Achtergrond en historie 
Parlementair onderzoek
Hoe werkt het?
De Tweede Kamer kan een zelfstandig parlementair onderzoek of enquête instellen. Wat is het verschil tussen een onderzoek en een enquête en hoe gaat het in zijn werk?
Artikel 70 van de Grondwet kent aan de Staten-Generaal het recht van enquête toe: ‘Beide Kamers hebben, zowel ieder afzonderlijk als in verenigde vergadering, het recht op onderzoek (enquête), te regelen door de wet.’ Naast het grondwettelijke recht van enquête is er ook een Wet op de parlementaire enquête. Deze wet stamt uit 1850, maar is in 2008 helemaal vernieuwd.
Onder ede
Als de Tweede Kamer dus vindt dat een bepaalde zaak tot op de bodem uitgezocht moet worden, kan de Tweede Kamer zelfstandig een parlementair onderzoek of enquête instellen. Het verschil tussen een enquête en een onderzoek is dat een parlementaire enquêtecommissie getuigen onder ede mag ondervragen. Dit betekent dat een getuige een eed of belofte aflegt dat hij of zij de vragen naar waarheid beantwoordt. Als blijkt dat de getuige niet naar waarheid heeft geantwoord, kan hij of zij strafrechtelijk worden vervolgd. Een parlementaire onderzoekscommissie heeft deze bevoegdheid niet.
Hoe werkt het?
Kamerleden kunnen aangeven dat zij vinden dat een gebeurtenis of zaak grondig onderzocht moet worden, zoals de bouwfraude of de vernieuwingen in het onderwijs van de laatste 15 jaar. Dan kunnen zij een motie indienen met het verzoek tot een parlementaire enquête of onderzoek. Neemt de Tweede Kamer de motie aan, dan stuurt het Presidium de aangenomen motie door aan de meest betrokken commissie(s). Bij het parlementaire onderzoek naar het financieel stelsel was dit de commissie voor Financiën. Deze commissie stelt dan een onderzoeksvoorstel op: wat moet er precies onderzocht worden en hoe kan dit het beste worden aangepakt?
Onderzoeksvoorstel
Als de vakcommissie een onderzoeksvoorstel heeft opgesteld, stuurt ze deze naar het Presidium. Het Presidium bespreekt het onderzoeksvoorstel en adviseert de Tweede Kamer hierover. De Tweede Kamer besluit uiteindelijk over het voorstel.
Zwaarste middel
Om een parlementaire enquête of onderzoek te houden, is een meerderheid in de Tweede Kamer nodig. Een ‘gewoon’ parlementair onderzoek door Kamerleden kan soms voldoende zijn om de benodigde gegevens boven tafel te krijgen. Maar soms is er een zwaarder onderzoeksmiddel nodig; dan kan de Tweede Kamer een parlementaire enquête instellen.
Benoemen commissie
Als het voorstel wordt aangenomen, dan kan de Tweede Kamer overgaan tot het benoemen van een commissie. Bij een parlementaire enquête komt er een enquêtecommissie en bij een parlementair onderzoek een tijdelijke commissie.
Overleggen
Bij de eerste vergadering van de commissie, de constituerende vergadering, kiezen de commissieleden uit hun midden de voorzitter en de ondervoorzitter. Hierbij speelt ook mee welke partijen bij voorgaande onderzoeken of enquêtes een voorzitter leverden. Hierover hebben de partijen vaak vooraf onderling overleg.
Toekomst
Aan het eind van een parlementaire enquête of onderzoek brengt de commissie verslag uit aan de Tweede Kamer. Op basis daarvan gaat de Tweede Kamer in debat met zowel de commissie als met de verantwoordelijke bewindspersonen. Het uiteindelijke doel is om te leren van het verleden en maatregelen te treffen voor de toekomst.
Parlementaire enquêtes in het verleden
Het grondwettelijke recht van enquête bestaat sinds 1848 en de Wet op de parlementaire enquête sinds 1850. In de periode van 1852 tot 1887 hield de Tweede Kamer 8 enquêtes. Daarna werd het instrument van de parlementaire enquête ongeveer 70 jaar lang niet gebruikt, tot de parlementaire enquête ‘regeringsbeleid 1940-1945’ tussen 1947 en 1956. Sindsdien is de Wet op de Parlementaire Enquête verschillende keren aangepast, zoals in 1977. Sindsdien kunnen ook ministers en ambtenaren onder ede worden gehoord.
Nieuwe wet
In 2008 kwam er een nieuwe Wet op de parlementaire enquête. In het voorjaar van 2004 vond het parlement dat de Wet op de Parlementaire Enquête aan vernieuwing toe was. De huidige wet bleek niet meer te voldoen. Aanleiding hiervoor waren enquêtes en onderzoeken in het recente verleden, zoals de Bouwenquête en het Parlementair onderzoek infrastructuurprojecten.
Een commissie onder leiding van Klaas de Vries (PvdA) kreeg de opdracht om een initiatiefwetsvoorstel Wet op de parlementaire enquête te maken. Op 21 december 2005 presenteerde de commissie een wetsvoorstel dat meer bevoegdheden geeft aan de enquêtecommissie en tegelijk getuigen meer bescherming biedt. De commissie kan bijvoorbeeld de rechter vragen een dwangsom op te leggen of de politie in te schakelen. Daarnaast worden getuigen tegen ontslag beschermd als zij informatie moeten prijsgeven die belastend is voor hun werkgever. Ook moet de commissie rekening houden met de privacy van getuigen.
De Tweede Kamer heeft in totaal 17 parlementaire enquêtes gehouden. In onderstaand overzicht staan ze op chronologische volgorde:
- Srebrenica (2002-2003)
In april 2002 besloot de Tweede Kamer een parlementaire enquête te houden naar de gebeurtenissen rond de uitzending van militairen naar Srebrenica. Reden voor de enquête was onder meer een rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), op basis waarvan het kabinet-Kok II zijn ontslag had aangeboden.
Voorzitterenquêtecommissie: Bert Bakker (D66) - Bouwnijverheid (2002-2003)
Begin februari 2002 besloot de Tweede Kamer tot een parlementaire enquête naar fraude in de bouwnijverheid. Aanleiding was de onthulling van illegale prijsafspraken in de bouwsector door het tv-programma Zembla. De voormalige directeur van het bouwbedrijf Koop Tjuchem, Ad Bos, toonde een schaduwboekhouding over de periode 1988-1998 waaruit deze frauduleuze praktijken zouden blijken.
Voorzitter enquêtecommissie: Marijke Vos (GroenLinks) - Vliegramp Bijlmermeer (1998-1999)
Op zondag 4 oktober 1992 stortte een vrachtvliegtuig van El-AL neer op een flatgebouw in de Amsterdamse Bijlmermeer, waarbij 39 mensen om het leven kwamen. Enige tijd daarna kregen bewoners en hulpverleners gezondheidsklachten. Na de ramp werden onderzoeken ingesteld, maar zowel over de rampvlucht als over de behandeling van slachtoffers bleven veel vragen onbeantwoord. De Tweede Kamer stelde vervolgens een parlementaire enquête in die de toedracht en de nasleep van de ramp moest onderzoeken.
Voorzitter enquêtecommissie: Theo Meijer (CDA)
Overige enquêtes
- Opsporingsmethoden (1994-1996)
- Uitvoeringsorganen sociale verzekeringen (1992-1993)
- Paspoortproject (1988)
- Bouwsubsidies (1986-1988)
- Rijn-Schelde-Verolme (1983-1987)
- Toestand in fabrieken en werkplaatsen (1886-1887)
- Exploitatie Nederlandse Spoorwegen (1881-1882)
- Besmettelijke longziekte onder rundvee (1877-1878)
- Nederlandse Koopvaardij (1874-1877)
- Toestand van de Zeemacht (1861-1862)
- Toestand van de Maas en de Zuid Willemsvaart (1860-1861)
- Landaanwinning en verdieping Zwolsche Diep (1856-1857)
- Accijns op zout (1852-1853)
