuur, de betrekkingen met België en Duitsland en recentelijk in de Tijdelijke commissie onderzoek financieel stelsel. Deze opsomming is nog niet volledig. Bij uw aantreden in 2006 stelde u zich ten doel een bijdrage te leveren aan het eerherstel van de Tweede Kamer. Niet alleen tijdens al uw optredens in deze Kamer, maar ook in de Commissie voor de Werkwijze en als plaatsvervangend lid van het Presidium.
Een motie van uw hand vormde het startsein voor de stuurgroep Parlementaire zelfreflectie. Daarmee hebt u een wezenlijke bijdrage geleverd aan de versterking van de Kamer. Dat proces is nog lang niet voltooid en ik hoop dan ook dat u erbij betrokken blijft vanuit welke positie dan ook. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Hans van Leeuwen. U bent sinds de verkiezingen van 2006 lid van de Tweede Kamer. Daarvoor was u gemeenteraadslid in Leidschendam-Voorburg. Naast uw politieke werkzaamheden bent u actief beeldend kunstenaar. In de Kamer wist u uw beide passies goed te combineren. U voerde in de Kamer het woord over cultuur en ruimtelijke ordening. Ook was u lid van de Kunstcommissie van de Kamer. In de Kamerbode noemde u kunst een prima remedie tegen vastgeroest denken. Gelet op uw actieve levensstijl hoeven wij allerminst bang te zijn dat wij u ooit vastgeroest aan zullen treffen. Ik wens u een kleurrijke toekomst toe. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Janneke Schermers. U bent sinds 2006 lid van de Tweede Kamer. Betrokkenheid bij mens en maatschappij waren een belangrijke drijfveer in uw leven, vertelde u toen u werd gekandideerd voor de Tweede Kamer. U was woordvoerder volksgezondheid, in het bijzonder voor die onderwerpen waar witte jassen bij betrokken zijn, zo zei u in menig voorstelrondje. In een notendop: ziekenhuiszorg, ketenzorg, verloskunde, bloedvoorziening, intensive care, geneesmiddelenbeleid en ambulancezorg. U zette zich in voor verhoging van de kwaliteit van de gezondheidszorg en voor de patiëntveiligheid. De medische bagage die u bij intrede in de Kamer meebracht, was zeer welkom. Die bagage zorgde menigmaal voor verduidelijking bij collega's en zelfs bij de verantwoordelijk minister. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Paul Kalma. U had en hebt altijd invloed op het politieke debat. Dat was voor de aanvang van uw Kamerlidmaatschap al zo. Het is alsof het niet uitmaakt of u wel of niet persoonlijk in de Kamer aanwezig bent. Toen u in 2006 als Kamerlid aantrad, zei u dat u een bijdrage wilde leveren aan de vermindering van de vluchtigheid die de politiek soms kenmerkt. Het strikt afrekenen van de politiek op resultaat is naar uw mening een te beperkte taakopvatting voor een politicus. U hebt het u niet gemakkelijk gemaakt en de handen uit de mouwen gestoken. Soms handhaafde u eigen standpunten in weerwil van de opvattingen in uw omgeving. U gaf ook anderen de mogelijkheid om hun opvattingen duidelijk naar voren te brengen, onlangs nog door de verdediging van twee initiatiefwetsvoorstellen mee te helpen voeren: de voorstellen over het correctief en over het raadgevend referendum. U verlaat nu de Kamer, maar nogmaals: ik twijfel er niet aan dat uw mening in deze zaal nog vaak te horen zal zijn. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Fons Luijben. Op 30 november 2006 werd u Kamerlid. Dit was een maand voordat u de pensioengerechtigde leeftijd zou bereiken. Ouderenbeleid, pensioen en AOW hadden uw bijzondere aandacht in de Kamer. In dit verband hebt u vragen gesteld over pensioenrechten van krijgsgevangenen en over verzekeraars die oudere automobilisten weigeren. Ook de AOW-partnertoeslag en het AOW-gat van Surinamers gingen u aan het hart; over dit laatste onderwerp ging uw eerste Kamervraag. Eén van uw drijfveren was het rechtvaardigheidsgevoel dat u van huis uit hebt meegekregen, zo zei u eens. Ik dank u zeer voor de inzet en betrokkenheid die u in de Kamer hebt getoond. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Rita Verdonk. Er liggen turbulente jaren achter u. Slechts weinigen in deze Kamer hebben zo aan den lijve ondervonden hoe onvoorspelbaar het politieke bedrijf kan uitpakken. Zelf citeerde u eens een opmerking van Gerrit Zalm aan uw adres: "Rita, het ene moment zit je boven in een boom, het andere moment lig je eronder!". Velen hadden het begrepen als u de handdoek in de ring zou hebben gegooid in september 2007. Maar u ging door, naar uw overtuiging gemachtigd door het overweldigend aantal voorkeursstemmen dat u in de Kamer gebracht had. Vanuit die eenmansfractie begon u uw eigen politieke beweging, waarmee u ook meegedaan hebt aan de verkiezingen van vorige week. Inmiddels heeft de kiezer weer gesproken en nu moet u toch de ring verlaten.
Klagen past niet bij u. U bent er één van "niet zeuren maar doen". Een persoonlijkheid die in het harde politieke bedrijf niet snel in het nauw zal komen. U deinsde er ook niet voor terug om in deze zaal op uw eigen manier te laten weten dat u een harde boodschap had aan het adres van politieke opponenten. Maar als complimenten op z'n plaats waren, gaf u ze óók. U bleef uzelf. In de pers wordt zelfs gesproken over "Riet-tweets", omdat u ook in het twitteren uw zo herkenbare eigen stijl hebt. Ik vermoed dat u andere kanalen zult vinden om uw boodschap voor het voetlicht te brengen. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Pieter van Geel. Sinds 21 februari 2007 bent u voorzitter van de CDA-fractie in de Tweede Kamer. In de eerste twee kabinetten Balkenende was u staatssecretaris van VROM. Tijdens de algemene beschouwingen van vorig jaar pleitte u naar aanleiding van de economische crisis voor bezuinigingen, voor een staatskas die weer gezond is, zodat toekomstige generaties niet met de schulden worden belast. U pleitte voor een duurzaam Nederland en een Nederland waar mensen, ook met een beperking, meedoen. Die opgave noemde u "operatie-Sophie".
Op uw weblog hebt u ook eens gepleit voor een "Bas van der Vlies-norm", een norm voor het voeren van een inhoudelijk en waardig debat in de trant van Bas van der Vlies. Zelf spreekt u graag in sporttermen. Het debat moet volgens u, maar ook volgens mij, niet op de man maar op de bal worden gespeeld. Al bij uw eerste algemene politieke beschouwingen deed u samen met Alexander Pechtold de oproep om in deze Kamer fatsoenlijk met elkaar om te gaan.
U bent voorzitter van de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Daarover doet u -- behalve in het jaarverslag -- nooit mededelingen. Maar het is ons niet ontgaan dat u de bijeenkomsten van de voorzitters van de commissies voor de inlichtingendiensten van de Europese Unie altijd met veel enthousiasme hebt bijgewoond. Dit enthousiasme bleek ook bij het bezoek dat de fractievoorzitters in 2007 aan de Nederlandse Antillen en Aruba brachten. Aanvankelijk vond u de reistijd lang, maar uw eindoordeel was: erg plezierig en interessant. Het grote verschil in cultuur tussen de zes prachtige eilanden viel u op. "De eilanden willen zelf bij het Koninkrijk blijven horen", zei u, en: "wij moeten een afscheiding niet willen, maar de relatie veranderen door meer nadruk op hun kansen te leggen". U bent een aimabel mens. Dat is niet alleen een feit, maar ook een politiek feit. Dat ga ik nu uitleggen. "Prettige man om mee te onderhandelen", zei Wouter Bos. "De samenwerking met hem is echt plezierig", zei een ander.
Tot slot nog iets over één van uw grote liefdes: het wielrennen. Waar het maar kan, springt u op de fiets om een rondje te rijden of liever nog om te klimmen langs haarspeldbochten in Italië en Zuid-Frankrijk. Een goede manier om je hoofd leeg te maken, maar ook om inspiratie op te doen, zei u zelf. Ik wens u namens ons allen fietstochten met veel inspiratie voor de toekomst toe. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Ans Willemse-van der Ploeg. Na een korte periode in 1993/1994 en in 2006, bent u sinds 1 maart 2007 wederom lid van de Kamer. Met uw 71 jaar -- wij kunnen het niet geloven -- bent u het oudste Kamerlid. Ik zie dat u drie vingers opsteekt. Niets bijzonders volgens u: "Het is in de eerste plaats een voorrecht als je gezond mag blijven, maar verder kan ik het iedereen aanraden om door te werken. Maar je moet wel levenslang investeren in kennis, niet uitgaan van wat je in je jeugd geleerd hebt". Nog een citaat: "Ik vind ook dat de volksvertegenwoordiging een afspiegeling van de samenleving moet zijn en dus ook 65-plussers moet omvatten, net als 25-minners". Voorwaar uit het hart gegrepen, en zo waar.
Voor uw fractie was u vooral woordvoerder op het terrein van de ouderenzorg, verpleging en verzorging en welzijnsbeleid. U was dé deskundige op het terrein van de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Met uw jarenlange ervaring in uw woonplaats Heiloo en uw vele functies in de genoemde beleidssectoren, wist u als geen ander waar u het over had. Het ga u goed! Ik hoop u hier nog heel vaak terug te zien.
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Nihat Eski, na uw eerste periode in de Kamer van 2002 tot 2006 werd u in december vorig jaar opnieuw lid van de Tweede Kamer. In uw maidenspeech deed u een oproep aan Nederlanders met een andere etnische achtergrond, om, in uw woorden, "verantwoordelijkheid te nemen, maar ook verantwoordelijkheid te dragen". De afgelopen maanden was u met name actief in de commissie voor Verkeer en Waterstaat waar u zich bezighield met het spoor, regionaal openbaar vervoer en het Europese transportbeleid. Geheel in tegenspraak met uw karakter kreeg u direct te maken met een koude bedoening: de problemen door het winterweer op het spoor. Met uw "comeback" in de Kamer dwong u de minister van Verkeer en Waterstaat recentelijk door de bocht op de overwegkruising in Didam. Dankzij uw motie worden de afspraken uit 1995 eindelijk uitgevoerd. Tot mijn spijt moeten wij nu weer afscheid van u nemen. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Raymond Knops, u was Kamerlid van oktober 2005 tot december 2006 en vervolgens weer vanaf maart 2007. Uw Kamerlidmaatschap kwam niet uit de lucht vallen; u was al van jongs af aan politiek actief. U hield uw maidenspeech op 29 november 2005. Dat was een interessante, maar, tegen uw gewoonte in, ook lange speech, waarin u uitgebreid inging op uw voorganger uit Horst aan de Maas, die in 1866 lid van de Kamer werd. In de periode na uw maidenspeech maakten wij kennis met uw korte en krachtige inbrengen, vaak doorspekt met een prettige, droge humor. No nonsens, recht door zee, dat typeert u. Bijzonder betrokken bent u bij het Defensiepersoneel op uitzending. Tijdens de werkbezoeken van de vaste commissie voor Defensie toonde u dat steeds weer, in onder meer Irak, Tsjaad en verschillende keren in Afghanistan. U stak daarnaast veel tijd in interparlementaire betrekkingen, onder andere in de NAVO-assemblee en de contactgroep Duitsland. Gistermiddag presenteerde de Kiesraad de officiële verkiezingsuitslag en nu moeten wij helaas toch afscheid van u nemen. Mijnheer Knops, veel dank voor al uw inspanningen. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Rendert Algra, als ik zeg "Friesland en politie", weet iedereen over wie ik het heb: Rendert Algra. Uw Friese afkomst is hier al meer dan eens gememoreerd, maar wij kunnen, en u wilt, er niet omheen. U bent een Fries in hart en nieren, en dat hart zit op de juiste plaats, daarvan zijn wij allen overtuigd. Wij beseffen dat dit Friese hart zich soms niet anders kan uiten dan door zo nu en dan tegen de stroom in te roeien en de eigen overtuiging met opgeheven hoofd en rechte rug uit te dragen. U verkeerde al vanaf 2002 tot eind 2006 in ons midden en op 1 september 2009 kon u uw rentree maken in de Kamer. Helaas was dat, naar nu blijkt, slechts voor een korte tijd. In die korte tijd heeft u zich echter wederom verdienstelijk gemaakt op de terreinen politie en veiligheid, ICT en ook toerisme. Uw betrokkenheid bij het politieke leven wordt alom erkend. En het ziet ernaar uit dat u uw betrokkenheid in het maatschappelijk leven op vele terreinen blijft demonstreren.
Het is mij een groot genoegen dat ik de Kamer kan mededelen dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd om u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Mag ik u verzoeken naar voren te komen en u voor het spreekgestoelte op te stellen, zodat ik u de versierselen kan opspelden die behoren bij deze benoeming. Ik verzoek de leden mij toe te staan om zonder te schorsen daartoe tijdens de vergadering enige ogenblikken mijn stoel te verlaten.
(De bij de onderscheiding behorende versierselen worden door de Voorzitter opgespeld.)
(applaus)
De voorzitter:
"Fan dit plak ôf wol ik jo ek tige lokwinskje mei jo keninklike underskieding".
Mevrouw Lia Roefs, u stelde zich tijdens uw periode als Kamerlid zeer actief op als woordvoerder verkeer en vervoer en als ondervoorzitter van de commissie OCW. U deed dat collegiaal, altijd zoekend naar mogelijkheden tot samenwerking. Maar als het moest, kon u streng zijn. U wilde van dossiers altijd het naadje van de kous weten en rustte niet tot u de inhoud zelf haarfijn kon uitleggen. Een belangrijke mijlpaal was de motie-Roefs inzake het niet langer verplichten van openbare aanbesteding van het openbaar vervoer in grote steden. Het had wat voeten in de aarde, maar na uw oproep, afgelopen maart, aan de regering om het noodzakelijke wetsvoorstel "onverwijld" naar de Kamer te sturen, bereikte het wetsvoorstel ons op het nippertje. Helaas kunt u de behandeling niet meer zelf ter hand nemen, maar de wet gaat ongetwijfeld de geschiedenis in als de "wet-Roefs". Als inwoonster van Limburg hebt u zich ook hard gemaakt voor uw thuisregio. De Buitenring Parkstad Limburg, de tunnels in de A73, en de taxi's grensstreek zijn daar slechts een paar voorbeelden van. Mevrouw Roefs, wij gaan u missen, als Kamerlid maar vooral ook als collega. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Corien Jonker, u bent met een kleine onderbreking bijna zes jaar Kamerlid geweest. U hebt zich vooral ingezet op het terrein van de homo- en vrouwenemancipatie. Uw waardevolle werk voor de Raad van Europa leidde ertoe dat u in 2009 het meest bereisde Kamerlid was. Uw inzet voor eerlijke verkiezingen en mensenrechten brachten u onder andere in landen als Albanië, Zuid-Ossetië, Armenië en Kazachstan. Als voorzitter van de vaste commissie SZW hebt u hectische en emotievolle overleggen meegemaakt, die u op kundige en rustige wijze leidde. U liet de regering daarbij niet met vage toezeggingen wegkomen. U gaat nu wat anders doen, omdat, zoals u het zo mooi omschrijft, u met passie in Den Haag heeft gewerkt, maar het "vuur moet blijven branden om te kunnen verwarmen". Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Jan Boelhouwer, sinds 2003 bent u, met een "intermezzo" van een jaar, voor de PvdA-fractie actief in de Tweede Kamer en in het Beneluxparlement. In de commissie VenW draaide u voor het complexe waterdossier uw hand niet om. Uw "referaten" op dit vlak: daar was door kabinet en collega's geen speld tussen te krijgen. De afgelopen maanden liet u zich met vergelijkbaar gemak horen in de luchtvaartdossiers en de grote projecten op het spoor. Mede door uw toedoen zijn veel werkbezoeken in Nederland afgelegd, om zicht te krijgen op de betekenis van het advies van de Deltacommissie voor verschillende regio's. U kon in debatten echter ook confronterend uit de hoek komen. Dan legde u een bommetje, zoals u dat zelf noemt. Aan regionale bestuurders die naar uw indruk hun "hand kwamen op houden" in Den Haag, had u een broertje dood. U stelde altijd hen de vraag: "en wat draagt de provincie (of de gemeente) zelf bij?". U was ook actief lid van de commissie voor VROM. Beste Jan, wij nemen vandaag afscheid van een kritisch, aimabel en zeer gewaardeerd lid van de Kamer. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Ine Aasted Madsen-van Stiphout, u maakte uw entree in 2002. Sinds die tijd bent u met enkele onderbrekingen Kamerlid geweest. Uw hart ligt bij het welzijn van de jeugd en meer specifiek bij het welzijn van kinderen met gedragsproblemen. Uw motto is "samen dingen mogelijk maken, die onmogelijk lijken". Dat is uw uitdaging. U bent een idealist en realist, die zich niet zomaar wil neerleggen bij zaken die niet goed gaan. Uw eerste Kamervraag betrof de belangen van verstandelijk gehandicapten en hun ouders. Dit onderstreept uw bevlogenheid waar het de belangenbehartiging van onze jeugd betreft. Maar ook de veteranen konden op u rekenen. Het afgelopen jaar hebt u zich ook ingezet voor het werk van het Beneluxparlement, als voorzitter van de Commissie Grensoverschrijdende Aangelegenheden. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Laetitia Griffith, met een korte onderbreking verkeert u al sinds begin 2003 in ons midden. U hebt geen lange, ingewikkelde betogen nodig om uw politieke positie duidelijk te maken. Uw maidenspeech, over het Nederlandse drugsbeleid, omvatte amper 200 woorden. Alleen al daarmee stal u het hart van elke voorzitter.
Uw kwaliteiten bleven binnen en buiten de Kamer niet onopgemerkt: in 2004 werd u uitgeroepen tot het politieke talent van het jaar. Dat talent heeft u voortdurend ingezet voor de beleidsterreinen openbare orde en veiligheid, maar u heeft zich niet daartoe beperkt. U leverde ook een wezenlijke bijdrage aan de versterking van de parlementaire macht. Van uw collega Luchtenveld nam u de verdediging over van het initiatiefwetsvoorstel tot herziening van de Wet op de parlementaire enquête. Dit initiatief wist u samen met de toenmalige leden De Vries en Van de Camp en met de nog immer aanwezige collega Van der Staaij met succes door beide Kamers te loodsen. U hebt er nu voor gekozen nieuwe wegen in te slaan. Wij wensen u daarbij veel succes. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Anja Timmer, sinds 2003 bent u, met een onderbreking van een jaar, actief voor de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. U voerde het woord over de arbeidsmarkt, het homobeleid en het Koninklijk Huis. Daarnaast had het werken in de zorg uw bijzondere aandacht. In 2006 diende u in het kader van internationale kinderontvoering een initiatiefwetsvoorstel in dat ziet op verruiming van de rechtsmacht en verhoging van de strafmaat. Sinds mei 2009 bent u voorzitter van de vaste commissie voor EZ. Begin dit jaar leidde u een werkbezoek aan India dat in het teken stond van maatschappelijk verantwoord ondernemen en outsourcing. Naast uw voorzitterskwaliteiten kwam ook uw langdurige ervaring als verpleegkundige hier van pas wegens de fysieke gesteldheid van sommige van uw delegatieleden; ik kijk niet in het bijzonder naar de heer Van der Ham.
U zet zich ook in voor een heel andere zaak: voor de belangen van motorrijders. Ik wist van mevrouw Langkamp dat zij motorrijdster was. Dat was ook al een verrassing voor mij, maar u hebt mij op het laatst nog voor een grote verrassing gesteld. Ik heb het vannacht nog gecheckt per sms omdat ik het niet kon geloven. Als fanatiek motorrijdster ziet u dat er nog heel wat kan gebeuren om de Nederlandse snelweg motorvriendelijker te maken, en hopelijk ook veiliger. Het ga u goed en veilig!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Naïma Azough, sinds 16 maart 2004 bent u lid van de Kamer. Daarvoor was u in 2002 enkele maanden lid van deze Kamer. Uw gedrevenheid, inzet en enthousiasme bleken onder meer toen u de initiatiefnota "Lekker lang leven. Plan van aanpak overgewicht bij kinderen" uitbracht. In 2006 diende u samen met de leden Smits en Rouvoet een initiatiefwetsvoorstel in over het tegengaan van discriminatie op grond van een handicap bij examens in het primair en voortgezet onderwijs. Het voorstel werd in 2008 ingetrokken nadat de inhoud was overgenomen in een wetsvoorstel van de regering. De laatste jaren bent u het gezicht van GroenLinks in justitie-, politie- en vreemdelingen- en asielzaken. Uw deskundigheid, uw inzet, uw betrokkenheid, uw relativeringsvermogen en uw collegialiteit hebben van u een gewaardeerde collega gemaakt. Ik twijfel er niet aan dat u zich in ook deze nieuwe fase in uw leven met veel enthousiasme zult blijven inzetten voor de samenleving. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Margot Kraneveldt-van der Veen, u bent sinds 1 maart 2007 lid van de Tweede Kamer voor de PvdA-fractie. Daarvóór maakte u ook al ruim drie jaar deel uit van de Kamer. U zette zich in het bijzonder in voor het basisonderwijs, het speciaal onderwijs, kinderopvang, onderwijsachterstanden, schooluitval en onderwijstoezicht. U behoort tot de groep van Kamerleden die met succes een initiatiefwetsvoorstel door beide Kamers wisten te loodsen. Het initiatiefwetsvoorstel, dat u samen met de leden Hamer en Dijsselbloem indiende, betrof het opnemen van een verplichting aan scholen om bij te dragen aan de integratie van leerlingen in de Nederlandse samenleving. Onlangs werd u medeverdedigster van een in 2005 door uw partijgenote Hamer ingediend initiatiefwetsvoorstel over het toelatingsrecht voor het bijzonder onderwijs. U was lid van het Presidium, van de Contactgroep Duitsland en van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven. U bent een hoogvlieger, niet alleen in politiek opzicht. Binnen de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart bent u actief als schermvlieger, ofwel parapenter. We zijn benieuwd naar welke kant u uw vleugels nu zult uitslaan. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Pieter Omtzigt, sinds 3 juni 2003 bent u lid van de Tweede Kamer. Uw eerste schriftelijke vraag dateert van 30 juni 2003 en ging over het nabestaandenpensioen. Ook uw maidenspeech betrof het onderwerp pensioenen, een onderwerp dat u na aan het hart ligt en waar u veel vanaf weet. Wij hebben op dit onderwerp ook veel samengewerkt, waarvoor alsnog mijn dank. Om die reden zou het ook niet bij die ene schriftelijke vraag blijven, tot verzuchting van menig departementsambtenaar. En ook uw collega's binnen de Kamer wist u met uw felle en kordate optreden tijdens vele algemeen overleggen en plenaire debatten het vuur na aan de schenen te leggen. Op de stelling van een journalist dat de portefeuille pensioenen maar saai was, antwoordde u ad rem: "De pensioenproblematiek is niet saai. Het is een toegepast probleem, waarvoor concrete oplossingen gevonden kunnen worden". Naast uw interesse voor pensioenen, heeft u een grote voorliefde voor reizen. Dit blijkt niet alleen uit het feit dat u uw studies heeft gevolgd in Engeland en Italië, maar ook uit het feit dat u namens de Kamer lid bent geweest van verschillende assemblees. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Marjo van Dijken, sinds maart 2007 bent u lid van de Kamer; u was eerder lid van begin 2003 tot eind 2006. U hield zich onder meer bezig met het chronisch zieken- en gehandicaptenbeleid, de geestelijke gezondheidszorg, sportbeleid en het beleid inzake oorlogsgetroffenen. Voor het laatste onderwerp vertegenwoordigde u de Kamer nog onlangs bij de herdenking van het voormalige concentratiekamp Neuengamme. Voerde u het woord, dan wist u waarover u het had. Uw vlammende betogen, vaak vergezeld van een grote dosis lichaamstaal, zijn het memoreren waard. U doorspekte ze met voorbeelden uit het leven van gehandicapten, vaak over hun problemen in het openbaar vervoer en bij het parkeren. Furieus kon u reageren als uw voorstellen niet werden ondersteund. Dat bleek onlangs nog, toen de Eerste Kamer het hier met succes door u verdedigde initiatiefwetsvoorstel over het gratis parkeren voor gehandicapten in alle gemeenten, niet aanvaardde. Uw op 10 juni jongstleden bij de Kamer ingediende initiatiefnota "Onverantwoord ouderschap" onderstreept nog eens uw grote gedrevenheid en inzet als Kamerlid. Het ga u goed.
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer John Leerdam, met u vertrekt een markant - ik las eerst "charmant", maar er staat "markant" -- Kamerlid. U houdt van een grapje en u kunt er zelf ook tegen, en u paart humor aan grote inzet op vele beleidsterreinen. Als voorzitter van de commissie BZK trachtte u onbekommerd de commissie tot een team te smeden, kwam u op voor de rechten van de commissie, leidde u een minister die de confrontatie met de Kamer iets te veel dreigde te worden terug naar de vergadering en zong u na een hoorzitting met fel protesterende Friezen als beloning een Antilliaans lied omdat zij zo goed hadden meegewerkt aan een ordentelijk verloop. U was ook zeer actief in de commissie NAAZ. Mijnheer John Leerdam, nu heb ik nog niets gezegd over uw activiteiten op het terrein van onderwijs en cultuur, binnen en buiten de Kamer! En dat is toch welhaast uw handelsmerk. Daar begon u kort na uw aantreden in 2003 al mee, met de notitie "De kracht van kunst". Buiten de Kamer zette u toneelproducties op ter herinnering aan de onafhankelijkheid van Suriname en recentelijk voor de nagedachtenis van Prins Claus. Mijnheer John Leerdam, het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
De heer Luuk Blom is er niet, maar toch lees ik dit voor. Wij zullen hem de tekst toesturen. U bent sinds 30 januari 2003 lid van de Tweede Kamer. U begon als woordvoerder defensiematerieel, industriebeleid, toerisme, grensarbeid en sport. In uw tweede periode in de Kamer werd u woordvoerder Europa en u heeft ook deel uitgemaakt van de parlementaire onderzoekscommissie financieel stelsel. In uw maidenspeech, in april 2004, omschreef u zichzelf als "kort maar krachtig". Deze uitspraak typeert u: recht door zee, kernachtig en onomwonden. U was als Kamerlid een exponent van een politiek die dicht bij de burger staat. Op het Europa-dossier kwam dat goed van pas na het Nederlandse "nee" bij het referendum van 2005. U manifesteerde u in uw tweede periode als Kamerlid bovendien als een zeer actief lid van het Beneluxparlement. In dat parlement was u zelfs voorzitter van de Socialistische fractie. Daarnaast nam u regelmatig in Straatsburg deel aan de werkzaamheden van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa. We zullen uw markante aanwezigheid missen. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Jan Jacob van Dijk, met een onderbreking van een halfjaar bent u sinds 2002 lid van deze Kamer. In de Kamer was u zeer actief op het Europese terrein. Lissabon, structuurfondsen en alles wat met de interne markt te maken heeft, behoorden tot uw woordvoerderschap. U was daarnaast voorzitter van de commissie Europese wetgeving na de invoering van de Grondwet voor Europa en voorzitter van de commissie voor de subsidiariteitstoets. Op het onderwijsterrein maakte u zich onder meer sterk voor de leraren, de kleine scholen, goed bestuur, veiligheid en de vrijheid van het onderwijs (artikel 23 van de Grondwet). Onlangs diende u een initiatiefwetsvoorstel in over de aanscherping van het toezicht op nieuw bekostigde scholen. In een tijdschrift biechtte u onlangs op dat u jaarlijks voor €2500 tot €3000 aan boeken koopt. U haastte zich, erbij te vermelden dat u ze ook allemaal leest. Nu u afscheid neemt als Kamerlid, komt er in ieder geval wat meer tijd om uw boekenkast in te duiken. Veel dank voor uw inspanning. Voordat ik afsluit, wil ik zeggen dat ik immense bewondering heb gehad voor het feit dat u alles uit het hoofd deed. U weet niet wat u ziet, dames en heren: een kaartje. Je denkt als voorzitter: dit is zo klaar. Dat valt dan weer tegen. Maar het klonk als een klok. Er zat geen anakoloet in. Complimenten daarvoor. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Nicolien van Vroonhoven-Kok, sinds mei 2002 bent u lid van de Tweede Kamer. Ik ken u vooral van het oefenen voor dat spelletje dat wij samen ooit gedaan hebben. Wij zaten toen samen achterin te oefenen. Dat was wel heel bijzonder, op de televisie. Mijnheer Van der Ham won. U hebt hier verschillende woordvoerderschappen gehad, waaronder justitie, economische zaken en cultuur. U behoort ook tot het selecte gezelschap van Kamerleden dat een initiatiefwetsvoorstel op zijn naam heeft staan. Samen met uw collega Arda Gerkens van de SP-fractie hebt u het wetsvoorstel Doorverkoop toegangskaarten met succes in de Kamer verdedigd. Ook maakte u deel uit van de parlementaire werkgroep Auteursrecht, die een rapport heeft uitgebracht over de toekomst van het auteursrechtbeleid. Daarnaast leverde u een actieve bijdrage aan de werkzaamheden van de IPC (Interparlementaire Commissie) van de Nederlandse Taalunie. Uw passie voor de kunst en cultuur kwam ook tot uiting in uw lidmaatschap hier, van de Kunstcommissie. Wij kennen u als deskundig, consciëntieus en betrokken en als iemand die vraagstukken graag integraal benadert. Met uw vertrek verliezen wij een goed Kamerlid met een beminnelijk karakter en grote collegialiteit. De tekst was eerst langer. Toen stond er dat u ook ruim gebruik heeft gemaakt van de regeling voor tijdelijke vervanging. Ik heb grenzeloze bewondering voor het feit dat u dit werk gedaan heeft met zo'n jong, opgroeiend gezin. Dat vind ik een voorbeeld voor ons allemaal, maar liefst vier kleine kinderen.
(applaus)
De voorzitter:
Heel goed dat u dat gedaan heeft. Dat hebben wij nodig. Een aanwinst voor de gemeente Den Haag, waar u sinds kort raadslid bent. Ik wens u daar veel succes. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Antoinette Vietsch: sinds mei 2002 hield u zich in de Kamer bezig met volksgezondheid, gelijke behandeling bij arbeid en met het bouwbeleid. Antoinette de Bouwer, noemt men u ook wel. Bouwdeskundigen die u wilden informeren met het oog op een debat, vertrokken zelf wijzer dan zij gekomen waren, na een vaak zeer technisch bouwcollege van u te hebben gekregen. U was ook woordvoerder oorlogsgetroffenen en in die hoedanigheid heeft u met enkele collega's de Kamer onlangs nog vertegenwoordigd bij een herdenking in het voormalige concentratiekamp Neuengamme. Voorts was u voorzitter van de contactgroep Groot-Brittannië. Op 20 april jl. bood u mij het boekje "Quote 208" aan, als afscheidscadeau aan de Kamer. In dit boekje staan 208 citaten uit de verpleeghuiswereld. U wilt daarmee graag meer aandacht genereren voor de kwaliteit van de zorg voor mensen die in verpleeghuizen verblijven. U was een zeer grondig en deskundig Kamerlid, en verloochende terecht nooit uw wetenschappelijke achtergrond. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Maarten Haverkamp, op 26 juli 2002 werd u, op 28-jarige leeftijd, lid van de Tweede Kamer. Maar u had al politieke ervaring opgedaan als lid van de gemeenteraad van Nederhorst den Berg en van Wijdemeren. In de Kamer hield u zich onder meer bezig met het politiebeleid, ICT, de luchtvaart en vooral de luchthaven Schiphol. De afgelopen twee jaar was u woordvoerder Buitenlandse Zaken. Ook bent u lid van de Nederlandse delegatie naar de Noord-Atlantische Assemblee. U kon op uw kennis uit uw eerdere woordvoerderschap luchtvaart terugvallen toen de zogenaamde "zwarte lijst" van vliegtuigmaatschappijen een rol ging spelen bij de voorbereiding van het werkbezoek van de commissie voor Buitenlandse Zaken aan Indonesië in oktober 2008. Een bezoek aan de Molukken bleek toen helaas niet mogelijk. Gezien uw achtergrond in de lokale politiek en uw huidige internationale parlementaire activiteiten blijft u actief in de politieke arena. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Frans de Nerée tot Babberich, in 2002 werd u, tot uw eigen schrik, onverwachts gekozen tot lid van deze Kamer. Uw werkplek verhuisde van Brussel naar Den Haag. Doordat u bleef wonen in het Belgische Leefdaal werd u de eerste Nederbelg in de Kamer. Toeval of niet, uw maidenspeech ging over het nieuwe belastingverdrag met België! Al snel kreeg u de smaak van het Kamerwerk te pakken en bij de verkiezingen van 2007 stond u met volle overtuiging op een verkiesbare plaats. U werd algemeen financieel woordvoerder voor uw fractie en bleef dat gedurende uw hele Kamerlidmaatschap. De kennis en ervaring die u als financieel ambassaderaad in Washington en gedurende uw loopbaan bij het ministerie van Financiën en de permanente vertegenwoordiging van Nederland in Brussel had opgedaan, kwamen u uitstekend van pas. Tijdens uw loopbaan bent u een consequent pleitbezorger geweest van het op vrijwillige basis doorwerken door 65-plussers. U hebt op dat punt zelf het goede voorbeeld gegeven. Nu lijkt de tijd echter aangebroken dat u het iets rustiger aan kunt gaan doen. Het chocolaatje dat u mij gaf namens het CDA ter ere van Moederdag, was heerlijk. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Krista van Velzen, u bent bij de verkiezingen van mei 2002 gekozen als Tweede Kamerlid voor de SP. U hield een korte, maar krachtige maidenspeech op 25 juni 2002. In de jaren daarna toonde u zich op het beleidsterrein van Defensie een kritisch en betrokken Kamerlid. Die betrokkenheid was breed: zo stak u veel tijd en energie in het tot een oplossing brengen van de zaak-Spijkers. Bij de commissie voor LNV liet u zich ook niet onbetuigd. U vatte de koe regelmatig bij de hoorns. Eigenlijk ook niet zo gek voor iemand die als kind boswachter wilde worden. U bracht een tienpuntenplan voor de biologische landbouw in, stuurde de minister naar Brussel om te onderhandelen over de reistijden voor diertransporten en diende het initiatiefwetsvoorstel voor een verbod op de nertsenhouderij in. Uw strijd tegen dierenleed leverde u de predicaten Coole Bontgenoot 2007, Dierenbeschermer van het jaar 2007 en DierenbalSter van 2008 op! En dan Prinsjesdag. Daar keken wij altijd reikhalzend naar uit. Ik herinner me in ieder geval twee hoedjes nog heel goed: één met allemaal kleine JSF'jes erop en een hoedje in de vorm van een naar uw hoofd gemodelleerde autoband, waarmee u het belang van recycling onderstreepte. U kiest nu voor een wat rustiger periode in uw leven. Het ga u goed!
(applaus)
De voorzitter:
Mevrouw Liesbeth Spies, in mei 2002 kwam u tot uw verrassing in de Kamer. U neemt nu afscheid als vicevoorzitter van de CDA-fractie. Dat geeft blijk van een voortvarende politieke carrière. Dit hebt u bereikt door uw stijl van opereren: deskundig, degelijk, fatsoenlijk en sociaal. Binnen de Kamer hield u zich bezig met duurzaamheid. Die duurzaamheid heeft volgens u een directe link met het voor uw partij zo belangrijke uitgangspunt van rentmeesterschap. In 2003 leidde u een Kamerdelegatie tijdens een werkbezoek van de Kamer in Sint-Petersburg. Daarna was u vele malen voorzitter van de Kamerdelegatie tijdens de jaarlijkse klimaatconferenties. Die taak volbracht u met verve. Daarnaast zette u zich in voor werk en bijstand, armoedebeleid, zaken rond het Koninklijk Huis en was u een enthousiast lid van de stuurgroep parlementaire zelfreflectie. U hebt in diverse interviews benadrukt dat uw gezin op de eerste plaats staat. Ook noemde u het belang van contacten buiten de Kamer, zoals het schoolplein. Uw gezin was en is uw echte wereld en sterkte ook uw relativeringsvermogen. U was zeer actief en betrokken in de politiek, maar u stelde daaraan ook grenzen en prioriteiten. Den Haag heeft u gelukkig niet opgeslokt. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Jan de Vries. Wij hebben u de afgelopen jaren leren kennen als een bijzonder nauwgezet Kamerlid, kritisch, en met een bewonderenswaardige dossierkennis. U was woordvoerder op het gebied van onder andere volksgezondheid en voortgezet onderwijs. Kwaliteit, goed bestuur en menselijke maat zijn woorden die u in debatten kenmerken. U maakte zich zorgen over de schaalvergroting en fusietrend in de zorg. U interpelleerde met succes het kabinet over een bestuurlijke fusie van twee zorginstellingen en een woningbouwcorporatie. U gaf gehoor aan de klachten van ouders en leerlingen en maakte zich in het belang van de onderwijskwaliteit hard voor een minimale onderwijstijd. Als een van de eerste Kamerleden hield u een weblog bij. In dat opzicht was u een twitteraar avant la lettre! In uw vrije tijd besteedt u aandacht aan fotografie. Op uw weblog zijn enkele prachtige foto's van u te bewonderen. Om een goed fotograaf te zijn, zegt men wel, moet je goed kunnen kijken, met oog voor detail. De afgelopen jaren hebben uitgewezen dat u dat kunt, als fotograaf, maar zeker ook als politicus.
Het is mij een groot genoegen dat ik de Kamer kan mededelen dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd om u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Mag ik u verzoeken naar voren te komen en u voor het spreekgestoelte op te stellen?
(De bij de onderscheiding behorende versierselen worden door de Voorzitter opgespeld.)
(applaus)
De voorzitter:
Vanaf deze plaats mag ik u, in dit geval in het Nederlands, feliciteren met uw Koninklijke onderscheiding. Dat is ook de vertaling van wat ik eerder tegen de heer Algra zei.
Mevrouw Arda Gerkens, sinds mei 2002 bent u lid van de Tweede Kamer. U vertelde in een interview dat u zich op de eerste dag in de Tweede Kamer klein voelde. U dacht: "Ik ben maar een gewoon meisje en nu zit ik opeens in de Kamer". U zei dat u besefte dat dit niet uw verdienste was, maar dat u het te danken had aan al die SP-stemmers. Ik zeg u nu dat u het waard was. Daar kan geen twijfel over bestaan. Het aantal onderwerpen waarover u het woord voerde, is te groot om op te noemen. Een kleine greep uit het recente verleden: u was woordvoerder ICT, justitie en cultuur. Naast uw lidmaatschap van vijf commissies was u ondervoorzitter van de algemene commissie voor Jeugd en Gezin en tweede ondervoorzitter van de Kamer. Mede op uw initiatief zijn door twee commissies werkgroepen ingesteld: de parlementaire werkgroep auteursrechten en de parlementaire werkgroep ICT bij de overheid. Van beide werkgroepen was u voorzitter. Uw bijzondere belangstelling voor ICT blijkt ook nog uit uw lidmaatschap van het Strategisch Overleg Informatievoorziening. Vanaf september 2008 heeft u, als tweede ondervoorzitter, mij veelvuldig vervangen op deze stoel. Met veel plezier kweet u zich van deze bijzondere taak. U wordt alom gewaardeerd: om de deskundige wijze waarop u de vergaderingen hebt geleid, en, niet in de laatste plaats, om uw aimabele persoonlijkheid en collegialiteit. Uw vertrek is een verlies voor de Kamer. Het ga u goed!
(applaus)
De voorzitter:
Mevrouw Cisca Joldersma, in mei 2002 kwam u in de Kamer. U was onder andere woordvoerder hoger onderwijs en wetenschapsbeleid. Uw maidenspeech was gewijd aan de hbo-fraude en de beleidsmaatregelen Korte klap. Uw wens om meer maatschappelijk betrokken werk te doen, kwam tot uiting in de keuze voor de andere onderwerpen waarover u het woord voerde. Zo had u de geestelijke gezondheidszorg, tbs, maatschappelijke opvang, slachtofferhulp, reclassering, drugs en verslaving in uw portefeuille. Ook was u lid van de tijdelijke commissie Onderzoek tbs. U was daarnaast voorzitter van de werkgroep verwevenheid van onder- en bovenwereld. Politiek is voor u bouwen aan onze samenleving en zorgen dat het gesmeerd loopt. De vraag die u zichzelf voorhield, was: Hoe kunnen we de zaken zo regelen dat mensen het best tot hun recht komen? Ik denk dat we kunnen concluderen dat u zich daar de afgelopen acht jaar met veel verve voor hebt ingezet. Veel dank daarvoor. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Rikus Jager, acht jaar was u Kamerlid. De Groninger havens, wegen en toeristische trekpleisters wisten zich door u in dit huis krachtig vertegenwoordigd. Opvallend is uw betrokkenheid en medemenselijkheid, een luisterend oor, uitstekende eigenschappen voor de ondervoorzitter van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven. In de vaste commissies voor Justitie en LNV was u woordvoerder. Staatssecretaris Albayrak vond in u een waardig opponent toen grootschalige ontslagen dreigden bij de Dienst Justitiële Instellingen. U diende in september 2006, samen met uw fractiegenoot Koopmans, de initiatiefnota Natuurbeleid; een onnodig groeiend ongenoegen in. U haalde de relaties met de Vlaamse collega's en met instituten op het terrein van verkeer en waterstaat aan en u investeerde in de versterking van de Nederlands-Duitse betrekkingen. Dit gebeurde niet alleen als voorzitter van de contactgroep Duitsland, maar ook via uw uitgebreide netwerk in Duitsland. Sinds twee jaar bent u voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat. Met de u zo kenmerkende kalmte loodste u de commissie door woelige baren. Soms zelfs letterlijk, in een speedboot over de Waddenzee! Mijnheer Rikus Jager, het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Bas Jan van Bochove, u bent lid van de Tweede Kamer sinds mei 2002. U was onder meer lid van de commissie-Dijsselbloem en voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Ook uw band met de Nederlandse Antillen en Aruba was krachtig. Al in 2002 nam u deel aan het werkbezoek van de vaste commissie voor NAAZ aan Aruba en aan de Nederlandse Antillen. Aan dat werkbezoek wordt nog met nostalgie teruggedacht. U was ook woordvoerder bij de behandeling van de vele wetten in het kader van de staatkundige hervorming van de Nederlandse Antillen. U kende uw dossiers en schuwde het detail niet: tijdens een wetgevingsoverleg stelde u vast dat de cd-rom geen juiste weergave bleek te geven van de Nederlands-Antilliaanse landsverordeningen die golden op 15 december 2008. Daarmee bracht u de ambtenaren urenlang in verwarring. U bent een flexibel mens, zonder uw beginselen te verliezen, ook op het gebied van de volkshuisvesting. Ik doel natuurlijk op de politieke band met Staf Depla. Meestal was u het roerend met elkaar eens en verwees u zelfs naar elkaars inbreng. U bent zelfs samen een keer naar Engeland geweest om daar kennis te nemen van het volkshuisvestingsbeleid. Wij zullen u missen. Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Jan Mastwijk, "niet leuteren, maar poetsen!" Zo sprak u tijdens het debat over de begroting van LNV voor 2005. Dit bleek al tijdens uw maidenspeech op 11 december 2002, die u strikt beperkt hield tot het onderwerp op de agenda en die u ruim binnen uw spreektijd afrondde. Uw portefeuille in de Tweede Kamer sloot ook naadloos op dit motto aan. U hield zich bezig met tuinbouw, openbaar vervoer en ruimtelijke ordening. U probeerde daarbij tot oplossingen te komen, zoals bij de erfpachtkwestie rond Staatsbosbeheer op de Waddeneilanden en de Aziatische boktor. Als inwoner van Drenthe hebt u zich ook sterk gemaakt voor de belangen van het noordelijk deel van Nederland.
In de Kamer is met enige regelmaat met een knipoog verwezen naar uw haardos. U deed daar overigens zelf lustig aan mee. Of het nu ging over mobiliteit van ouderen, seniorenvervoer of een gebruiksvriendelijke OV-chipkaart voor ouderen, er was altijd wel een moment om het over uw haarkleur te hebben. Die overigens in schril contrast staat met uw verzameling Hard Rock Cafe-T-shirts en uw zelfgebrande cd's, zoals "Jan sings Robbie", waarop u covers van Robbie Williams zingt.
Tot onze spijt moeten wij afscheid van u nemen. Ik ga natuurlijk ook ontzettend de Salt & Vinegar-chips missen. Mijnheer Jan Mastwijk, het ga u goed!
(geroffel of de bankjes)
De voorzitter:
Meneer Johan Remkes, u was voor de eerste keer lid van de Kamer van oktober 1993 tot augustus 1998. U verwisselde het ministerschap van BZK opnieuw met het lidmaatschap van de Tweede Kamer na de verkiezingen in 2006. U bent veelzijdig. Woordvoerder financiën -- u drong aan op de herziening van de Successiewet van 1956, omdat u de belasting die men betaalt op erfenissen wrang en onrechtvaardig vond -- mediabeleid en Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken.
Met veel verve verkondigde u uw standpunt. U doet dat zeer minutieus. Tijdens elk overleg noteert u het antwoord van een bewindspersoon en de keer erop komen de papieren weer tevoorschijn. Is alles nu beantwoord, klopt het antwoord wel met dat van de vorige keer?
Over uw voorzitterschap van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven heb ik maar één klacht gehoord: "hier heb ik niet eens tijd om mijn kopje thee op te drinken, zo snel staan wij weer buiten". Zakelijk, efficiënt en nauwkeurig. Een echte Groninger, recht door zee, betrouwbaar en geen liefhebber van gekonkel. En u weet, ik houd van Groningers.
De Caribische cultuur sluit niet echt aan bij uw Groningse nuchterheid. U hebt zich tijdens een Parlementair Overleg wel eens verbaasd over de gang van zaken. U omschreef uzelf eens als nurks en kort door de bocht; anderen noemen dat meer een pantser van verlegenheid en roemen uw loyaliteit en warmte.
U stelde uzelf ooit in de gemeenteraad van Groningen voor met de woorden: "ik rook shag, ik drink bier en ik ben lid van de VVD". Dat hebben wij geweten! Als een vergadering naar uw zin wat te lang duurde, kwam er ineens rook onder de vergadertafel vandaan. Van zware shag nog wel! Nu wordt u commissaris van de Koningin in Noord-Holland. Een mooie kroon op uw loopbaan. Ik wens u veel succes in Paviljoen Welgelegen. Het ga u goed!
(applaus)
De voorzitter:
Mevrouw Marleen de Pater-van der Meer, op 6 februari 2001 bent u beëdigd. In korte tijd wist u zich het werk bij de Kamer eigen te maken en daarop uw stempel te drukken. Zo werd u al in oktober 2001 voorzitter van de vaste commissie voor VenW. Vanaf 25 september 2003 bent u voorzitter van de vaste commissie voor Justitie. Het is ondoenlijk om op deze plek alle onderwerpen te noemen waarmee u zich in de afgelopen negen jaar hebt beziggehouden. Ik noem alleen arbeidszaken en integriteit overheid, personen- en familierecht, waaronder adoptie, en het beleid inzake prostitutie en mensenhandel.
Eén van de hoogtepunten is ongetwijfeld uw door de Kamer aangenomen motie waarin u voorstelt om de topinkomens in de zorg aan een maximum te binden. Dat de bestrijding van mensenhandel uw bijzondere belangstelling heeft, moge onder andere blijken uit het feit dat u één van de drijvende krachten bent achter de internationale conferentie over mensenhandel die dit najaar hier in de Kamer zal worden gehouden. Een conferentie die u nu in een andere hoedanigheid zult bijwonen.
Als plaatsvervangend lid van het Presidium verving u mij regelmatig in de plenaire zaal. U deed dat met groot gemak. Uw aimabele persoonlijkheid, uw respectvolle omgang met anderen, uw gevoel voor humor, en uw joie de vivre kenmerken u.
Het is mij een groot genoegen dat ik de Kamer kan mededelen dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd om u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Mag ik u verzoeken naar voren te komen en u voor het spreekgestoelte op te stellen, zodat ik u de versierselen kan opspelden die behoren bij deze benoeming.
(De bij de onderscheiding behorende versierselen worden door de Voorzitter opgespeld.)
(applaus)
De voorzitter:
Graag wil ik u ook vanaf deze plaats van harte feliciteren met uw koninklijke onderscheiding.
Mijnheer Harm-Evert Waalkens, het biologisch veehouderschap en het Kamerlidmaatschap hebt u ervaren als twee totaal verschillende werelden. Toch hebt u zich als "Boer in Den Haag" bijna twaalf jaar lang een echte verbindingsofficier tussen stad en ommeland getoond. U was woordvoerder dierenwelzijn, veehouderij, biotechnologie, internationaal landbouwbeleid en ontwikkelingssamenwerking. U stelde zich op als belangenafweger en niet als belangenbehartiger. Tweemaal werd u benoemd tot dierenbeschermer van het jaar. In 2007 werd u voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken. Memorabel was de door u geleide "roadshow" van publieksdebatten waarmee uw commissie door het land trok om "de burger" te betrekken bij de totstandkoming van het nieuwe Verdrag van Lissabon. In het circuit van voorzitters van Europa-commissies, de COSAC, was u een activistisch voorvechter van een sterkere rol van nationale parlementen in de Europese Unie.
Tijdens uw Kamerlidmaatschap verbond u aan een aanzienlijk aantal initiatiefwetsvoorstellen uw naam. Zo nam de Eerste Kamer in februari van dit jaar uw initiatiefwetsvoorstel voor het verbod op seks met dieren en dierenporno aan. En recent stemde de Tweede Kamer in met het initiatiefwetsvoorstel van u en de heer Ormel over het verhogen van de maximale proeftijd voor misdrijven die de gezondheid of het welzijn van dieren benadelen. Vanuit uw persoonlijke motivatie voor internationale solidariteit en rechtvaardigheid was u onder andere waarnemer bij diverse presidentsverkiezingen. Steeds was uw inzet: agenderen en confronteren.
Beste Harm-Evert Waalkens, ik wens u allereerst veel plezier toe bij uw fietstocht naar Warschau met uw vrouw, en daarna geluk en succes in Finsterwolde.
Het is mij een groot genoegen dat ik de Kamer kan mededelen dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd om u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Mag ik u verzoeken, naar voren te komen en u voor het spreekgestoelte op te stellen, zodat ik u de versierselen kan opspelden die behoren bij deze benoeming.
(De bij de onderscheiding behorende versierselen worden door de Voorzitter opgespeld.)
(applaus)
De voorzitter:
Graag wil ik u ook vanaf deze plaats van harte feliciteren met uw Koninklijke onderscheiding.
Mijnheer Jan ten Hoopen, in 1995 bent u beëdigd en na een onderbreking van drie jaar zit u sinds 2001 weer in de Kamer. Tijdens die onderbreking was u directeur van een bedrijf dat zich samen met bedrijven in ontwikkelingslanden richtte op duurzaamheid. Dit tekent u: u bent een bevlogen Kamerlid wiens ideaal gericht is op het tot volle ontplooiing brengen van het zelfstandig ondernemerschap. Het ondernemen zit u dan ook in het bloed. Uw vader en uw grootvader waren ondernemer. Zelf bent u ruim 22 jaar eigenaar geweest van een brood- en banketbakkerij. U hebt vele functies vervuld ter behartiging van de belangen van ondernemers. Zo stond u aan de wieg van de vorming van MKB Nederland en verwoordde u tussen 1990 en 1995 het ondernemersgeluid in de Sociaal Economische Raad.
Ook in ontwikkelingslanden acht u het stimuleren van het zelfstandig ondernemerschap van groot belang. Voortdurend hebt u geijverd voor een gelijke toegang van ontwikkelingslanden tot de markten van Europa en Noord-Amerika en gewaarschuwd voor "het spook van protectionisme". Informatie vergaarde u bij voorkeur in de praktijk. Zo waren er werkbezoeken aan China, Australië, Turkije, Ethiopië/Somalië en, recent, aan India.
Het politieke handwerk schuwde u evenmin. Maar liefst drie initiatiefwetsvoorstellen staan op uw naam: de warmtewet, de wet kraken en leegstand en de wijziging van de Mededingingswet. Velen kennen u daarnaast als een vertrouwd gezicht op deze stoel. Vanaf april 2004 bent u eerste ondervoorzitter van de Kamer. Ook deze functie vervulde u op kenmerkende wijze: het debat dienend, de inhoud centraal en erop gericht, de inbreng van elk lid tot zijn recht te laten komen. Daarvoor ben ik u ook persoonlijk bijzonder erkentelijk. Ik wens u alle succes in uw verdere carrière! Het ga u goed!
(geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Mijnheer Remi Poppe. Ik kijk even naar mijn tekst … u had ook altijd lange teksten!
In 2006 werd u hier voor de tweede keer beëdigd, nadat u van 1994 tot 2002 ook al Kamerlid was geweest. U kwam in 1994 samen met Jan Marijnissen in de Kamer en u werd woordvoerder landbouw terwijl u, afkomstig uit het stedelijke Rijnmondgebied, niet echt iets met het platteland leek te hebben. U liet echter al snel zien dat u van alle markten thuis bent. U zette zich in voor wonen, defensie, verkeer, landbouw en ruimtelijke ordening, maar uw meeste aandacht ging uit naar het milieu. Uw grote zorg was asbest en u hebt uw parlementaire carrière dan ook toepasselijk afgesloten met de onlangs aangenomen motie over asbest interventieteams. Ook op Defensieterrein was u zeer actief. U was lid van de werkgroep-Cannerberg, die onderzoek deed naar de asbestverontreiniging in het voormalige NAVO-commandocentrum aldaar. Een recent bewijs van uw betrokkenheid bij het personeel van Defensie is het initiatiefwetsvoorstel zorgplicht veteranen dat eerder deze week mede door u is ingediend.
Kenmerkend voor u is uw voorbereiding op politieke debatten. U zit niet urenlang op kantoor stukken te lezen. Integendeel. De "Poppe-methode" houdt in dat u graag en veelvuldig in het veld snuffelt en u voorbereidt met uw voeten in de klei. Zo weet u wat er écht leeft. U wordt door Jan Marijnissen "de kleine boef" genoemd, zo is mij gezegd. Ik kan mij daar inmiddels wel iets bij voorstellen. Voor een voorzitter van een vergadering bent u -- ik druk mij parlementair uit -- een uitdaging. U houdt van duidelijke taal en u schudt de boel graag op. Toch hebt u bij ons allen een plekje in het hart veroverd. Uw ongeduld komt voort uit passie voor het vak en uit uw oprechte zorg om bepaalde zaken en dat maakt u tot zo'n aimabel mens. Nu breekt de tijd aan om samen met uw vrouw te gaan genieten van uw vissersschuit. Wij zullen u missen. Schipper ahoi! Het ga u goed!
(applaus)
De voorzitter:
Mevrouw Agnes Kant. Vanaf uw beëdiging in mei 1998 maakte u naam als specialist op het terrein van de gezondheidszorg. U hebt in dat verband veel empirisch onderzoek verricht, waarbij uw wetenschappelijke achtergrond goed van pas kwam. U bent van huis uit immers epidemiologe. Wie herinnert zich niet de actie Stop Uitverkoop Thuiszorg? Een reclamespotje hierover won zelfs de Gouden Loekie. Vele publicaties hebt u het licht doen zien, zoals de rapporten Waar een rijk land arm in is, Alles kids? en Ongemakkelijke minnaars.
Uw vele schriftelijke en mondelinge vragen gaven u het stempel "Kampioen Kamervragen". Veel ervan waren gericht op het vragen van aandacht voor de ontmenselijking van de zorg, zoals u dat onlangs nog formuleerde. Met hart en ziel, gedreven, authentiek en met verschillende gemoedstoestanden en de bijbehorende lichaamstaal voerde u het debat.
Na het terugtreden van Jan Marijnissen in 2008 werd u gekozen als fractievoorzitter van de Socialistische Partij. Daarmee werd u het nieuwe politieke gezicht van de fractie. Kort daarna maakte u uw debuut in een fractievoorzittersdebat bij de algemene politieke beschouwingen. Alsof u deze rol al jaren vervulde, zo kruiste u over uiteenlopende onderwerpen de degens met uw politieke opponenten. U dwong daarmee respect en bewondering af.
Op 20 mei jl. heeft de Kamer een drietal initiatiefwetsvoorstellen van u, over de thuiszorg, aangenomen. Ik weet dat daarmee een droom van u in vervulling is gegaan. Ik zie het als een geweldig afscheidscadeau.
Ik wil u hartelijk danken voor de collegiale samenwerking de afgelopen jaren, in het Presidium en de Commissie voor de Werkwijze.
We zullen in de toekomst weer van u horen. U gaat weer actie voeren, kondigde u onlangs aan. Het ga u goed!
(applaus)
De voorzitter:
Mijnheer Kees Vendrik, vanaf 1998 zette u zich in voor een breed scala aan onderwerpen. Na woordvoerderschappen hoger onderwijs en zorg was u lange tijd financieel woordvoerder. Ook bent u woordvoerder milieu, energiebeheer en klimaatbeleid. Op welk beleidsterrein dan ook, uw stijl van politiek bedrijven werd altijd gekenmerkt door deskundigheid, passie, enorme inzet, vasthoudendheid en -- zo zou ik vanuit mijn positie willen toevoegen -- een enorme welbespraaktheid.
Vanuit de oppositierol hebt u regelmatig politieke successen geboekt. In 2002 nam u de verdediging over van een door Ab Harrewijn en Paul Rosenmöller ingediend initiatiefwetsvoorstel om ondernemingsraden inzicht te geven in de hoogte van inkomens van topkader, bestuurders en toezichthouders van de onderneming. Het voorstel, dat u samen met Gerda Verburg van de CDA-fractie verdedigde, werd in 2006 wet. In 2008 nam u opnieuw de verdediging over van een initiatiefwetsvoorstel van een collega: het door de heer Duyvendak ingediende voorstel over kolencentrales. De Kamer is nog vlak voor het begin van het verkiezingsreces met de plenaire behandeling van dit initiatiefwetsvoorstel begonnen.
Een opvallende rode draad in uw Kamerwerk was uw grote inzet voor de positie van mensen met een chronische ziekte of handicap. Op dit terrein hebben vele moties van uw hand en amendementen op belastingplannen het licht gezien.
U bent een van de weinige Kamerleden naar wie een effect is vernoemd. Het "Vendrik-effect" is welbekend onder arbeidsrechtjuristen, terwijl de "motie-Vendrik" alleszeggend is in kringen van open source-software.
Al direct na uw aantreden blonk u uit als "grootmeester van de interruptie". Dit parlementaire wapen is sindsdien door u vakkundig ingezet om de in uw ogen soms wat krappe spreektijd op te rekken.
Mijnheer Vendrik, dat we nog veel van u gaan horen staat voor mij wel vast! Het ga u goed!
(applaus)
De voorzitter:
Mevrouw Annie Schreijer-Pierik, met de slogan "er is geen leefbaar platteland zonder een gezond boerenverstand en daarbij staat Annie aan uw kant!" wist u zoveel voorkeursstemmen te behalen dat u in 1998 in de Kamer kwam. U bracht Twente naar de Kamer, niet alleen in woord, maar ook in daad. Gehuld in Twentse klederdracht was u een warm pleitbezorgster voor de positie van het platteland. Groepen plattelandsvrouwen mochten op uw enthousiaste onthaal in de Kamer rekenen. Zo haalde u de mensen naar Den Haag en bracht u Den Haag naar de mensen. Iedere avond keerde u terug naar uw boerenbedrijf om u niet té veel in het Haagse te verliezen; u bleef in contact met uw achterban.
Van 2004 tot eind 2008 was u voorzitter van de vaste commissie voor LNV. Om gezondheidsredenen moest u het voorzitterschap helaas opgeven, maar u was altijd bereid om als vervanger van de voorzitter van de commissie voor LNV op te treden. In die hoedanigheid hebt u de commissieleden een aantal malen begeleid naar de Grüne Woche in Berlijn, waar u een graag geziene gast was. Niet Frau Antje, maar Frau Annie werd daar op handen gedragen.
Netwerken is uw kracht en niet alleen in de Kamer. Zo was u tot voor kort de enige vrouwelijke commissaris bij een voetbalclub. Toen uw club, FC Twente, onlangs landskampioen werd, stortte u zich voluit in de festiviteiten.
In de Kamer kwam u op voor de positie van het boerenbedrijf en van het platteland. U wilde de ontwikkelingsmogelijkheden voor het boerenbedrijf behouden en deze niet te veel laten beperken door wetgeving vanwege natuur en milieu. U verdedigde het boerenbedrijf bij dierziektes als de varkenspest, mond- en klauwzeer en het BSE-virus. Toen Youp van 't Hek zich kritisch uitliet over varkenshouders, nodigde u hem direct uit op uw boerderij. Mevrouw Schreijer-Pierik, u gaat nu terug naar uw boerderij en uw gezin, maar weet dat de Haagse "stal" altijd voor u openstaat.
Het is mij een groot genoegen dat ik de Kamer kan mededelen dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd om u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Mag ik u verzoeken naar voren te komen en u voor het spreekgestoelte op te stellen, zodat ik u de versierselen kan opspelden die behoren bij deze benoeming.
(De bij de onderscheiding behorende versierselen worden door de Voorzitter opgespeld.)
(applaus)
De voorzitter:
Graag wil ik u ook vanaf deze plaats van harte feliciteren met uw Koninklijke onderscheiding.
Mijnheer Jan Marijnissen, in mei 1994 betrad u, samen met Remi Poppe het toneel van de landelijke politiek. Landelijk bekend was u al, als voorman van de SP, die ook toen al op lokaal niveau sterk vertegenwoordigd was. Mede door uw eigen toedoen sprak men van "de gewone worstenmaker uit Oss" die het Binnenhof betrad. U wilde als politicus gewone taal spreken. Korte, heldere zinnen, met eenvoudige en eenduidige woorden. Dat gold ook voor uw boodschap: helder en eenduidig.
U zwichtte nooit voor de verleiding om nuanceringen aan te brengen waarin u zelf niet geloofde. Dat maakte u tot een waarachtig spreker, die bij vriend en vijand respect afdwong. Niet voor niets was u in 2006 politicus van het jaar. Ik zou niet eerlijk zijn als ik niet zou vermelden dat in deze zaal ook wel eens woorden aan uw lippen ontsnapten die, om het positief te brengen, hier voor het eerst gehoord werden. Maar dat gebeurde gelukkig niet vaak. Zoals gezegd was u al voordat u het Binnenhof betrad een politiek leider, leider van een beweging. Daar kwam in 1994 een Tweede Kamerfractie bij. Met Remi Poppe een een-tweetje, maar de groei zat erin, met als hoogtepunt tot nu toe een fractie van 25 leden in 2006. Als een trotse coach presenteerde u op televisie geen elftal maar 25 spitsen.
Dat coachen en stimuleren van andere Kamerleden beperkte zich niet tot de collega-Kamerleden van uw fractie, u gaf ook regelmatig hoorbaar feedback aan leden van andere fracties. En ik geloof waarachtig dat u dat niet altijd cynisch bedoelde. Ook bewindslieden ontkwamen niet altijd aan uw feedback. U stond steevast op het juiste moment achter het spreekgestoelte of achter de interruptiemicrofoon om welbespraakt en met veel beeldspraak uw standpunten uit de doeken te doen. Humor was u niet vreemd. Al in de eerste zin die u hier uitsprak, in mei '94: "Mijnheer de Voorzitter. Wie had gedacht dat je hier je eerste toespraak houdt en dan meteen spreekt over asperges!"
Geachte heer Marijnissen, om gezondheidsredenen deed u in 2008 al een stapje terug en hebt u het fractievoorzitterschap neergelegd. Nu vindt u het tijd om definitief plaats te maken voor andere politieke talenten. Ik ben er zeker van dat wij in de toekomst nog veel van u zullen horen. Het zit in uw bloed om de maatschappij te willen beïnvloeden, vanuit een stellige overtuiging. Daarvoor hebt u het Kamerlidmaatschap niet nodig. Het ga u goed!
(staande ovatie)
De voorzitter:
En dan, nu toch echt: mijnheer Bas van der Vlies, nestor van de Tweede Kamer! Na 29 jaar verlaat u ons. U bent Kamerlid sinds 10 juni 1981, waardoor u hier tienduizend zeshonderd dagen uw karakteristieke geluid hebt laten horen. U bent veruit het langst zittende lid van allen die vandaag afscheid nemen.
In uw parlementaire periode bent u bekend geworden als een alom gerespecteerd Kamerlid. Robuust in uw opvattingen, op de Bijbel gegrondveste overtuigingen uitdragend, vriendelijk in de omgang. U hebt daarbij een reputatie opgebouwd als staatsrechtkenner en bewaker van de mores in de Tweede Kamer. U bent een voorvechter van het handhaven van fatsoensnormen in de Kamer, u staat bekend om uw passie voor hoffelijke debatten over de inhoud. Over het Kamerlidmaatschap hebt u opgemerkt dat dit tegelijk boeiend én vermoeiend is. Hoe veelomvattend het werk van een voorzitter van een kleine fractie kan zijn blijkt bijvoorbeeld uit het door uzelf geschreven artikel "Dagboek van een fractievoorzitter" in het Reformatorisch Dagblad van 30 januari 1987. In die week waren onder andere aan de orde de instelling van een parlementaire enquête naar overheidssubsidies in de bouw en het begrotingsdebat over sociale zaken. U merkt daarover op: "Ik heb bij beide punten slechts zeer beperkte spreektijd. Wat is het toch vervelend dat je zulke belangrijke zaken in luttele minuten moet afdoen als lid van een kleine fractie".
De waarde van het debat staat bij u hoog in het vaandel. In uw eigen woorden: "Het geeft voldoening als een goed debat wordt gevoerd, waarin eerlijk naar elkaar wordt geluisterd, aan het eind waarvan de goede beslissing valt. De beslissing die je hoopte. Dat is overigens ook nogal eens anders. Je kunt dankbaar op je inzet terugzien als het je gelukt is om het meest gewichtige dat er voor je is, je diepste intenties, op een voor iedereen begrijpelijke wijze over het voetlicht te hebben gekregen. Zodat het anderen ráákt en beïnvloedt. Omgekeerd werkt ook de ánder met zijn verhaal op jou in. Dat is een ongemeen boeiend proces". Een voorbeeld van een dergelijk debat was dat over de algemene politieke beschouwingen op 17 september 1997 met Kamerlid Jan Marijnissen. Tijdens een interruptiedebat over de varkenspest stelde Jan Marijnissen u de vraag waar in uw ogen de eigen verantwoordelijkheid begint en die van het kabinet, van de politiek en waar het Gods wil is. Het gaf u gelegenheid uw diepste overtuigingen over het voetlicht te brengen. De naar uw indruk oprechte belangstelling van een andersdenkende voor uw woorden deed u goed.
U hebt vele woordvoerderschappen vervuld. Passie en resultaten kenmerken uw betrokkenheid bij de beleidsterreinen Landbouw en bij Volksgezondheid. De zogenoemde "Gulden-Vlies-Regeling" als naam voor de bedrijfsovernameregeling voor jonge boeren spreekt daarbij boekdelen. Ook het "Mantelzorgcompliment", een geldelijke blijk van waardering,
€250 op jaarbasis, voor vrijwilligers in de zorg die geen geld voor hun inzet willen hebben, is aan uw initiatief te danken. In die gevallen zou je kunnen spreken van "een tandje erbij, minister", een wijze van spreken die u kenmerkt. Uw manier van oppositie voeren had concreet effect: een tandje erbij! Vele ministers en staatssecretarissen mochten aanmoedigingen in deze bewoordingen van u ervaren. U was in de periode 2007 tot 2009 -- van begin tot eind -- actief lid van de Stuurgroep parlementaire zelfreflectie. De reflectiepunten van de stuurgroep waren ook u een zorg.
Stoppen is voor u geen makkelijke beslissing geweest, na bijna 30 jaar Kamerlidmaatschap. Eigenlijk komt dit vertrek te vroeg voor u. U sprak het afgelopen jaar nog nadrukkelijk over uw voorlaatste begrotingsbehandeling. Het bleek de laatste te zijn. U neemt afscheid terwijl u nog met zichtbaar genoegen en in goede gezondheid uw Kamerwerk doet. U hebt uw dankbaarheid daarvoor vele malen uitgesproken.
Mijnheer Bas van der Vlies, met u verlaat een instituut en een innemende collega de Kamer. We zullen u missen. Ik wens u vele mooie jaren, met u en uw familie, in het u vertrouwde Maartensdijk.
Het is mij een groot genoegen dat ik de Kamer kan mededelen dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd om u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Mag ik u verzoeken, naar voren te komen en u voor het spreekgestoelte op te stellen, zodat ik u de versierselen kan opspelden die behoren bij deze benoeming?
(De bij de onderscheiding behorende versierselen worden door de Voorzitter opgespeld.)
(staande ovatie)
De voorzitter:
Graag wil ik u ook vanaf deze plaats van harte feliciteren met uw koninklijke onderscheiding.
Dan is nu het woord aan het in anciënniteit oudste vertrekkende lid, de heer Bas van der Vlies.
De heer Van der Vlies (SGP):
Mevrouw de voorzitter, geachte medeleden. Mij valt de eer te beurt, vanuit de grote groep vertrekkende Kamerleden het woord te mogen voeren. Ik doe dat niet namens hen, want ik ben tekortgeschoten in het sonderen van wat er leeft onder mijn collega's die met mij afscheid nemen. Als je namens de ander spreekt, behoort dat te gronden op afstemming. Dat is niet optimaal geschied. Dat verhindert mij echter niet, mevrouw de voorzitter, u namens hen allen hartelijk dank te zeggen voor uw vriendelijke en trefzekere woorden tot ieder van ons. U hebt dat heel persoonlijk ingekleurd, ieder persoonlijk en iets persoonlijks. Ik vind het bijzonder knap dat u dat voor ons hebt willen doen. Hartelijk dank daarvoor.
(applaus)
De heer Van der Vlies (SGP):
Mevrouw de voorzitter. Graag willen de gedecoreerden u verzoeken hun erkentelijkheid aan Hare Majesteit over te brengen voor het feit dat zij een koninklijke onderscheiding ontvingen. Ik spreek graag de oprechte wens uit dat het u allen gegeven mag zijn er getuige van te zijn dat zij, die gedecoreerden dus, hun onderscheiding in gezondheid en met eer nog vele jaren dragen.
Voorzitter, collega's. Ongetwijfeld zijn velen van hen die de Kamer verlaten, hier met gemengde gevoelens. Voor de een is het afscheid de consequentie van een persoonlijk genomen beslissing. Zelf nam ik na rijp beraad rond de jaarwisseling die beslissing. Toen ik ermee naar buiten kwam, kreeg ik in een mum van tijd heel veel gezelschap. Zo had ik dat dus niet bedoeld! Voor de ander is het een gevreesd gevolg van een zekere volgorde in kandidaatstelling. Een interne kwestie per partij dus. Voor de anderen waren het de kiezers die een abrupt einde maakten aan een geambieerd lidmaatschap van het parlement. Gemengde gevoelens dus, soms opluchting, maar vaker pijn en frustratie of diepe teleurstelling.
Zo gaat dat in de politiek. De werkelijkheid is immers nogal eens hard. Natuurlijk zeggen wij dan: de kiezers hebben altijd gelijk. De kiezers hebben het dit keer wel moeilijk gemaakt. Bovendien is de doorstroming in de Kamer opnieuw heel groot. De ingestelde en uitgevoerde zelfreflectie ziet aan zulk een grote doorstroming nadelen kleven. Het is aan de Kamer in nieuwe samenstelling om die nadelen zo goed mogelijk te retireren en te compenseren. De Kamer zal er trouwens goed aan doen, zelfreflectie tot een periodiek weerkerende uitdaging te rekenen. Mevrouw de voorzitter, u hebt daaraan terecht diverse woorden gewijd bij aanvang van dit gebeuren. Er zijn naar mijn overtuiging namelijk nog veel kansen op een kwaliteitsslag. Ik denk in dit kader aan de motie-inflatie -- om maar geen zwaarder woord te gebruiken -- en aan de veel te ver doorgeschoten spoeddebattencultuur. Er staan er nog heel wat op de agenda en wij hadden er zo'n haast mee, weet u nog?
Waarde medeleden. Volksvertegenwoordiger zijn is geen gewone baan. Het is een gewichtig ambt. Het is zeker moeilijk en zwaar en die verantwoordelijkheid kan drukken, maar het is ook een voorrecht om een plaats in het parlement te hebben mogen innemen. Daarbij horen dan wel gezag en vertrouwen. Gezag moet je verwerven door daadkracht, onkreukbaarheid en kwaliteit. Er zijn in dit kader nog meer trefwoorden te bedenken. Gezag kan bovendien zomaar te grabbel worden gegooid door gebrekkige of tekortschietende besluitvorming. Vertrouwen moet je verdienen. Vertrouwen komt te voet, maar kan snel te paard gaan. Te vaak waren wij de oorzaak ervan dat paarden op hol sloegen. Burgers moeten zich bij de politiek veilig en geborgen weten. Pijnlijke maatregelen zijn niet altijd te vermijden, maar het gaat daarbij wel om openheid, transparantie en oprechtheid. Het gaat er dan wel om, te tonen waarom iets gebeurt en wat het eraan verbonden toekomstperspectief is. Het gaat er ook om dat wij excelleren in hoogwaardige omgangsvormen en een respectvolle stijl. Het staatsrechtelijke kader waarin wij opereren en ons eigen reglement bieden voldoende waarborgen tegen degeneratie van het debat, mits wij de opgelegde en beproefde wijsheid van het verleden erin blijven onderkennen en respect tonen tegenover elkaar en niet in de laatste plaats tegenover de leiding van de vergadering. Naar mijn oprechte overtuiging kan en moet er op dit vlak een tandje bij. Een scherp debat moet kunnen, maar onze taal is warempel meer dan rijk genoeg om ons verre te houden van platvloersheid. Er wordt op ons gelet. Laat die verantwoordelijkheid toch zwaar wegen!
Onmisbaar voor een goed functionerend parlement en voor de parlementariërs individueel zijn allen die zich in fractieteams of vanuit de ondersteunende diensten beijveren om ons werk hier te vergemakkelijken en mogelijk te maken. Een welgemeend woord van dank en waardering in hun richting is in hoge mate op zijn plek.
(applaus)
De heer Van der Vlies (SGP):
Het karakter van hun werk is dat het veelal op de achtergrond wordt verricht. Het is onopvallend, maar ook toegewijd en attent, hartelijk en voorkomend. De Kamer drukte haar dank en waardering uit in de bijval en die is bij dezen overgebracht.
In de richting van de collega's die morgen weer deel uitmaken van de Kamer in nieuwe samenstelling, spreek ik de wens uit dat veel wijsheid mag worden ontvangen om ons land en volk verder te helpen. Eerlijk is eerlijk: we zullen het -- de een wat meer en de ander wat minder of een beetje; wat mij betreft "een heel beetje" -- gaan missen: de contacten, de mogelijkheden en moeilijkheden, de dilemma's, het debat, de samenspraak, de gemeenschappelijk gevonden oplossingen, het proces dat tot die oplossingen of oplossingsrichtingen leidt, het geboeid zijn door te delen in het parlementaire debat waarin -- dat heeft mij heel vaak gefrappeerd -- een volledige doorsnee klinkt van wat in onze samenleving leeft. In het debat heeft de een het over uitgangspunten zoals humaniteit, mensenrechten of andere oriëntaties en refereert de ander -- daarbij hebt u mij vaak waargenomen -- aan Bijbelse waarden en normen die voor iedereen zegenrijk zijn en die appelleren aan ons geweten. Dat weten wij van elkaar, zo kennen wij elkaar en zo respecteren wij elkaar. Laat dat zo mogen blijven, een parlement waardig.
Uit de grond van ons hart wensen wij u allen daarom alle goeds toe. In mijn christelijke overtuiging en traditie bestaat dat goeds ten diepste uit de zegen van God. Daarom hecht ik eraan, achterom ziende naar die 29 jaren, om de laatste woorden die ik in dit parlement spreek, echt uit de grond van mijn hart -- en wie daarmee wil of kan instemmen, graag -- te laten zijn: soli Deo gloria.
(applaus)
De voorzitter:
Mijnheer Van der Vlies, heel veel dank voor uw woorden.
We zijn nu gekomen aan het eind van deze vergadering. Ik nodig u allen, in het bijzonder onze vertrekkende collega's, uit om in de wandelgangen rond de plenaire zaal op informele wijze van elkaar afscheid te nemen. U kunt dan ook uw zes gedecoreerde collega's geluk wensen. Vanzelfsprekend geldt die uitnodiging ook voor de nieuw gekozen leden, voor zover zij aanwezig zijn, gasten van de vertrekkende leden en alle andere personen die werkzaam zijn in de Kamer.
Contact
- Contact met de Tweede Kamer
- Adres en route
- Veelgestelde vragen
- Bezoek de Tweede Kamer
- Overzicht politieke websites
