Laat de tekst voorlezen met ReadSpeaker

Voorjaarsnota

In de voorjaarsnota informeert de minister van Financiën de Kamer over de voortgang van de uitgaven en inkomsten van het rijk. Samen met de Miljoenennota en de najaarsnota geeft de voorjaarsnota een totaaloverzicht van de 'toestand van 's Rijks financiën'. Het debat over de voorjaarsnota is altijd eind juni of begin juli, kort voor het zomerreces. De minister moet de voorjaarsnota dan ook uiterlijk 1 juni bij de Kamer indienen.

De voorjaarsnota is aanleiding voor uitgebreide debatten tussen de financiële woordvoerders in de Tweede Kamer en de minister van Financiën. Deze debatten gaan over de financiële vooruitzichten en toekomstige wensen. Vaak wordt in het debat over de voorjaarsnota vooruitgekeken naar de Miljoenennota. Meevallers, tegenvallers en beleidswijzigingen gedurende het begrotingsjaar leiden tot ramingbijstellingen in de lopende begroting. Deze worden verwerkt in de voor- en najaarsnota met de bijbehorende zogenoemde suppletoire begrotingswetten. 

Suppletoire begrotingen
Als een minister meer budget nodig heeft dan hij in de begrotingswet toebedeeld heeft gekregen, is een suppletoire of aanvullende begrotingswet nodig. Bijvoorbeeld als de uitgaven voor een bepaald doel hoger zijn uitgevallen dan geraamd. Suppletoire begrotingen zijn geactualiseerde versies van de begrotingen. Deze moeten door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer behandeld en goedgekeurd worden. Er is vrijwel nooit sprake van grote beleidswijzigingen. Suppletoire begrotingen worden door de Tweede en Eerste Kamer behandeld als wetsvoorstellen; de Tweede Kamer kan ze ook amenderen of veranderen, de Eerste Kamer niet.

Contact

Voor meer informatie: contact@tweedekamer.nl, 070-318 22 11