Laat de tekst voorlezen met ReadSpeaker

Rechten van Kamerleden

De blauwe stoeltjes in de Tweede Kamer

 

Inleiding

De leden van de Tweede Kamer hebben rechten om hun taken zo goed mogelijk uit te voeren. Zij mogen zelf wetsvoorstellen indienen of wijzigingen voorstellen op wetsvoorstellen van de regering. Tweede Kamerleden kunnen de ministers en staatssecretarissen vragen stellen en ter verantwoording roepen. Een aantal begrippen op een rij.

Motie
Een motie bevat een uitspraak van een Tweede Kamerlid over een bepaald onderwerp. Ieder lid kan tijdens een plenaire vergadering, wetgevingsoverleg of notaoverleg, moties indienen. Met een motie kan een Kamerlid de regering vragen om ergens aandacht aan te besteden, een wetsvoorstel te maken of een oordeel te geven over het gevoerde beleid. De gebruikelijke vorm voor een motie is de volgende: “De Kamer, gehoord de beraadslaging, van oordeel dat…; verzoekt de regering…, en gaat over tot de orde van de dag.” Met een motie van wantrouwen kan de Tweede Kamer het vertrouwen in een minister of staatssecretaris opzeggen. Indien de motie na stemming wordt aangenomen, kan de minister of staatssecretaris niets anders doen dan daar consequenties aan verbinden en opstappen.

Recht van initiatief
Tweede Kamerleden hebben het recht om op eigen initiatief een wetsvoorstel in te  dienen. Initiatiefvoorstellen worden op dezelfde wijze behandeld als wetsvoorstellen van de regering. Het enige verschil is dat het Kamerlid die het initiatiefvoorstel heeft  ingediend het voorstel in de Tweede Kamer verdedigt. Bij het indienen van een wetsvoorstel krijgt het Kamerlid ondersteuning van medewerkers van Bureau Wetgeving. Meestal schrijven zij de teksten. Ook kijken zij bij alle wetsvoorstellen en amendementen of de teksten juridisch juist zijn en of de wens van het Kamerlid goed is verwoord. Zodra de Kamer wetsvoorstellen heeft aangenomen, stuurt het Bureau Wetgeving ze door naar de Eerste Kamer.

Mondelinge vragen
Iedere dinsdag aan het begin van de vergadering, van 14.00 uur tot 15.00 uur, is het mondelinge vragenuur. Een Kamerlid kan een onderwerp aanmelden waarover hij of zij vragen wil stellen aan een minister of staatssecretaris. Hij of zij meldt het onderwerp bij de Griffie. Hier worden alle vragen verzameld. Op dinsdagochtend beslist de Voorzitter van de Tweede Kamer welke aangemelde onderwerpen aan bod komen tijdens het vragenuur. De Voorzitter beoordeelt hiervoor de vragen onder andere op actualiteit en onderwerp. De Voorzitter nodigt de betreffende ministers of staatssecretarissen uit voor het vragenuur en deelt mee waarover de vragen gaan. Vervolgens maakt de Voorzitter de onderwerpen van de toegekende vragen en de volgorde openbaar door deze rond te sturen aan alle Kamerleden.

Dertigledendebat
Sinds april 2011 kent de Tweede Kamer het dertigledendebat. Voorheen heette dit het spoeddebat. Een dertigledendebat wordt gehouden indien het verzoek daartoe wordt gesteund door ten minste 30 Kamerleden, en niet de gebruikelijke meerderheid van 76 Kamerleden. De aanvrager zal zijn of haar verzoek hierdoor eerder gehonoreerd zien worden. Indien een Kamerlid een onderwerp erg belangrijk acht, kan hij of zij ervoor kiezen om een dertigledendebat aan te vragen in plaats van een gewoon debat.

Agenda
De Tweede Kamer bepaalt haar eigen agenda. Dit gebeurt op de plenaire vergaderdagen dinsdag, woensdag en donderdag, tijdens de regeling van werkzaamheden. Kamerleden kunnen hier bijvoorbeeld een verzoek doen om een dertigledendebat op de agenda te plaatsen. Indien voldoende Kamerleden het verzoek steunen, wordt het dertigledendebat toegevoegd aan de agenda. De Voorzitter bepaalt de dag waarop het dertig ledendebat wordt gehouden.

Contact

Voor meer informatie: contact@tweedekamer.nl, 070-318 22 11